blog | werkgroep caraïbische letteren

Ons eigen leesboek: loes en mama

door Indra Hu

Prachtig! Superblij als ik lees dat loes en mama een herdruk heeft. ‘Een eenmalige limited edition, hoor’, zegt de vrouw aan de andere kant van de telefoonlijn, als ik vraag of er genoeg is, want ik had niet zo gauw de tijd om het meteen aan te schaffen. Hmm, ik fluit wel even als ik de prijs hoor van de tiendelige verzameling in een stevige cassette. Wel even knipperen, maar ik wil het zo graag dat ik het toch ben gaan kopen. Voor mij van onschatbare waarde.

Ons eigen leesboek3

Mijn vader had alle delen van loes en mama, van Wij en de wereld en van Lien en Wim voor ons aangeschaft. Ongeveer 27 jaar geleden hebben wij een vreselijke uduloso-plaag in ons huis gehad en de kast met de boeken (netjes bewaard) werd als eerste aangevreten! Met veel pijn in ons hart hebben wij toen alle boeken moeten wegdoen. Niet meer bruikbaar! Maar nu, ja nu, is mijn stille wens verhoord. Vaco heeft recent Wij en de Wereld en nu loes en mama heruitgegeven. Alle delen netjes bij elkaar. Toen ik de kleur van het boek zag, kwamen er weer zoveel memories terug. Ik weet nog dat mijn oudere zussen en broer loes en mama lazen. Ik was nog niet op de leerschool en iedereen was zuinig op boeken, want ze waren of van de school of mijn papa had ze duur aangeschaft, dus ‘wees voorzichtig!’

kind

 

Ik wilde natuurlijk ook graag lezen en nam ze stilletjes mee naar mijn kamer en las zo goed en kwaad ik kon de verhaaltjes voor aan mijn zusjes. Dat vond ik het leukst: voorlezen en vertellen. Ik heb nu loes en mama, deel 1 open geslagen en ik viel bijna van mijn stoel! Ik las en las en bleef maar lezen. Iets begon mij te dagen: ik heb deze boeken na tig jaren weer in mijn handen en ongeveer 8 jaar terug heb ik een boek uitgegeven: Ik lees, ik lees al deel 1, en ik zie zoveel herkenbare zinnen! Dus alles ligt ergens in de computer van mijn bovenkamer opgeslagen? Al die jaren heb ik de verhalen in dit boek onthouden? Het kan niet anders dan dat ik vreselijk erdoor was geboeid en er veel van heb genoten. Ja! Loes en mama en de aap en de poes. Verhalen die weer in mijn geheugen naar boven komen. En wat ik ook zie is, dat in de woordpakketten van onze eerste klassen deze woorden ook voorkomen. Dezelfde en natuurlijk veel meer. Enkele voorbeelden van woorden in deel 1 van loes en mama, die ook in onze woordpakketten van de eerste klas nu voorkomen: mama, papa, poes, aap, hok, huis, muis, gat. Kan niet anders, we zijn nu 61 jaar verder, want deze serie is uitgegeven in 1953, maar de basis is toen gelegd, geloof ik.

Ons eigen leesboek2

Ik ben geen onderwijsdeskundige, ik begeef mij dus ook niet op hun terrein, maar deze verhalen zou ik zo graag weer in de klassen willen zien. Onze jeugdigen zouden een stukje van de geschiedenis op een zeer prettige manier leren kennen. En ook in deze boeken is er rekening gehouden met de moeilijkheidsgraad. In ons land van nu zijn er zoveel leerlingen, van allerlei afkomst en die praten ook niet allemaal onze voertaal thuis. Voor hen is het zeer moeilijk om de Nederlandse taal goed te leren en te begrijpen. Ik was ook een kind dat tweetalig was. Thuis spraken wij veel Hindostaans, maar deze boeken en leuk geschreven verhalen en tekeningen maakten dat leren over het algemeen een plezier was, en willen leren lezen en schrijven in het Nederlands, onze voertaal, een uitdaging. Ik geloof dat men meer moet gaan onderzoeken op welke (makkelijke) wijze wij onze jeugd van nu op een prettige manier kunnen uitdagen, om datgene wat onbekend en onbemind is, om te zetten naar ‘onbekend en willen beminnen’.
Ik citeer het laatste gedeelte uit het voorbericht in deel 1: ‘Wij hebben met deze boekjes de globaalmethode, die voor het begin van het lezen-leren psychologisch de enig juiste is, practisch en eenvoudig willen toepassen. Experimenten in verschillende scholen geven ons hoop, dat deze vernieuwing van ons leesonderwijs niet alleen dat onderwijs prettiger en vruchtbaarder zullen doen zijn, maar ook de leeslust van de komende generatie zal doen toenemen en de liefde voor eigen land en volk zal bevorderen.’ Ik ben het volkomen eens met wat de schrijver hoopt. Als ik naar de verouderde boeken van onze leerlingen anno 2014 kijk… zulke oude en ‘lelijke’ boeken, boeken die ik heb gebruikt, door duizenden handen gegaan, niet eens goed meer te lezen soms, zucht… verwacht men dan dat ik heel graag zou willen lezen of leren eruit, als ik een jongere ben? Nee, absoluut niet, het stimuleert geenszins! Behalve als je een fanatieke lezer bent – maar jammer, die liggen niet voor het oprapen – zou je de leerlingen op een andere manier moeten interesseren voor onze boeken. Ik hoop dat mijn droom een keertje werkelijkheid wordt en dat het onderwijs als prioriteit nummer 1 op de overheid haar agenda komt. En dat men eerst een gedegen onderzoek doet, voordat men veranderingen aanbrengt in het onderwijs, immers: niet elke verandering is per se goed of juist.

Ons eigen leesboek

Ik was op de basisschool toen ik loes en mama las. Alle delen hebben een eigen titel, een eigen thema: deel 1 heet: ‘het boek van loes’; deel 2: ‘het boek van loes en ram’; deel 2a: loes haalt rijst’; deel 2b: ‘loes en ram gaan naar school’; deel 3: ‘het boek van loes en ronald’; deel 4: ‘het boek van tom, de hond’; deel 5: ‘Het boek van oude Nanie’; deel 6: ‘Het boek van de nieuwe jongen’; deel 7: ‘Het boek van de verjaardag’ en deel 8: ‘Het boek van de vacantie’.
De schrijver Anne de Vries heeft bewust voor de titels en thema’s gekozen. Hij heeft goed om zich heen gekeken en de thuissituaties vooral goed tot zich genomen. Wil je kinderen een andere taal aanleren, begin dan met de thuisomgeving; dat onthouden ze het beste, denk ik. In alle delen heeft de schrijver de dagelijkse dingen uit het leven beschreven. Heel simpel. Bijvoorbeeld in deel 2 de situatie van een huis op boiti. Kinderen speelden heel vaak op het erf onder een manja-boom, met een hond erbij. Mama, papa en ooms die samen het werk deden. Op pagina 12: ‘is er ook een boom? ja, er is een boom. een manja-boom.’ In deel 8 over de vakantie. Na hard werken op school gaan de kinderen, Loes en Ronald, over. Zij worden uitgenodigd om naar Commewijne bij hun oom en tante te gaan. Ronald en Loes schrijven allebei een brief aan hun oom en tante. Op pagina 15: ‘En dit is de brief van Ronald: Lieve oom Frits en tante Vera. Hartelijk dank voor Uw brief. Loes en ik zijn beiden over. Daarom vinden vader en moeder het goed, dat wij uitgaan. Wij hopen Woensdag te komen met de boot, die om zeven uur van de stad vertrekt. Moeder brengt ons, maar zij moet dezelfde dag terug.’ Dit vind ik zo ontzettend lief, omdat je nu nauwelijks jonge tieners hebt die brieven schrijven voor mama’s en papa’s, laat staan voor ooms en tantes. E-mails, whatsappen, sms’en, pingen, facebooken, instagram en noem maar op; moderne technologie te over en natuurlijk sneller en ook misschien goedkoper, maar hebt u er wel eens bij stilgestaan dat een met de hand geschreven brief hartverwarmend is en dat het de relatie alleen maar goed doet? Haha, ik ben serieus van de ‘toen’!

Anne de Vries (1904-1964) was een Hollandse schrijver van kinderboeken, onder andere ‘Bartje’, dat razend populair was en in vele talen vertaald. Ook in Nederland schreef hij schoolboeken. Hij verbleef een jaar in Suriname waar hij in opdracht van de regering de taalmethodes schreef. Over de illustraties kom ik niet uitgesproken. Die zijn gewoonweg in één woord fantastisch. Je ziet de beelden van vroeger. Van nog eerder dan ik geboren was. De illustrator Corrie van de Baan heeft alle 10 delen geïllustreerd. Simpel en veelzeggend. De dieren, de stad, de omgeving thuis; je waant je tussen de tekeningen. En echt, Anne de Vries is geweldig. De verhalen zijn zo levendig geschreven dat het lijkt of jij het zelf meemaakt. Nu ik deze boeken weer lees, kan ik me bijna alle verhalen herinneren. Hoe het eindigt, maar het blijft leuk ze weer te lezen. Bijvoorbeeld in deel 5: ‘De barst in de schaal’. Ik wist dus wat er zou gebeuren. Het verhaal gaat over de twee krab-zussen, Kriebel en Krabbel. Kriebel gaat naar de rivier om te baden. Daar ziet zij een vrouw, een oude vrouw net als nani (in voorgaande verhalen is zij aan bod gekomen. Nani of oma in het Hindostaans.) De oude vrouw is in feite een toverfee en nadat Kriebel haar had geholpen met hetgeen zij wenste, veranderde de fee haar in een prachtige vogel. Krabbel, de zus van Kriebel, wilde net zo een mooie vogel worden als haar zus en na aandringen zei haar zus dat ze naar de rivier moest. Daar ziet ook Krabbel de oude vrouw, maar zij was niet zo behulpzaam als haar zus. Ze gaf de oude vrouw een grote mond. Die werd zo boos om haar lelijk gedrag, dat zij met een stok op de schaal van Krabbel sloeg, ‘krak’… een barst in Krabbels schaal. En als je goed kijkt naar alle krabben nu, dan hebben die een barst in hun schaal. Moraal van het verhaal: wees altijd respect- en liefdevol en wees behulpzaam voor je medemens. Het is duidelijk een sprookje, dat is ook aangegeven, maar grappig, vroeger geloofde ik het ook nog en wilde wel wedden dat het een feit was!
‘Loes en mama’, een bundel om u tegen te zeggen. Boeken, waar velen van ons mee zijn grootgebracht. Mooie en waardevolle herinneringen aan de tijd toen wij op de basisschool zaten. Ik geniet ervan en als u ook terug wilt naar de prettige tijd toen, aarzel niet en schaf dit aan. Voor onze jeugd zeker ook een aanrader en de moeite waard. En hahaha, hopelijk ben ik een ‘fortune teller’ en is de eerstvolgende bundel: ‘Lien en Wim’. Een goed uiteinde en een gelukkig en succesvol 2015.

Anne de Vries: ons eigen leesboek, tiendelig in verzamelcassette. Heruitgave. Paramaribo: Vaco n.v., 2014. ISBN 978-99914-0-101-0

Saramaccabrug

De baileybrug in het Garnizoenspad (verbindingsweg Paramaribo-Nickerie) brengt reizigers over de Saramaccarivier het district Saramacca binnen

Ervaringen van een oud-onderwijzeres

door Annie Jangbahadoer-Dewnarain

De taalmethode loes en mama voor het basisonderwijs was een kindvriendelijke methode. Hiermee bedoel ik dat mijn leerlingen zich konden herkennen en inleven in deze methode. Ik heb langer dan vijfendertig jaar les gegeven op twee openbare lagere scholen in Saramacca. De scholen lagen in een overwegend agrarisch gebied. Bepaalde lessen sloten mooi aan bij de belevingswereld van de leerlingen. Bijvoorbeeld de les over de busrit vanuit Saramacca naar Paramaribo. De bus stopte ergens aan de Maagdenstraat. De tekeningen waren zo mooi dat de leerlingen graag in hun taalboek bladerden. Zo kan ik me nog herinneren dat deel vijf (‘Het boek van de oude Nanie’) populair was bij de kleintjes. Al met al, de leesmethode ‘Loes en mama’ heeft zeker haar nut bewezen. Op een prettige manier leerden de kinderen de Nederlandse taal.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter