blog | werkgroep caraïbische letteren

Onverwerkt verleden in het theater

door Quito Nicolaas

Afgelopen april verscheen de lang verwachte verzameling theaterteksten die een nieuwe golfbeweging op gang bracht. Het boek Tien Jaar Onverwerkt verleden geeft een overzicht van de theatervoorstellingen die van Stichting Jules Leeft (SJL) in Nederland, Aruba, Curaçao en Suriname te zien waren. Een ontwikkeling die jaren geleden in de VS en London werd gestart en als een gewone praktijk werd ervaren in het uitgangsleven of culturele beleving in de metropool. In Nederland schijnt men heel voorzichtig te zijn met ‘black-theatre’ of met theatervoorstellingen die een historische gebeurtenis op de bühne brengen. Een wezenlijke toevoeging aan het doorgaans witte theater-seizoen dat in stand wordt gehouden door de elkaar rivaliserende kunstpausen in de Randstad.Onverwerkt verledenfoto 1 (1)

Theater vanuit een ander perspectief
In geheel Europa, met uitzondering van Groot-Britannië, is men opgegroeid en bekend met toneelgezelschappen die de eigen dagelijkse besognes in kaart brengen. Ondanks dat de eerste Antilliaanse rijksgenoten uit de West vanaf het begin van de 20e eeuw zich in Nederland hadden gevestigd, heeft het vrij lang geduurd voordat het theatergebeuren op gang kwam. Zowel op Curaçao als in Suriname is men in de jaren ’70 begonnen met een nieuwe vorm van theater; het z.g. politieke theater. Na de omwenteling eind jaren ’60 werd op Curaçao het publiek met theaterstukken als Tula (1971), Tochi (1972) en Konsenshi di un pueblo (bewustzijn van een volk, 1973), een spiegel voorgehouden.

Iris

Suriname kan buigen op het bestaan van toneelgenootschap Thalia dat meer dan 177 jaar telt en niet alleen humoristische en triviale toneelstukken opvoert, over een veel langere traditie. Het was na de stakingsgolf in 1969 tegen de regering-Pengel, dat schrijver Thea Doelwijt zich toelegde op het schrijven van toneelstukken, musicals en cabaretteksten. Aan de vooravond van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 en tijdens de laatste onderhandelingsrondes met minister Jan Pronk, schreef Doelwijt het theaterstuk Land te koop (1973), waarin ze fel van leer trok tegen de bereikte onderhandelingsresultaten. Doelwijt stond een Suriname voor ogen, waarin de Surinaamse burger zelfbewust is van zijn nationaliteit, het Surinamerschap en de rijkdom van het land die de Surinamer ten goede kwam. De in koloniale tijden ingevoerde etnische scheidslijnen moesten opgeheven worden, zodat o.a. de Creool, Hindoestaan, Javaan en Chinees samen en naast elkaar konden leven. Het individu moest in alle vrijheid zonder enige koloniale repressie of knellende tradities zich kunnen ontplooien. Na de militaire coup in 1980 en de decembermoorden(1982), vormde deze gebeurtenissen aanleiding voor een nieuw theaterstuk Iris (1987), waarin Doelwijt zich verzette tegen het fenomeen militarisme in Suriname.

John Leerdam selfie

John Leerdam

Op dat moment (1982) reisde John Leerdam vanuit Curaçao naar Nederland om de opleiding theaterregie en dramadocent aan de Theaterschool in Amsterdam te volgen. Kennelijk onder de indruk van de theaterstukken van Pacheco Domacassé en Diana Lebacs begin jaren ’70 over de heersende maatschappelijke problemen en aangespoord door de theaterproducties van Thea Doelwijt, besloot Leerdam zijn carrière in de wereld van theater te vervolgen. Direct na zijn studie vloog Leerdam naar New York om gedurende 1986 en 1987 nieuwe inzichten te verwerven en enig afstand te nemen van het Europese theaterleven. Later van 1991 tot 1996 verbleef John Leerdam opnieuw in The Big Apple, waar hij een opleiding volgde op het gebied van filmregie en productie.
Vanaf dat moment rees zijn ster en zelf vond hij zich helemaal klaar voor om de Nederlandse theaterwereld te veroveren. Voor korte tijd (1996-1999) was John Leerdam als directeur en artistiek leider betrokken bij het Cosmic Theater in Amsterdam, dat door het duo Felix de Rooy en Norman de Palm in 1983 werd opgericht. Deze episode leverde hem geen belemmering op voor zijn artistieke ideeën en producties tijdens zijn Cosmic-periode. Na een uitstapje in de politiek keerde John Leerdam terug in de theaterwereld, vastberaden als nooit eerder om het postkoloniale verleden van het Koninkrijk der Nederlanden in theatervorm te bewerken. Menigeen heeft in het geschiedenisonderwijs dit niet meegekregen en de tot nu toe verschenen literatuur hierover, werd eenzijdig belicht. Hiermee werd tevens een hiaat in het bewustzijn van de Antilliaan, Surinamer, Molukker en Nederlander opgevuld en vertolkt de door Leerdam opgerichte Stichting Julius Leeft een katalyserende rol in het maatschappelijke debat en voor de andere migranten groeperingen.

 

Pos

Hugo Pos. Foto © Rudy Tjoe Ny

Het gedeelde verleden
De in 2006 opgerichte Stichting Julius Leeft kwam met een eerste voorstelling De tranen van Den Uyl (2005) op tekst van Hugo Pos, over de decembermoorden in Suriname. Op basis van de overweldigende reacties meteen besloot om met dit project langs eenzelfde politiek-historische lijn voort te zetten. De formule is vrij simpel: de gebeurtenissen, verhalen worden bewerkt tot een theatrale reading en voor elke voorstelling worden bekende gezichten uit de commerciee, media, politiek en de culturele sector uitgenodigd om samen met professionele acteurs op te treden. Het verhaal wordt dusdanig aan elkaar verweven dat men de boodschap op een aanvaardbare en verteerbare manier consumeert. En dat is tevens de kracht van Leerdam dat hij verdomd goed weet hoe een complex onderwerp gethematiseerd moet worden, zonder te vervallen in simplificatie van de realiteit. De voorstellingen bieden de bezoekers meestal de mogelijkheid om vanuit een ander perspectief over bepaalde gebeurtenissen te reflecteren en een uitlaatklep om met anderen te praten. Een theatrale reading gaat altijd gepaard met zang van o.a. Manoushka Zeegelaar Breeveld en Izaline Calister, die over gouden stemmen beschikken, met muziek en dans die je huid prikkelt. Het is met dit muzikaal theater – voor Nederlandse normen vormde dit een nieuwe traditie – dat men probeert de relatie van Nederland met haar Caribische rijksdelen nader te belichten. Aan de ene kant is het een waar festijn, waarbij iedereen meezingt en in zijn stoel placht te bewegen, van de andere kant kent het ook een serieus karakter. Na afloop heeft de bezoeker op een luchtige manier kennis gemaakt met een stukje geschiedenis die onbeschreven is of waarover liever niet wordt gesproken.

 

Onverwerkt verledenfoto 1 (3)

Uit het boek Onverwerkt verleden

De voorstellingen
Globaal genomen is gekozen voor thema’s die de betrekkingen tussen de landen in het Koninkrijk belichten. Het gaat om muziektheater met een minimum aantal rekwisieten en attributen dat – vanwege een overmaat aan muziek en zang – soms neigt naar een musical, maar dankzij de gevoerde monologen en dialogen in evenwicht blijft. Daar het om een reading gaat en de acteurs de tekst van papier kunnen voorlezen, is er weinig sprake van spel, mimiek, gebaren, bewegingen op de planken, met uitzondering van een enkele opvoering als Claus (2009) en Juliana (2015), waarbij het acteren van Thom Hoffman en Paulette Smit veel lof ontving. Daarnaast is goed gebruik gemaakt van het literaire genre en zijn bestsellers als Dubbelspel/Changá (2007) van Frank Martinus Arion, Hoe duur was de suiker (2012) van Cynthia McLeod en Geniale anarchie (2013) van Boeli van Leeuwen, die werden bewerkt tot een theaterstuk. Dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is, blijkt uit de aanvaring met auteur Arion (1936-2015) over de opvoering van Changá. Aanvankelijk leek het veel op een pr-stunt om het publiek warm te krijgen, maar pas nadat de rechter in Willemstad beide partijen had aangemaand om tot een buitengerechtelijke oplossing te komen, hechtte ik enig geloof aan de controverse tussen regisseur en auteur.

Paulette Smit

Paulette Smit

Dat de grenzen niet ophouden te bestaan bij de ABC-eilanden, bewees SJL met de bewerkingen van Geblinddoekte verhalen (2007) en Kain Pikul (2007), over de Molukse treinkaping. Rocky Tuhuteru vertolkte een gastrol, door zijn lichaamshouding en stem maakte hij veel emoties in de zaal los. De situatie in Zuid-Afrika inspireerde Stichting Julius Leeft om Amandla (2009) en later via een terugblik Tikkop (2015), een bewerking van de roman van Adriaan van Dis, op de bühne te brengen. Leerdam had als regisseur het maximale aan acteerprestatie uit zowel Kenneth Herdigein, Arthur Kibbelaar in Amandla en Raymi Sambo in Tikkop weten te halen. Echter alleen de verschijning van een Felix Burleson, die een lange staat van dienst heeft en bekend om zijn acteerspel, als de oudere Mandela overtrof alles en liet het publiek verlamd achter.

felix burleson gerda havertong amandla

Felix Burleson met Gerda Havertong in Amandla. Foto © Jean van Lingen

Diversiteit
Dankzij het initiatief en de toewijding van het gehele team van Stichting Julius Leeft, kunnen we genieten van een theaterbezoek met thema’s, acteurs, decor, muziek, zang waarmee velen van ons zich identificeren.In het bijzonder dient de naam van Paulette Smit genoemd te worden die samen met Manoushka Zeegelaar Breeveld en vele anderen, verantwoordelijk is voor de meeste teksten. Als teksschrijver weet Paulette de grenzen op te zoeken en bij het publiek een gevoelige snaar te raken. De tekstbijdragen aan Geniale Anarchie en de tekstbewerkingen van o.a. Tikkop, staan op naam van dit duo dat de bezoeker weet te charmeren met zijn schrijfkunst en kijk op de geschiedenis. In dit verband gaat het in een veranderende maatschappij erom dat ons verleden niet beperkt blijft tot onderwerp van gesprek en zich eerder leent als fundament voor artistieke uitingen in de toekomst. De meeste toneelgroepen en theatergezelschappen kampen tegenwoordig met financiële problemen en kunnen gekoesterde projecten niet ten uitvoer brengen. Enerzijds zijn de bezuinigingen in de culturele sector rampzalig, maar begrijpelijk daar er teveel van hetzelfde is voor een gelijksoortige doelgroep. Anderzijds zijn het de migrantengroepen die een ander stemgeluid laten horen, vernieuwende concepten aandragen en een nieuw publiek binnenhalen, terwijl ze jarenlang van subsidie verstoken bleven. Zelf heb ik altijd geopperd dat je als land, individu of organisatie nooit je hand moet opsteken voor een limosna (een aalmoes), maar soms kun je niet anders doen dan een subsidie aanvragen om het niveau en de kwaliteit van het aangebodene te garanderen. Het is nu tijd dat het witte publiek kennis maakt met andere vormen van theater, talentvolle acteurs die meestal een bijrolletje krijgen en de veelkleurigheid die Nederland in deze sector te bieden heeft. Overwegende dat niet-westerse theatergezelschappen een verbindende factor kunnen zijn, dienen subsidiënten een genereus gebaar maken.

kain pikul jean_van_lingen_120b

De cast van Kain Pikul. Foto © Jean van Lingen

Media
Zoals te verwachten zijn de media niet altijd even lovend over de prestaties van SJL en doet de vraag zich voor of men moeite heeft om zich in het verleden te verplaatsen. Meestal zijn de reacties nogal lauwtjes, zonder een kritische beschouwing of nadere motivering. Dit is geen uitzondering, ook op andere deelterreinen van kunst, zoals de literatuur, komt dit voor. Het is alsof nog steeds veel onbegrip bestaat voor de wijze waarop Nieuwe Nederlanders hun artistieke creaties vorm geven en aan het publiek brengen. Zoals het Parool over het theaterstuk Kain Pikul schreef: ,, …was het met deze multiculturele cast …, niet juist interessant geweest om te bedenken wat er zou zijn gebeurd als de Molukse Republiek er wèl was gekomen en het utopische ideaal – zoals in Suriname en op de Antillen in praktijk zou moeten worden gebracht?” Hiermee gaat de recensent aan het feit voorbij dat het aangehaalde voorbeeld een politieke kwestie is en theater bedoeld is om deze aangelegenheden door middel van handelingen van personages over te brengen en niet sturend op te treden met een bepaalde ideologie of politieke agenda. Leerdam is in deze als theaterschrijver en regisseur eerder een pragmaticus, een bruggenbouwer die de culturen verbindt dan een idealist met een eenzijdige opvatting. In dit verband is het handig dat alle theaterteksten in het fraai geillustreerde boek 10 jaar Onverwerkt verleden zijn opgenomen en een wezenlijke bijdrage levert aan de migrantenliteratuur.

 

 

Claus_foto jean van lingen_1440x849

Scène uit “Claus”. Foto © Jean van Lingen

Hoe verder?
De eenmalige of hooguit een tweede opvoering van een theaterstuk in de maand december, zou beter vroeger, gelijk met de Uitmarkt, het begin van het theaterseizoen, opgevoerd kunnen worden. Men moet zich niet moeten beperken tot een eenmalig optreden in Amsterdam, maar dit eveneens in Den Haag en Rotterdam op het toneel brengen en hiervoor is een landelijke subsidie nodig. Jaarlijks kunnen er honderden extra bezoekers die achter het net vissen, omdat ze geen kaartje konden bemachtigen, blij worden gemaakt met een theaterproductie van SJL. Een theatergezelschap als dat van SJL kan grootse projecten aanpakken, indien men over een meerjarige subsidie beschikt om producties op een langere termijn in te plannen. Theater hoeft geen elitair gebeuren te zijn en juist die doelstelling heeft SJL voor ogen en probeert deze middels laagdrempelige readings te bereiken. De creaties van Leerdam zijn bedoeld om de verbinding te maken tussen de verschillende nationaliteiten in dit land en die nader tot elkaar brengen. En in deze missie is Stichting Julius Leeft zeer geslaagd. De vraag is nu of men een nieuwe koers uitzet naar meer hedendaagse thema’s in de wereld, op de Caribische eilanden en in Nederland.

Titel: Tien jaar Onverwerkt verleden
ISBN: 9789460224058
Taal: Nederlands
Bindwijze: Hardback
Pagina’s: 258
Verschenen: 2016
Prijs: € 19.50

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter