blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Opera: Claron McFadden dráágt Harriet Tubman de geschiedenis in

door Michiel van Kempen

Een opera rond een van de grote zwarte vrouwenfiguren uit de Amerikaanse ontvoogdingsstrijd: Harriet Tubman. Obama wilde een bankbiljet met haar beeltenis en wie kennis neemt van de heldhaftige rol die deze vrouw gespeeld heeft in het ondermijnen van het slavernijsysteem in de Amerikaanse Zuidelijke staten, begrijpt direct waarom – al kwam het biljet er uiteindelijk (nog?) niet. Ze heeft in Europa lang niet de bekendheid van Rosa Parks, Malcolm X of Martin Luther King, een gevolg van historische onrechtvaardigheid die zoveel vrouwen is overkomen. Het is hopelijk ook een kwestie van tijd tot deze vrouw wèl de bijzondere reputatie krijgt die haar toekomt. Met de opera Harriet: Scenes in the Life of Harriet Tubman door de Mexicaans-Britse componiste Hilda Paredes is er toch weer een stap gezet om de Amerikaanse vrijheidsstrijder groot aanzien te geven.

 

Harriet Tubman rond 1868, Auburn, New York. (Benjamin F. Powelson, Wikimedia Commons)

Haar leven heeft dan ook alles in zich voor de brille en tragiek die een opera nodig heeft. Een vrouw die zich niet alleen moest ontworstelen aan een mensonterend slavernijsysteem, maar ook aan de mensen om haar heen die mentaal zo gedrild waren dat ze zelfs in vrijheid nog meenden dat het beter was terug te gaan naar de staten waar hun de onvrijheid wachtte. Een aantal elementen heeft Paredes motivisch in haar opera verwerkt: de slag die Harriet tegen haar hoofd kreeg met een zwaar metalen voorwerp dat bedoeld was voor een rebel die wegliep van de plantage. Haar gevecht met christelijke waarden en een recht-door-zee opstandigheid tegen alle onmenselijkheid die zij ontmoette. De jagende bloedhonden en het systeem van de ‘underground railway’ om mensen die naar het Noorden vluchtten onderdak te bieden. Haar eerste man die haar na haar vlucht bleek ingeruild te hebben voor een andere vrouw. Al die motieven werden in een tekst (van Lex Bohlmeijer en Mayra Santos-Febres) in een groot repetitief verhaalpatroon neergezet.

 

Componiste Hilda Paredes. Foto Michiel van Kempen

De grote zaal van het Amsterdamse Muziekgebouw aan ’t IJ was goed gevuld met een publiek van alle denkbare huidskleuren: kom daar eens om bij de gemiddelde opvoering van de Nederlandse Opera. Blijkbaar heeft een deel van dit publiek toch meer met de zwarte heldin Harriet Tubman dan met de zwoele haremmeisjes of de razende Osmin uit Mozarts Die Entführung aus dem Serail. Nu wil dit niet zeggen dat de componiste ’t gemakkelijk maakte voor het publiek. Ook al was er een tiental coproducerende instellingen gevonden om de opera mee van de grond te tillen, de productie was voor een opera tamelijk minimalistisch opgezet en nauwelijks kleiner denkbaar qua bezetting. Drie musici op het podium: een violist (Wibert Aerts), een gitarist (Nico Couck) en een rennende slagwerker met een ongelooflijk uitgebreid instrumentarium (Gaetan La Mela), en dat alles ondersteund met elektronica. In een afwisseling van maatsoorten en tempi moest dirigent Manoj Kamp maar zien om het gezelschap bijeen te houden. Slechts twee solisten droegen de razend moeilijk zangpartijen: Claron McFadden en Naomi Beeldens. Hilda Paredes haalt uit dit gezelschap alles wat erin zit, alle denkbare klankkleuren weet zij uit de combinaties van instrumenten en stemmen te halen. Veel houvast krijgt het oor niet: de gehele compositie van anderhalf uur is atonaal; van de tendens van een aantal nieuwe componisten om weer terug te keren tot de tonaliteit is bij Paredes niets te merken. Er is geen koor, er is weinig samenzang, er zitten geen echte melodieën in de opera (afgezien van een kleine reminiscentie aan enkele negro-spirituals), van ontwikkelende ritmes zoals in veel minimal music is ook al niets te bespeuren. De vraag is of deze muziek de aandacht continu zou kunnen vasthouden zonder de enscenering.

 

Claron McFadden. Foto Michiel van Kempen

Ook die enscenering was sober: slechts een handvol requisieten, zoals een sjaaltje, een hoedje en een zweep, en verder een uitgekiende licht- en videoprojectie, soms geheimzinnig het uitspansel oproepend (de poolster waarop Harriet zich oriënteert tijdens haar vlucht), soms met beelden van jagende paarden en honden van een realisme dat nogal ver af staat van de tekst- en muziekbehandeling. Veel acteursactie zat er ook niet in, en toch: het was alles bijeengenomen wel genoeg voor een diepgravende theaterbelevenis. De dragende rol van de Amerikaans-Nederlandse sopraan Claron Mc Fadden, die zich helemaal vereenzelvigde met Harriet Tubman, was voor het hele gebeuren cruciaal. In alle opzichten is haar rol bijna onmenselijk zwaar en, zoals zij in een interview vóór de voorstelling ook zelf zei, de zwaarste rol die zij ooit heeft moeten instuderen. Zij spant haar stembanden van glashoge tonen als uit de tijden van Gundula Janowitz tot een bijna grommende laagte en blijft toch altijd helder en verstaanbaar. Wat een sensatie! Dat de hele cast een bezieling uitstraalde die het hele publiek meezoog: ik zal niet zeggen dat het allemaal McFaddens verdienste is geweest, maar voor een groot deel wel, dat kan niet anders. Chapeau!

 

Meer over Harriet Tubman: klik hier voor een artikel van Stephan Sanders

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter