blog | werkgroep caraïbische letteren

Pssst: Apiapati! (en de reacties)

door Nellie Bakboord

Doen. Vier dagen Boven Suriname. Niet lang nadenken. Back to basic. Back to nature. Niet denken aan Mofo yari. 14 december is ruim voor de jaarwisseling. Mofo yari telt nog niet. Met mofo yari willen Surinamers niet teveel risico’s nemen. Geen halsbrekende toeren. Gewoon een beetje voorzichtiger.

Zoveel ging die dag door mijn kop. 10 december besloot ik mee te gaan. Een supergoed besluit. Met een bus waar zeven personen in kunnen vertrokken wij met vijf personen. Vanuit de eeuwig drukke Saramaccastraat. Naar Atjoni. Vervolgens met een korjaal naar Apiapati. Een eilandje midden in de Surinamerivier.

Het vertrek werd vanwege een motorisch mankement wat later. Met engelengeduld zaten wij die ochtend te wachten op een stoep. De vroege ochtendzon gaf ons een stoot energie. Intussen sleutelden deskundige monteurs krampachtig. Mankementen konden we niet gebruiken. Om de tijd wat verder te doden liepen wij een Chinese winkel binnen voor een voorraadje krawkraw en flessen water. Twee Surinaamse dagbladen kochten wij bij één van de venters voor de deur van de Centrale markt.

Tuincentrum

Om ons heen een haast oorverdovend getoeter door chauffeurs. Naarstig opzoek naar passagiers. Richting Atjoni. Niemand spant. Voor een deuropening, op de gevel staat: ‘Tuincentrum’, raak ik aan de praat met de onderneemster van kennelijk het kleinste tuincentrum ter wereld. Ik tel op de schappen hooguit drie plantjes en op hangers bijpassende kleding. Ik mag fotograferen en krijg uit een soort dankbaarheid, haar visitekaartje.

Bijna twee uur later vertrekken wij. Onze rit op de geasfalteerde Afobakaweg verloopt rustig. Harold houdt zich consequent aan de toegestane snelheid. In Atjoni aangekomen zie ik één en al bedrijvigheid. Ik zie hoe men levensgevaarlijk improviseert met het overhevelen van benzine uit grote vaten. Ik zie voor zover mijn op dat moment angstige ogen het kunnen zien, niemand met een brandende sigaret. Gelukkig heb ik nooit gehoord dat het weleens mis is gegaan.

Op een, in mijn ogen afgekeurde vrachtwagen, lees ik ‘Nationaal vervoerbedrijf nv’. Ik weet heel zeker dat onze autoriteiten hier niet trots op zijn. Atjoni. Een havenplaatsje aan de Suriname rivier. Vlakbij Pokigron. Van hieruit ‘rijden’ kleurrijke korjalen de rivier op en af. Rijden, zeggen bewoners van het binnenland en ik pas me direct aan.

De was droogt langs de rivier. Foto: Nellie Bakboord

De rivier
Ik zie korjalen, bepakt en bezakt met passagiers met allerlei producten variërend van kratten gevuld met bier en diverse frisdranken tot en met balen rijst. Meubilair en verder alles wat los en vast zit. Over de rivier kunnen vanwege de sula’s helemaal geen schepen. Voor zover ik weet loopt er ook geen weg langs de rivier. Alles voor tapsey moet over de Surinamerivier. Een voor ons bewonderenswaardige onderneming. Met aan boord een kundige kapitein die samen met zijn assistent ontzag afdwingt.

Langs de rivier bevinden zich talloze dorpen met betekenisvolle namen. ‘Tan Luku’, ‘Botopasi’. In de rivier spelende kinderen en vrouwen die hun kleurrijke kleding in de rivier wassen. Nageaapt door een witte, naar ik vermoed, stagiair. Als ik, kennelijk stomverbaasd kijk naar een jonge Hindostaanse badend in de rivier tussen de Bosnegers, roept ze zo luid als ze kan ‘ik ben leerkracht’. Ook dat is Suriname.

De rit naar Apiapati kost ons zes uur. Het water ligt vrij laag omdat het in geen maanden behoorlijk heeft geregend. Soms is de stroming in de sula’s gevaarlijk om volgeladen verder te rijden. Passagiers stappen uit. Lopen een stukje over enorme stenen om wat verder weer aan boord te gaan. Super avontuurlijk. Een totaal andere wereld.

Stress kwijt
Suriname bezoeken zonder een verblijf in Boven Suriname is de gemiste kans. In Apiapati zijn wij letterlijk in de watten gelegd. Door Papada en zijn vrouw. Omliggende dorpen bezoeken kan. Papada rijdt met veel plezier van het ene dorp naar het andere. Zorg tijdens je verblijf dat je alle stress typerend voor stadsbewoners kwijtraakt. In een snelstromende sula. Tijdens het baden in de rivier.

[van RNW, 26 januari 2012]

Reacties op RNW:

Berkha Bhai

26 januari 2012 – 10:26 pm
beantwoorden
@Stiko,hier een korte reactie

Ik blijf erbij een slecht stuk waarin, althans voor mij de kern zit in inderdaad de egocentrische beweegredenen die Neellie soms aanhaalt voor het schrijven van haar artikelen. In vogelvlucht en met de snelheid van de hedendaagse mens, die toch al het besef heeft “niet alles en met voldoende perceptie tot zich te kunnen nemen, ook niet de van belang zijn de commentaren…”,
De veelheid van belang zijnde paradigma speelt u parten. Idem andere, die weliswaar zich een oordeel aanmatigen, maar toch het totale overzicht missen.

Die basale kennis en wetenschap over de binnenlandse bewoners zijn niet aanwezig.Indien de auteur iets meer had verdiept zou ze erachter zijn gekomen dat de voorzieningen die in Paramaribo aanwezig zijn die in het binnenland niet aanwezig zijn. En dat die “Badende juf”.Wat is er zo belangwekkend aan en dan de etniciteit
Van de juf zo breed uitmeten. Walgelijk.
Neger

26 januari 2012 – 9:28 pm
beantwoorden
Wat een zielige mensen toch! Bakken er zelf niets van, maar kritiek spuien nr. 1! Ga werken, dan kan je misschien daar je negatieve energie in kwijt.
Neger

26 januari 2012 – 6:57 pm
beantwoorden
Ai dit is een slecht geschreven reisverhaaltje bij gebrek aan een goed onderwerp voor een column.
Onzin

26 januari 2012 – 5:50 pm
beantwoorden
Bosneger ??? uit de mond van een zogenaamde Surinaamse intellectueel ???
De enige neger is zij zelf..
Namelijk een achterbos negerin !!
wiebo

26 januari 2012 – 2:23 pm / nederland
beantwoorden
dit soort trips zal eigenlijk elke stads bewoner moeten/willen meemaken denk ik.
bedankt nellie voor deze mededeling xx
wiebo

26 januari 2012 – 2:23 pm / nederland
beantwoorden
dit soort trips zal eigenlijk elke stads bewoner moeten/willen meemaken denk ik.
bedankt nellie voor deze mededeling xx
Berkha Bhai

26 januari 2012 – 12:27 pm
beantwoorden
Wat fijn voor Nelly dat ze een fantastische reis heeft gemaakt in de binnenlanden van Suriname maar wat vind ik zo minachtend dat ze een “hindoestaanse juf”” badend in de rivier zag en dat zij zich kunnen verlaten op de minzame vriendelijkheid van de auteur, die haar bevindingen ook nog eens op de site van RWN geplaatst weet te krijgen. Was ze een marron juf tegen gekomen, hoe had ze dan op geschreven. Een beetje platvloers, Nelly

Ten eerste vind ik de denigrerende toon waarop het geschreven is vreselijk . Ten tweede snap ik de clou niet.
Enfin, een naar, kneuterig en onzorgvuldig geschreven stukje zonder pointe van betekenis.
Stiko

26 januari 2012 – 7:13 pm / Noord KoreaGeintje
beantwoorden
Ja. Vreselijk, he? Maar je hebt “chinese winkelier” en” Surinaamse Dagbladen” gemist. Zeg je daar in je volgende reaktie ook iets van, want dit KAN gewoon niet! (En “marron juf” is trouwens ook zeer ongepast ) Verander je ‘screenname’ ook maar in gewoon ‘bhai’ want die ‘bherka’ geeft aanleiding tot allerlei speculaties.
Maar alle grappen op een stokje, want ik begrijp niet waarom je bakboord’s toontje minachtend en denigrerend vind. Voor mij is het de toon van een toerist die van de ene in de andere verbazing valt door al die, voor haar, onbekende en vreemde situaties. Waarom reageren jij en je sidekick, srananuma, zo fel? Bakboord neemt alleen maar voor haar stukje de rol op zich van ‘fos tron … ‘ ehm… zeg maar, ‘innocent bystander’
Srananuma

26 januari 2012 – 4:58 pm / Suriname
beantwoorden
Ay, @BB, je hebt helemaal gelijk, wat die opmerking over een hindoestaanse juf betreft. Dit is bovendien geen column. In een column horen zaken op scherp te worden gezet, moet er een felle reactie op kunnen komen. Dit is gewoon een gezapig reisverhaaltje, geen column! Zal zeker wel goed betalen.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter