blog | werkgroep caraïbische letteren

Hoofden van de Oayapok!

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over de roman in vijf redevoeringen van Albert Helman, Hoofden van de Oayapok! 

door Els Moor

Courtesy edition van de Engelse vertaling
door Scot Rollins van Hoofden van de Oayapok!

In 1984 verscheen van Albert Helman, pseudoniem van Lou Lichtveld (1903-1996), Hoofden van de Oayapok! Roman in vijf redevoeringen. De schrijver was toen al eenentachtig jaar. Het werk bestaat uit ‘vijf redevoeringen’. Hiermee sluit Albert Helman aan bij de Grieks-klassieke traditie van drama in vijf bedrijven, maar vooral ook bij de inheemsen, die in het dagelijks leven stille mensen zijn, maar bij officiële gelegenheden eindeloze redevoeringen kunnen houden. Zelf had hij twee volbloed indiaanse grootmoeders en hij voelde zich zeer verbonden met de inheemse volken. We lezen dat ook in Zuid-Zuid-West, zijn eerste werk, dat hij schreef in Nederland op 25-jarige leeftijd, vol heimwee naar zijn geboorteland Suriname. Hij beschrijft zijn land vanuit het thema dat hemzelf toen op het lijf geschreven was. ‘Alle rassen ter wereld ontmoeten elkaar in dit land. Niemand stoort de ander, omdat elk eenzaam is’.

In Hoofden van de Oayapok! vat Helman de thematiek van de tegenstrijdigheid tussen het eigene en de grote wereld samen in Malisi, een indiaan uit een volk in het gebied van de Oayapok, grensrivier tussen Frans-Guyana en Brazilië. In vier redevoeringen in verschillende periodes van zijn leven richt Malisi zich tot de hoofden van zijn volk. Hij vertelt hoe hij als kind door paters naar Parijs gebracht, een Europees-christelijke opvoeding kreeg, hoe hij bij de dreiging van de Tweede Wereldoorlog terugkwam naar zijn dorp met het voornemen om zich in te zetten voor zijn volk. Hij stuitte echter op traditionele wetten en gewoontes die dat voornemen soms bemoeilijkten. Malisi leefde gelukkig samen met Akontina, een jonge vrouw uit het dorp. Volgens de wetten van hun cultuur volgde hij de geboorte van hun eerste kind op afstand, liggend in een hangmat.

De moeder baart immers het kind en de vader de geest. Malisi: ‘Maar ik wil u wel bekennen dat, hoe langer de foltering duurde en de avond reeds dichterbijkwam, hoe meer ik dacht: een blanke medicijnman had haar misschien kunnen helpen en redden. O, had ik maar de moed gehad om haar bijtijds stroomafwaarts mee te nemen tot wij er een zouden ontmoeten… Ik wist dat gij het niet zoudt goedkeuren als ik dit gedaan had, en heb het niet gedurfd, helaas, helaas. Tenslotte hoorde ik geen geluid meer uit de geboortehut. Zelfs niet het krijsen van een zuigeling.’

Spreker van het Tunayana-Katwena in Kwamalasamutu,
met zijn fluit in de hand. Hij is een van de vertellers
van de mythe van Taana. Foto © Roland Hemmauer.

Moeder en kind overlijden en Malisi verlaat zijn dorp en gaat terug naar Europa. Veertig jaar later houdt hij zijn vijfde toespraak tot de hoogwaardigheidsbekleders van een universiteit, wanneer hij een hoge onderscheiding gekregen heeft vanwege zijn verdiensten als wetenschapper, antropoloog die onderzoek deed naar de indianen aan de Oayapok, inmiddels uitgestorven stammen. Aan het eind van zijn redevoering stokt hij… de emoties worden hem te veel! Hij denkt aan zijn vrouw en zijn kind en even heeft het hart het gewonnen van het hoofd.

De historische werkelijkheid in deze prachtige korte roman in redevoeringen is die van de indianenvolken van de Guyana’s in de twintigste eeuw, van wie er veel uitgestorven zijn, mede door de besmettelijke ziektes die zij opliepen via Europeanen die het gebied bezochten, maar ook die van Helman zelf, die op vele plaatsen in de wereld gewoond heeft. De vraag ‘Wie ben ik en waar hoor ik thuis’ hoort duidelijk bij de twintigste-eeuwse emigratie en de veranderingen die zich daardoor in de menselijke geest voltrokken. In zijn beknoptheid is dit een van de beste werken van Albert Helman en de dramatisering ervan in 1995 door de Theatergroep De Nieuw Amsterdam, met Felix Burleson als Malisi was een groot succes, ook in Suriname in 1996.

Schooljeugd van Kwamalasamutu

Dorpen zoals Kwamalasamutu zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw gesticht door veelal Amerikaanse zendelingen die in samenwerking met de Surinaamse overheid ervoor zorgden dat er westerse gezondheidszorg kwam naast de inheemse van de sjamanen, een vliegveld voor snelle verbinding met de stad, lager onderwijs, enzovoort. Door de overgang naar het christendom zijn de bewoners van deze dorpen enerzijds veel van hun authentieke cultuur kwijtgeraakt, anderzijds hebben ze nu veel contacten met de ‘grote wereld’. In vergelijking met Malisi zijn de leerlingen van de zesde klas van Kwamalasamutu moderne jongeren die kennis willen nemen van de gevaren die de jeugd nu overal ter wereld bedreigen, zoals besmetting met het hiv-virus en aids, vaak veroorzaakt door vrije seks. Net als Malisi kunnen zij hun mogelijkheden ontwikkelen en zelfs wetenschapper worden, maar de problematiek van Malisi en de strengheid van hun eigen cultuur, is ver van hun hangmat.

In de laatste decennia is er een nieuwe relatie ontstaan tussen inheemse dorpen en de ‘westerse wereld’. Het toerisme ontwikkelt zich en voor de inheemsen ligt er de uitdaging hoe betalende gasten op een goede manier te ontvangen, zonder dat toeristenondernemingen van elders baas gaan spelen en de winst opstrijken. Ook komen er veel stichtingen, ook buitenlandse, ‘ontwikkelingswerk’ doen in de dorpen. Dat kan alleen maar slagen vanuit een grondige kennis van de leefwereld en de cultuur ter plaatse en vooral in intensieve samenwerking met de betrokkenen uit de dorpen, die zelf moeten aangeven waaraan er behoefte is en niet omgekeerd. Dat gebeurt lang niet altijd. De externe ‘deskundigen’ hebben dan hun ‘exotische’ ervaring gehad en de inheemsen gaan weer over tot de orde van de dag!

Albert Helman geeft ons met Hoofden van de Oayapok! een sterk voorbeeld van de eenzaamheid in de inheemse dorpen in de eerste helft van de vorige eeuw. Eenzaamheid heeft nu een andere vorm: binnen de door zendelingen gestichte dorpen is het samenzijn van verschillende volken die elkaar niet ten volle vertrouwen, niet vanzelfsprekend. In het verleden kunnen zij, toen nog nomadenvolken, vijanden van elkaar geweest zijn. Eenzaamheid is het grote thema van de literatuur van Latijns-Amerika met als hoogtepunt het meesterwerk van Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez, Honderd jaar eenzaamheid (1972), waarvan de laatste woorden zijn […] ‘omdat de geslachten die gedoemd zijn tot honderd jaar eenzaamheid, geen tweede kans krijgen op aarde’. Hoofden van Oayapok! past hierbinnen, maar ook binnen het hele oeuvre van Albert Helman. 

Albert Helman: Hoofden van de Oayapok! Roman in vijf redevoeringen. ’s Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar, 1984. ISBN 90 236 5612 1 

De tekst van Helmans roman is ook digitaal te lezen, klik hier

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter