blog | werkgroep caraïbische letteren

Over dingen van nu en dingen van toen

door Brede Kristensen

Vanuit literair standpunt bekeken is 2013 mondiaal een superjaar. Althans in kwalitatief opzicht. Dat geldt ook voor het Caribische gebied en de Benedenwindse eilanden. Uitgeverij In de Knipscheer komt deze herfst met een groot aantal titels. Vandaag is het de beurt aan Verkiezingsdans van Joseph ‘Jopi’ Hart en Gentleman in slavernij van Janny de Heer.


Dingen van nu

Joseph Hart schreef een spannend en politiek belangwekkend boek: Verkiezingsdans. Een boek met drie gezichten, dat toch een eenheid vormt. Het eerste gezicht is het gezicht van een thriller, een verhaal over criminele organisaties, gespecialiseerd in cocaïne, opererend vanuit Colombia, Curaçao en Nederland. Curaçao vervult een spilfunctie. Al snel wordt het de lezer duidelijk dat Curaçaose politici de touwtjes van die spilfunctie in handen hebben en dat ze met die touwtjes naar criminaliteit neigende jonge mensen, genadeloos voor hun karretje spannen. Hoe en wie die touwtjes in handen hebben, wordt pas aan het einde van het boek duidelijk, als een belangrijke politicus wordt geliquideerd. Zoals het een goede thriller betaamt.

 

Het boek ontleent zijn titel aan het tweede gezicht, het belangrijkste: de verkiezingsdans kenmerkend voor verkiezingen Curaçaose stijl in de tijd dat de Nederlandse Antillen nog bestonden. Veel populisme, feesten, roddels, mediaoptredens met spectaculaire onthullingen over dubieuze persoonlijke geschiedenissen, belangen en betrokkenheid bij criminele organisaties. We ontmoeten politici die onbeschaamd en met verve van twee walletjes eten en excelleren in het spelen van valse spelletjes. Met als gevolg dat niemand een ander vertrouwt. Hart is in staat politici ten tonele te voeren die net allemaal anders zijn dan de ons bekende politici. Geen levende politicus zal zich echt kunnen herkennen in de personages van het boek. Stukjes van die personages komen echter bekend voor. Er zijn stukjes Cova zichtbaar, stukjes Wiels, stukjes Pourier en vul maar aan. De held van het boek is een jonge opkomende ster met een visie voor een Curaçao waar mensen op grote schaal aan hun eigen ontwikkeling werken met het doel een bijdrage aan de opbouw van het land te leveren, waar iedereen professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan en waar de koek eerlijk wordt verdeeld. Deze Matthew stemt erin toe zijn diensten aan te bieden aan een serieuze politieke partij. Onder begeleiding van een oudere Pourier-achtige partijleider ontpopt hij zich als een begenadigd spreker die met een degelijke boodschap in populistische verpakking zijn fictieve partij een knallende overwinning bezorgt. Maar zijn pad gaat niet over rozen. Politieke tegenstanders laten geen middel onbenut om hem onderuit te halen, tot en met aanslagen op zijn leven. Harts visie op de Curaçaose politiek is onthullend en dermate kritisch dat alle hoop op betere tijden ijdel lijkt. Toch wil hij laten zien dat er serieuze politici zijn, dat mensen zich willen laten aanspreken en dat er dus toch enige reden voor optimisme is.

De verborgen psychische problemen van de hoofdfiguur, Matthew, vormen het derde gezicht. Dit verhaal leest als een psychologische thriller. Ogenschijnlijk redelijk en talentvol, blijkt zich achter die façade een vulkaan te bevinden, een onderdrukt oedipus-complex dat voor gewelddadige explosies zorgt. Zijn relaties met vrouwen lijden daar zwaar onder. Om iets van die uitbarstingen te kunnen begrijpen, moet de lezer wel regelmatig als een voyeur getuige willen zijn van erg expliciet beschreven seksscènes. Dat had wel wat subtieler gekund. Maar hoe zal het aflopen met deze verknipte ziel? Zijn beste vriendin weet hem tenslotte over zijn verleden aan het praten te krijgen en een moment van bewustwording te bewerkstelligen. Zo komt er een niet helemaal geloofwaardig keerpunt in het leven van Matthew en kan hij zich inzetten voor Curaçao, het land dat hij liefheeft.

Hart weet 500 pagina’s lang de aandacht te boeien. Ingenieus heeft hij de verhalen van die drie gezichten met elkaar verweven. Tussen alle spanning door wordt duidelijk dat Hart een uitgesproken kritische mening over de Curaçaose politieke cultuur etaleert. Eigenlijk zegt hij dat als deze politieke cultuur niet verandert, de toekomst uitzichtloos is en burgers uitgeleverd zijn aan politici voor wie het publieke belang samenvalt met eigen belang. Maar of een in populisme verpakte ‘Matthew-achtige’ boodschap de oplossing is, moet betwijfeld worden. Leert de geschiedenis niet dat ‘inhoud’ door politici moeilijk te realiseren en door burgers moeilijk te begrijpen is? En dat om die reden politici zich liever op de verpakking concentreren en de mensen politici op die verpakking beoordelen? Zo is de kans groot dat de geschiedenis zich blijft herhalen. Maar zeker een boek dat te denken geeft.


Dingen van toen

Janny de Heer, bekend door haar boek Landskinderen van Curaçao (1999), komt met een nieuwe verrassing: Gentleman in slavernij. Over de periode van de Surinaamse slavernijgeschiedenis nadat in het naburige Guyana de slavernij was afgeschaft en de naderende afschaffing in Suriname voelbaar werd. Aan de hand van het leven van een Duitse kolonist, Ditrich Horst, die zijn weg in Suriname zoekt, eerst als blank-officier, dan als administrateur en directeur op diverse gouvernementsplantages en tenslotte als eigenaar van zijn eigen plantage ‘Lust en Rust’, wordt de geschiedenis van het plantageleven rond Paramaribo vlak voor en na de afschaffing van de slavernij beschreven. Een historische roman dus.

Janny de Heer wordt geïnterviewd door Romeo Hoost

 

Dat kan goed fout gaan. Meestal wordt in een historische roman de geschiedenis geromantiseerd en verdraaid. Zeker wanneer een historische figuur daarbij een hoofdrol speelt, kan een scheef portret knap hinderlijk zijn. Soms wordt de geschiedenis in detail beschreven zonder dat het verhaal uit de verf komt. Dat wordt dan zoiets als een verkapte historische studie. Janny de Heer weet aan beide gevaren te ontsnappen. Met hulp van archief- en literatuuronderzoek reconstrueert zij de levensloop van Ditrich. Ze schildert een nuchter, niet-geromantiseerd portret van Ditrich en van de vrouwen om hem heen, hun levensverhaal, tegen de achtergrond van het plantageleven in de nadagen van de slavernij.

Het verhaal bevat een verbazingwekkende hoeveelheid informatie hoe het in die dagen toeging op de plantages, waarbij nuances het terecht van generalisaties winnen. Er zijn planters die hun slaven wreed-sadistisch uitbuiten en planters die vormen van begrip aan de dag leggen en een lichter regiem voeren. We worden geïnformeerd over ziekten, conflicten, straffen, omgangsvormen, relaties en de vele discussies over de toekomst van het land als de slavernij zal zijn afgeschaft. We krijgen een beeld wat er op de plantages verbouwd werd en waarom het goed of niet goed ging, hoe men er woonde, hoe de huishouding eruit zag, hoe over de rivieren werd gereisd en, last but not least, hoe en waarom zoveel slaven wisten te ontvluchten, terwijl anderen de voorkeur eraan gaven te blijven. Schokkend is hoe de machthebbers er vaak in slaagden een gevluchte slaaf in de gaten te houden om hem of haar soms jaren later alsnog genadeloos te straffen. We lezen over de dagen van de afschaffing van de slavernij, de onzekerheid die dat met zich meebracht voor vrijwel iedereen, de euforie en de verstandige en onverstandige keuzes die zowel de ex-slaven als de blanke elite maakten. Een helder en objectief tijdsbeeld is het resultaat. Uiteraard zullen sommige feiten ontbreken en zal er discussie zijn of een bepaalde nuance niet een uitzondering betrof die een regel had kunnen bevestigen. Maar zonder selectie geen verhaal. De auteur wekt echter de indruk zeer consciëntieus te hebben gewerkt.

 

Daarnaast leren we de situatie te zien door de subjectieve ogen van individuele personen. Op de eerste plaats de ogen van Ditrich. De ietwat onzekere hoofdpersoon die het weliswaar goed meent met de mensen, maar die ook zijn eigen belangen kent en niet altijd in staat is de gevolgen van zijn daden te overzien. Als hij een kind heeft verwekt bij een slavin, Candasie, met wie hij het goed kan vinden en tot wie hij zich sterk voelt aangetrokken, haast hij zich naar Paramaribo om de jonge Heinrich vrij te kopen (de zogenaamde manumissie die in die dagen 250 gulden kostte, wat ongeveer neerkomt op een equivalent van 10.000 euro vandaag de dag). Als hij terugkeert naar de plantage en haar verheugd meedeelt dat haar zoon nu een vrij mens is, wordt hem dat helemaal niet in dank afgenomen. Een slavin mag immers geen vrij mens opvoeden. Dat betekent onherroepelijk een scheiding van moeder en kind. Daar wordt dan wel weer een mouw aangepast, maar gemakkelijk gaat het niet. Zo worden hoofdpersoon en lezer geleidelijk aan vertrouwd met de soms idiote en vaak kwaadaardige absurditeiten van het systeem.

Ditrich vervult verschillende functies, reist veel en gaat tenslotte duurzaam samenwonen met een dochter van Candasie, Caroline. Ze krijgen vijf zonen die in de loop der jaren allemaal vrijgekocht worden, evenals Candasie en Caroline. Tenslotte trouwen Ditrich en Caroline. Nog weer later wordt Ditrich in de gelegenheid gesteld eigenaar van een plantage te worden. Geen moment wordt hij als een held voorgesteld. We leren hem kennen als een mens met zwakheden, kortzichtige ambities en knulligheden. Ook als iemand met een geheim, want hij houdt het vaderschap van Heinrich voor iedereen verborgen. Dit blijkt een continu aanwezige donkere ondertoon in zijn toch reeds ongemakkelijke leven. Pas op zijn sterfbed realiseert hij het zich.

Slavernij

 

Ook kijken we door de ogen van Candasie en van Caroline en worden we ons bewust van hun visie op het complexe plantage-gebeuren, als slavin en later als vrije vrouw. We zien hoe ze iets van de moeizame omstandigheden proberen te maken. We maken kennis met hun illusies, teleurstellingen en blije verrassingen. De auteur roept het plantageleven dermate beeldend op dat het is alsof het de leefomgeving van de lezer is. Af en toe veroorlooft ze zich romantische zoetsappigheden, maar die blijven gelukkig binnen de perken en ondergraven de geloofwaardigheid van het verhaal niet.
Wel ontbreken er enkele perspectieven. We leren het plantageleven niet zien door de subjectieve ogen van de kwaadaardige planter, of door de ogen van slavinnen die worden belazerd en uitgebuit en evenmin door de ogen van mannelijke slaven. We worden over hen geïnformeerd, uitvoerig zelfs, maar daar blijft het bij. Echter, de lezer zal niet zoveel moeite hebben zich daarvan een voorstelling te maken.

Merkwaardig is dat er weinig aandacht is voor de rol van de kerken, die juist in de periode dat Ditrich leefde veel activiteiten op de plantages ontplooiden, met name de Evangelische Broedergemeente. De kerken worden genoemd en Ditrich en Caroline trouwen zelf in de Lutherse kerk, maar veel horen we niet hierover. Dit is dunkt mij een gemis. De rol van de kerken is van enorme betekenis geweest voor heel veel ex-slaven en voor het verdere verloop van de geschiedenis van Suriname.

 

Afgezien van deze beperkingen is het een schitterend, overtuigend en zeer informatief boek. De uitgever zou er goed aan doen bij een volgende druk (het is te hopen dat veel drukken zullen volgen) een kaart van de omgeving van Paramaribo toe te voegen zodat de lezer zich een beeld kan vormen waar de plantages die in het boek voorkomen, hebben gelegen of nog liggen. Ook verdient het aanbeveling om bij de uitvoerige lijst van gebruikte bronnen in het kort aan te geven welke bijdrage deze bronnen hebben geleverd.
[uit Amigoe-Ñapa, 28 oktober 2013]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter