blog | werkgroep caraïbische letteren

Kaapse goudbessen

door Lila Gobardhan-Rambocus

Na Dame Blanche en Het Boegbeeld is in oktober 2015 de derde roman van Mala Kishoendajal in Nederland verschenen. Kaapse goudbessen. Kroniek van een illusionaire vrede gaat over leden van een Hindostaanse familie, die in de jaren zestig van de vorige eeuw Suriname verruilden voor Nederland. Het is niet een verhaal over haar familie, maar sommige leden en gebeurtenissen uit hun leven worden in deze roman beschreven.


Hira, een bejaarde vrouw, inmiddels dertig jaar in Nederland woonachtig, kijkt terug op haar leven in Nederland en Suriname. Ze heeft negen kinderen grootgebracht. Vooral met haar oudste zoon Balwant is ze bezig en ook met haar ouders en grootouders. De laatsten kwamen in 1873 met het eerste immigrantenschip, de Lalla Rookh, naar Suriname. De tweede persoon met een rol van bijzondere betekenis is Armand Veldhuizen. De hoofdstukken, getiteld Hira, worden afgewisseld door de hoofdstukken onder de titel Armand. In de hoofdstukken, getiteld Hira, komt de geschiedenis van haar familie tot leven. Deze hoofdstukken zijn vaak onderverdeeld in stukken over de desbetreffende personages, die niet vanuit Hira’s perspectief verteld zijn. Ook de hoofdstukken, getiteld Armand, bevatten onderverdelingen waar ook namen van andere personages als titel voorkomen. De hoofdstukken Hira worden afgewisseld door hoofdstukken onder de titel Armand. Hira begint en 26 hoofdstukken zijn gevuld met haar herinneringen en Armand eindigt het verhaal en zijn omzwervingen komen in 20 hoofdstukken aan de orde.
Naarmate de roman vordert, blijft de lezer zich afvragen wat de betekenis van Armand is in dit verhaal, zeker als Armand op zoek gaat naar informatie over Balwant, waar hij overigens maar moeizaam aan komt. Hoewel er hier en daar kleine aanwijzingen zijn in de tekst, is de ontknoping in het laatste hoofdstuk toch verrassend. Alle stukjes van de roman vallen daardoor op hun plaats. Meer kan niet genoteerd worden, omdat het verhaal spannend moet blijven.

 

Mala Kishoendajal

In deze roman worden exponenten van vier generaties in beeld gebracht: grootouders, die in Brits-Indië geronseld zijn, een van hun dochters, Hira, haar zoon en vervolgens zijn zoon. De socioculturele context zal nader bekeken worden aan de hand van enkele voorbeelden: redenen voor vertrek uit Uttar Pradesh, de situaties in Suriname vóór en na de onafhankelijkheid en het wonen in het nieuwe vaderland, Nederland.
Interessant is bijvoorbeeld te lezen dat de zeil- en stoomboten, die de immigranten naar Suriname en andere delen van deze kant van de wereld vervoerden, een tussenstop op St. Helena maakten, het eiland waar Napoleon Bonaparte in ballingschap overleed. Ook de ronselpraktijken bij de werving worden in beeld gebracht, zoals historici die beschreven hebben. Kinderhuwelijken, die toen nog op grote schaal plaatsvonden, komen ook aan de orde in dit verhaal. Het gebruik van mehndi (henna) als versiering bij hindoehuwelijken is nog steeds populair, maar vroeger werd ook met oostindische inkt een figuur of een naam op de arm van een bruid getekend.
Kishoendajal beschrijft de Sepoyopstand van het Brits-Indische koloniale leger in 1857. Het is jammer dat zij de Rani van Jhansi, een van de leiders van de opstand, niet noemt, omdat juist zij een heldin was voor de immigranten die avond aan avond hun herinneringen aan haar ophaalden; een heldin uit het gebied waar de immigranten vandaan komen. De Rani van Jhansi heeft deze strijd met de dood moeten bekopen. De geschiedenis van de opstand op Mariënburg wordt ook in de roman verteld. De veerboot Maratakka, de Maratakka 1, die in het boek ter sprake komt in de periode 1904-1910 (p. 241) begon pas in 1931 met veerdiensten. Een kleine misser van de auteur.
Het boek geeft een goed beeld van Suriname in de jaren zestig/zeventig en dat van Nederland in die jaren en later. Zo leest men over de komst van de videorecorder, die maakte dat vele Hindostanen in Nederland bij gebrek aan werk en vertier zich hele dagen binnenshuis vermaakten. Later huurden de mensen in de grote steden filmzalen af, waar Bollywoodfilms werden vertoond en nog later waren er vooral in Den Haag in grote bioscopen, zoals Pathétheaters, onder andere wereldpremières van Bollywoodfilms te zien. Ook zelfdoding bij Hindostaanse meisjes/vrouwen krijgt een plek in deze roman.
De auteur heeft een prettige schrijfstijl. Goed gekozen citaten aan het begin, een nawoord en een bronnenlijst aan het eind geven duidelijk aan dat er zorgvuldig onderzoek gedaan is. Het verhaal maakt dat je door blijft lezen. Zeker een aanrader.

Mala Kishoendajal: Kaapse goudbessen. Kroniek van een illusionaire vrede. Haarlem: Uitgeverij In de Knipscheer, 2015. ISBN 978-90-6265-859-6.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter