blog | werkgroep caraïbische letteren

Iedere Nederlander zou Keti Koti moeten vieren

door Karin Amatmoekrim

In de oude binnenstad van Paramaribo, tussen de regeringsgebouwen langs de oever van de Surinamerivier, staat een standbeeld van een man en een vrouw. Ze dragen tassen met zich mee, hun blik verwachtingsvol op een punt aan de horizon gericht. Aan de stand van hun voeten zie je dat ze in beweging zijn: vastbesloten om vooruit te gaan, in de richting van die horizon.

Baba en Mai

Het beeld heet ‘Baba en Mai’, dat zoveel als ‘meneer en moeder’ in het Sarnami betekent. Het is een gedenkteken voor de Hindostaanse immigratie naar Suriname. Op een plakkaat dat bij het beeld ligt, staat de datum van het eerste schip dat met arbeidsmigranten uit India aankwam: 5 juni 1873. Het was nog geen maand voor 1 juli 1873, de dag dat de slavernij in de Nederlandse kolonies eindigde. De Hindostanen namen de plek van de slaafgemaakten op de plantages in. Dat eerste schip met arbeiders kwam dus net op tijd: de plantage-eigenaren hadden een krappe maand om het juk van de Afrikaanse slaven over te schuiven naar de Hindostanen. En wie de geschiedenis van Suriname een beetje kent, weet dat na de Hindostanen een ander werkvolk werd geïmporteerd. Het waren de Javanen, vanaf 1890 uit Indië naar Suriname gebracht. De Nederlandse kolonisatie van Suriname heeft deels als resultaat gehad dat wat begon met de Afrikaan op de plantage, eindigde bij de Javaanse contractarbeider, op diezelfde plantage.

Toen ik een paar dagen geleden voor het standbeeld van Baba en Mai stond, was het nog behangen met bloemenkransen: resten van de herdenking van de Hindostaanse immigratie in juni. Aanstaande vrijdag zal er in de stad een andere herdenking plaatsvinden. Het is dan 1 juli, de dag die door Surinamers en Surinaamse Nederlanders ‘Keti Koti’ genoemd wordt. Het is de dag dat de ketenen (keti) van de tot slaaf gemaakte Afrikanen verbroken werden (koti). In Suriname is Keti Koti een nationale vrije dag. De officiële benaming is ‘dag van de vrijheden’. Dat meervoud geeft aan dat de vrijheid door alle etnische groepen wordt gevierd – dus niet alleen door de afstammelingen van de tot slaaf gemaakten. Dat kan ook niet anders, want de bevrijding van de een betekende de migratie van de ander. In Suriname begrijpen mensen dat we met elkaar verbonden zijn, op manieren die op het eerste gezicht onzichtbaar zijn.

Weer terug in Nederland lees ik dat een aantal organisaties een actie is begonnen om van 1 juli een nationale vrije dag te maken. Een voorstel daartoe werd eerder in de Kamer weggestemd en het idee lijkt buiten de 60.000 ondertekenaars van het burgerinitiatief niet heel veel maatschappelijk draagvlak te hebben. Een korte rondvraag in het autochtone deel van mijn omgeving leert dat Keti Koti voor hen een ‘zwart’ thema lijkt. Ze hebben er geen affiniteit mee, omdat het een leed is dat zij niet delen.

Keti koti in het Amsterdamse Oosterpark, 1 juli 2013. Foto © Michiel van Kempen

Ze hebben het mis. Ook zij zijn aan ons verbonden. Immers: omdat Nederland mensen tot slaaf maakte, is de Afrikaanse mens een Surinaamse mens geworden. En omdat Nederland de slavernij afschafte, brachten zij mensen uit India naar Suriname. En omdat Nederland Indonesië koloniseerde, konden zij de Javaan naar Suriname brengen. En omdat al die mensen in een Nederlandse kolonie woonden, waren zij Nederlanders. En zijn zij dat nu nog steeds. Wie denkt dat Keti Koti een afrekening is, omdat het de herdenking van een groot leed is, heeft het mis. Het is namelijk ook de erkenning dat de geschiedenis ons heeft verbonden, zowel in slavernij als in vrijheid. Keti Koti moet samen gevierd worden, door iedereen die zich Nederlander voelt. Het is een manier van verbinding met een plek – in dit geval de multiculturele identiteit die steeds luider wordt bezongen – die nog wat onwennig is. We moeten dat aangaan als Baba en Mai: de blik op de horizon gericht, vastberaden om vooruit te komen.

Karin Amatmoekrim is schrijver en letterkundige. Ze schrijft om de week op deze plek een column.

[Van de NRC-website, 27 juni 2022. Een versie van dit artikel verscheen ook in de krant van 28 juni 2022.]

1 comment to “Iedere Nederlander zou Keti Koti moeten vieren”

  • Het is niet vanzelfsprekend om van Keti koti een ‘nationale herdenkingsdag’ te maken; integendeel. Emancipatie is geen etnisch of aan slavernij gebonden behoefte maar een algemeen menselijk verlangen. Vandaag de dag met plezier aan de slag kunnen gaan, is in ieder geval de krachtige inspanning van voorgaande generaties met een waaier aan etnische diversiteit. Een indrukwekkende vooruitgang. Daar mogen we wel bij stilstaan, maar behoeft dit een specifiek zwarte huidkleur te krijgen als startblok: blanken die zwarten tot slaaf maakten? ‘Kleurloos’ stilstaan bij emancipatie is wel zo gepast en ondermijnt het racisme in plaats van het te voeden. Neem eens kennis van deze beschouwing op Caraibisch Uitzicht https://lnkd.in/dpNqAS5

Your response at Aart G. Broek

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter