blog | werkgroep caraïbische letteren

door Cobi Pengel

Ik ben een van de mensen die vurig propageren dat onze Surinaamse kinderen Surinaaamse verhaaltjes lezen die zich afspelen in een wereld die ze herkennen. Maar tegelijkertijd heb ik me toch wel eens afgevraagd: moeten we ons daartoe strikt beperken of moet er ook ruimte zijn voor de oude, klassieke sprookjes als bijvoorbeeld Sneeuwwitje, Doornroosje, Roodkapje, Hans en Grietje…, alle ‘opgetekend’ door de gebroeders Grimm, maar in vele varianten ook door anderen herschreven.

Ik heb een bundel met alle sprookjes van de Deense schrijver Hans Christiaan Andersen, maar ik noem er slechts enkele (de meest bekende): Het meisje met de zwavelstokjes, Het lelijke jonge eendje, Duimelijntje, De Chinese nachtegaal. Dan ten slotte nog Charles Perrault met zijn Sprookjes van Moeder de Gans, waaronder De gelaarsde kat, Vrouw Holle, Klein Duimpje, Assepoester en oeiii… ook Blauwbaard. En laten we toch vooral ook Pinokkio niet vergeten, de wonderbaarlijke houten pop die levend wordt en de spannendste avonturen beleeft. Goed en kwaad is hier het thema dat er uitspringt. De Italiaan Carlo Collodi is de schrijver. Zijn deze sprookjes, waarvan ik er maar een handvol heb genoemd, gedateerd? Uit de tijd? Verjaard? Hoort het eigenlijk niet bij de algemene ontwikkeling dat men er tenminste iets van weet? Wie erin geïnteresseerd is en er de tijd en de moeite voor over heeft, zal verbaasd zijn te constateren hoeveel er over de klassieke sprookjes op het internet te vinden is. Men komt te weten – als men het nog niet wist – dat sprookjes niet zomaar oppervlakkige kinderverhaaltjes zijn, maar vaak, vooral als ze zijn afgeleid van oude sagen en legenden, een diepere betekenis hebben.

Ik herinner me een les ‘Middeleeuwse literatuur’ op de mo A- opleiding Nederlands. De leraar besprak – in het kader van diepere betekenissen van en symboliek in sprookjes – ‘Doornroosje’ die honderd jaar moest slapen in een ondoordringbaar bos vol doornen. Alleen door een prins zou zij na honderd jaar kunnen worden wakker gekust. Aangetrokken door haar legendarische schoonheid, deden vele prinsen uit alle windstreken pogingen om het dichte doornenbos te doordringen. Maar nee, allen werden òf tot bloedens toe verwond òf lieten het leven. Tot de dag dat de honderd jaren om waren en er opnieuw een prins verscheen die Doornroosje wakker wilde kussen. Het dichte doornenbos vormde voor hem geen belemmering. Integendeel: de doornen weken vanzelf uiteen en veranderden in prachtige bloemen die zich achter de prins weer aaneensloten. Zo bereikte de prins die het geluk had op de juiste dag op de juiste plaats te zijn het Roosje tussen de Doornen… ‘Wel’, aldus de leraar, niet zonder enige humor (lang geleden, dus vrij geciteerd), ‘dat bloemenbos waardoor de prins zich zo moeiteloos een weg gebaand had om Doornroosje te bereiken… zou dat nou echt alleen maar voor een kus zijn geweest…, of eerder het symbool voor de ‘defloratie’ van Doornroosje…?’

on 26.02.2020 at 15:01
Tags:

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter