In achilleshiel geraakte S’77-voorzitter Krishnadath smijt met modder
door Rolf van der Marck
Kennelijk heeft mijn artikel “Schrijversgroep ’77 bestaat 35 jaar”, op 27 oktober gepubliceerd op Suriname Stemt, op Caraïbisch Uitzicht op 28 oktober en op 7 november in de Ware Tijd, voorzitter Ismene Krisnadath van de Schrijversgroep S’77 pijnlijk geraakt, zó pijnlijk dat ze aan de vooravond van Diváli publiekelijk met een ingezonden brief in de Ware Tijd van 10 november (zie het stuk hier onder) met modder gaat smijten, ondanks dat ik in mijn artikel niet één onwelvoeglijk woord heb gebruikt. Wel heeft ze mij betrapt op een fout, namelijk dat ik Alphons Levens abusievelijk een bestuursfunctie heb toegedicht, maar dat kan niet de reden zijn voor haar moddersmijterij. Jammer genoeg heeft ze zich bij het schrijven van haar artikel niet laten bijlichten door het Diváli-licht, daarvoor was ze te pissig.
Overigens is het wel ironisch dat zij zich zo uitlaat, nadat ik haar als voorzitter van S’77 heb aangevallen op haar recente uitspraak als zou de Schrijversgroep ’77 vanwege zijn politieke onafhankelijkheid “bij uitstek geschikt zijn om te bemiddelen in kwesties waar schijnbaar onoverbrugbare politieke tegenstellingen zijn”. Mijn stellingname had ik als volgt onderbouwd: “Geheel anders moet echter worden geoordeeld over het uitblijven van enige stellingname (van de zijde van S’77, RvdM) inzake de coup van 25 februari 1980 en de toenemende mensenrechtenschendingen sindsdien, zeker nadat de schrijver Jozef Slagveer op 8 december 1982 lafhartig is gemarteld en vermoord. Kennelijk vanwege de revo-sympathieën van onder andere Barron, Mechtelly en Sombra was de Schrijversgroep ’77 niet in staat en/of niet bereid onderscheid te maken tussen deelname aan maatschappelijk debat en verzet tegen dictatuur.” Dat is toch echt niet de “maatschappelijke betrokkenheid “ te noemen waarop S’77 zich voorstaat, maar die kritiek mag ik niet uiten.
De ironie is erin gelegen dat iemand – en dat slaat zowel op Krishnadath als op S’77 in z’n geheel – denkt te kunnen bemiddelen, wanneer zij een afwijkende mening zoals die van mij niet kunnen verdragen en daardoor zózeer op hun ziel zijn getrapt dat ze onmiddellijk – zonder vraag om uitleg of discussie – hun toevlucht nemen tot –ook nog eens slecht gemotiveerde– moddersmijterij. De motivatie voor deze stoot onder de gordel luidt alsvolgt: “Zoals de heer Van der Marck de vrijheid heeft genomen zich op het internet te oriënteren op Schrijversgroep ’77. Zo heb ook ik de vrijheid genomen mij te oriënteren op de heer Van der Marck.” Nu heb ík mij niet geörienteerd op een bericht dat elke willekeurige dwaas op het internet kan plaatsen, nee, ik heb gezegd: “Alvorens onjuiste uitspraken te doen, heb ik mij op Wikipedia geïnformeerd (…)”, en dat maakt een duidelijk verschil, in NDP-termen: dat maakt het verschil.
In haar kippendrift is Krishnadath op het internet op zoek gegaan naar iets om mij te kunnen ‘terugpakken’, en ja hoor, toen ze een artikel zag van een anonymus die mij een pedofiel noemt, had ze het gevonden. Zonder er ook maar aan te denken dit bericht te verifiëren bij de politie, zoals van een verantwoordelijk persoon, en zeker van de voorzitter van zoiets als een schrijversgroep “met maatschappelijke betrokkenheid” mag worden verwacht, heeft ze het bericht domweg in haar reactie gebruikt. Zelfs het ontbreken van de naam van de verantwoordelijke auteur van het omineuze artikel heeft Krishnadath niet kunnen weerhouden, daarvoor was ze te pissig. Als dit soort nuances aan Krishnadath en aan S’77 zijn verspild en als hun ego’s zo groot zij dat ze geen kritiek kunnen verdragen, moeten ze zich maar verre houden van welke bemiddelingspoging ook, politiek of niet politiek. Het is jammer dat deze kleine maar uiterst betekenisvolle nuances de redactie van de Ware Tijd zijn ontgaan, anders zou het ingezonden stuk van Krishnadath/S’77 waarschijnlijk niet zijn geplaatst.


