blog | werkgroep caraïbische letteren
2
 

Majoie Hajary

door Carry-Ann Tjong-Ayong
.
De familie
.
Ze had maar een dochter, Carolina Beatsheba Andresa Essed. Verder had ze zeven zonen en waren er een paar babies vroegtijdig gestorven in het kraambed. Maar haar Willemientje was haar gudu. Ze was flink en intelligent, vrolijk en opgewekt. Carolina had graag meer van zulke dochters gehad.
Al vroeg ging Willemien na school werken en hielp ze de jongere broers grootbrengen. Die waren dol op zus Mien, die tegen alle verwachtingen in, trouwde met een Hindoestaan, een vooruitstrevend economisch expert, die zijn handtekening op nieuwe bankbiljetten mocht zetten. Wij, de neefjes en nichtjes, kregen allemaal een gesigneerd tientje van hem. Hij was bovendien erg muzikaal en speelde viool. Paake werkte bij het ministerie van Financien en was Statenlid.Ze kregen drie beeldschone dochters, begaafde meisjes, even muzikaal en creatief in dans en theater als de trotse ouders. Maake en Paake vormden een centrum van gezelligheid en feesten in hun hoekhuis aan de Grote Hofstraat 1, met het balkon rondom.
De dochters
.
Majoie Marie, Rieke, genoemd, was de oudste van de drie. Zij werd geboren op 16 augustus 1921 te Paramaribo, en was de trots van haar jonge ooms. Op de familiefoto’s zie je hen allemaal gegroepeerd rond Ouma Carootje.Al jong bleek ze zeer muzikaal en werd ze naar Nederland gestuurd waar ze aan het conservatorium van Amsterdam piano en compositie ging studeren bij de docenten Wagenaar en Andriessen. In 1943 behaalde ze daar haar diploma en tevens de Eerste Prijs voor haar pianospel. Dit succes opende de wereld voor haar. Ze gaf concerten in Amsterdam, Praag, Wenen, New York, Caracas, Berlijn, en Tokio. Met haar Indiase uiterlijk was zij een opvallende verschijning in haar elegante kleurige sari. De ooms waren lyrisch, de neefjes en nichtjes keken vol ontzag naar haar op als ze in Suriname concerten kwam geven. Zij was de trots van de familie, deze muzikaal begaafde grote nicht.

Recensies uit die tijd roemen haar talenten
Haar vermogen de klassieke muziek van haar opleiding te verbinden met de veelkleurigheid van de muziek van haar afkomst, India, Afrika, Zuid-Amerika, en ook de jazz. Als enige componist slaagde zij er in een transcriptie te maken van de Indiase raga’s. Zij heeft er interessante LP’s van opgenomen. Zij was als pianiste bevriend met Alicia de Larocha. Het concertpubliek werd voortdurend geïmponeerd door haar magistrale interpretaties van klassieke werken, de moeilijke toccata van Schumann, het concert opus 16 van Grieg, het 3e van Beethoven of het 1e van Liszt.

Nadat de jonge pianiste reeds een zekere reputatie verworven had, kwam zij in 1948 op bezoek in Suriname, en gaf er enkele recitals, met groot succes.

We hoorden dat zij in 1950 naar Parijs verhuisde, om compositie te studeren bij Nadia Boulanger en Louis Aubert (compositie), Annette Dieudonné (contrapunt) en Yves Nat (piano). Zij trad er in het huwelijk met de gelijknamige neef van de oorlogsheld en vliegenier Roland Garros, zoon van een bekende Franse industrieel en ondernemer, die directeur was van Air France. Zij kregen een dochter Zita, en een zoon Sébastien.

Legendarisch zijn de verhalen in de familie
Dat Roland zijn eigen vliegtuig bouwde op het balkon en daarmee naar Amsterdam vloog. Dat Majoie en hij een speciaal hoedje hadden, dat zij opzetten, als ze niet aangesproken wilden worden, om hun privacy te garanderen.
Dat Majoie die voortdurend componeerde, de ooms en neefjes en nichtjes uitnodigde om haar composities te zingen. Zo werd bijvoorbeeld Da Pinawiki fu Jezus geoefend. dat zij schreef in de jaren zestig, met teksten uit de Srananvertaling van de Bijbel. De uitvoering hiervan werd met familie opgenomen en in de lijdensweek voor Pasen uitgevoerd.

.


Later bereisde zij met haar echtgenoot de halve wereld, verbleef in India, op Madagascar en in Japan, maar keerde telkens weer terug naar Frankrijk, dat haar basis was geworden.

Door de gemeenschappelijke interesse voor yoga correspondeerde zij met de violist Yehudi Menuhin en zij kwam er toe hierover een boek te schrijven, Yoga voor de pianist. Deze handleiding voor pianisten van uiteenlopend niveau heeft ten doel de dagelijkse studie tot een minimum te beperken. Door het oefenen van de vele yogahoudingen en technische patronen zal de pianist een solide techniek aanleren en zich op ontspannen wijze snel nieuwe muziekstukken eigen kunnen maken.
Yedhudi Menuhin zegt over dit boek: ‘Ik vind het heel interessant te zien hoe het principe van yoga kan worden toegepast op elke menselijke activiteit, in het bijzonder wanneer het fysieke, intellectuele en spirituele samengaan. De erkenning dat ons bewustzijn tot stand komt via onze zintuigen en ons lichaam is de belangrijkste bijdrage die yoga levert aan het westers denken, dat aanneemt dat ons lichaam louter een belemmering is voor ons denken. In werkelijkheid zijn lichaam en geest één en “denken” wij ons lichaam zoals ons lichaam onze gedachten leeft.’ (Uitg. Strengholt, paperback).

In Surinaamse kring is een van haar bekendste werken Perun-Perun, variaties op een bekend Surinaams kinderliedje. In 1994 voerde zij dit werk nog uit op een concert van het Surinaams Muziek Collectief in Den Haag.

“Majoie Hajary is echter veel meer dan alleen de verbinding met haar geboorteland Suriname. Wie kennis neemt van haar indrukwekkende oeuvre, spreekt met recht over een Grande Internationale Dame,” zegt Anton Jie Sam Foek in een interview met haar. Ze had een jet-set-achtig leven en reisde de hele wereld af met haar echtgenoot, terwijl ze muziek schreef en uitvoerde. Maar zij is altijd in de schaduw van de publiciteit blijven staan. “Alles wat ik doe, is voor Suriname, daar is mijn ziel en mijn ziel is in deze muziek,” zegt zij zelf.

John Leefmans schreef over haar: “Bij het concert van het Centrum Nederlandse Muziek in de Beurs van Berlage in 1996, bracht de pianiste Marjès Benoist enkele van Hajary’s pianocomposities ten gehore.” Hajary heeft een groot aantal composities tot stand gebracht, waaronder een oratorium Da Pinawiki, en een kleine opera op haar eigen Franse tekst, oorspronkelijk geheten La larme d’or [De gouden traan], maar sinds er een poëtische vertaling van bestaat in het Sranan, kan men dit werk beter Na Gowt’ Watr’ Ai noemen. Deze nieuwste, in vier talen vertaalde opera, werd enige jaren geleden in Montenegro opgevoerd.

Het is ietwat ironisch, dat Hajary, die zich nooit heeft laten voorstaan op het feit dat zij Surinaamse is, die zelfs toestond dat men haar terwille van de publiciteit vaak als Indiase vermeldde en uitbeeldde, en dat men haar roemde vanwege haar pogingen Indiase en westerse muziek te kruisen, dat juist zij in haar werk motieven en melodieën verwerkt uit de creoolse volksmuziek. Desondanks, en ondanks haar vroegere successen in de wereld, is het werk van Majoie Hajary met name onder Surinamers onvoldoende bekend. Helaas ontbreekt het aan de middelen om op afzienbare termijn bijvoorbeeld het oratorium of de opera te laten opvoeren, of een geacheveerde opname van deze stukken te laten maken.

Er zijn ook CBS-grammofoonplaten met haar composities, waaronder Requiem voor Mahatma Ghandi en Ragas in Tumri-style.

Belangrijkste composities:

Concert pour piano et orchestre; Hindoustani fantaisie (première door het Concertgebouworkest Amsterdam; uitgave Broekmans & Van Poppel, 1943);
La Flûte de Jade (stem, 2 fluiten, altviool, cello, 1954);
Play Koto (Tokyo, 1965)
– samen met Roger Guerin schreef zij La Passion selon Judas, een groots oratorium, dat door CBS in 1975 werd opgenomen;
– Liederen (in het Duits, tekst van Helle Von Heister, Unesco Paris, 1950);
New Sound From India (CBS, 1967);
Requiem pour Gandhi (CBS, 1968);
Chants du Gita Govinda (Chants du monde), tekst van Marguerite Yourcenar, gelezen door Maurice Béjart, 1974;
Da Pinawiki – oratorium, jaarlijks gezongen met Pasen in Paramaribo, 1975;
La Passion Selon Judas (CBS, 1975);
Variations 87X1, 1976;
Blue Râga pour piano et orchestre, 1977;
La Larme d’Or – opéra en un prologue et trois actes, 1996;
Râga du Prince; “il ritratto dell’amore”, gespeeld door Egon Mihajlovic en Jeremias Schwarzer (Cybele, 1999).

Boekpublicaties:

Le Yoga du Pianiste, Paris 1987, réédité en 1991 (Sedim éditeur), vertaald in het Nederlands (Strengholt-Naarden, Den Haag 1989);
L’Art du Piano, une méthode à la portée de tous, Paris 1989 (Choudens éditeur, ID Musique);
La forme du Râga, Paris 1991.

Vertalingen uit het Nederlands in het Frans:

La Planification du Professeur Jan Tinbergen, Prix Nobel (Univers de la connaissance-Hachette – Paris 1967);
Max Havelaar de Multatuli (Edouard Douves Dekker) premiére traduction en France (les précédentes étant belges) (éditions universitaires – Paris 1968);
Télémaque au village de Marnix Gijsen (éditions universitaires – Paris 1969);
Les plantes du monde de H. De Witt (Hachette, 3 tomes, Paris 1966-1968-1969);
Peuples et coutumes en voie de disparition : l’Afrique Noire de G. Pubben et C. Gloudemans (Grund-Paris 1979).

Fragmenten van een interview dat Benny Ooft van de Wereldomroep in de lijdensweek van 1972 met Majoie Hajary maakte, zijn op You Tube te horen. Verder sprak Anton Foek met andere personen uit de Surinaamse muziekwereld, zoals Mavies Noordwijk, John Leefmans, Fine Kenswil en John Helstone. De gesprekken zijn aangekleed met fragmenten uit het werk van Majoie Hajary.

Dat ook haar jongste zus, Jetty Hajary, pianiste werd is minder bekend, al trad ook zij op in het CCS (Cultureel Centrum Suriname) van de jaren ’50. Zij was getrouwd met schilder-beeldhouwer Erwin de Vries en met dirigent Harmen Haakman. Zij woont al jaren in Canada met haar drie kinderen en is daar muziekpedagoge.

De middelste van de drie talentvolle zussen, Toetie Hajary, bekwaamde zich in klassieke Indiase dansen en werd tevens bekend als actrice. Samen met haar man Wim van Binnendijk trad zij vaak op in Theater Thalia. Haar oudste dochter Ilse-Marie Hajary werd een bekende balletdanseres. Ook de tweede dochter Chandra van Binnendijk werd bekend door haar vele publicaties over kunst en literatuur. De twee jongste kinderen wonen in Nederland.

De familie Hajary zal echter nog lang van zich doen spreken.

2 comments to “Majoie Hajary”

  • Het talent van Majoie Hajary kan niet voldoende over het voetlicht worden gebracht. Zo schreef en illustreerde ze ook het boek Zonnestraaltjes: zeven kinderliedjes met Margot Vos. Tevens verzorgde ze in 1976 de muziek bij Suriname’s populairste film Wan Pipel. In 2007 was er een eerbetoon in theater Thalia te Paramaribo mmv o.a. Stanley Noordpool en Mavis Noordwijk. De DVD opnamen hiervan zijn in Suriname verkrijgbaar bij Liesbeth Peroti.

  • Hallo, Mijn naam is Barbara Visser en ik ben de dochter van Eveline Jacqueline Hajary, die weer de dochter is van Geertruida Vieleers en Frederik Hajary.

    Ik weet vrij weinig van de achtergrond van de familie Hajary en zou graag wat meer informatie willen hebben over mijn opa, Frederik Hajary, en zijn relatie tot Majoie Hajary.

    Alvast dank voor de reactie

1 Trackback/Ping

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter