blog | werkgroep caraïbische letteren

Politiek-sociale aspecten in de poëzie van Frank Booi (3)

door Henry Habibe

 

Nederlandstalige poëzie

Er zijn dichters van wie hun werk, als zij in twee talen schrijven, aan kwaliteit inboeten. Frank Booi bereikt in het Nederlands hetzelfde niveau als in zijn Papiamentse poëzie. Praktisch in dezelfde periode dat hij zijn Papiamentstalige poëzie schreef, dichtte hij ook in het Nederlands.

Aruba olie2

Aruba, olie-overslag.

Zo komt het dat een gering aantal van zijn gedichten in het Nederlands in een kleine bloemlezing, Mañán (Morgen), opgenomen werd. Dat was in 1974. Ook die gedichten getuigen van zijn politiek engagement. Ze handelen niet direct over Aruba, maar hebben een meer algemeen karakter. De krachtige beelden, die in zijn Papiamentse gedichten voorkomen, zijn soms ook in zijn Nederlandse poëzie aanwezig. Zo komt men het beeld ‘huizen van benzineblikken’ (Buska bo kaminda weer tegen in ‘Wachten na dertig mei’. Er is echter een klein verschil. Zijn Nederlandstalige poëzie is ontoegankelijker dan zijn Papiamentstalige poëzie. Dit komt doordat men in het Papiaments af en toe termen tegenkomt die ontleend zijn aan het dagelijkse taalgebruik als uiting van een anti-kolonialisme (‘plaka di abuso/ plaka kolonial’). In het Nederlands weet de dichter die krantentaal te omzeilen en die om te zetten in poëtische beelden. Dat gebeurt, bijvoorbeeld, in ‘Wachten na dertig mei’. In het volgende fragment (uit ‘Als het huis toch leeg zal zijn’) waarin het ideologische op evidente wijze naar voren komt, heeft echter een vereenvoudiging van het beeldenspel plaats gevonden. Het is een vrij toegankelijk gedicht:

(…)
toen, na die lange laatste nacht,
stonden wij allen op het plein
de arbeiders hand in hand
man en vrouw vol vuur en bloed
voor onze aller nieuwe morgen
Het verleden dood
de vijand dan toch verslagen
door de vaste kracht van het volk
de slaaf begraven
het kapitaal in as
De vrijheid hardnekkig bevochten
lachte nú vol blijdschap
op ieders eigen gezicht
Onze rots en het altijd struikelen
Vrij, vrij in de wind.
Nu gaat het alleen maar om morgen
Morgen
morgen…

De gunst zien en het recht vergeten

In een nog later geschreven gedicht komt de prozaïsch aandoende stijl weer sterk naar voren. Het betreft ‘De gunst zien en het recht vergeten’ dat in 1984 werd opgenomen in de bloemlezing Cosecha Arubiano. Het feit dat hierin ook Papiamentse gedichten van Frank Booi werden opgenomen is een bewijs dat hij beginjaren tachtig door gegaan is met het schrijven van poëzie in het Papiaments. Naast het zojuist genoemde Nederlandstalige gedicht werden nog drie andere in het Papiaments opgenomen.

Cosecha arubiano 001

In 1982 schreef de dichter ‘De gunst zien en het recht vergeten’, toen hij – volgens zijn eigen zeggen – terugdacht aan de ‘bittere realiteit’ dat zijn vader vroeger heel lang bij de Lago had gewerkt. De beeldende taal, die kenmerkend is in Booi’s poëzie, is hier niet prominent aanwezig. Hier probeert de dichter minder gebruik te maken van decoratieve elementen. Door middel van een directe taal bouwt hij een betoog op om zijn boodschap over te brengen. Er er vindt een toespeling plaats op een mogelijke overname van de macht van het Amerikaanse oliebedrijf. De taal is eenduidig. Het neemt niet weg dat die hier en daar gedoseerd is met poëtische elementen. De dichter maakt gebruik van ironie en sarcasme. Grotesk is bijvoorbeeld de voorstelling van de ‘leugen’, die loert ‘achter de well-done steak’ en de uitbeelding van het ‘verraad’ dat schuilt ‘in het geschetter van bestek en het geklink van glazen’.

 

[wordt vervolgd]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter