blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Nieuw leven voor vergeten composities

door Otti Thomas

Otrobanda was in de eerste helft van de vorige eeuw net zo levendig als nu. Die bevestiging komt niet uit een geschiedenisboek, een expositie met sepia foto’s of een herinnering van een familielid, maar van de wals Otrobanda, geschreven door Albert T. Palm. Met de compositie vol variatie en tempowisselingen, lijkt hij te vertellen over het dagelijks leven in de stadswijk: kinderen die kattenkwaad uithalen, mensen die iets drinken tijdens een verhitte discussie of iemand die gewoon rustig geniet van de middagzon. Gebeurtenissen die geen verband met elkaar houden, buiten het feit dat ze allemaal in Otrobanda plaatsvinden. De compositie eindigt bijna plechtig, als de laatste akkoorden van een volkslied voor een volkswijk.

Jan Gerard Palm

Jan Gerard Palm

De Nederlandse pianist Marcel Worms bracht op zondag 7 september de Curaçaose geschiedenis tot leven in het Bethaniënklooster in Amsterdam. Een vergeten geschiedenis, want een groot deel van de ruim veertig composities werd nog nooit in Nederland gespeeld en al lang niet meer in het openbaar op Curaçao. De wals ¿Porqué sufres? en de tumba El Tyeso van Jan Gerard Palm (1831-1906) bijvoorbeeld, destijds de enige componist die tumba’s schreef. Of de danza ¿Porqué no? en de wals El Ramo de Milflores van Jules Blasini, een leerling van Jan Gerard Palm. De romantische wals ¡Deja! is een vergeten compositie van Joseph Sickman Corsen, evenals El Neverí, een vrolijke polka. Walter Palm, betachterkleinkind van Jan Gerard Palm en aanwezig bij de uitvoering, kent enkele composities wel uit zijn jeugd. Maar zijn grootvader Jacobo Palm speelde deze uit zijn hoofd zonder de oorspronkelijke bladmuziek.

Archief
De Palm Music Foundation, die zich inzet voor de muzikale erfenis van de familie Palm en andere Curaçaose componisten, traceerde de partituren in het Nationaal Archief van Curaçao en de Mongui Maduro Bibliotheek. De muziek werd oorspronkelijk gepubliceerd in Notas y Letras, een weekblad met bladmuziek en gedichten, uitgegeven van 1886 tot 1888 door Corsen en zakenman Ernesto Römer. “Het bestond kort, omdat veel abonnees hun contributie niet betaalden,” aldus Joop Halman, voorzitter van de Palm Music Foundation. Twee werken, de tumba El Tyeso en de mazurka Santa Clara van Jan Gerard Palm, werden in 2006 herontdekt in Madrid in de nalatenschap van Elsa Debrot-Palm en zijn nu in het bezit van haar dochter Marie Debrot. Alle in de afgelopen jaren verzamelde partituren werden noot voor noot ingevoerd in een computer en vervolgens minutieus gecontroleerd door componist Robert Rojer. Pianist Marcel Worms kreeg van de Palm Music Foundation een kopie van alle gedigitaliseerde partituren en maakte een selectie voor het pianoconcert. De klassiek geschoolde pianist is gespecialiseerd in kamermuziek en goed bekend met Latijns-Amerikaanse en Caribische muziek. Worms is bovenal een groot liefhebber van Caribische composities, erkende hij tijdens de uitvoering. “Ik verbaas me er over dat Gordon, Dries Roelvink en André Hazes wel bekend zijn in Nederland, maar niemand deze prachtige muziek kent. Daar wil ik me voor inzetten.”

Palm Gerard Rudolf

Gerard Rudolf Palm

Verpleegster
Als een gepassioneerd gids gaf Worms vervolgens aan de goedgevulde zaal een muzikale rondleiding door het Curaçao van de 19de en 20ste eeuw. Zonder anekdote vormden de composities net als bij Otrobanda een perfecte basis voor eigen gevoelens en gedachten over de bedoelingen en emoties van de componist. De Anne Marie in de gelijknamige wals van Rudolf Palm (1880-1950), kleinzoon van Jan Gerard Palm, was ongetwijfeld een speels en vrolijk meisje, terwijl de broers in Los Hermanos Hellburg van dezelfde componist vastberaden en enigszins stug lijken.
In de overige gevallen fungeerde de muziek als een bevestiging voor het bijbehorende verhaal. In de wals El 18 de febrero en de danza La Trigueña weerklinkt duidelijk Jan Gerard Palms liefde voor Amalia Elodia Perez, de Venezolaanse verpleegster die hem verzorgde nadat hij zijn been brak. De uitvoering van Ecos del Alma van Jacobo Palm (1887-1982) diende als een soort uitroepteken voor het drieluik over de componist, dat eerder dit jaar in de Ñapa verscheen. “Na kritiek dat zijn composities te simpel waren, schreef hij een stuk in B-groot. Muziekkenners weten dat het vijf kruisen heeft. Hij zette het neer voor de neus van de collega, die na het spelen van enkele maten het onmogelijke van de hele onderneming inzag. Jacobo speelde het vervolgens foutloos. Zo zie je maar dat uit negatieve dingen als jaloezie ook mooie dingen kunnen voortkomen,” aldus Worms. Ook voor mensen zonder muziekkennis blijkt de complexiteit van het stuk overduidelijk.
De rondleiding voerde verder langs het werk van de Curaçaose componisten Joseph Corsen, Albert en Edgar Palm, Robert Rojer en Wim Statius Muller, maar ook danza’s van de Cubaan Ignacio Cervantes en een mazurka van Maria Teresa Carreño, die in haar meisjesjaren optrad voor de Amerikaanse president Abraham Lincoln. Om het verschil te illustreren tussen gangbare Europese en dansbare Caribische walsen en mazurka’s, sloot Worms het concert af met een wals van Frédéric Chopin. “De Caribische composities zijn altijd dansbaar. Waar een Europese wals een gewoon loopritme heeft, heeft de Caribische extra stapjes,” aldus Worms.
De uitvoering van de vergeten composities in Amsterdam is nog maar een begin. Marcel Worms ontmoet nog deze maand Wim Statius Muller. “Ik hoop dat de grootmeester nog wat geheime tips heeft.” Het advies moet zorgen voor een nog betere uitvoering in januari, als er tegelijkertijd cd-opnames gemaakt worden. Optredens op Curaçao, Aruba en Bonaire zijn in voorbereiding. Daarnaast geeft de Palm Music Foundation ook een bundel uit met de verloren gewaande partituren, zodat ook andere pianisten de geschiedenis weer tot leven kunnen brengen.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter