blog | werkgroep caraïbische letteren

Madelon Székely-Lulofs – Ontmoeting met de dood

Op 2 maart wordt in het Letterkundig Museum in Den Haag de ontdekte verhalenbundel van Madelon Székely-Lulofs, Ontmoeting met de dood, gepresenteerd. Het eerste exemplaar van het boek wordt door de kleinzonen Willem-Ewoud Modderman en Michael Walter overhandigd aan Kester Freriks, auteur van Madelon – Het verborgen leven van Madelon Székely-Lulofs.

De presentatie vindt plaats in de ontvangstzaal van het Letterkundig Museum,
Willem Alexanderhof 5, 2595 BE Den Haag. Vlakbij het Centraal Station.
Aanvang: 15.00 uur

Een koffer bevatte een map Ongeplaatste Novellen van M.H. (Madelon) Székely-Lulofs. Willem-Ewoud Modderman kreeg deze vlak voor de dood van zijn moeder in handen. Zijn moeder Maud was de oudste dochter van de schrijfster. Toen Willem-Ewoud haar de verhalen voorlas vertelde zij enthousiast waar Madelon de inspiratie had opgedaan: ‘Sonto’, het verhaal over het beest dat haan noch kip lijkt speelt zich af op het erf van hun rubberplantage in Deli. ‘De droom en zonde van mr. Adams’ speelt zich af in Australië, waar Madelon met Maud en haar zus Christine enige tijd doorbracht, op de vlucht voor haar – in die tijd ongepaste – liefde voor de Hongaar László Székely. De boerderij die in dit verhaal wordt beschreven is die van haar broer Sam. ‘Mijn nederlaag tegen de Chinese kok’ gaat over opmerkelijke verschillen tussen de Europese en de Chinese cultuur die zij waarnam op Sumatra. In ‘De re-incarnatie van Moekeltje’ roept Kotjil, dochter uit het huwelijk van Madelon met Lászlo, blij: ‘Wij hebben een hond.’ In ‘De zang van het leven’ beschrijft Madelon hoe zij een ziekenhuisopname ondergaat. Met een terugblik naar Boedapest en een knipoog naar de wederopbouw. In ‘Ontmoeting met de dood’ beschrijft Madelon hoe zij uiteindelijk vrede met de dood als onderdeel van het leven krijgt. Willem-Ewoud Modderman: ‘Meer dan ooit voel ook ik nu hoe de dood verbonden is met het leven. Ik vond de koffer met verhalen doordat ik op zoek was naar mijn verdwenen tante Kotjil, Madelon’s jongste dochter. Kotjil bleek betrokken bij de Mossad en de opsporing van Eichmann in de jaren ’60. Zij leeft niet meer, maar haar zoon Michael wél. De koffer stond bij hem op zolder.’

Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958), auteur van romans als Rubber (1931) – sinds 1992 verkrijgbaar bij uitgeverij Conserve – en Koelie (1932) werd geboren op Java, in het voormalige Nederlands-Indië. Ze volgde de HBS in Nederland, maar keerde terug naar Indonesië. Ze trouwde er met rubberplanter Hendrik Doffegnies. Met hem kreeg ze twee
dochters: Maud en Christine. In de rimboe van Deli begon ze verhalen te schrijven. De Hongaarse planter Lászlo Székely was ervan onder de indruk en liet ze plaatsen in een krant op Sumatra. Niet alleen de verhalen maakten indruk: Madelon en Lászlo kregen tot grote schande van de Nederlandse gemeenschap in Deli een verhouding en trouwden in 1926 met elkaar. Samen kregen zij nog een dochter: Cornelia Malvina (Kotjil), de latere moeder van Michael en tante van Madelons kleinzoon Willem-Ewoud Modderman.

Madelon Székely-Lulofs – Ontmoeting met de dood, met tekeningen van Hoesein W. Djajadiningrat, voorwoord Michael Walter en nawoord Willem-Ewoud Modderman. Redactie Heleen Brakel. Vormgeving omslag Jeroen Klaver.
ISBN 978 90 5429 306 4, 168 pagina’s, prijs € 17,95
Uitgeverij Conserve, postbus 74, 1870 AB Schoorl.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter