blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Op 18 maart j.l. overleed Joop Vernooij, pater, zielzorger, kerkhistoricus. Enkele jaren geleden vroeg Walter Lotens hem een bijdrage te leveren aan het boek Engagement met of zonder God. Vernooij schreef een stuk over de Surinaamse theoloog Peter Tjak Shie. Uiteindelijk werd dat stuk, in samenspraak met de uitgever, niet gebruikt omdat het te specifiek Surinaams was. Lotens gebruikte een ander portret van hem dat hij maakte voor Omkijken naar een ‘revolutie’. Het ongepubliceerde stuk van Joop Vernooij, misschien een van zijn laatste teksten, wordt hier alsnog gepubliceerd, met dank aan Walter Lotens.

 

 

Joop Vernooij. Foto Helga Fredison

Ik vroeg ook aan de Nederlandse redemptorist Joop Vernooij om voor dit boek een bijdrage te schrijven. ‘Ja,’ antwoordde hij zonder aarzelen, ‘dat wil ik wel doen’ en hij stuurde mij een stuk over zijn vriend, de Surinaamse theoloog Peter Sjak Shie. Dat is een typische Vernooij-reactie. Door iemand anders voor het voetlicht te brengen, cijfert hij zichzelf weg, althans voor een deel, want ook al woont hij nu alweer 13 jaar in Nederland Suriname, antropologie en bevrijdingstheologie blijven natuurlijk ook zijn inspiratiebronnen. Door deze hommage aan Peter Sjak Shie komt de figuur van Joop Vernooij ongewild mee op de voorgrond. De biograaf maakt daarmee ook een portretje van zichzelf. – Walter Lotens

 

door Joop Vernooij

 

Wij hebben tot nu toe het christelijk geloof in zijn Europese vorm gekend. Dat kon ook niet anders. Degenen die het hier [Suriname – red. CU] kwamen brengen waren Europeanen en werden gesteund door de vanzelfsprekende dominantie van de Europese overheid in de koloniën en het geïnterioriseerde ideaal om zoveel mogelijk te voldoen aan Europese standaarden. Wij hebben een verstrengeling gezien van ‘godsdienst’ en emancipatiemogelijkheden. Godsdienst was ook gekoppeld aan scholing en gezondheidszorg. Het was een uitnodigende koppeling. Ik wil geen oordeel vellen over de zuiverheid of onzuiverheid van de motieven waarom men christen werd. Wel vraag ik aandacht voor de zeer onduidelijke context waarin Christus hier bekend werd.In ieder geval werd met grote vanzelfsprekendheid geëist dat de Afrikaanse, Indiaanse, Chinese, Hindoestaanse, Javaanse etc. cultuur die de aspirant gelovige met zich meebracht, werd afgezworen. Wij weten ook dat het brengen van het Evangelie werd gezien als het brengen van beschaving. En deze beschaving werd met grote vanzelfsprekendheid geïdentificeerd met de Europese. De hele werkelijkheid werd in Europese perspectieven gezien, op den duur niet alleen door de kerkelijke leiders en de koloniale overheid maar ook door grote delen van de Surinaamse bevolking, zeker de lichtgekleurden en ontwikkelden.1)
Dat schreef de Surinaamse theoloog Peter Sjak Shie. Hij heeft vanaf 1978 tot 2009 veel beweging gebracht in het katholieke diocees Paramaribo, Suriname. Hij was hoofd van het catechetisch centrum. Hij was in Suriname ook intens bezig met de oecumene, de dialoog van de godsdiensten, de Surinaamse theologie en de pedagogiek. De bijzondere omstandigheden in Suriname maakte hem tot een uniek figuur in de regio. Iemand van Latijns Amerika, geboren uit een Chinees geslacht, lange tijd in Nederland woonachtig, in 1978 teruggekomen en in juli 2009 plotseling overleden.
Ik heb hem, met 1.70 lengte geen imponerende figuur, goed gekend en nogal wat met hem samen ondernomen. Met respect voor zijn persoonlijkheid. Ik zelf was na mijn studie en priesterwijding in 1969 in Suriname komen werken, dus meer dan 20 jaren met Peter. Ik keerde in 2001 terug naar Nederland. Ik heb hem van 2001 tot 2009 verscheidene keren bezocht. Ik wil hem in herinnering roepen omdat hij naar mijn mening niet alleen in Suriname maar ook in de regio van waarde is.
Suriname was tot 1975 een kolonie van Nederland samen met de Nederlandse Antillen. Vroeger was het grootste deel van Guyana ook Nederlandse kolonie. Suriname heeft het Nederlands als nationale taal, wel heel vreemd in Latijns Amerika. Suriname is bijna volledig geïsoleerd op het continent, maar doet moeite te integreren.

 


Leven
Peter Sjak Shie is geboren op 12 december 1941 in de schaduw van de katholieke kathedraal in Paramaribo. Zijn vader was keurmeester bij de overheid, zijn moeder was onderwijzeres. Hij had een oudere zus. In zijn jeugd zong hij op het Oranjeplein voor prinses Juliana van het Koninkrijk der Nederlanden. Hij leerde de Surinaamse taal naast het Nederlands. Hij deed zijn middelbare school gedeeltelijk op de St. Paulusschool te Paramaribo en de HBS 2) op het Canisiuscollege van de Jezuïeten te Nijmegen in Nederland, om klaargemaakt te worden voor een studie aan de Technische Hogeschool van Delft. Hij was een goed en ijverig student. Een bijzondere wending was daarna in 1960 zijn intrede in het trappistenklooster De Koningshoeven uit 1881 te Berkel en Schot bij Tilburg. Het was de tijd van de kerkelijke veranderingen, ook in het religieus leven. De Bijbelgeleerde en monnik Pius Drijvers was zijn leermeester. Met enkele leden van het klooster ging de groep wonen in Eindhoven, om bid en werk meer en meer met elkaar te verbinden. Peter werd ziekenbroeder. Intussen studeerde hij in Eindhoven filosofie bij de Belgische filosoof Sam IJseling en theologie in Nijmegen bij Edward Schillebeeckx, wiens publicaties hij heel zijn leven bleef lezen. Hij werd een volgeling van de joodse Bijbelgeleerde Franz Rosenzweig (1886-1929) van Duitsland. Zijn doctoraalscriptie heette Het spreken van de Waarheid. Onderzoek naar het openbaringsbegrip in Fr. Rosenzweigs Stern der Erlӧsung in 1969. Peter bleef met een historisch-kritische invalshoek zijn leven lang geïnteresseerd in diens bijbelstudies. Hij stopte na enkele jaren met zijn trappistenproject en trouwde in 1972. Van zijn studenten kreeg hij het boek De Gebroeders Karamazov van Dostojevski met de begeleidende tekst uit Johannes 13, 23 over de graankorrel. Dat is hem heel zijn leven bijgebleven. Het echtpaar kreeg twee kinderen en Peter gaf catechese op een middelbare, brede school in Eindhoven. Het betrof levensbeschouwelijke vorming, maatschappijleer en filosofie. Daar leerde hij nieuwe werkvormen en methodes. Hij had bijzondere aandacht voor de feministische theologie en voor de ontwikkeling van de jonge Kerk in het nieuwe testament. Hij las ook graag in Merkstenen van Dag Hammerskjӧld. Met die bagage kwam hij in 1978 terug in Suriname. Hij was daarmee de enige lekentheoloog van katholieke huize, een grote bijzonderheid in het klerikale katholieke Suriname.

 

 


Suriname
In Suriname was een streven naar onafhankelijkheid nadrukkelijk aan de orde in het interbellum tijdens de strijd van de werklozen en arbeiders. In de Tweede Wereldoorlog kwam een beweging Baas in Eigen Huis op. Koningin Wilhelmina van Nederland beloofde eind 1942 nieuwe bestuurlijke verhoudingen in het koninkrijk met kolonies in de Oost- en West Indiën. De nationalistische beweging Wie Eegie Sanie (onze eigen zaak) streefde naar een republiek. Suriname was laat in de vaart der volkeren. Nadat sommige landen en volken van de Caribbean al vanaf 1961 onafhankelijkheid verkregen, was Suriname in een vreedzaam proces in 1975 aan de beurt. In die context stond Sjak Shie, zeker ook via de contacten die hij met Surinamers in Nederland had.
De katholieke Kerk in Suriname was voorstander van onafhankelijkheid, werd in 1958 een zelfstandig bisdom, binnen de Antilliaanse Bisschoppenconferentie met de (voorheen) Engelse, Franse en Nederlandse gebieden in de regio. De benoeming van de Surinamer Aloysius Zichem tot bisschop in 1970 gaf een stoot aan de surinamisering van de vanouds koloniale Kerk.

Basis
In 1969 was de katholieke Kerk van Suriname in haar zelfreflectie over tien jaar bisdom duidelijk de weg van de surinamisering opgegaan, met een helder uitgangspunt: de Kerk moet niet bezorgd zijn om haar eigen positie in de samenleving maar moet gericht zijn op de nationale belangen. Dat gebeurde ook bij de herdenking van twintig jaar bisdom in 1979. De oude christelijke en koloniale Kerken raakten politiek betrokken en zonden in 1978 en 1979 statements naar regering en parlement over de democratisering en over het feit dat armen armer werden en rijken rijker. In februari 1980 vond een militaire staatsgreep plaats die als een kans voor een revolutionair proces geïnterpreteerd werd en de Kerken gaven de militaire leiders het voordeel van de twijfel omdat het na de staatkundige onafhankelijkheid niet goed ging met het land. In 1981 hielden de Kerken een congres onder de titel Christenen in de Revolutie. 3) In 1974 richtte de katholieke Kerk een catechetisch centrum op, in 1975 een centrum voor pastoraal werk om de parochies te vernieuwen en in 1976 een projectenbureau voor gemeenschapsontwikkeling in stad, district en het bosland. In 1978 begon de Kerk met een kadercursus voor leiders/sters in de parochies.
Actief
Er was beweging en Peter Sjak Shie deed met het catechetisch centrum van harte mee. Veel Nederlandse missionarissen keerden terug als niet meer nodig voor onderwijs en medische zorg. Dat konden Surinamers zelf wel. De katholieke Kerk beschikte nog steeds over heel weinig priesters van Surinaamse huize. Slechts vijf.
Eind 1982 vielen er bij een militaire actie 15 doden en die actie leidde tot veel onrust en wantrouwen. Iedereen liep op eieren. Via verklaringen en statements bleven de Kerken oproepen tot eerbiediging van de mensenrechten en de inzet van ieder voor ontwikkeling. Op kerstavond 1990 vond een stille staatsgreep plaats die tot eind 1991 duurde. Het merendeel van de bevolking bleef in zichzelf geloven en enige rust keerde terug met algemene verkiezingen. De traditionele politieke partijen voor de Creolen (de ex-slaafgemaakten), Hindoestanen en Javanen (na de afschaffing van de slavernij in 1863 in Suriname ingevoerd als contractarbeiders voor de plantages) brokkelden af, verdampten en een streven naar interetnische groepsvorming kwam boven.
In dat klimaat werkte Peter Sjak Shie als coӧrdinator en leider van het catechetisch centrum. Hij ging stug door met zijn planning. Veel werk werd gestoken in vorming en kadervorming via continue cursussen, gegeven door mensen van het bisdom of mensen van elders. Hij stelde zich tot opdracht om alle catechetisch materiaal voor de lagere en middelbare scholen in Suriname te maken als model van het dekolonisatieproces binnen de katholieke Kerk. Tot dan toe kwam alle materiaal uit Nederland. Het catechetisch centrum was een van de weinige instituties in het bisdom die zoden aan de dijk zetten en veel aandacht had voor de mensen van de districten. In het bosland was een eigen organisatie werkzaam, de catechistenopleiding voor de dorpen van Inheemsen en Marrons. In zijn Het bijzondere van bijzonder onderwijs (goed onderwijs, goed Godsdienstonderricht, met een perspectief van en door de cultuur en religieuze tradities, over waarden en normen) in 1998 schreef hij:
Kenmerkend voor het bijzonder onderwijs is, dat het zich voortdurend ervan bewust is, zijn identiteit als bijzonder onderwijs aan een kritisch onderzoek te moeten onderwerpen. Onder ’identiteit’ wordt hier verstaan de ervaring van dezelfde te zijn, continuїteit te bezitten, te midden van wisselende omstandigheden. Hier is geen sprake van starre onveranderlijkheid. Identiteit in waarachtige zin komt immers steeds weer tot stand in een proces waarin de zelfbeleving van de school geconfronteerd met het beeld dat de ‘buitenwacht’ van de school heeft, zowel op het vlak van het geven van goed onderwijs, de schoolcultuur en de levensbeschouwelijke kwaliteit. In deze confrontatie komen de opgaven aan het licht, waarvoor de school staat voor wat betreft het steeds weer opnieuw vormgeven aan zijn identiteit. 4)
Catechese
De katholieke Kerk in Suriname werd wel eens een schoolkerk genoemd. De Kerk blonk met haar scholen uit in de samenleving. Maar de katholieke kinderen kwamen niet allemaal naar de katholieke scholen vanwege de afstanden en bereikbaarheid. Zo ontstond een grote groep kinderen die de schoolcatechese niet kreeg. Daarop werd in de parochies buitenschoolse catechese opgezet en met groot succes, Opvallend was dat er voldoende vrijwilligers/sters, ook jongeren, bereid waren hun schouders onder deze catechese te zetten. Het catechetisch centrum, dus Peter Sjak Shie en zijn medewerkers/sters, organiseerde daarop ieder jaar een landdag, als coӧrdinatiepunt voor deze catechese. Dat was voor Sjak Shie een uitgelezen kans om zijn visies uit te dragen en methodes aan te scherpen. Dat gebeurde ook op de interparochiale landdagen van het bisdom die als een soort synode fungeerden. Het was een gewoonte dat Peter Sjak Shie ingeschakeld werd, als inleider en als begeleider.
Verzet tegen sommige punten van de nieuwe catechese kwam natuurlijk ook wel op in het bisdom. Het ging dan over de nieuwe manieren van Bijbeluitleg, het verstaan van de eucharistie, over benoemingen van zijn stafleden (van protestantse huize). Voor sommige mensen van het bisdom kreeg het catechetisch centrum teveel invloed en macht. Dat wekte natuurlijk jaloezie op. Peter Sjak Shie kon het heel goed vinden met de jonge Surinaamse bisschop Aloysius Zichem, die hem in goede harmonie bleef steunen.
Het waren spannende tijden op politiek en sociaaleconomisch vlak in Suriname. Contacten met de Caribische regio groeiden. Peter verzorgde nogal eens Bijbelstudies op de eilanden. Hij reisde dan naar Trinidad, St.Lucia, Grenada, Brazilië, maar vooral ook naar Dominica, omdat dat het eiland is waar zijn lievelingsschrijfster Jean Rhys was geboren. Peter plande zijn bezoek dan ook tot op de minuut: hij bezocht elke plek waar zij ooit naar refereerde, elk heuveltje waar zij over schreef. Jean Rhys van Dominica was zijn lievelingsschrijfster, romanschrijver en novelist. 5)

 

Jean Rhys

Karakter
Peter leefde met volle overtuiging en koesterde elke ervaring. Hij bleef daarom heel zijn leven studeren: filosofie, theologie, geschiedenis en had een bijzondere liefde voor taal. Hij was een gepassioneerd intellectueel. Zo werkte hij na zijn pensionering, met aandacht en liefde, aan de digitalisering van de dagboeken van een 19de eeuwse pater in het district Coronie en van de handschriften van de Boslandpater Frans Morssink uit eerste helft twintigste eeuw. Monnikenwerk, zou je kunnen zeggen.
Hij wist wat hij mensen duidelijk wilde maken door de vragen die hij stelde, de manier waarop hij leefde en het werk dat hij verzette. Je kon volgens hem een onvoorwaardelijk vertrouwen hebben in de goedheid van God. Hij kende het psalmvers “God, mijn God, ik zoek naar u, Al wat ik ben is dorst naar U” uit zijn hoofd en ook “Gij hebt mij op uw rug gebonden, met beide handen houdt Gij mij vast”, en ook het “Ik weet, uw liefde is meer dan het leven, U wil ik prijzen, mijn leven lang”.

 

Panda-beraad
Een levenshouding die wordt gekenmerkt door dienstbaarheid kan slechts effectief zijn, wanneer hij voortdurend wordt gevoed. Anders lopen wij het gevaar dat de oorspronkelijke inspiratie en het aanvankelijk elan vervluchtigt en krachteloos wordt. Politieke aandacht en politieke inzet is binnen ons perspectief slechts mogelijk als ons geestelijk leven voortdurend wordt gevoed en verdiept vanuit Gods woord. Stille bezinning, gebed en inkeer in de Schrift zijn even noodzakelijk als politieke analyse, planning en organisatie. Meer dan ooit hebben wij mensen nodig van wie het leven wordt gekenmerkt door ernstige politieke betrokkenheid en intens gebed. 6)

Rond en na de staatkundige onafhankelijkheid was een groep jonge voorgangers en mensen die op universitair niveau gestudeerd hadden, in Suriname aan de slag gegaan. Bij de Evangelische Broedergemeente (Herrnhutters, Moravische Broeders, sinds 1735 in Suriname) bij voorbeeld de Marrons Hesdie Zamuel en John Kent, enkele mensen van de stad Paramaribo, katholiek en protestant. Al in 1942 was een Comité Christelijke Kerken (CCK) opgericht tussen Nederlands hervormde, lutherse, de katholieke en de Broedergemeente. Het was aanvankelijk een samenkomst van kerkelijke leiders, later met representatieve gemeenteleden aangevuld, maar meer gericht op bestuurlijke zaken, statements en verklaringen. In 1967 was een gezamenlijke dooperkenning tot stand gekomen. Er waren enkele bescheiden oecumenische contacten zoals binnen de Surinaamse Priesters en Predikanten Sociëteit, de SPPS. Voor de gewone voorgangers en jonge mensen die iets meer wilden was er eigenlijk niets. De aanstelling van Peter Sjak Shie was een kleine ingreep in het klerikale aanbod. Na de militaire staatsgreep zonder al te veel geweld, ontstond de idee van een revolutie, een nieuwe orde voor een nieuw Suriname. Zonder effectieve en opmerkelijke polarisatie, zoals in Nederland, werden de problemen in Suriname en de Kerken geanalyseerd en besproken. In de planning van het catechetisch centrum waren ook cursussen en opleidingen opgenomen. Deze mensen vonden daar ook werk en gehoor in de parochies en scholen. Het kwam allemaal goed uit. Peter organiseerde dat allemaal. Cursussen in Bijbel, geloof, maatschappij, andere religies, de geschiedenis kwamen aan de orde. Peter gaf de cursussen uit om een breder publiek te bereiken. En vanuit de groep is het Panda Beraad ontstaan, een idee van Peter. Panda betekent in een van de talen in Suriname, het Saramaccaans: koevoet, paal om er bomen in het bosland mee te versjouwen. De groep had dan wel de idee om Kerk en religie te verschuiven maar gebruikte geen harde methodes en polariseerde niet. Het werd een gewoonte weekends te organiseren, waarop thema’s uit Kerken en geloven werden nagedacht. De druk van de omstandigheden was voelbaar.

Ik zal de halmen niet meer zien, noch binden ooit de volle schoven maar doe mij in de oogst geloven waarvoor ik dien (Adriaan Roland Holst (1888-1976).

Met deze tekst van de bekende Nederlandse dichter gaf het catechetisch centrum de inleidingen en cursussen uit als Panda cahier. Met als drijvende kracht Peter, die er tijd voor had en die op het catechetisch centrum een administratief apparaat had voor contact, uitwerking van de lessen, de distributie, etc. Omdat enkele mensen van het Panda Beraad bestuurlijke functies binnen hun Kerken kregen, werd het accent van breekvoet niet zo gehandhaafd, maar meer in algemene zin religie en maatschappelijk handelen gecombineerd. Het denken draaide rond een andere visie op God, Kerk en wereld binnen de Surinaamse context. Het ging om een gedekoloniseerd denken in een proces van surinamisering van de theologie.

Kruisbeeld in de kathedraal van Paramaribo. Foto © Michiel van Kempen

Interreligieus
Ook kwam al gauw de wat hij noemde, grote oecumene opdagen. Contacten met hindoes en moslims werden gemaakt. Het was niet speciaal het studieveld van Peter, maar hij werkte zich in. Via zijn schoolwerk kwam hij ermee in contact. Hij stelde voor een feestenboek te maken, rond de hoogtijdagen van de religies, zoals Holi/Phagwa en Divali van de hindoes en Id ul Fitr en Id ul Adha van de moslims. Holi en Id ul Fitr, bij de Javanen Bada genoemd, waren in 1970 tot nationale feestdagen verklaard. En in 1971 was uit de wet het artikel geschrapt dat alles rond Winti, de Afro-Surinaamse religie, verbood. Dat was een goed traject naar erkenning van Godsdienstvrijheid voor allen, en niet alleen voor de christenen. Aan het boek is gewerkt, maar de politiek-sociale omstandigheden leidden tot uitstel, hoewel wel een trend werd gezet.

Ik zelf zou het zwaarste accent willen leggen op de derde: dienst aan de Surinaamse gemeenschap, op de eigen, typisch katholieke wijze, waarbij de katholieke geest de eigen bijdrage vormt, onvervangbaar, aan de vorming van Surinaamse kinderen…. Uit het onderzoek dat in het schooljaar 1988-1989 werd ondernomen op 48 scholen in de stad, de randdistricten en de districten bleek dat er geen enkele katholieke school was met minder dan 12 % niet-christenen tussen de leerlingen. Ongeveer 42% van de scholen heeft minder dan 50 % christen in de schoolbanken, ongeveer 22% heeft minder dan 25%, en in het jaar van onderzoek waren er 5 van de 48 scholen die minder dan 105 christelijke kinderen in de klassen had. Gemiddeld zitten op de onderzochte scholen 35% niet christelijke kinderen. Gezien deze stand van zaken…, is in ieder geval de eerste doelstelling- katholiek onderwijs voor katholieke kinderen ter ondersteuning van de katholieke thuisopvoeding – volstrekt onrealistisch. In feite vraagt een groot deel van ons leerlingenbestand om een andere Godsdienst ter ondersteuning van de thuisopvoeding. 7)

Dat vroeg in Suriname en in het Caribisch gebied om een andere koers. De Caribbean Conference of Churches, in 1973 in Kingston, Jamaica gesticht met een wezenlijk aandeel van de katholieke Antilles Episcopal Conference, ging vanuit een modernisering en verandering binnen de Kerken aan de slag. Er was veel geld voor projecten en studiebijeenkomsten waar vanuit Suriname gretig aan werd deelgenomen in de overtuiging dat Suriname iets te bieden had. In 1994 had de conferentie over het Afro-Caribische en Afro-Surinaamse religieus erfgoed op Lelydorp in Suriname plaats. Ook daar kwam Peter Sjak Shie aan het woord.

Het is een verademing om mensen te ontmoeten die nog idealen koesteren en zich uit alle macht inspannen om die waar te maken. Mensen die geloven in het visioen. Mensen die denken in termen van: ‘ons allen’ en ‘ons land’, en op grond daarvan hun stem uitbrengen. Mensen die op grond van hun visie op menselijk samenleven weten te onderscheiden wat van waarde is en wat als waardeloos terzijde moet worden geschoven….

Hij observeerde zijn eigen wereld en die van de andere mensen, op zoek naar die wereld en waarheid. Hij keek in en achter de feiten. Peter was op zoek naar de stilte, in zichzelf en daarbuiten, naar de mateloze stilte. Op zoek naar de schoonheid door mensenhanden gemaakt zoals huisstoepen en watersluizen.

Javaans paar. Werk van Albert Roessingh

Peter had het vaak over de hurkende houding van de oude Javaan, de houding van bewondering, stilte en wijsheid. Dat wilde hij niet alleen voor zichzelf maar ook voor allen die hem omgaven. Altijd vragen van verwondering en bewondering, zoals in zijn tuin met planten en bloemen. Dat was zijn levenshouding. Hij wilde mensen dwingen na te denken, niets als vanzelfsprekend aan te nemen. Kritisch bewustzijn, noemde Paulo Freire, dat in zijn pedagogiek van de onderdrukten. En Peter probeerde die principes door te geven aan zijn theologiestudenten van de middenkaderopleiding van het R.K.-bisdom en het seminarie van de Evangelische Broedergemeente, zijn filosofie/pedagogiek op het Instituut voor de Opleiding van Leraren en het Christelijk Pedagogisch Instituut. Hij behandelde onder meer thema’s als filosofie en verwondering; de mens als subject, de mens in dialoog, de mens en taal, de mens en het oneindige en wijsbegeerte en spiritualiteit. Een geliefd thema was de bespreking van de rol van taal bij het mens-worden van de mens. Maar behalve als leraar was hij ook op andere manieren verbonden aan het onderwijs, zoals bestuurslid van de stichting van het Rooms Katholiek Bijzonder Onderwijs.

De open houding die met de katholiciteit is gegeven blijft niet staan bij de grenzen van de christelijke Kerk. Christenen leven niet in een isolement; zeker niet in Suriname. De katholiciteit van de Kerk strekt zich veeleer uit tot ver buiten de grenzen van de gemeenten. Zij staat niet alleen voor het totaal van de christenen van alle tijden en alle plaatsen, maar ook voor de hele wereld met zijn diversiteit van culturen en Godsdiensten. In ons land komt een groot deel van de diversiteit van de wereld bij elkaar. Katholiciteit wil voor de christenen in Suriname dan ook zeggen dat zij een grote openheid hebben voor gedachten, levensvormen en –praktijken zoals die door Gods Geest geïnspireerd zijn in de culturen van onder andere India, Java, West-Afrika en de autochtone indiaanse levensvormen en religieuze verhalen. Dit wil niet zeggen dat alles wat in deze en andere godsdiensten die wij hier aantreffen zonder onderscheiding aanvaard moet worden. Alle menselijke gestalten van Godsgeloof zullen vallen onder het oordeel van Jezus Christus. Dat oordeel komt niet van ons en wij, christenen, zullen doordrenkt moeten zijn van het besef dat onze eigen christelijke instellingen en hun historisch gegroeide organisatievormen, theologieën, vroomheidspraktijken, kerkordes etc., onder datzelfde oordeel vallen. 8)
Peter hielp soms de bisschop bij het maken van een vastenbrief of het opstellen van een statement. Hij was goed in taal en ook een goede communicator. Toen hij eens in Amsterdam een lezing gaf zei hij echter daarover:
Het is echter de grote vraag in hoeverre de Kerken langs de weg van boodschappen en predicatie invloed kunnen uitoefenen op het samenleven van mensen. Onder alle richtinggevende woorden door, – en ondanks alle waarschuwingen en duidelijke kritiek, gaat de samenleving zijn eigen gang. Blijkens de inhoud van de laatste paar brieven, was dat in de ogen van de Kerken – en niet in hun ogen alleen – een neergang. Profetische woorden spreken alleen, zette kennelijk geen zoden aan de dijk. Het lijkt dan ook de hoogste tijd dat er een herbezinning plaatsvindt in onze pastoraal. Die staat momenteel sterk in het teken van het woord, het sacrament, de liturgie. Zonder deze insteek te willen onderschatten, zou ik willen pleiten voor een aanvullende aanpak. Zoals indertijd gepleit is voor ‘een pastoraal begeleiding van de revolutie’, zou ik willen pleiten voor politiek en handelsgerichte pastoraal…Op die vlakken wordt beslist over het zich maatschappelijk welbevinden van de Surinaamse bevolking. (25 Jaar Kerken in Suriname) 9)
Tegen zijn pensioen aan schreef hij:
Met deze enkele woorden heb ik een moeilijk en uiterst pijnlijk proces aangegeven: het proces van het loslaten, de ontlediging. Het gaat hier om een levenslange opgave, die onverkort geldt, ook als de sociaal-economische en de sociaal-psychologische omstandigheden gunstiger zullen zijn. Het gaat om een opgave die, naar mijn vaste overtuiging hoort bij het mens-zijn zelf, waaraan uiteindelijk gevraagd zal worden dat het zich ontledigt in de dood. Maar misschien helpt in het gevecht met onszelf de herinnering aan de hymne in de Filippenzenbrief, die ons toezingt dat God in Jezus Christus zich aan ons kon openbaren, omdat hij zich leeg wist te maken van alles waarop hij aanspraak maken mocht (Fil. 2,7). 10)

 

Chartres. Werk van Albert Roessingh

Afscheid
Peter stierf plotseling. Zijn afscheid vond niet in een Kerk plaats maar in het vormingscentrum van de Kerk, Ons Erf. Hij had niet zoveel bemoeienis gehad met zijn parochiekerk, en velen van zijn vrienden en kennissen waren niet bijzonder kerks. Omhoog (56/31 (2-8-2009)), het weekblad van het bisdom dat niet altijd wegliep met zijn ideeёn en opvattingen, wijdde een groot artikel aan hem met enkele getuigenissen. Hij was onwel geworden, naar het ziekenhuis gebracht en daar na een coma overleden. Het afscheid was met teksten, muziek en gedichten. Het werk van Peter is moeizaam voortgezet, vanwege verhuizingen, bezuinigingen en andere opvattingen over God, Kerk en mens binnen het bisdom Paramaribo. Niettemin heeft hij volgelingen die vasthouden aan zijn uitgangspunten. Voor zichzelf alleen had hij studie gemaakt van een oud Engels geloofsboek The Book of Q, naar aanleiding van de publicatie van Burton L. Mack: The Last Gospel. The Book of Q and Christian Origins 1994. En hij vertaalde ook het boek De Wolk van Niet-Weten, waaraan hij van 1988 tot 2004 heeft gewerkt. Dat boek heette eigenlijk, uit het Engels vertaald, Hier begint een boek over beschouwend gebed dat de titel draagt van De Wolk van Niet-Weten waarin een mens verenigd wordt met God. Het is een boek alleen bestemd voor monniken. Peter Sjak Shie, ascetisch mager, zocht in de diepte en in de mystiek, nu heel alleen op zichzelf. Maar dat was zijn eigen zaak, niet gecommuniceerd met andere mensen. Hij was er gereed voor. Zijn naam zij geprezen! 11)

 

 

Voetnoten

1. Met Volharding. 25 jaar pastoraat in het bisdom Paramaribo, Paramaribo 1993, p. 38-39
2. Door de zogenaamde Mammoetwet werd de hbs (Hogere Burger School) in 1963 in Nederland afgeschaft en vervangen door de mavo (wat later vmbo), havo en vwo is geworden.
3. De religieuze affiliatie in 1972 was rooms-katholiek 21.6%, evangelische Broedergemeente 15.8%, Nederlands Hervormde Kerk 2.6 %, Evangelisch Lutheranen 1.0%, Volle Evangelie 0.2%, Hindoe Arya Samaj 5.5%, Sanatan Dharm 23.0%, Moslims Soennieten 3.7%, Moslim Ahmadya 7.7%, geen en eigen 7.3%. en anderen.(Census 1972, Statistical Papers 5, Paramaribo 2007,10). In 2012 was de affiliatie: Christendom 48.4 %, hindoeїsme 22.3%, islam 13.9%, anders-geen 12.3%, onbekend 3.2%.(Suriname in cijfers no.294/2013-05, Paramaribo, 26).
Aantallen 1975 1984
Priesters 44 33
Zusters 112 85
fraters 44 33
RK.lagere school 157 122
leerlingen 28.350 23.480
RK.middelbare scholen 13 11
leerlingen 4.800 3.581
gedoopt (beneden 7) 2.123 2.565
gedoopt (boven 7) 252 550
(Joop Vernooij, Lomsu 1975-1985, Paramaribo, 1985, p. 34)
4. Het bijzonder onderwijs is een onderwijsorganisatievorm in Nederland die door anderen dan de overheid bestuurd wordt. Vaak is dit een stichting of een vereniging. Particulieren, maar ook Kerkelijke instanties, beginnen veelal een stichting of vereniging voor bijzonder onderwijs om een bepaalde levensbeschouwelijke, bijvoorbeeld Godsdienstige, maatschappelijke of onderwijskundige visie te kunnen vormgeven.
5. Het was een pseudoniem voor Ella Gwendoleen Rees Williams 1890-1979 , dochter van een witte Creoolse moeder en een Britse vader. Ze vertrok al vroeg naar Engeland en is daar gebleven. Zij schreef over de Caribische mens.
6. Pandaberaad 1989. Christelijk geloven en politiek handelen. Paramaribo, 1989, 24
7. Van Krisis naar Kairos. Voor het eeuwfeest van de RK. Gemeente in Nickerie 1992. Paramaribo, 1992, p. 74-75
8. Comité Christelijke Kerken. Een Woord van de Kerk…. op weg naar de verkiezingen 2010. Paramaribo, 2010, p. 5
9. Amen, Overpeinzingen bij het Christelijk geloven in Suriname, Paramaribo,1988, p. 130-131
10. Verslag van een conferentie gehouden op 11 november 2000 in Kerkcentrum De Nieuwe Stad, Amsterdam Z.O. Amsterdam, 2000, p. 20-21
11. Overpeinzingen, 14. Uit zijn lezing bij de jaaropening catechetisch centrum 1993: Wie een waarom heeft om voor te leven kan bijna elk hoe verdragen uitspraak van Friedrich Nietzsche (1844-1900)
Publicaties van Peter Sjak Shie:
Het klooster. Stichting Nederlandse Onderwijs televisie, 1978 53 pp. Over de monniken, gebouwen, Antonius benedictijnen, Geert Groote. Historie (Klaaskamp in Friesland). Helemaal vrij, het karwei, wat ze hebben gedaan. Voor het cursusjaar 1978-1979. Kleine groep (pag. 47).
Panda 1 Romano Guardini: Wil en Waarheid . Geestelijke Oefeningen. 1984. Vertaling van P. Sjak Shie.
Peter Sjak Shie. De Geest des Heren rust op mij. 1984.
met F. Hooplot: Adam, wie ben je? 1987.
Peter Sjak Shie. Maak allen tot mijn leerlingen. 1988.
Peter Sjak Shie (red.). Amen. Overpeinzingen bij het Christelijk geloven in Suriname. Paramaribo, 1988. Panda Cahier 14.
Peter Sjak Shie. Op zoek naar eigen woorden. Enkele facetten van theologische toeleg in Suriname. 1988 (25).
Peter Sjak Shie.Wie oren heeft, hore. Aantekeningen bij de Nieuwtestamentische parabels. 1988
Peter Sjak Shie.Een gesprek tussen mensen: over de dialoog tussen de Godsdiensten. 1990.
Peter Sjak Shie. Jood met de Joden, Griek met de Grieken; over de ontmoeting van de blijde boodschap van Jezus Christus en de plaatselijke Godsdienst. 1991. Panda Cahier 26.
Peter Sjjak Shie. Om zo goed als God te zijn. 1991. Voor het theologisch Seminarie van de Evangelische Broedergemeente.
Peter Sjak Shie. Waar het visioen ontbreekt verwildert het volk (Spr. 29, 18). Paramaribo, 1996. Panda Cahier 31. (Algenene Middelbare School: inleiding en gedachtewisseling 30, 31 januari en 1 febr. 1996).
Peter Sjak Shie.Therapeute, De Kerk als pedagogische werkplaats. 1996.
Peter Sjak Shie. Kerk en Samenleving. 1996.
Peter Sjak Shie : De voorgeschreven orde en de geleefde praktijk. 1997.
Peter Sjak Shie. Christenen en andersgelovigen. Katholieken en andere mensen. 1997. Met Esteban Kross.
Peter Sjak Shie. Jonas of: een groot dilemma. Panda Cahier, Aangeboden aan het Natin, mei 1997. Christenen en andersgelovigen. Katholieken en andere mensen. 1997.
Pter Sjak Shie. Wijsheidsdenken in het Eerste en Tweede Testament. 1997-1998.
Joop Vernooij & Peter Sjak Shie. Een Kerk die leert. Gedenkboek ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Katechetisch Centrum. Paramaribo, 1998.
Peter Sjak Shie. Kerst in Suriname. School en Godsdienst 53 (1999), 6-7, 124-125. Kerstboom lichtjes en diya’s branden naast elkaar. De TheodorusKerk, ongeveer 150 leerlingen, laatste jaren een 10-tal dopen. Viering van kerst met hindoe en moslimkinderen te vergelijken met divali.
Peter Sjak Shie. Overpeinzingen. Paramaribo, 2003. Panda cahier 39.
Peter Sjak Shie. Enkele spirituele en theologische brandpunten. Deel 1. Omhoog 51/35 (5-9-2004), 1; Deel 2, 51/36 (12-9-2004), 1-2.
Peter Sjak Shie. Volgens Johannes. Uitleg van enige perikopen uit het Evangelie van Johannes. Paramaribo, januari-maart 2004.
Peter Sjak Shie: Toen de Heer haar zag. Vrouwengestalten in het Evangelie van Lucas. 2006.
Peter Sjak Shie. Van de mieren naar het woord (Wijsheidsdenken). 2006.
Peter Sjak Shie. Tussen het Eerste en het Tweede Testament. De Wijsheid van Jesus Sirach en de Wijsheid van Salomo.(voor de Evangelische Broedergemeente Suriname). 2006-2007.
Peter Sjak Shie. Een sprekende wereld. Gods sacrament. 2007-2008.
In het kader van de Panda Cahiers werkte hij met N. Gangaram Panday, pandit Baal Patandin, C. Guiamo, F. Hooplot, Esteban Kross, Just Wekker, Joop Vernooij, Bertus Roest, Johan Jones, John Kent en E. Loswijk rond thema’s als Winti, het lezen van de Bhagavat Gita, de vrouw in het hindoeїsme, de Bijbelboeken, de Kerk in Suriname, ethiek en voorouder- en heiligenverering: van de 41 zijn er 21 van hem.

 

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter