blog | werkgroep caraïbische letteren

door Shantie Ramlal-Jagmohansingh

De werkelijkheid bestaat niet, percepties wel. De politieke en mediawerkelijkheid wordt dan ook gekenmerkt door ‘frames’ die voor een groot deel bepalen hoe we de werkelijkheid tot ons nemen. Het integratiedebat is hierbij een goed voorbeeld. Denk aan Paul Scheffers essay ‘Het multiculturele drama’, waarmee het problematiseren van alles wat multicultureel was een ware vlucht nam. In het nieuwste boek Badal van de publicist en schrijver Anil Ramdas, zegt de hoofdpersoon hierover: “Scheffer leek zich met zijn multiculturele drama het lot van de kansarme allochtonen aan te trekken. Maar eigenlijk interesseren die allochtonen hem niet – nee, het zijn de arme oude witte mensen die last van de allochtonen krijgen, dáár maakt hij zich zorgen over!’ Dit scherpe citaat is kenmerkend voor het boek waarin uitgebreid wordt gesproken over zaken als de multiculturele samenleving, integratie, migratie, kolonialisme en imperialisme, maar dan voor de verandering eens door de ogen van een allochtone intellectueel.

 

Anil Ramdas

Anil Ramdas. Portret door Nicolaas Porter

In zijn voorgaande boek Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle, beschreef Ramdas hoe gefrustreerd hij is door het gebrek aan stimulatie van de Surinaamse bevolking vanuit wereldliteratuur, kunst en muziek. Hij beschreef een vrolijkheid die wordt ingegeven door een leegte die men niet anders weet op te vullen dan door dansen en feesten. Hoe het land uit zijn jeugd hem genadeloos in de steek had gelaten en verraden.

Op 31 maart 2011 werd zijn nieuwste boek gepresenteerd. Na jarenlang het werk van zijn twee grote voorbeelden Naipaul en Rushdie te hebben gelezen, bestudeerd en geanalyseerd, heeft ook Ramdas een roman geschreven. En ook in dit boek is teleurstelling een belangrijk thema, maar ditmaal betreft het een ander land: Nederland. Het boek gaat over de Surinaams-Hindoestaanse Harry Badal, die in Nederland bekend wordt met essays over de multiculturele samenleving. De bekendheid gaat echter over in een neerwaartse spiraal; hij belandt in een alcoholverslaving die hem nog verder wegdrijft van zijn gezin dan de overgave op zijn werk voorheen al deed. Om weer grip te krijgen op zijn leven trekt hij zich terug op Zandvoort en samen met vriendin S. kijkt hij terug op zijn carrière in de journalistiek waarin alles draaide om kastijden en het schrijven over mensen die niet je publiek zijn. Tijdens deze gesprekken wordt de lezer getrakteerd op feitjes en weetjes over de meest uiteenlopende onderwerpen; over het verschil tussen spoorlijnen in Amerika en India, over het verschil tussen Perzisch-Indiase en Westerse muziek, over de ruim drieduizend Indiase soldaten die tijdens WO2 gestationeerd waren in Zandvoort en door de Hollandse meisjes zeer aantrekkelijk werden gevonden. Maar voornamelijk lezen we over de teleurstelling in het culturele niveau van de doorsnee Nederlander.

Deze teleurstelling lijkt breder te zijn dan die van Badal alleen. Deze teleurstelling lijkt zelfs te gelden voor een hele generatie. Ramdas/Badal en zijn Hindoestaans-Nederlandse generatiegenoten migreerden in de jaren zeventig vanuit Suriname naar Nederland, met een bepaalde voorkennis in het achterhoofd. Voor de migratie kenden zij Nederlanders hoofdzakelijk als ontwikkeld en hoogopgeleid. De Nederlanders die toen in Suriname rondliepen waren vooral docenten die van alles wisten over taal, rekenen en aardrijkskunde, die verhalen konden vertellen over het negerjongetje Dandiloo. Maar toen zij eenmaal in Nederland arriveerden, kwamen de migranten tot de ontdekking dat er ook andere typen Nederlanders waren. Onder andere ook de groep die in de huidige politieke tijdsgeest steeds vaker wordt aangeduid onder de noemer ‘Henk en Ingrid’.

Dat was lange tijd alleen maar verwonderlijk. De laatste jaren is deze verwondering echter omgeslagen in teleurstelling. De teleurstelling van een generatie die dacht te migreren naar een land waar hun kinderen het beter zouden hebben, dan als ze in hun moederland waren gebleven. Een generatie die daar toch hun twijfels bij heeft als ze kijken naar de huidige tijd, waarin een essay als ‘Het multiculturele drama’ furore maakt, ‘het mislukken van de multiculturele samenleving’ opeens een veelgehoorde kreet is en de premier van het land spreekt over ‘het teruggeven van dit land aan de Nederlanders.’

De eerste generatie Surinaamse Hindoestanen hield zich voor een groot deel bezig met overleven en aanpassen in een vreemd land.

In Badal schrijft Ramdas: “Migranten ontbeerden meer dan economische of culturele kansen; ze ontbeerden hun herinneringen, de stille getuigen van hun herkomst (p.233).”

Dat was moeilijk, maar werd op de koop toe genomen, want hun kinderen zouden hier geboren worden en dus echte Nederlanders zijn. Voor hen werd alles anders. Zij zouden wel in staat zijn hun jeugdherinneringen op te slaan (dat is precies de reden waarom de hoofdpersoon in Badal een huis met ruime zolder koopt). Maar nu ziet deze eerste generatie dat ook de identiteit van hun kinderen niet automatisch en geheel wordt geaccepteerd in het land waar ze geboren en getogen zijn. De ‘Nederlandse identiteit’ wordt door de doorsnee burger en de media vaak nog steeds benaderd alsof Nederland zo mono-etnisch is als in de jaren vijftig. Door het ‘multicultureel-is-problematisch’-frame, is het feit dat de jongere allochtone generatie al vanaf hun geboorte onderdeel is van Nederland, schokkend genoeg niet eens vanzelfsprekend en dat is voor veel eerste generatie Surinamers misschien wel de grootste domper van het migratieavontuur. Het is voor hen een deceptie dat er anno 2011 jongeren zijn die niet helemaal zeker weten of de premier hen wel of niet tot ‘de Nederlanders van dit prachtige land’ rekent, omdat de wieg van hun ouders toevallig in Suriname stond. Hoe kan het dat dit hun kinderen overkomt?

Wat Badal dan ook zo interessant maakt voor zowel eerste als tweede generatie allochtonen, is om te lezen hoe een intellectuele allochtone hoofdpersoon, denkt over zaken als migratie, integratie, populisme, kolonialisme, imperialisme en de multiculturele samenleving. Over het algemeen worden deze zaken in de literatuur beschouwd door autochtonen, die dit niet volledig vanuit de andere kant kunnen bezien: namelijk hoe bepaalde uitspraken door politici of burgers of beleidsplannen aankomen als je zelf een migrant of allochtoon bent. Of hoe het voelt als je beter presteert dan ‘Henk en Ingrid’, die je desondanks de maat nemen. Eigenlijk is Badal een essayistische roman geworden waarin de afgelopen twee decennia worden beschouwd door de ogen van degene die normaal wordt aangeduid als ‘de ander’. En dat is precies wat dit boek zo interessant maakt.

[Dit artikel verscheen eerder in OHM Magazine]

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter