blog | werkgroep caraïbische letteren

Laatste drie fraters verlaten na 110 jaar Suriname

door Paul Spapens

De altijd blakerende Surinaamse zon heeft de letters op de grafzerk van apostolisch vicaris Wilhelmus Wulfingh (1839-1906) tot nauwelijks leesbaar gebleekt. Je moet er voor op je knieën om de belangrijkste levensfeiten te kunnen lezen van de bisschop die het voor elkaar kreeg dat de Fraters van Tilburg een aantal fraters naar Suriname stuurden. In augustus 1902 arriveerden ze in Paramaribo.


In totaal 101 fraters hebben sedertdien hun beste krachten aan Suriname gegeven. Nu zijn er nog drie over, drie mannen van een leeftijd waarvan gezegd wordt dat je een oude boom beter niet kunt verplanten. Toch staan ze op het punt om terug naar Nederland te komen, twee naar Tilburg en een naar Vught. Medio maart 2012, bijna 110 jaar na hun komst, vertrekken de fraters van Tilburg voorgoed uit Suriname. Op hetzelfde kerkhof als waar Wulfingh zijn laatste rustplaats heeft gevonden worden de knekels van enkele tientallen fraters bij elkaar gelegd. Zand erover, einde verhaal maar er is in Suriname veel méér dat het verhaal van de inzet van de fraters van Tilburg zal blijven vertellen.

Geconfronteerd met het niet te keren feit van de definitieve terugkeer naar Nederland wellen bij frater Laurenti Verhoeven de tranen in zijn ogen die in 1933 in Udenhout het eerste levenslicht zagen Udenhout, geboorteplaats van frater Andreas van den Boer, wiens zaligverklaring maar niet wil lukken. In de gezamenlijke ruimte van de drie laatste fraters in Suriname hangt een wandbordje van frater Andreas van den Boer. Het degelijk gebouwde, bijna Nederlands aandoend Fraterhuis herbergt wel meer bekenden. Meteen bij binnenkomst staat de bezoeker oog in oog met een smetteloos witte buste van bisschop Zwijsen, de man die de Fraters der Congregatie van Onze Lieve Vrouw, Moeder van barmhartigheid in 1844 heeft opgericht.


Frater-bouwvakker

Frater Laurenti Verhoeven, de laatste van de twaalf missionarissen die Udenhout ooit telde, kwam in 1947 bij de fraters en in 1960 vertrok hij naar Suriname. Zijn twee confraters hebben al even imposante staten van fraterstrouw. Laurentius Berkers werd in 1939 in Deurne geboren, meldde zich in 1952 bij de fraters en kwam in 1967 via Curacao in Suriname terecht. Frater Johannes van Berkel, in 1941 in Tilburg geboren en in zijn gedrag waarneembaar de jongste van het stel, noemt zichzelf ‘nen èchte Haajkantse’. In 1969 ging hij als frater-timmerman naar de Nederlandse kolonie. Heel zijn leven was hij frater-bouwvakker, geen twijfel mogelijk. Hij rijgt een ketting van sjèkskes waarvan hij de peuken de een na de ander wegspoelt in een draaiasbak die je vroeger op de kermis kon winnen. Hij zorgt ook dat de glazen goed gevuld blijven met Parbobier.

Toen frater Johannes in Suriname arriveerde, moest door hem de laatste hand nog worden gelegd aan het Fraterhuis. Het is gebouwd voor maximaal tien bewoners. Elke frater heeft een mooie zit-slaapkamer. De eenvoudige kapel stemt tot bidden. Het grootste gedeelte van het pand bestaat uit de bestuursvleugel. “Maar ja, wat valt er nog te besturen?”, zegt hij met een nuchterheid die je niet verwacht in het kokende Paramaribo. Voor het Fraterhuis heeft het bisdom straks zeker een goede bestemming, zoals alles wat door de fraters van Tilburg is gerealiseerd of wat met hen te maken heeft gehad, een nieuwe bestemming heeft gevonden. Ze hebben (onder meer) vijf basisscholen gebouwd en met frater-onderwijzers bemenst. Twee mulo’s: idem dito. En alles nog volop in gebruik. Twee florerende bedrijven, bouwbedrijf Rema en de ultramoderne drukkerij Leo Vector, zijn ooit door de fraters begonnen. Bij de drukkerij kwam frater Lambertus terecht nadat hij bij de befaamde RK Jongensweeshuis-drukkerij in Tilburg zijn fraterscarrière was begonnen. “Aan mij de taak om er een zelfstandig bedrijf van te maken”, aldus frater Lambertus.

Geen Surinaamse frater
In 1985 was dat zover; deze verzelfstandiging was een van de vooraankondigingen dat er een einde ging komen aan de Surinaamse tijd van de fraters van Tilburg. Toen in 2002 twee fraters vertrokken en de huidige drie alleen achterbleven, besloten zij om gezamenlijk te stoppen als de tijd daar was. En nu is die tijd daar. Reageert frater Laurenti bij tijd en wijle emotioneel, zijn twee confraters zijn meer gelaten, op het nuchtere af. “Een goeje missionaris komt met een kleine koffer en gaat met een kleine koffer”, antwoordt frater Lambertus op de vraag wat ze allemaal mee naar Nederland nemen: vrijwel niets dus.


Frater Johannes: “Er is in Suriname waardering voor ons werk. We hebben iets spiritueels aan de samenleving gegeven. Maar ik denk niet dat een volgende generatie nog weet dat er ooit fraters in Suriname zijn geweest.”

Frater Lambertus: “Niet één Surinamer is frater geworden. Dat doet pijn.”

[uit de Ware Tijd, 14/01/2012]

Foto‘s: Fotoarchief Fraters van Tilburg

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter