blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

President geniet ‘ongeschreven’ onschendbaarheid

door Milton Hubbard

Paramaribo – Het zal volgens staatsrechtsgeleerde Sam Polanen niet zo makkelijk zijn om president Desi Bouterse op te sluiten. Ook al zou de Krijgsraad überhaupt tot een veroordeling komen in het Decembermoordenproces, waarbij gevangenneming van Bouterse wordt gelast, zou de president niet zonder meer kunnen worden opgesloten. Behalve dat de president internationaal onschendbaar is, bestaat er volgens Polanen ook een ongeschreven regel dat zaken van staatshoofden, die verdacht worden van een strafbaar feit, op een andere manier worden afgehandeld.

 

Hij zegt dat er in andere democratische landen eerst een onderzoek wordt verricht via het parlement. Deze immuniteit verliest het staatshoofd echter op het moment dat hij aftreedt. “Anders zou je een staatshoofd voor ieder wissewasje kunnen opsluiten. En dan krijg je de raarste dingen.” Polanen onderstreept dat hierdoor niet alleen de persoon geschaad wordt, maar ook het ambt. De staatsrechtsgeleerde vindt dat deze regel allang in de Grondwet had moeten worden opgenomen om het ambt adequaat te beschermen.

Hij zegt dat er tijdens de discussie in verband met de wijzigingsvoorstellen van de Grondwet voorstellen zijn gedaan om een dergelijke regel in te voeren. Hij wil niet ingaan op de vraag, waarom dit tenslotte niet is meegenomen. Polanen vertaalt de recente uitspraak van de Krijgsraad, om de Amnestiewet niet te betrekken in het proces, overigens als een situatie, waarbij de rechter op de stoel is gaan zitten van het Constitutioneel Hof. De belangrijke rechtsvraag die volgens hem hieruit voortvloeit, is of de rechter deze bevoegdheid toekomt.

Parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons: “Wetten kunnen niet opzij worden gezet door wie dan ook”. Zij onderstreept dat zowel het volk, het parlement, de regering, als de rechterlijke macht, aan de wetten van het land onderworpen zijn, en zich dan ook eraan moeten houden. “Ik ga ervan uit dat we de rechtsstaat in stand willen houden. Dat betekent de wetten eerbiedigen, zonder uitzondering en onafhankelijk van je opvattingen over enige specifieke wet.” De politica ontweek vragen van de redactie of het parlement op een andere manier zal proberen om een veroordeling van de verdachten van de Decembermoorden te voorkomen.

[uit de Ware Tijd, 13/06/2016]

 

Een lesje staatsrecht voor mr. Polanen

door Mr. Hugo A.M. Essed

INGEZONDEN – In uw krant van 13 juni jongstleden is onder de kop “President geniet ‘ongeschreven’ onschendbaarheid”, een artikel opgenomen waarin de heer mr. Sam Polanen aan het woord is. Dit naar aanleiding van het vonnis van 9 juni 2016 van de Krijgsraad in de 8 decembermoorden strafprocessen.

In bedoeld artikel doet mr. Polanen naar mijn bescheiden oordeel hoogst bedenkelijke uitspraken, aannemende dat uw krant hem correct heeft verwoord. Omdat het in dit geval een docent staatsrecht van onze Universiteit betreft, is het begrijpelijk dat uw krant in haar redactioneel commentaar van 14 juni jl. getiteld ‘Waarheid over rechtsstaat?’, de stelling en het vraagpunt van mr. Polanen als ‘voer voor juristen’ kwalificeert.

Uw krant voegt ook een vraag toe, die velen ook bezig houdt, namelijk: ‘Wat er zal gebeuren als het parlement en de regering, nog voor de Krijgsraad zijn einduitspraak doet, het Constitutioneel Hof in elkaar timmeren en die administratieve instantie alsnog oordeelt dat de Amnestiewet 2012 “wel verbindend” is?
Toetsing van de wet aan de Grondwet

De vraag die Polanen zich stelt is of de Krijgsraad niet op de stoel van het Constitutioneel Hof is gaan zitten door de toepassing van de Amnestiewet 2012 in de 8 Decembermoorden-strafprocessen ongeoorloofd te achten en daarmee buiten toepassing te laten.

Om die vraag voor mr. Polanen te beantwoorden zij het mij vergund een lesje staatsrecht te geven. Ik verwijs daarvoor naar het bij dit artikel gevoegd, door mij vervaardigd schema, waarin het Surinaams grondwettelijk systeem van toetsing van de wet geheel volledig is weergegeven. Andere toetsingsmogelijkheden dan in het schema verwerkt kent de Surinaamse Grondwet niet. Zonder verdere toelichting verwijs ik mr. Polanen naar dit schema en voeg voor de lezer de tekst van artikel 137 van de Grondwet hierbij: “Voor zover de rechter in een concreet aan hem voorgelegd geval toepassing van een bepaling van een wet strijdig oordeelt met een of meer der in Hoofdstuk V genoemde grondrechten, verklaart hij die toepassing voor dat geval ongeoorloofd.”

Moge het duidelijk zijn dat de Krijgsraad niet op de stoel van het Constitutioneel Hof is gaan zitten

Immers, heeft de Krijgsraad zich in het geheel niet beroepen op artikel 144 van de Grondwet. De Krijgsraad heeft de Amnestiewet 2012 ook niet geacht “onverbindend”, lees zonder rechtskracht, te zijn. Moge het echter vooral duidelijk zijn dat de Krijgsraad geheel bevoegd de grondwettelijke opdracht als vervat in artikel 137 van de Grondwet heeft uitgevoerd, omdat de Krijgsraad de toepassing van de Amnestiewet 2012 in de 8 Decembermoorden-strafprocessen, ongeoorloofd acht.

De Krijgsraad heeft daartoe gemotiveerd dat de Amnestiewet 2012 in strijd is met het in artikel 10 van onze Grondwet verankerde grondrecht, namelijk het recht van zowel verdachten als benadeelden op een eerlijke en openbare behandeling binnen redelijke termijn door een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Al het overige door de Krijgsraad overwogene kan hier verder buiten beschouwing blijven, omdat met hier voren genoemde deze overwegingen de Krijgsraad zich op de enige juist grond heeft gebaseerd om zijn grondwettelijke opdracht als vervat in artikel 137 van de Grondwet uit te voeren.

Deze opdracht is het toetsen van wetten op eventuele strijdigheid met de grondrechten uit hoofdstuk V van de Grondwet. De Krijgsraad heeft mijns inziens de staatsrechtelijk juiste en meest veilige weg gekozen. Van bevoegdheidsoverschrijding of zitten op de stoel van het Constitutioneel Hof is in het geheel geen sprake. Van een staatsrechtgeleerde als mr. Polanen had ik verwacht dat hij als één van de eersten dit zou hebben begrepen en verdedigd.
Staatsrechtelijke fabel

Mr. Polanen poneert in het artikel ook de stelling dat er “een regel van ongeschreven recht” zou bestaan dat strafprocessen tegen staatshoofden en dus ook die van de Republiek Suriname, die verdacht worden van een strafbaar feit, “op een andere manier worden afgehandeld”.

Deze stelling kan voorwat de Surinaamse rechtsorde betreft naar het rijk der staatsrechtelijke fabelen worden verwezen. De Surinaamse rechtsorde kent deze ongeschreven regel, lees gewoonterecht niet. Immers, een ongeschreven regel, lees gewoonterecht, kan slechts dan bestaan wanneer eerst een gewoonte bestaat. Wel nu, sinds 1975 is nog nooit een persoon die de hoedanigheid had van staatshoofd van Suriname, door het Surinaamse Openbaar Ministerie als verdachte van een strafbaar feit vervolgt, met uitzondering natuurlijk van het huidig staatshoofd.

Maar dat betekent dus dat die ongeschreven regel überhaupt nog niet kan hebben bestaan. Dat in Suriname een dergelijke ongeschreven regel, of te wel gewoonterecht zou bestaan, is Staatsrechtelijk dus pertinent onjuist. Het heeft er alles van dat deze staatsrechtelijke fabel slechts een wens van mr. Polanen is. Daarover laat hij gelukkig geen twijfel bestaan want hij spreekt onomwonden de wenselijkheid uit dat in Suriname, te beginnen met het huidig staatshoofd, anders dan normaal wordt gehandeld wanneer het staatshoofd de commune strafwet overtreedt.
Verzuurde mosterd

Dan tot slot de vraag die uw geachte redactie stelde, namelijk wat als het Constitutioneel Hof alsnog, vóór een uitspraak van de Krijgsraad de Amnestiewet 2012 “wel verbindend” acht en die wet haar rechtskracht ook dan behoudt. Daarover kan ik gelukkig kort zijn. Dat zal verzuurde mosterd na de maaltijd zijn en de daarvoor in aanmerking komende 8 december moordverdachten dus niet echt smaken. Immers ook al zou de administratieve instantie die het Constitutioneel Hof volgens de Grondwet is, de Amnestiewet 2012 wel verbindend achten, dan nog laat dat onverlet het al uitgesproken oordeel van de Krijgsraad dat hij de toepassing van die “wel verbindende” Amnestiewet 2012, in de 8 decembermoorden strafprocessen buiten toepassing laat.

Staatsrechtelijk staat daarom de weg geheel open om op een rechtstatelijke wijze de 8 december moordverdachten verder te berechten volgens de wetten en het recht van de Republiek Suriname. Het is te hopen dat staatsrechtgeleerden als mr. Polanen zich daarvoor sterk maken en niet zullen buigen voor voorspelbare intimidatie. Sterker nog, hun stem zullen laten horen indien die intimidatie zich richt tegen personen en instanties die met de grondwettelijke taak van bescherming en handhaving van wet en recht in Suriname zijn belast.

[uit de Ware Tijd, 16/06/2016]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter