blog | werkgroep caraïbische letteren

Lege handen lege buik; Ruimte geven aan verdriet

door Marieke Visser

Een boek over rouw bij doodgeboorte. Geschreven door een jonge vrouw die, samen met haar partner, in Suriname, vrij recent hun eerste kind op deze wijze verloor. ‘Vind je het niet moeilijk om zo een boek te bespreken?’ vroeg iemand mij. Mijn man en ik zijn ons eerste kind in 2001 aan wiegendood verloren. Dylan was vier en een halve maand toen hij overleed. Nee, ik vond het niet moeilijk om Lege handen lege buik te lezen. Natuurlijk is het heel verdrietig en is het een verhaal waarvan iedereen wil dat het niet verteld had hoeven worden. Maar ik ben Annegriet Wijchers ontzettend dankbaar dat ze Lege handen lege buik heeft geschreven; het is heel hard nodig in ons land dat er meer gepraat (en geluisterd!) wordt, ook als het om moeilijke zaken zoals dood, rouw en verdriet gaat.

Wijchers
Annegriet Wijchers is redacteur bij de Ware Tijd en nog geen dertig jaar oud als zij in 2014 samen met haar vriend Furgill Renfurm vol verwachting uitkijkt naar de geboorte van hun eerste kind. Helemaal aan het eind van de zwangerschap gaat het opeens mis. Hun dochter Zahara sterft bij achtendertig weken zwangerschap in de buik. Wat Annegriet meemaakt vanaf dat moment, de emotionele achtbaan waarin zij belandt, dat heeft zij vastgelegd in dit boek. Haar persoonlijke verhaal is aangevuld met de ervaringen van lotgenoten, waarbij bij diverse onderwerpen ook neuropsychologe Sila Kisoensingh aan het woord komt. Achter in het boek staat een woordenlijst waar Sranantongo woorden en begrippen verklaard worden.
Zoals gezegd: ik vond het dus niet moeilijk om Lege handen lege buik te lezen. Als er iets is wat ik geleerd heb door mijn eigen verlies is het dat verdriet bij het leven hoort. En, als we dat eenmaal aanvaarden, we een manier kunnen vinden om met dat verdriet om te gaan. Daarbij kan het helpen als je weet hoe anderen die iets vergelijkbaars meemaakten daar mee omgegaan zijn. Hoewel het niet echt lichter wordt als je verdriet deelt, helpt het wel om je minder alleen te voelen. Om te herkennen dat anderen ook ervaren waar jij doorheen gaat of gegaan bent. Dat anderen er in slagen om uit de diepste dalen te kruipen: dat stemt hoopgevend.
Wel werd ik heel erg boos. Dat is niet de opzet van de schrijfster geweest, zij heeft vooral lotgenoten een hart onder de riem willen steken. Maar ik werd boos omdat er uit de verhalen keer op keer blijkt hoeveel extra leed berokkend wordt dat zo moeiteloos voorkomen had kunnen worden. Het is ronduit stuitend hoe snel mensen (ook professionals) vinden dat het rouwen wel genoeg is geweest. Annegriet die dezelfde dag dat zij haar dochter verliest nog te horen krijgt van een zuster dat zij niet moet huilen. Een moeder die haar kind niet mag aanraken: zelfs dat moment wordt haar afgenomen. Furgill die zijn kind niet mag erkennen: het heeft immers niet geleefd. Ouders die meteen te horen krijgen dat het Gods plan was. Al lezend weet je tegen wil en dank dat al die botheid, al die sussende opmerkingen, al die ontkenning van pijn en verdriet, dat al die verhalen waar zijn. Want ook zo zit onze samenleving in elkaar. ‘Blijf stil!’, ‘Wees flink!’, ‘Geef geen schande …’. Hoe leuk is het eigenlijk dat we overal wel weer een grap van maken, haha, met ons Surinamers kan je altijd lachen! So a libi de! Maar over de dood moeten we er het zwijgen toe doen, terwijl een andere odo luidt: pe dede de, libi de. Ons nationaal onvermogen om met de keerzijde van de dingen om te gaan wordt in dit boek schrijnend duidelijk. Wat mij betreft geeft dat het boek nog een toegevoegde waarde.

 

Annegriet Wijchers

Annegriet Wijchers. Foto © Irvin Ngariman

Ik hoop dus dat dit boek de weg vindt naar een groot lezerspubliek. Lotgenoten kunnen er steun uit halen. Familieleden en vrienden kunnen er in lezen dat een luisterend oor, een schouder om op te steunen, dat dat soort simpele dingen het enige is dat je in het begin kunt bieden. Dat je niet moet schrikken van tranen. Dat je niet moet proberen te troosten omdat je het verdriet daarmee vrijwel altijd bagatelliseert. In de eerste fase van rouw is daar geen ruimte voor. Gewoon de neutrale vraag stellen ‘Hoe gaat het vandaag?’ en dan openstaan voor het antwoord. Het ene moment wil iemand wel graag over haar of zijn verdriet praten, het andere moment is er meer behoefte aan een oppervlakkiger gesprekje over het hier en nu.
Een citaat uit Annegriets eigen verhaal: ‘Wat als ik morgen weer een hele slechte dag heb, heb je dan niet een totaal verkeerd beeld van hoe het met me gaat, indien ik je eerder heb gezegd dat het goed met me gaat? Denk je dan dat het verlies van m’n kind mij niet zoveel doet? Verloochen ik daarmee de gevoelens voor mijn dochter? Echt, alles heeft meer lading sinds haar dood. Woorden wegen zwaarder en hebben meer effect. En persoonlijk balanceer ik daardoor continu tussen erkenning van mijn kind, zelfbescherming, eerlijk zijn of liegen. Want dat is het ook weer: niet iedereen kan even goed met jouw waarheid en jouw verdriet omgaan. En dealen met mensen die zich geen raad weten met jouw verdriet, is nog verdrietiger.’ (p. 93) Nog verderop in het boek vraagt ze zich af waarom mensen zo sterk de behoefte voelen iets troostends te zeggen. ‘Zijn we zo bang voor verdriet geworden? Mag het er niet meer zijn?’ (p. 106)
Professionele hulpverleners zouden dit boek tijdens hun opleiding verplicht moeten lezen omdat het laat zien hoe belangrijk, vooral voor deze beroepsgroep, empathisch vermogen is.
Inhoudelijk vind ik Lege handen lege buik al met al een waardevol boek. Vooral voor ons in Suriname, maar ook elders denk ik dat met name lotgenoten er veel aan kunnen hebben. Wel vond ik de opbouw van het boek een beetje rommelig en onrustig. Omdat Wijchers het boek in zo extreem korte tijd heeft geschreven en uitgegeven, zo kort na het overlijden van Zahara, kan het ook haast niet anders. Bij een tweede druk zou het goed zijn met strenge hand een strakkere structuur aan te brengen. Sommige ervaringsverhalen zijn nu cursief, andere niet, sommige teksten staan tegen een grijze achtergrond. Een beetje als een vreemde eend in de bijt staat in het eerste deel van het boek een interview met de mevrouw die de woordenlijst heeft samengesteld, Irene Burgzorg. Daarna volgt een interview met neuropsychologe Sila Kisoensingh die op meerdere plaatsen in het boek een toelichting geeft vanuit haar beroep. Het interview met Irene Burgzorg zou ik liever achterin geplaatst hebben, of helemaal weggelaten. De hoofdstukken kunnen ook meer gebundeld worden. Het boek zal er alleen maar sterker door worden.
Een ander aandachtspunt heeft met de vorm te maken. Manon Uphoff zei eens tijdens een openbare schrijfles dat een schrijver ervoor dient te waken geen woorden de gebruiken waarover de lezer ‘struikelt’. In dit geval ‘struikelde’ ik over het papier en over de typografie. De papiersoort die gebruikt is, is extreem wit met een bijna blauwige weerkaatsing wat ik niet prettig vond lezen. Ook vond ik het lettertype en/of de regelafstand niet aangenaam, evenals het gebruik van kapitalen in de inhoudsopgave. Wellicht ‘minor details’, maar juist omdat ik het onderwerp en de inhoud zo belangrijk vind en ook zeker een volgende druk verwacht wil ik dit meegeven. En ondertussen kijk ik vol belangstelling uit naar het volgende boek van deze schrijfster!

Annegriet Wijchers: Lege handen lege buik; Een boek over rouw bij doodgeboorte. Brave New Books, 2015. ISBN 9789402142655

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter