blog | werkgroep caraïbische letteren

Principes? Niet overzee

Het postkoloniale debat is vooral politiek

Postkoloniale stemmen in Nederland worden in media en politiek steevast weggezet als radicaal en cultuurvijandig. Het dempen van die stemmen is een koloniale reflex met een lange geschiedenis. Wat zegt dat over onze politieke cultuur?

door Larissa Schulte Nordholt en Remco Raben

2018 was een jaar vol koloniale apologie. Het begon in januari toen Piet Emmer zijn pamflet Het zwart-witdenken voorbij publiceerde. Daarin betoogde hij dat er te veel naar de zwarte bladzijden van het slavernijverleden wordt gekeken. Vervolgens drukte Elsevier Weekblad in februari de kop ‘Is het kolonialisme toe aan herwaardering?’ af.

Illustratie uit Kappler

 

Het artikel behelsde een interview met de omstreden politicoloog Bruce Gilley, die alle ruimte kreeg om te betogen dat het kolonialisme toch meer goed dan slecht had gedaan. In oktober verscheen bij uitgeverij Athenaeum het boek Tempo doeloe, een omhelzing van Kester Freriks. Bij wijze van reclame schreef de auteur in NRC Handelsblad een pleidooi waarin hij stelde dat het mooie Indische verleden, de gezelligheid, de feesten en de warme omhelzing, verdrukt werden door schuldgevoel. Het zijn drie voorbeelden die symptomatisch zijn voor een allesbehalve nieuw verschijnsel in het Nederlandse publieke debat: het vergoelijken van het koloniale verleden.

 

Lees hier verder in De Groene Amsterdammer, 6 februari 2019, nr. 6

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter