blog | werkgroep caraïbische letteren

Jossy Tromp: “Di Carigueña pa Santa Clara”

Een mijlpaal in de Papiamentstalige Arubaanse literatuur

“mesun dia cu e prome hende a bin na mundo
tabata tambe e dia cu maldad a haci su entrada na mundo”

door Wim Rutgers

Jossy Tromp (Aruba 1954) is bioloog en jurist. Hij was tot aan zijn pensionering werkzaam op het Colegio Arubano als docent en rector. Daarnaast was en is hij een productief schrijver die in eigen beheer een aantal bundels met korte verhalen publiceerde, zoals Cetilalma (1988), E biento di atardi (1998), Un anochi (2005), E barbulet preto (2007) 13 cuenta (2011) en Tera di waltaca (2015). Daarnaast verschenen zijn poëziebundels Gabilan (2009) en Na Caminda (2015). Ook publiceerde hij de theatertekst Camind’i Cruz  (2015) en twee documentaire uitgaven over sport. Di Carigueña pa Santa Clara (2024) is zijn eerste grote roman.

Jossy Tromp. Portret door Nicolaas Porter

Onze literaire traditie heeft een lange geschiedenis van oraliteit, van een gesproken woordkunst van vertellers en luisteraars in direct contact. Gesproken teksten kenmerken zich daarom in hun levende  communicatie als direct herkenbaar en verstaanbaar door een actief participerend publiek van de bij de vertelling aanwezige toehoorders.

Daarnaast ontstond er een geschreven literatuur op papier waarin dat direct contact ontbrak, maar waarin nog tal van kenmerken van de oude verteltraditie te herkennen zijn. Onze schrijvers waren en zijn echte vertellers van verhalen, gericht op communicatie en begrijpbaarheid met hun leespubliek.

Maar daarnaast is er in de poëzie en minder ook in het proza een hermetische literatuur ontstaan die gekenmerkt wordt door ingewikkelde vertelstructuren, moeilijke en lange zinsbouw in een stijl die van de lezers – deze literatuur lijkt ongeschikt voor voordracht – inspanning vereist tot begrip, analyse en interpretatie.

Voorbeelden daarvan zijn de verhalen in de talrijke bundels van Jossy Tromp in gedichten van Tico Croes: Potret di n cara desconoci (1996) en in de verhalen van Joe Fortin, zoals in City store (2013), Tartamudo (2019) en de poëziebundel Canto di lama (2016). Deze vorm van literatuur vereist concentratie en een intensief leesproces met aandacht voor elk detail.

Ook in de grote roman die Jossy Tromp nu gepubliceerd heeft, vinden we als lezers zo’n hermetische stijl die met een proces van wat aangeduid wordt als Slow Reading benaderd dient te worden, met zijn talrijke verwijzingen naar contextuele elementen die de lezers zullen moeten ontdekken en plaatsen.

Jossy Tromp ontwikkelt in zijn proza een eigen stijl die zich verzet tegen traditionele opvattingen als een gesloten structuur en een noodzakelijk aanwezige moraal. Het door hem geciteerde citaat van Mark Twain: ‘Persons attempting to find a motive in this narrative will be prosecuted; persons attempting to find a moral in it will be banished; persons attempting to find a plot in it will be shot’ in diens beroemde Adventures of Huckleberry Finn (1884).

De roman heeft twee protagonisten, de tweeling Jacobo (Cobi) en Pietro (Pe), die aan het begin van het verhaal een film zien, die zich afspeelt in een dictatoriaal bestuurd land. Ze zijn kinderen van het welvarende en in de lokale gemeenschap vooraanstaande echtpaar, Miriam-Celestia Gonzales de Israel en haar man. De tweeling heeft dus in de genen alle mogelijkheden in zich om wat van hun leven te maken. Ze maken hun school af met succes. Pietro gaat in het buitenland studeren, Jacobo neemt zijn tijd maar schrijft zich daarna in aan de Kunstacademie.

Dictatuur van het kwaad

De film die de twee jongelui zien, gaat over een dictatoriaal geleide samenleving van plattelandsbewoners die in opstand komen tegen een genadeloze onderdrukker Hortencio Florencio. De arme onderdanen willen hem terechtstellen, maar de opstand wordt bloedig neergelagen.

De twee jongens reageren op de film op een volstrekt tegengestelde wijze, die bepalend blijkt voor het verloop en de structuur van de rest van de roman: ‘Nan tabata e dos bandanan di e mesun medaya…’

De idealist Jacobo heeft medelijden met de arme bevolking en komt in zijn commentaar op voor de onderdrukten, maar de realist Pietro is het daarmee volstrekt oneens en vindt de opstandelingen maar een groep dronkaards die zich tegen de maatschappelijke orde keren voor wie een harde hand  zonder meer noodzakelijk is: ‘Bo busca, bo ta haya.’ Zo gaat de tweeling in de roman een eigen persoonlijke weg in het leven, twee wegen die ver verwijderd van elkaar blijken te zijn. In elkaar afwisselende hoofdstukken werkt Jossy Tromp hun beider levensweg uit.

Taal en stijl

Jossy Tromp schrijft soms lange zinnen met gedetailleerde beschrijvingen en beschouwingen, die bestaan uit lange opsommingen, waarbij veel aandacht aan kenmerkende details wordt besteed. Daarnaast is er veelvuldig aandacht voor de natuur, zowel de prachtige natuur als de natuur die met natuurgeweld en natuurrampen een bedreiging vormt voor de mens, zoals ook die van ‘grote vogels met donkerblauwe veren die op warawara’s lijken maar het niet zijn’ en op enkele essentiële plaatsen voorkomen.

Van Carigueña tot Santa Clara

Het verhaal is enerzijds gesitueerd in Carigueña – ooit een dorp  van arme boeren en vissers –  maar in de moderne tijd tot welvaart gekomen tot een schilderachtige metropool, welvarend vol vitaliteit en dynamiek. Maar het kwaad van negatieve elementen van wetteloosheid en criminaliteit liggen op de loer…

Jossy Tromp met zijn nieuwe boek. Foto Departamento Di Cultura Aruba.

Anderzijds lezen we over Santa Clara, met zijn witte huisjes en kelders waarin de doden begraven worden, een necropolis, een dodenstad van dwalende zielen na hun sterven. Dit gebied wordt ook wel Cetilalma genoemd, zoals ook de titel van Tromps eerste verhalenbundel luidt.

Ook hier schetst de verteller dus in de ruimte, de setting van het verhaal, een volstrekte tegenstelling. Je zou kunnen zeggen dat de levensloop van de twee hoofdpersonen gepersonifieerd wordt in de twee steden Carigueña en Santa Clara. De setting van de twee steden en hun verschil, lopen immers parallel aan de levenservaringen van Cobi en Pe.

De twee steden vormen zo de ruimtelijke metafoor, de twee protagonisten de personificatie van eenzelfde ontwikkeling. Het omslag van de roman laat een onschuldige en naakte Adam en Eva in het Paradijs zien, maar de slang ligt in het struikgewas op de loer: “mesun dia cu e prome hende a bin na mundo tabata tambe e dia cu maldad a haci su entrada na mundo.” Al in het Paradijs greep het kwaad zijn kans. Het woord ‘maldad’ komt zo vaak in het verhaal voor dat het een centraal gegeven wordt.

Familie

Dat leidt naar een derde motief dat eveneens een groot deel van de roman domineert: een volstrekt geheim gehouden familiegeschiedenis, waarvan met name de tweelingbroers slachtoffer blijken te worden als ze achter de werkelijkheid komen dat ze ‘yiu sin dolor’ [pleegkindren] zijn. Maar het kwaad kent meer slachtoffers die erdoor besmet worden en het treft ook andere romanpersonages. Ook in de ingewikkelde geschiedenis van de in aanzien zijnde familie en in hun relaties heeft ‘het kwaad zijn intrede gedaan’.

Terug naar het motto van de roman waarmee Jossy Tromp met het citaat van Mark Twain de analyse van de lezer naar plot, motieven en moraal op speelse wijze afwijst. De schrijver neemt hier de houding aan van  een quasi onbevangen verteller tegenover de lezer. Maar met de verwijzing naar het Paradijs en het kwaad van de slang – zoals direct al met de omslag van de roman – verwijst de auteur  juist op het hoofdmotief, het thema van het verhaal in zijn totaliteit: de strijd naar het goede dat door het kwade bedreigd wordt en dat als anti-moraal uiteindelijk overwint. Ook de titel van de roman lijkt daar op te wijzen. De tweeling wordt slachtoffer van het familiegeheim; de stad Carigueña het slachtoffer van zijn politieke leiders. Dat dit ingewikkelde gegeven verteld wordt in een hermetische vorm met een gecompliceerde en doordachte structuur toont tenslotte het centrale belang van de beschreven plot zonder meer aan.

Jossy Tromp heeft met zijn Di Carigueña pa Santa Clara een intrigerende en belangrijke roman geschreven, waarover de discussie rond tal van interpretatiemogelijkheden nog lang zal duren, ook al wacht de lezers dan, volgens het motto van Mark Twain, ‘vervolging, verbanning of zelfs geschoten worden’. Jossy Tromp publiceerde een mijlpaal in de Papiamentstalige Arubaanse roman.

Jossy Tromp: Di Carigueña pa Santa Clara; un novela. Productie: Vivienno (Vi) Frank in samenwerking met UNOCA (2024). 296 pagina’s. ISBN 978-99904-68-85-4
www.jossy.tromp@gmail.com

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter