blog | werkgroep caraïbische letteren

Johanna Schouten-Elsenhout, ontrafeld door Eddy van der Hilst

door Christine Samsom

 

Op 8 maart jongstleden, de 100ste viering van de Internationale Dag van de Vrouw, werd in het perkje vóór het CCS-gebouw aan de Henck Arron-/Gravenstraat in Paramaribo een zogenaamd kopbeeld onthuld van onze bijzondere dichteres Johanna Schouten-Elsenhout (11-07-1910 – 23-07-1992), gemaakt door schilder/beeldhouwer Erwin de Vries. Direct nadat de prachtige mamio die het beeld bedekte, was verwijderd door voorzitter Eline Graanoogst van de Nationale Vrouwen Beweging (NVB) als initiatiefnemer, directeur Otto Ezechiëls van de Centrale Bank (CB) namens de sponsor, een achterkleindochter van de dichteres en de kunstenaar, ontstond er enige dyugudyugu rond Eddy van der Hilst en de wijze neerlandicus Hein Eersel. Oei, de spelling van het Sranan op de sokkel….! De fouten daarin maakten Eddy boos, nee, woedend! Maar dat was dan ook het enige minpuntje in het overigens gesmeerd verlopen programma dat aan de onthulling vooraf ging. Toespraken van de historica Mildred Caprino, de directeur van het CCS, Elviera Sandie, en de directeur van de NVB, Eugenia Velland-Uiterloo, werden op voortreffelijke wijze afgewisseld door gedichten van tante Jo: het prachtige ‘Mi Dren’, op muziek gezet door Romeo Kotzebue, gezongen door An Hensen, een ander gedicht gezongen door sisa Lisibeti Peroti die zichzelf begeleidde op een vingerpiano(otje), een voordracht door Celestine Raalte, alles aan elkaar geregen door Sieglien Spier. Sponsoring van kunst staat bij de CB hoog aangeschreven en met de financiering van het kopbeeld, werden volgens de heer Ezechiëls, de enige man die voor het voetlicht trad, dus twee vliegen in één klap geslagen: dichtkunst en beeldende kunst. Waarom werd gekozen voor 8 maart om het beeld te onthullen? De directeur van de NVB legde dat haarfijn uit: 8 maart is een strijddag: Zoals vrouwen 100 jaar geleden al streden voor hun rechten, een strijd die overigens nog lang niet voltooid is (we hoeven alleen maar te kijken naar het aantal vrouwen in DNA), zo streed Johanna Schouten-Elsenhout voor erkenning van het Sranan en van de afro-Surinaamse cultuur. Vorig jaar werd haar 100ste geboortedag herdacht en nu was ook de viering van 8 maart 100 jaar oud.

 

.

 

 

De onthulling van het kopbeeld van Johanna Schouten-Elsenhout is verricht door directeur van de Centrale bank van Suriname, Otto Ezechiels, voorzitter van de Nationale Vrouwen Beweging, Eline Graanoogst, een achterkleindochter van Schouten en de beeldende kunstenaar Erwin de Vries. Het kopbeeld is prominent geplaatst voor de Eddy Wessel gehoorzaal aan de Henk Arronstraat. (Foto: @ Claudio Barker)

 

 Als er iemand is in Sranan die diep is doorgedrongen in de poëzie van Johanna Schouten-Elsenhout, dan is het Eddy van der Hilst wel, de grote man achter Sranan Akademya. Dat blijkt weer uit de publicatie van de brochure Close Reading van het gedicht “Winti” van J. Schouten-Elsenhout, een uitgave van de Henri Frans de Ziel Stichting, waarmee de Trefossa-lezing 2010, door Eddy van der Hilst op 15 januari 2010 gehouden, in druk is verschenen. De Stichting wil met de uitgave ‘bijdragen aan de vergroting van de toegang tot kennis van de Surinaamse literatuur’. Eddy publiceert al jaren op dit gebied. Hij studeerde linguïstiek bij Prof. Jan Voorhoeve in Leiden, Nederland, met wie hij de grote voorraad odo’s die Johanna had verzameld, ordende en in 1974 uitgaf onder de titel Sranan Pangi bij Bureau Volkslektuur: ‘Foe gi frantwortoe’. Toen werd de ‘u’ nog als ‘oe’ geschreven en djari in plaats van dyari. Hij was lid van de spellingscommissie die in 1984 werd ingesteld om de regering te adviseren ten aanzien van de spelling van het Sranan volgens moderne inzichten. In 1986 werd de spelling per resolutie vastgelegd. In dat kader verzorgde hij de t.v.-cursus Skrifi Sranantongo bun, leysi en bun tu die later ook in boekvorm verscheen (1988). Verder werd hem door het RK-bisdom gevraagd om samen met pater Roest een vertaling te maken van de bijbellezingen (Leysipisi fu den sonde nanga fesadey). In 1997 verscheen een nieuwe bijbelvertaling in het Sranan en voor de Ahmadiya moslims vertaalde hij Kor’anverzen. Als geboren docent geeft hij nu les aan de Schrijversvakschool (en ik spreek hier uit ervaring) en is hij bezig aan een grammaticaboek voor niet-Sranan sprekers. Aan wie is de uitleg van het gedicht ‘Winti’ dan ook beter toevertrouwd dan aan Eddy van der Hilst? Na het gedicht enkele keren te hebben voorgelezen en eventueel onbekende woorden te hebben verklaard, maakt hij, omdat de dichteres geen hoofdletters, komma´s en punten heeft geplaatst, een verdeling in 4 zinnen met een onderverdeling in hoofd- en bijzinnen. De 3 eerste zinnen beschrijven elk een situatie, de laatste zin een wens die te maken heeft met die 3 situaties. Dit maakt het lezen direct veel makkelijker. Elke zin wordt nu uitgebreid behandeld wat de inhoud betreft. En dan blijkt pas, hoe belangrijk het gebruik van elk woord is, ook lidwoorden, hulpwerkwoorden. We deinen vanaf Braamspunt (Branspen) zachtjes mee op de golfjes (plana), die slaapverwekkend (dyonko) klotsen tegen de oever bij de Marinetrap (Matros´broki). Maar middenin de rivier wacht ons een gevaarlijke draaikolk die ons meesleurt, de diepte in. Woorden als Gebre en dyodyo verwijzen naar de Winticultuur en daarmee naar een diep probleem in de Surinaamse samenleving. Het is de natie, the spirit of the nation, die vanuit Nederland (sewinti) in slaap is gesust ten koste van het gevoel van eigenwaarde. De dichteres heeft de overtuiging, uitgedrukt in de wens ´mi winsi wan nyun dey opo fesi´, dat een nieuwe dag aanbreekt, waarin het zelfrespect opbloeit. Het gedicht werd geschreven in de 60-ger jaren van de vorige eeuw, waarin ons een paradijselijk Suriname werd voorgehouden dankzij veel geld uit Nederland, ten koste van ons zelfrespect. Eddy eindigt dan ook met ons de vraag voor te houden, waar de titel Winti op slaat: Is het de winti die Suriname uit onderworpenheid danst voor de (ex-)koloniale heerser of is het de winti, ´de razernij …..die zou moeten uitbreken tegen deze vernederende onderwerping´.

 

Ik heb deze Close Reading met ontroering gelezen, niet alleen omdat ik er veel van geleerd heb als het gaat om de diepere betekenis van het Sranan, maar vooral ook omdat de uitleg zoals Eddy die geeft, effect zal moeten hebben op het volk van dit dierbare land, effect dat Johanna volgens hem zo vurig wenste.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter