blog | werkgroep caraïbische letteren

Munshi Rahman Khan: een nieuwe druk?

Het dagboek van Munshi Rahman Khan zit boordevol informatie over de Hindostaanse immigratie. Helaas is het boek, dat werd uitgegeven in 2003, bijna niet te vinden. Het exemplaar dat ik via de bibliotheek kon bemachtigen, was ‘stuk’ gelezen. Met uitzondering van Bol.com – waar één tweedehands exemplaar al tijden te koop staat voor een woekerprijs van € 74,95 – is het in geen enkele boekwinkel te krijgen. Met deze boekbespreking wil ik weer de aandacht vestigen op het boek en de bezitters van het auteursrecht oproepen het opnieuw uit te geven. Dan kan de gelegenheid te baat worden genomen om de storende taalfouten te corrigeren en de gehele tekst opnieuw te redigeren om de leesbaarheid te verhogen. Het boek is uniek en de inhoud authentiek. Het moet daarom laagdrempelig verkrijgbaar zijn.

door Bish Ganga

Achtergrond
Het land van herkomst van de Hindostanen is India. Zij werden naar Suriname gebracht om het werk van de vrijverklaarde slaven op de plantages over te nemen, zodat de continuïteit van de bedrijfsvoering en de productie gewaarborgd zouden zijn. De inzet van de immigranten vond plaats op basis van een vijfjarig contract. Na afloop daarvan konden de mensen een nieuw contract aangaan, kiezen voor permanent verblijf in Suriname of terugkeren naar India. Hoewel van alle drie opties veel gebruik is gemaakt, heeft het merendeel van de immigranten gekozen om in Suriname te blijven.

 

Over de Hindostaanse immigratie is veel bekend. Online is er een database beschikbaar met registratiegegevens zodat (achter)kleinkinderen bijvoorbeeld kunnen achterhalen uit welke streek in India hun voorouders kwamen. Daarmee is de informatiehonger niet gestild. De belangstelling van de nakomelingen reikt verder dan de officiële gegevens. Men wil meer weten over de (familie)situatie van de immigrant op het moment van vertrek en wat de aanleiding voor de emigratie is geweest. Ook is men benieuwd naar de reis, de opvang en tewerkstelling op de plantages in Suriname en hoe het de immigranten na afloop van het contract is vergaan.
Vragen stellen aan de betrokkenen zelf kan helaas niet meer. Via het dagboek van Munshi Rahman Khan kan men zich echter een goed beeld vormen. Het is voor zover bekend het enige document van de hand van een immigrant zelf, die over zijn jeugd in India schrijft, over zijn werving als contractant, de reis naar Suriname, zijn contracttijd op de plantages en de periode na afloop van zijn contract. Het boek leest als een spannende roman, ondanks de tekstuele tekortkomingen.

In tegenstelling tot wat de Nederlandse titel suggereert, gaat het hier niet om een dagboek, maar om een autobiografie. Een levensbeschrijving, waaraan de auteur zelf de naam Jeevan Prakash (Levenslicht) heeft gegeven. De titel van de Engelse uitgave (ISBN: 9788175412439) – Autobiography of an Indentured labourer: Munshi Rahman Khan (1874-1972) – sluit daarom beter aan op de inhoud van het boek.

In Suriname was behoefte aan arbeidskrachten voor de plantages, en het merendeel van de geworven immigranten was dan ook laag- of ongeschoold. Mijn (voor)ouders van beide kanten waren analfabeet. Munshi Rahman Khan daarentegen was hoogopgeleid. Hij had middelbaar of hoger (beroeps)onderwijs genoten en was onderwijzer. Daarom werd hij ook Munshi genoemd, wat in het Urdu onderwijzer of leraar betekent.
Zijn administratieve en bestuurlijke kwaliteiten moeten bij zijn leidinggevenden zijn opgevallen, want hij kreeg verantwoordelijke functies aangeboden. Hij heeft die functies tot tevredenheid op de plantages vervuld.

Al snel na zijn aankomst in Suriname was hij een soort voorman op het veld. Naast de productie hield hij de verrichtingen van de arbeiders bij en rapporteerde hij aan de plantageleiding. Hij betaalde salarissen uit aan de arbeiders en voerde de administratie. Tot twee keer toe heeft hij tekorten bij salarisbetalingen uit eigen zak aangevuld. Kennelijk kon hij het niet over het hart krijgen om de arbeiders zonder geld naar huis te sturen. Regelmatig verving hij administrateurs en een paar keer heeft hij zelfs waargenomen voor de plantagedirecteur.

Persoon en schrijver
Munshi Rahman Khan behoorde tot de clan van de Pathanen, die oorspronkelijk uit Afghanistan kwamen. Hij was spiritueel, godsdienstig, integer en had een zekere hang naar avontuur. Uit het boek valt af te leiden dat het gezegde ‘streng, doch rechtvaardig’ zeker op hem van toepassing was. Toen hij dertien jaar was, heeft zijn vader zijn horoscoop laten trekken. De astroloog voorspelde onder meer dat Munshi Rahman Khan op een gegeven moment India zou verlaten. Hij vertrok inderdaad als contractarbeider naar Suriname en zou nooit meer terugkeren. Ook de andere voorspellingen zijn uitgekomen, zoals zijn gezinsgrootte en de hoge leeftijd die hij heeft bereikt.


In zijn boek verhaalt hij over wonderbaarlijke gebeurtenissen, zoals die over zijn boezemvriend die telkens na het gebed in de moskee letterlijk geld van de grond kon oprapen. Daarmee betaalde zijn vrouw de huishouding. Vanaf de dag waarop hij het geheim aan haar had moeten verklappen, lag er na het gebed geen geld meer. Munshi’s vriend was in een penibele situatie geraakt. Hoe moest hij zijn gezin nu verder onderhouden? Hij ging niet op zoek naar andere oplossingen, maar liet zijn gezin in de steek en nam de benen naar Suriname. Uit de verhalen blijkt dat meer immigranten stilletjes de wijk hadden genomen naar Suriname. Zo had Munshi Rahman Khan zelf pas op het allerlaatste moment voor vertrek een brief aan zijn vader verstuurd. Mijn ajá (grootvader van vaders kant) was eveneens zonder bericht vertrokken. Net als Munshi Rahman Khan was hij al getrouwd. Na ajá’s vertrek had de familie zijn vrouw aan zijn jongere broer toegewezen, waardoor haar eer was gered. Zeker in die tijd stond in India een door haar man verlaten vrouw immers gelijk aan een weduwe. Ze kwam dan niet of slechts met moeite aan een man. Als dat toch lukte, dan was de nieuwe echtgenoot een weduwnaar óf afkomstig uit een lagere kaste.

Zoals de astroloog had voorspeld, krijgt Munshi Rahman Khan te maken met ernstige ziekten. Hij hakt bijvoorbeeld een keer een tapijtslang in twee stukken. De dagwe wordt door verschillende mensen aanbeden voor voorspoed en geluk. Zoals dat vaker in Suriname voorkomt, werd die slang kennelijk door iemand aanbeden. Hij werd daarop zo verschrikkelijk ziek, dat artsen hem niet konden genezen. Gelukkig kon een creoolse lukuman (een medium of transcendente genezer) dat wel.

Munshi Rahman Khan was gelovig moslim, maar bezat ook diepgaande kennis van het hindoeïsme. Hij heeft veel pandits geschoold in de hindoeïstische leer en het verrichten van rituelen. Zijn tekstlezingen en verklaringen uit de Ramayan werden zeer op prijs gesteld. Helaas ontstonden op een gegeven moment controverses tussen de moslims en de hindoeïstische stromingen Sanatan Dharm en Arya Samaj. In het boek gaat hij daar uitgebreid op in. Tevens schreef hij Doha’s en Chaupai’s, twee en vierregelige gedichten in het Hindi. Via die gedichten voerde hij zelfs een polemiek met vertegenwoordigers van de Sanatan Dharm en de Arya Samaj. Een bijzondere vorm van debatteren, waarin zijn creativiteit en kennis tot uiting komen.

Het betreft hier kortom een bijzonder boek waarin de auteur over zijn eigen ervaringen in India én Suriname vertelt. Ervaringen die je nooit vindt in de officiële documenten. Daarmee is dit een uniek egodocument voor Suriname dat verdient om opnieuw uitgegeven te worden.

 

Lees hier over ‘Misleide migranten’

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter