blog | werkgroep caraïbische letteren

Marroninstituut Stichting Sabanapeti vierde 20-jarig bestaan

Op 21 september 1990 werd het Marroninstituut stichting Sabanapeti in Utrecht opgericht. Nu, na twintig jaar, kijkt het bestuur tevreden terug op het werk dat de stichting realiseerde voor de Marrongemeenschappen in Suriname, Frans-Guyana en de diaspora. Stichting Sabanapeti vierde haar verjaardag samen met haar vrienden en genodigden op 25 september 2010 in de aula van het Trajectum College in Utrecht.

.

 

In de 30 minuten durende videodocumentaire Realisatie van het mogelijke, gemaakt door de voorzitter, kabiten André R.M. Pakosie, zagen de aanwezigen wat stichting Sabanapeti in de afgelopen twintig jaar realiseerde: Bewaarder van de hoogste Marrononderscheiding, de Gaanman Gazon Matodja Award, voor personen die zich verdienstelijk maakten voor Suriname en met name voor de Marrongemeenschappen. Het uitgeven van het tijdschrift Siboga, het cultuurhistorische tijdschrift over de Marronsamenlevingen. Het realiseren van kleinschalige duurzame ontwikkelingsprojecten in Suriname op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, cultuur en gezondheidszorg. Het verrichten van onderzoek op het gebied van Marrongeschiedenis en –cultuur. Het verzamelen, inventariseren en documenteren van geschreven, audio(visuele) documenten en (kunst)voorwerpen. De totstandkoming van een archief- en documentatiecentrum. Het begeleiden van studenten, het overdragen van kennis en het ondersteunen van Marrons om met behoud van de eigen culturele identiteit een positie te verwerven en een positieve bijdrage te leveren in de samenleving waarin zij wonen. En natuurlijk de talrijke lezingen en cursussen aangaande de Marroncultuur en -geschiedenis, die kabiten Pakosie in Suriname, Nederland en daarbuiten verzorgde.

Na de pauze, waarin iedereen genoot van de heerlijke Marronkeuken, droeg Saamaka dichteres Orsine Walden ter ere van het twintigjarig bestaan een aantal van haar gedichten voor in het Saamaka en Engels. Hierna was het woord aan kabiten Pakosie. Hij verzorgde een indrukwekkende lezing over Het ontstaan en de ontwikkeling van de Afro-Surinaamse Creooltalen’. Hij ging daarbij niet alleen in op het ontstaan van het Sranan, Ndyuka, Saamaka, Matawai, Aluku, Kwintii en Pamaka, maar ook op de klassieke talen die vroeger gewoon in het dagelijks leven van vooral de Marrons gebezigd werden: Loangu, Anpuku, Papa, Kumanti, Anklibenda, Amanfu en Akoopina. Nu gebruikt men deze alleen nog maar binnen de religie. Daarnaast onderscheidt Pakosie de instrumentale talen – Wanwi-apinti, Kumanti-apinti, Kwadyo, Agbado, Benta, (Botoo) Tutu en Abaankuman -, die volgens hem, net zoals dat het geval is bij gebarentaal, bij de verbale communicatie ingedeeld dienen te worden. Elke slag vertegenwoordigt immers een onuitgesproken woord of een heel verhaal.

De aanwezigen luisterden aandachtig naar de verschillende fragmenten, die kabiten Pakosie van elke taal liet horen. Omdat hijzelf de zeven Afro-Surinaamse Creooltalen en op één na de klassieke talen spreekt én ook de instrumentale talen verstaat, kon hij deze unieke geluidsfragmenten onder andere verzamelen door zelf met mensen te converseren die deze talen nog beheersen. Bijzonder zijn ook de opnames van toespraken van verschillende reeds overleden gaanman van de Marronsamenlevingen, die elk in hun eigen taal spreken. Een Inheemse taal komt vervolgens aan bod, die de Marronleiders spraken om met de Inheemse leiders te kunnen communiceren.

.

 

Na zijn lezing ontstond een levendige discussie over het gebruik van de klassieke talen binnen de Wintireligie. Een van de eyeopeners die kabiten Pakosie zijn publiek meegaf, was het gegeven dat de klassieke talen normale talen zijn, die aangeleerd kunnen worden – zoals dat ook het geval is bij het Latijns dat gebezigd wordt binnen de christelijke religie, met name in de Rooms-katholieke kerk.

Het belang van het Marroninstituut

Op de vraag wat het belang is van het werk van Sabanapeti, antwoordde een van de genodigden: “De informatie die ik krijg van Sabanapeti over de Marroncultuur en geschiedenis is geweldig. Ook volgde ik de Afáka-cursus en leerde daardoor weer meer over mijn eigen cultuur”. De bekende Apinti masterdrummer, André Mosis, vertelde dat stichting Sabanapeti hem onder andere ondersteunde toen hij in Nederland kwam om zijn leven op te bouwen met behoud van zijn eigen Marronidentiteit. Een jonge toehoorster vond het juist erg goed dat de stichting arme mensen in Suriname helpt, bijvoorbeeld door het schooltasproject. Onder de aanwezigen bevond zich ook de bekende zangeres Denise Jannah, die de kracht van Sabanapeti roemt en haar standvastigheid gedurende de afgelopen twintig jaar. Zij hoopt dat dit unieke Marroninstituut nog groter wordt en nog meer mensen aantrekt dan dat het nu al doet.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter