blog | werkgroep caraïbische letteren

In memoriam ‘tante Es’ Gummels

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Esje Gummels was de schoolvriendin van mijn vader op de Hendrikschool. Ze zaten bij elkaar in de klas met o.a. Waldo Rogali, en de jongen Ali en nog meer vrienden die altijd contact hebben gehouden. Esje vertelde altijd graag over zijn kwajongensstreken in de klas.

‘Tante Es’ Gumnmels. Foto privé collectie

Zij kreeg vaak tikken met zijn lineaal maar zij moest altijd erg om hem lachen, bijvoorbeeld als hij op de piano timmerde en juffrouw Ukkerman dan riep: “Tjong-Ayong, je maakt die piano vals!” Mijn vader heeft haar vier zoons ter wereld gebracht en is altijd de huisdochter gebleven. Toen hij in 1993 overleed moest zij erg huilen. Ik kwam wekelijks bij haar met mijn nicht Chandra en onze mannen en dan dronken wij een rumcola. Esje vond altijd dat er te weinig rum in zat.

Als ik in Nederland was belde ik haar elke zondag op en dan kwam het gesprek altijd op mijn ouders. Zij kende mijn moeder uit het ‘s Lands Hospitaal waar zij allebei werkten. Wij kinderen kenden haar van boekhandel Varekamp waar wij altijd achter de boekenkasten zaten te lezen. Pa kocht altijd dozen vol boeken voor ons die wij verslonden, Alle Tjong-Ayongs waren boekenwurmen. Mijn grootvader had een kist met boeken in zijn winkel en zat daar ook altijd te lezen.

Wij zaten op de Calorschool met haar derde zoon Pim van der Jagt. De twee oudsten Jan en Frans werkten al en de jongste Peter was nog klein. Later zag ik de drie oudsten als getrouwde mannen terug met kinderen.

Esje was eens erg ziek en Pa moest haar opereren. Met tranen in zijn ogen stond hij aan haar bed. Dat is haar altijd bijgebleven. Haar huisdokter.

Pim liet ons op school zien waar Pa een zesde teen had weg gehaald. Hij deed dan zijn schoenen uit.

Esje raakte niet uitverteld over Fritz Tjong-Ayong en wij wilden alles horen!

Tante Es, rust zacht.


Een volbloed Surinaams fenomeen is heengegaan

PARAMARIBO – Ze overleefde twee pandemieën en twee wereldoorlogen en was gezegend met gezond verstand, een uitstekend geheugen en een goed gevoel voor humor. Het fenomeen Esseline Louise Gummels is vrijdagochtend heengegaan. Op enkele dagen na was zij 109 en een half jaar oud. Met Duitse, Schotse, Hollandse, Joodse en Afro-Surinaamse voorouders was zij een volbloed Surinaamse.

Esje woont als kind op de plantage Hazard/Waterloo in Nickerie. Als zesjarige verhuist ze naar Paramaribo om er naar school te gaan. Ook haar zusje Marietje gaat in de kost bij de dames Lobato. Broertje Hugo blijft in Nickerie. Na enkele maanden heeft nene Sophie Basfield een droevig bericht: Esjes moeder is overleden aan Spaanse griep, vlak na de geboorte van haar jongste zoon Seppen. Esje weet nog dat de kinderen naar school gingen met zakjes mottenballen om hun nek, om niet besmet te raken.

Met haar zusje Marie groeit Esje op in Paramaribo, eerst bij de gezusters Lobato en later bij tante Kate Rogalli, een zus van haar vader. In de vakanties gaan ze meestal naar Nickerie, het district waaraan ze goede herinneringen heeft. “Ieder jaar brachten we de grote vakantie bij papa door op de plantage”, zegt ze enkele jaren terug in een interview met Parbode.

Mee op de muilezel

“Ik zie zijn gezicht nóg voor me wanneer hij ons stond op te wachten bij de steiger wanneer we aankwamen met de boot. We sjouwden de hele dag rond op de plantages en soms mochten we met hem mee op de muilezel om zijn ronde over de plantages te maken. Het was altijd zo fijn om weer bij hem te zijn.” Haar vader is intussen hertrouwd en er worden uit dit huwelijk nog drie kinderen geboren: Ann, Etna en Eric.

Na de middelbare school, die ze door ziekte niet voltooide, gaat Es aan het werk op de administratie van het Militair Hospitaal (nu ‘s Lands Hospitaal). Ze werkt er tot haar huwelijk met de onderwijzer Martin van der Jagt in 1934. Ze krijgen drie zonen: Jan, Frans en Pim. In 1941 verhuist Martin van der Jagt naar Aruba, om aan de slag te gaan bij de raffinaderij van de Lago. In Suriname is er geen werk in het onderwijs vanwege de sterke bezuinigingen in de crisisjaren. In 1943 reist Es haar man achterna met hun drie kinderen.

Het gezin keert in 1950 terug naar Suriname waar Martin als onderwijzer in Moengo gaat werken. Ze krijgen er hun jongste zoon, Peter. Na haar scheiding keert Es in 1955 terug in Paramaribo, waar ze een paar jaar later werk vindt  bij boekhandel Varekamp.

“Ik werkte heel graag in de boekwinkel: ik houd veel van lezen en ben verzot op talen”, zegt ze in het interview met Parbode. “Ik hield me bezig met het assortiment en gaf mensen desgevraagd advies over de boeken.” Ze blijft er werken tot aan haar pensioen in 1977. In de twintig jaar dat ze er werkt, leert ze veel mensen kennen. Tot nu toe herinneren mensen zich haar van Varekamp en Vaco.

Geliefde vraagbaak

Na haar pensionering wordt Esje steeds meer een geliefde vraagbaak voor journalisten, schrijvers en andere mensen die op zoek zijn naar historische informatie. Zo wordt ze regelmatig geraadpleegd door de Oral History-vereniging. Haar geheugen laat haar zelden in de steek en ze maakt veel mensen blij met haar kennis van familieverbanden, namen, Paramaribo, Nickerie en plantages. Op haar honderdste, in 2012, organiseert de familie een spetterend eeuwfeest waarvan zij en haar vele gasten met volle teugen genieten.

Dat haar herinneringen haarscherp zijn, blijkt nog jaren daarna bij een doublecheck in (online) krantenarchieven. Wanneer ze op zoek is naar gegevens voor haar privé-archiefje, maakt ze gretig gebruik van de mogelijkheden van digitalisering. “Kan je dat even googelen?” vraagt ze regelmatig aan bezoekers en ze is enthousiast over informatie en knipsels uit kranten, registers en andere digitaal ontsloten bronnen.

Terwijl haar hersenen nog op volle toeren draaien, begint haar lichaam dienst te weigeren. Ook chikungunya eist zijn tol en wanneer lopen niet meer lukt, is Esje aan bed gekluisterd. In de jaren die volgen, krijgt ze veel bezoek en telefoontjes van familie en vrienden, leest ze de krant en geniet ze van gezelschap, van lekker eten én van haar herinneringen. “Als die goed zijn, geniet je steeds opnieuw!” zegt ze.

Ze leert nog lange tijd nieuwe mensen kennen, onder wie tot haar grote vreugde de zoon van haar nene Sophie, en ontvangt in februari zelfs president Chan Santokhi aan haar bed. Esje Gummels heeft altijd kunnen rekenen op steun van familie, vrienden en buren en keek terug op een lang en welbesteed leven. Zij wordt met liefde en dankbaarheid herinnerd door velen in en buiten Suriname.

Esje Gummels wordt donderdag in besloten kring gecremeerd in het Pandit Jagdew Paragh Crematorium aan de dr. Sophie Redmondstraat. Daaraan voorafgaand vindt in de grote aula de uitvaardienst plaats met gelegenheid tot afscheid nemen.

[uit de Ware Tijd, 3/04/2022 ]

1 comment to “In memoriam ‘tante Es’ Gummels”

  • Een prachtige verteller en Surinaams tot op het bot met die mix van Afrikaans, Joods, Boeroe-achtergrond, en nog een paar etniciteiten meer. Tante Es heeft meegeholpen aan mijn familiekroniek: DE DOORSONS en zij kreeg haar eigen hoofdstuk. Mogen er nieuwe vertellers opstaan. Een stonfoetoe is omgevallen.

Your response at Roline Redmond

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter