In The Garden of My Good Days
Met In The Garden of My Good Days bracht uitgeverij WBOOKS de catalogus uit die de eerste museale solotentoonstelling van Ivna Esajas in Museum De Fundatie begeleidde. De tentoonstelling, die liep tot 1 februari 2026, vormde een belangrijk moment in Esajas’ ontwikkeling. De kunstenaar, die in Amsterdam werkt en in 2025 werd bekroond met de ABN AMRO Kunstprijs voor vrouwelijk talent, heeft de afgelopen jaren een steeds prominentere positie verworven binnen de hedendaagse kunst.
Veel liefhebbers van Surinaamse en Caribische kunst hebben de tentoonstelling helaas niet kunnen bezoeken. Niet omdat de looptijd beperkt was — de expositie stond er juist geruime tijd — maar omdat de aankondiging ervan een deel van het publiek niet heeft bereikt. Daardoor is het werk van Esajas bij sommige groepen minder zichtbaar geworden dan passend zou zijn geweest. Juist daarom is het zo waardevol dat de catalogus bestaat: zij maakt de beelden, thema’s en ideeën uit de tentoonstelling alsnog toegankelijk voor een breed publiek.
De tuin als metafoor
De titel van de catalogus, ontleend aan een gedicht van Safiya Sinclair, verwijst naar een denkbeeldige tuin waarin geen lichaam verkeerd kan zijn — een ruimte van zorg, verbondenheid en verbeelding. De catalogus maakt duidelijk hoe Esajas werkt vanuit de zwarte ervaring, en hoe zij verhalen vertelt over saamhorigheid en collectiviteit als antwoord op een samenleving die steeds individualistischer wordt.
Beeldtaal en compositie
In de uitgave benadrukt de uitgever dat Esajas’ werk een choreografie van intimiteit en collectiviteit vormt. Subtiele lijnen, vloeiende vormen en verstrengelde figuren tonen relaties die niet hiërarchisch zijn, maar gebaseerd op wederkerigheid. De catalogus vangt dit moeiteloos, met zorgvuldig gekozen beelden en teksten die de gelaagdheid van Esajas’ universum zichtbaar maken. Hierdoor functioneert het boek niet enkel als documentatie, maar als een zelfstandige ruimte waarin haar tuin blijft bestaan, ook nu de tentoonstelling voorbij is.

Dialoog met andere kunstenaars
Bijzonder aan zowel de tentoonstelling als de catalogus is dat Esajas werk van twee andere kunstenaars opnam: Valentine Okon Efiong en Frank L. Creton. Daarmee positioneert zij zichzelf bewust binnen een bredere traditie van zwarte en Caribische makers, en erkent ze de verwantschap met kunstenaars die haar zijn voorgegaan of haar werk aanvullen. De publicatie laat die dialoog helder zien: het dromerige, zachte palet van Esajas staat naast het meer uitgesproken kleurgebruik en de krachtige vormen van Efiong en Creton. Zo ontstaat een rijk, meervoudig beeld waarin verschillende artistieke stemmen gelijkwaardig samenkomen.
Het recht op opaciteit
Esajas staat erom bekend dat zij terughoudend is met het uitleggen van haar werk. Ze beroept zich op wat de denker Édouard Glissant het ‘recht op opaciteit’ noemt: de vrijheid om niet volledig doorgrond te hoeven worden. De catalogus respecteert dit. De teksten bieden context maar leggen niets vast, en laten ruimte voor de kijker om zelf verbanden te leggen — een zeldzame kwaliteit in een tijd waarin kunst vaak wordt uitgelegd in plaats van ervaren.
Een publicatie die verder gaat dan registratie
Waar veel tentoonstellingscatalogi dienen als nuchtere registratie, overstijgt In The Garden of My Good Days dat niveau ruimschoots. De combinatie van sterke beeldselectie, trefzekere teksten en de plaatsing van Esajas binnen een geheel eigen traditie maakt de publicatie tot een op zichzelf staand kunstwerk. Het is geen bijproduct, maar een voortzetting van de tentoonstelling in een andere vorm.
Voor wie de expositie heeft gemist, is de catalogus de ideale manier om alsnog kennis te maken met Esajas’ werk. Voor wie haar doeken wél in Zwolle heeft gezien, vormt het boek een verdieping die de ervaring verder laat resoneren. In The Garden of My Good Days is een doordachte en noodzakelijke publicatie die de kracht van Ivna Esajas’ werk zichtbaar en toegankelijk houdt, lang nadat de deuren van het museum zijn gesloten. Een overtuigende aanrader.
