blog | werkgroep caraïbische letteren

Invoer Surinaamse slavenregisters gestart

Morgen, woensdag 21 juni, staat het project ‘Surinaamse slavenregisters 1830-1863’ online op de website www.velehanden.nl en wordt gestart met het invoeren van de Surinaamse slavenregisters. Op de site staat een waarschuwing: ‘De inhoud van de slavenregisters kan als schokkend worden ervaren. De mensen in deze registers werden door de koloniale overheid als bezit beschouwd en ook zo beschreven’. Extra argument om mee te werken en de levens van deze mensen zichtbaar te maken …

 

Affie, getekend in 1859 door J.M.A. Martini van Geffen. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam (RP-T-1994-281-32)

Het openbaar maken van de Surinaamse slavenregisters is het doel van het project dat de Radboud Universiteit Nijmegen en de Anton de Kom Universiteit van Suriname samen met u uitvoeren. In de 43 delen van de slavenregisters staan per plantage of particuliere eigenaar de namen van bijna alle mensen die tussen 1830 en 1863 in slavernij leefden in Suriname, samen met informatie over geboorte, overlijden, verkoop en vrijlating. Met uw steun kunnen we de informatie uit de scans beschikbaar maken voor het publiek en voor wetenschappelijk onderzoek. Zo maken we samen het slavernijverleden zichtbaar en bespreekbaar.

Achtergrond van de Surinaamse slavenregisters

In 1826 besloot de Nederlandse regering om het slavenregister in Suriname in te stellen. Dit gebeurde waarschijnlijk onder Engelse druk. In 1808 was de internationale slavenhandel tussen Afrika en Amerika verboden, maar de smokkel van mensen naar Suriname ging gewoon door. Een verplichte registratie van alle slaafgemaakte mensen met naam en leeftijd en alle veranderingen moest het onmogelijk maken om mensen illegaal tot slaaf te maken en zo de sluikhandel definitief stoppen. Volgens het besluit van 1826 moesten slaveneigenaren elke wijziging opgeven, zoals geboorten, overlijden, koop en verkoop. Dit moest vrijwel direct gebeuren: binnen drie dagen voor inwoners van Paramaribo en binnen twee weken voor mensen die buiten de stad woonden. Op deze manier werd het bijna onmogelijk gemaakt om illegaal binnengesmokkelde mensen in de slavenregisters op te nemen. Deze slavenregisters maken het mogelijk om mensen in slavernij door de tijd heen te volgen.

Het is onduidelijk of er direct in 1827 werd begonnen met de registratie van slaven. De oudste bewaard gebleven slavenregisters stammen uit 1830 en later. Eens in de zoveel jaar werd met een nieuwe reeks registers begonnen, om te kunnen controleren of de geregistreerde informatie nog klopte. Het gevolg is dat er in totaal vier reeksen slavenregisters zijn: 1830-1838, 1838-1848, 1848-1851 en 1851-1863. Samen omvatten ze 43 boeken met in totaal bijna 15.000 folio’s. Elke reeks slavenregisters is verdeeld in plantages en particuliere eigenaren. Bij plantages is alleen de naam van de plantage vermeld en de divisie, de bestuurseenheid, waar deze plantage deel van uitmaakte. Bij de particuliere eigenaren wordt de naam vermeld van de eigenaar of eigenaren. Soms de naam van de beheerder van de boedel.

In de loop van de jaren nam de informatie die geregistreerd werd in de slavenregisters toe. Zo wordt vanaf 1848 bij elk persoon ook de moeder vermeld, wat reconstructies van vrouwelijke familielijnen mogelijk maakt. Behalve de moederband werden verdere familie- of samenlevingsverbanden niet erkend in het slavenregister. Per eigenaar werden eerst de mannen geregistreerd op volgorde van leeftijd, vervolgens de vrouwen en daarna eventuele aanwas gedurende de registratieperiode. Een folio is altijd gekoppeld aan één eigenaar (of gezamenlijke eigenaren) of plantage. Wel konden er meerdere folio’s gekoppeld worden aan dezelfde eigenaar of plantage als er meer slaafgemaakte mensen waren dan er op één folio vermeld konden worden.

Hoewel er beperkingen zijn aan het soort informatie dat in de slavenregisters is te vinden, kan het register zonder overdrijving worden beschouwd als de belangrijkste bron over slaafgemaakte mensen in het negentiende-eeuwse Suriname. De waarde van de slavenregisters zit vooral in de omvang van het materiaal en in het gegeven dat vrijwel iedereen die als slaafgemaakte leefde en alle particuliere slaveneigenaren en plantages in deze registers werd vermeld. De enige groep slaafgemaakte mensen die er niet in beschreven werd zijn mensen die rechtstreeks in eigendom waren van de overheid.

 

 

Om de Surinaamse slavenregisters openbaar te maken zijn vrijwilligers nodig. Vanaf 21 juni staan de scans van de slavenregisters online op www.velehanden.nl. Als vrijwilliger kunt u dan helpen om de informatie uit de scans over te tikken in een database. U kunt het dit werk thuis doen op momenten dat het u uitkomt en in uw eigen tempo. Help mee om de Surinaamse slavenregisters openbaar te maken. Met uw hulp kan het!

Per ingevoerde scan ontvangt u 6 VeleHanden-punten en na controle ontvangt u er nog eens 6. Een controleur ontvangt ook 6 punten per gecontroleerde scan. Een als onbruikbaar aangemerkte scan levert 1 punt op. Punten verdiend in dit project kunnen worden ingewisseld voor deelname aan evenementen en bijeenkomsten die binnen dit project georganiseerd worden. Activiteiten staan op onze website. U kunt me ook laten weten waar u in geïnteresseerd bent door een email te sturen naar: slavenregisters@let.ru.nl.

Volg ons project op Facebook: Maak de Surinaamse slavenregisters openbaar .

 

 

Klik hier voor een reportage van het NOS-Journaal.

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter