blog | werkgroep caraïbische letteren

Postuum: Els Moor; literatuur en onderwijs bijeen

door Tascha Samuel

Paramaribo – Ze was een aparte verschijning. De stevige blanke vrouw die dwars door barrières heen ging met haar passie voor literatuur. Van 1992 tot aan haar overlijden, was zij de drijvende kracht achter de wekelijkse literaire pagina in de Ware Tijd. Voor collega-docent en medewerker van dit katern Hilde Neus, is het heengaan van Els Moor een groot verlies aan kennis. “Ze is echt mijn goeroe geweest.” Els Moor, Nederlands literatuurdocent, letterkundige en literatuurrecensent, overleed woensdag.

 

els_moor_en_yvonne_caprino

Els Moor met Yvonne Caprino, voormalige directeur van Stichting projekten. Moor, die ‘leesplezier voor het Surinaamse kind’ tot haar missie had gemaakt, is woensdag overleden op 78-jarige leeftijd.-. Foto: dWT Archief

In 1996 maakt Neus als leerkracht op een lagere school kennis met Moor. “Ik was al een leesbeest, maar zij heeft mij veel theoretische kennis bijgebracht.” Het is ook op instigatie van haar dat Neus Nederlands is gaan studeren. Veel projecten hebben zij samen gedaan. Ze haalt enkele wapenfeiten van Moor aan. Met Joan Vaseur-Rellum en Godeke Donner schreef zij de vernieuwende literatuurmethode voor de middelbare scholen op seniorenniveau Fa yu e tron leysi bakru met een docentenhandleiding.

Op het Instituut voor de Opleiding van Leraren waar zij de coördinator was van de sectie Literatuur, is zij begonnen met een Nederlands literatuurprogramma, dat door de jaren heen verschoof naar een focus op Surinaamse literatuur. “Met het kinderboekenfestival heeft zij zich gefocust op Onderwijs en literatuur. Voor haar gingen die twee hand in hand. Ook daarvoor heeft zij didactische boeken ontwikkeld.”

Ruim een jaar geleden trok Moor zich terug uit het dagelijks leven, toen bekend werd dat zij ziek was. “Wat ik het meest aan haar zal missen, is haar enorme kennis over literatuur en haar enorme inzet voor het vastleggen daarvan. Want die pagina literatuur moet je ook zien als een soort archief waar zij en Jan Bongers heel hard aan hebben gewerkt. Elke week, vanuit haar autonome positie, geheel onafhankelijk, kritisch vanuit haar eigen denken, maar toch met veel liefde voor Suriname deed zij dit. En wij zullen haar goede werk voortzetten.”

“Els was een ontzettend gedreven persoon wat literatuur betreft. Ze kon daarin zo gedreven zijn op een manier waar je aan moest wennen. Ze eiste hoge kwaliteit van eenieder. Ze kon daarin best ongeduldig zijn, maar ik heb dat leren waarderen”, meent boekrecensent en schrijfster Tessa Leuwsha over Moor. “Ze heeft me echt gestimuleerd om boeken te lezen die ik anders niet zou lezen. Ze heeft daarop echt mijn blik verruimd.”

Moor wist mensen te binden aan de pagina Literair die dit jaar zijn dertigste jaar ingaat. Ze was op leeftijd, maar had moderne opvattingen als het ging om taalgebruik in de literatuur. “Ze vond dat we in Suriname wonen en dat de taal een levend ding is, en dat je als schrijver de taal moest gebruiken die je het liefst was, dus Sranan, Sarnami of wat dan ook. En ook het gebruik van Surinaams-Nederlandse woorden moest kunnen.”

Moor stond ook onderzoek van de eigen geschiedenis voor. “Ze gaf vaak ruimte aan historische uitgaven op de pagina, maar ze was de mening toegedaan dat het niet een buitenlander hoeft te zijn die ons komt vertellen over onze geschiedenis, maar dat we ons eigen ding moesten ontwikkelen.” In dat kader had ze ook een uitgesproken mening als het ging om Surinaamse kinderliteratuur.

Daarvoor brak ze echt een lans, namelijk dat kinderen moesten lezen over hun eigen erf, stad en district en niet over kachels en sneeuw. Volgens Leuwsha hield Moor alle ontwikkelingen op het gebied van Caribische, Zuid-Amerikaanse en Surinaamse literatuur bij. “Wilde je een boek schrijven, dan kon je altijd bij haar terecht voor begeleiding.”

[uit de Ware Tijd, 10/03/2016]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter