blog | werkgroep caraïbische letteren

Liefde in tijden van gebrek: Een verhaal, een personage en een donkere materie

door Karin Lachmising

 

Het is ‘s avonds laat wanneer ik het recensie-exemplaar ophaal bij een collega. In het donker staan we nog even te kletsen terwijl ik Liefde in tijden van gebrek vasthoud. Het 340 pagina’s tellende boek ligt zwaar in de hand, terwijl het in de schaduwtinten lijkt of Astrid Roemer vanaf de voorplaat mij afwachtend aankijkt. Schrijvers kunnen aan alles leven geven, zelfs aan de vlakke voorkant van een boek.

 

Schotland. Foto © Michiel van Kempen

 
Het is een beleving, deze autobiografie van Roemer. Een reis die als een reis begint en op het perron van een stationshal tot leven komt vanuit de eerste bladzijde. Het belooft wat. Astrid op weg naar ergens, tezamen met twee Schotse broers, een verhaal dat ze wil schrijven en dat verband houdt met een voorouderlijke tak. Een houvast, een cliffhanger, wie zal het zeggen. Als een film trekt elk beeld dat geschetst wordt voorbij, van mens tot ding lijkt over zintuiglijke vermogens te beschikken, krijgt een karakter. Memoires, die je laten vergeten dat het om een autobiografie gaat. Een dramatisch verhaal over hen die achtervolgen, dingen nemen, dingen besmeuren, dingen doen, voor altijd in het duistere. Donker is dit boek wel, tegen het licht van mooie plekken, Schotland, Engeland, Parijs, Maastricht, Utrecht, Paramaribo, om er maar een paar te noemen. De uitgever kondigt de biografie aan als memoires van een thuisloze. Maar niemand die zo thuis in het verhaal aanvoelt als de schrijver zelf. Zelf schrijft ze al op een van haar eerste bladzijden (p. 19): ‘Ik wandel in mijn eigen thuisloosheid’, en ik wandel met haar mee.
Eerlijk toegegeven: soms raak ik het spoor bijster terwijl ik meewandel. Wie heeft wat genomen, over welk speciaal laptopsnoer gaat het, wie is ‘ze’, welke persoon heeft wat gedaan? ‘Toen ik weer in mijn flat stond en vrolijk mijn inkopen stond uit te pakken, gadegeslagen door de liefdevolle ogen van mijn twee katten, bleken de inkopen te zijn verdwenen’ (p. 87), ‘En tot overmaat van ramp ontregelen ze de televisie, zodat ik er dagen geen gebruik van kan maken…. (p. 109). ‘Maar wat wordt weggehaald tijdens mijn afwezigheid duikt weer op na weken. Soms beschadigd’. Een film zou ik ervan willen maken, dit mysterie. Ik zit in een verhaal waarin je niet te veel moet vragen, maar meelopen, meekijken, meebeleven met Roemer, hoe moeilijk dat soms ook is. Soms zou je gewoon even willen weglopen, genieten van de omgeving, de leuke stad Edinburgh, of de universiteit waar ze op de campus logeert of Maastricht doorstruinen, maar je bent wel met Roemer in haar verhaal. En dat verhaal speelt zich in eenzaamheid af, niet vrolijk, niet fijn. De verteller in deze blijft op een veilige, beschrijvende afstand, behalve daar waar het gaat om de poezen, Plato en Steffi. Gedachten over een geliefde ‘aan wie ik liever niet denk’, maar aan wie door het hele werk heen gedacht wordt. De werkelijkheid die in dit verhaal geschetst wordt, kan net zo goed de onwerkelijkheid zijn, of andersom. Het schrijversverhaal is een verhaal, waar personages tot leven komen, gedachten over de mensen die spullen wegmaken, we sluipen er doorheen om het verhaal niet te verstoren en eigen gedachten moeten maar even wachten.
Er is genoeg geschreven over liefde in tijden van gebrek, maar vooral over Roemer zelf, wat haar beweegt, of de achtervolgers, die steevast ‘ze’ genoemd worden, werkelijk zijn, hoe haar verhaal zich mistroostig voortbeweegt van eenzaamheid, mensen die haar bestelen en beloeren, haar vlucht, zij en haar poezen, de enige bondgenoten.
Het is verbazingwekkend hoe je als recensent denkt uit te vinden, wat een schrijver met een verhaal bedoelt, een gedicht, een stuk. Als schrijver zelf sta je er soms verbaasd bij te kijken wat iemand opvalt, hoe het geïnterpreteerd wordt, welke verbanden er gelegd worden. Roemer heeft in haar memoires geen lovende woorden over recensenten, over hen die haar en haar werk bespreken. Heel vaak heb ik zelf tijden, schrijvers, lessen, gedichten moeten uitpluizen over wat een dichter bewogen heeft en conclusies getrokken over zijn of haar bedoelde afkorting, witregels, tempo, dynamiek. Echter wie weet of dat werkelijk zo bedoeld is? Is de auteur werkelijk zo belangrijk of zijn het de aaneengeregen woorden die ons denken prikkelen? Zelf zegt ze: ‘Laat literatuur doen met ons wat misschien alleen woorden kunnen: raken, openbreken, verbrijzelen. Vergeet de auteur desnoods’ (p. 217).

 

Ingrediënten van haar persoonlijk verhaal strooit ze bijna achteloos door het verhaal. De belangrijkheid van een persoonlijk beeld krijgt daardoor evenveel gewicht als de inwisselbaarheid daarvan. Soms laconiek, soms dramatisch, komt informatie voorbij, informatie over het stalken, het verlangen naar liefde, de relatie met moeder of niet. Contacten en geen contacten met familie, geliefden, ex-geliefden, Suriname. Observaties tekenen dit werk, observaties die in staat zijn alles om haar heen een karakter te geven. ‘Monkstadt is eenzaam. Bloot. Niet gul.’ (p. 294), waardoorheen zinnen ons soms hardhandig wakker schudden: ‘zal mijn blik hem niet rukken uit zijn slaap’, in plaats van het gezapig halen uit de slaap, of ik kan gillen van wanhoop. Daar waar anderen struikelen over bewoordingen van identiteit brengt Roemer plotseling een heldere en warme metafoor: ‘Nooit zal ik meer autochtoon zijn. In mijn gedachten woelt een volgende bestemming, zoet als een bonbonnetje van melkchocolade’. In drie delen trekt een schrijversverhaal in staccato voorbij, springende gedachten die zichzelf observeren, die afvallen en opstaan en soms ronddraaiend opnieuw bekeken worden, of niet. Een donkere materie, ‘het boek over de donkere materie kan wachten’, (p. 19) zegt ze zelf, maar misschien heeft ze het zonder te willen reeds geschreven.
Astrid Roemer: Liefde in tijden van gebrek. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2016. ISBN 978 90 446 3079 4

 

Karin Lachmising

1 comment to “Liefde in tijden van gebrek: Een verhaal, een personage en een donkere materie”

  • Geen makkelijk te bespreken boek. Maar deze recensie is toch erg elegant. Mooi hoor en dank ook. Astrid H Roemer

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter