blog | werkgroep caraïbische letteren

Niets vosachtigs is de mens vreemd

door Els Moor

Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf, zo luidt de titel van het onlangs verschenen boek van Antoine de Kom (1956). Die titel roept meteen vragen op. Hebben wij een ‘misdadig brein’? Zit het kwaad vanzelfsprekend in ons?

Wie weet wie de auteur is en wat hij doet, wordt extra nieuwsgierig. Anton de Kom was de grootvader van Antoine, die hij nooit gekend heeft, want Anton de Kom overleed in 1945 in een Duits concentratiekamp. Antoine werd in Nederland geboren en woonde van 1966 tot 1971 in Suriname, een periode die grote invloed gehad heeft op zijn latere leven. Hij komt nu nog vaak in ons land om zijn ouders te bezoeken die hier wonen. In Nederland studeerde Antoine medicijnen en psychiatrie en werd hij sociaal psychiater. Tot voor kort was hij werkzaam als forensisch psychiater bij het Pieter Baan Centrum in Utrecht, een psychiatrische observatiekliniek. In opdracht van het gerecht onderzocht hij verdachten middels gesprekken met hen om te proberen erachter te komen wat ten grondslag ligt aan hun misdaden.

Behalve psychiater is Antoine de Kom dichter. In 1991 kwam zijn eerste bundel uit, Tropen. Daarna volgden nog: De kilte in Brasilia (1995), Zebrahoeven (2001), Chocoladetranen (2004) en de lieve geur van zijn of haar (2008). De poëzie van Antoine is qua inhoud hecht verweven met het Caraïbisch Gebied. Zijn taal is creatief, klankrijk en contrasten spelen een belangrijke rol in de thematiek. ‘Mammoez’ is de titel van een verhaal van Antoine dat in 1994 verscheen in de Ware Tijd Literair van 4 en 11 juni en is opgenomen in de verhalenbundel Mama Sranan’(1999), samengesteld door Michiel van Kempen (pp. 464-471). Het is een uitermate boeiend en raadselachtig verhaal, waarin de ik-verteller een oude marronvrouw, Mammoez, observeert en achter het ‘hoe’ van haar leven wil komen, wat niet gebeurt. Eigenlijk lijkt dit verhaal al een soort voorbereiding op Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. In het boek zoekt de psychiater immers ook naar het wezenlijke in tien verdachten.

De integriteit van een forensisch psychiater vereist uiteraard dat deze niet schrijft over nog levende verdachten en ex-verdachten die hij zelf in onderzoek heeft of had. Antoine de Kom heeft ervoor gekozen fictieve gesprekken te voeren met bekende misdadige figuren uit de wereldgeschiedenis en de literatuur. Tien heeft hij er voor het voetlicht gebracht, van wie de laatste, Robert Gabriel Mugabe (1924), Afrikaans dictator, nog leeft. Wie zijn die negen andere verdachten? De eerste is Hamlet uit het gelijknamige stuk van de grote toneelschrijver Shakespeare uit 1600 of 1602 die na de moord op zijn vader in een onzekerheid van ‘to be or not to be’ leeft en uiteindelijk een moord pleegt. Dan volgen de wrede Romeinse keizer Nero, de Franse Markies De Sade, bekend om zijn vele seksuele uitspattingen, de Romeinse machthebber Julius Caesar uit de eerste eeuw voor en de eerste eeuw na Christus, Sheik Osama Bin Laden, ons allen bekend door de aanslag van 11 september 2001, Reynaert de Vos, de Nederlandse Anansi, dan Adolf Otto Eichmann die een leidende functie voor de nazi’s had bij de vernietiging van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, Don Juan, legendarische vrouwenverslinder in de 17de eeuw die in de bekende opera van Mozart centraal staat, en als negende de enige vrouw en wel Susanna du Plessis, beruchte slavendrijfster in Suriname in de 18de eeuw.

Behalve dat de psychiater verslag doet van zijn ontmoetingen met de verdachten, zijn er in rode letters korte gesprekken van een ‘interviewer’ met de psychiater waarin deze zaken toelicht. Ook zijn er algemene hoofdstukken, bijvoorbeeld dat met de beschrijving hoe de psychiater het best de verdachte tegemoet kan treden.

Vindt Antoine de Kom de basis van ‘het kwaad’? Iedere verdachte heeft wel een of meer kenmerken ervan, en uit de informatie over de verdachten wordt heel duidelijk dat een bron van het kwaad in de mens heel vaak ontspringt in de vroege jeugd door ontrouw van een of beide ouders ten opzichte van het kind. Ook verlangen naar macht of de drang die te behouden zijn belangrijke aanzetten voor het kwaad, alsmede haat tegenover medewezens. Ook door foute omstandigheden om je heen kun je misdadig worden. Dat zien we aan Susanna du Plessis binnen de 18de-eeuwse koloniale plantersmaatschappij in Suriname, waarin misdadig gedrag van plantage-eigenaren ten opzichte van hun slaven aan de orde van de dag was. Antoine de Kom haalt een mooie grap uit. Hij laat Susanna du Plessis begeleid worden door een ‘gids’, Hilde. Hij doelt daarmee uiteraard op Hilde Neus, van wie hij ook haar studie Susanna du Plessis. Portret van een slavenmeesteres (2003), als achtergrondliteratuur gebruikt.

Twee verdachten spreken mij erg aan: de Vos Reynaerde en Adolf Otto Eichmann. Reynaerde, de vos uit het 12de-eeuwse dierenepos wordt door Antoine nu eens als mens voorgesteld, dan weer als vos. R. is zo’n slimmerik dat hij zelfs de psychiater af en toe in de war brengt. Door zijn slimmigheid heeft R. zijn slachtoffers in de val gelokt. Zijn zwakke punt, zegt de psychiater hem, is ‘… een diepe haat tegen uw medewezens, en een onvermogen om uw kwade wellust te beheersen …’. En de verdachte antwoordt: ‘… Ik ben een vos. Noemt u dat gestoord?’, waarop de psychiater zegt: ‘Niets vosachtigs is de mens vreemd. Maar het vosachtige in u brengt u in de problemen.’ De vos wil weten welk dier de psychiater zelf dan wel is: ‘Een schildpad’, antwoordt hij zonder te aarzelen, ‘hard van buiten, maar zacht van binnen, ik kan veel verdragen, kom langzaam maar gestaag vooruit, en ik blijf vriendelijk, ga geen gevecht aan. Als ik word aangevallen trek ik me even terug om weer buiten te komen als het veilig is’ (p. 113). Dit is een voorbeeld van de slimme humor die regelmatig opduikt in de verslagen over de verdachten. Uiteindelijk is Reynaerde natuurlijk toch de slimste. Als zijn neef Isengrin de Wolf is overleden en hij vraagt toestemming om de begrafenis bij te wonen, krijgt hij die. Wanneer de psychiater na zijn werk van Utrecht naar Amsterdam rijdt, wie ziet hij de snelweg oversteken? ‘Dan rent pal voor mijn auto een diep glanzende blauwe pauw angstig heen en weer, achtervolgd door een rossig type… dat is verdacht!’ (p. 119) Antoine de Kom heeft de humor en de kritiek op de middeleeuwse feodale maatschappij in het oorspronkelijke epos goed aangevoeld. Ik denk dat ie zelf ook wel iets vos-achtigs heeft!

Adolf Otto Eichmann (1906-1962) was een Duitse SS-functionaris in het Derde Rijk en een van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden. Na de oorlog vluchtte hij naar Argentinië, van waaruit hij later ontvoerd werd. In 1961 begon in Israël een proces tegen hem en in 1962 werd hij veroordeeld en geëxecuteerd. De visie van Antoine op hem (ook uit geraadpleegde literatuur uiteraard) vind ik herkenbaar. Mensen maken foute keuzes, vaak zonder dat ze zich dat realiseren. Hij had van hogerhand een opdracht: de joden uit het land, eerst via gedwongen emigratie en later via massale vernietiging. Eichmann zelf heeft nooit iemand gedood. Hij was de organisator. Het was zijn ‘opdracht’. De laatste woorden van dit hoofdstuk komen uit Eichmanns aantekeningenboekje, vlak voor de terechtstelling: ‘organiseren is mijn vak’. Herkenbaar, toch?

Uiteraard dacht ik tijdens het lezen van de onderzoeken naar de verdachten vaak aan het gerechtelijk proces in ons land, dat de 8-decembermoorden onderzoekt met veel verdachten en een hoofdverdachte. Ik denk dat Antoine dit boek niet voor niets in 2012 heeft laten verschijnen. De hoofdverdachte heeft volgens mij veel van Reynaert de Vos en zijn medeverdachten hebben veel van de zakelijkheid, werken volgens opdracht, van Eichmann. Uiteraard zijn er veel meer overeenkomsten, maar de ruimte ontbreekt om daar hier dieper op in te gaan. Antoine de Kom had een interview voor het Nederlandse tv-programma ‘Buitenhof’ met Clairy Polak. ‘Waarom komt het proces in Suriname niet in het boek voor?’ vraagt ze. ‘Ik heb alle respect voor dit proces’, zegt hij, ‘het wordt zorgvuldig afgewikkeld; er wordt grondig en degelijk gewerkt. Ik ben ervan overtuigd dat er een uitspraak komt. Ik wil geen storende factor zijn daarin.’ De amnestiewet was nog niet afgekondigd toen Antoine de Kom dit interview had, maar zijn uitspraak over het proces geeft toch weer moed. Het kwaad, wat is het? In het begin van het boek stelt de interviewer deze vraag aan de psychiater. ‘Het is een opeenvolging van verwerpelijke, schadelijke keuzes. Ook als die een goed doel dienen.’ Niets vosachtigs is de mens vreemd!

Antoine de Kom: Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. Amsterdam/Antwerpen: Em. Querido’s Uitgeverij BV, 2012. ISBN 978 90 214 4152 8

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter