blog | werkgroep caraïbische letteren

Honderd jaar Arubaans toneel (9)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers

Een katholiek bolwerk in de vorige eeuw; nu zetel van de Universiteit van Aruba

De Trupialen (1)

In Oranjestad, bevinden zich achter en naast de St. Franciscuskerk en het De La Salle gebouw waar de Universiteit van Aruba sinds 1988 gevestigd is, met de straten Caya Ernesto Petronia, De la Sallestraat, Van Leeuwenhoekstraat en de Dominicanessenstraat als begrenzing, de voormalige kloosters voor frères en soeurs, het Centro Educativo Cristian, en de katholieke scholen Dominicus College, De la Salle mavo, Rosa College, Rosario College, Maria College en het clubgebouw van De Trupialen. Een imposant katholiek bolwerk als demonstratie van ‘het gouden tijdperk van het katholieke regime’. De Missie strekte haar invloed niet alleen in kerk en school uit, maar ook daarbuiten in complexe organisaties ten behoeve van de maatschappelijke en culturele vorming van de jeugd, onder meer via het organiseren van toneelverenigingen.

 

Het parochietoneel van jongeren zoals dat begin 20e eeuw ontstaan was onder leiding van pastoor Stefanus van de Pavert, kreeg na de Tweede Wereldoorlog nieuwe impulsen door de Grupo Artistico van de Sint Jozefbond en Centro Apostolico Arubano in Santa Cruz en de St. Jansknapen in San Nicolas en vooral van De Trupialen in Oranjestad. Dit alles onder de leiding van katholieke geestelijken, die zich toelegden op kinder- en jeugdtoneel, waar evenwel volwassenen in speciaal voor hen georganiseerde voorstellingen ook van genoten. Van deze jongerengroepen is De Trupialen legendarisch geworden. Weinigen van de Arubaanse inwoners zullen er zijn die als jongeren niet op de een of andere wijze met De Trupialen in aanraking zijn geweest en daar positieve herinneringen aan bewaren: “Trupial ta representa un cara solido di cultura y costumbernan di nos comunidad, cu pa añanan a keda marca den profundo di nos corazon.”

In een tijd dat het Nederlands nog dominant was, voegden deze jeugdgroepen een tweede taalsegment toe door – ondanks protest – het gebruik van het Papiaments. Zo kreeg de nationale taal onder leiding van de frères steeds meer een culturele component. Dat de Trupialen met koninginnedag tijdens de traditionele aubade liederen in het Papiaments zongen werd hen enerzijds niet in dank afgenomen maar ondervond anderzijds ook veel lof. De Trupialen waren de eersten die het Aruba dushi tera zongen, wat twintig jaar later het nationale volkslied zou worden.

Club De Trupialen werd op 13 januari 1953 officieel opgericht als culturele tak van de Stichting Jeugdcentrale La Salle (Jeugdwerk) die onder leiding stond van frère Bonifacius (voorzitter), frère Norbertus (vice-voorzitter), frère Theodorus (secretaris) en frère Paulino (penningmeester). Club De Trupialen werd geleid door frère Kasper (voorzitter) en als artistiek leider, frère Alexius, ‘un di e pilarnan di e fundeshi cultural, social y di e consenshi nacional di nos pais’.

Afscheid van frère Alexius in 1969

Club De Trupialen was aanvankelijk door frère Alexius opgericht als een klein kerkkoor voor jongens, voor die tijd heel ongebruikelijk dat jongens een koor vormden, maar breidde daarna de activiteiten sterk uit, ook met allerlei vormen van toneelspel. Men kwam bijeen in een schoollokaal of later in het gebouw van de St. Michaëls Harmonie. Het uniform van de jongens bestond uit een wit overhemd met blauwe broek, bruine riem en op de linkerborst het embleem van De Trupialen, een wapen van goudgeel met een zwarte T.

Club De Trupialen kende voor zijn leden vier leeftijdsgroepen: de categorie van acht tot en met elf jaar waren de aspirant-junioren, van elf tot veertien jaar de junioren, van veertien tot en met achttien de aspirant-senioren en achttien plus de senioren. De activiteiten waren verdeeld over de zanggroep, toneelgroep, poppenkast, het combo, de gaita en de beatband. Daarnaast nam de sociale vorming van de jeugd een belangrijke plaats in door middel van lezingen, sport, picknicks en films. In de loop van de jaren zestig werden ook meisjes van dezelfde leeftijdscategorieën toegelaten tot De Trupialen, ondanks aanvankelijk verzet van de bisschop.

 

Hoor de Trupialen zingen
Luister naar ons vrolijk lied
Zingen over alle dingen
Die men zoal hoort en ziet.

 

Luister naar de Trupialen
Kun je met ons vrolijk zijn
Want wij blijven steeds herhalen
Zingen maakt het leven fijn.

De activiteiten waren gericht op zelfontwikkeling én hadden daarnaast steeds een sociale dimensie door activiteiten die ten dienste stonden van de samenleving. Van beide een voorbeeld. Op de ‘vormingsavond’, die iedere vrijdagavond plaats vond, werden onderwerpen besproken, die van direct belang waren voor hun godsdienstige, sociale en culturele vorming en ontwikkeling. De radiogroepen bereidden iedere maand twee programma’s voor: één godsdienstig en één amusementsprogramma.

Club De Trupialen verkende met haar multilinguaal programma in het Nederlands, Spaans en Engels, maar met sterke nadruk op het Papiaments, nieuwe wegen op taalgebied in het tot dan zo dominante Nederlands. De club was vooruitstrevend door andere vormen van presentatie uit te proberen zoals poppenkast, door media als radio en televisie en door de vertaaltraditie van buitenlands repertoire om te buigen van letterlijke vertaling naar adaptatie aan lokale omstandigheden en – tenslotte – door bovendien origineel Papiamentstalig toneel te presenteren. De club bereikte daarmee een veel ruimer publiek dan alleen jongeren en vormde jarenlang een schakel tussen jeugdtoneel en theater voor volwassenen. In de loop van decennia heeft de club een belangrijk en vernieuwend repertoire gepresenteerd, waaronder adaptaties en origineel werk van Hubert Booi met nieuwe op lokale – historische – situaties betrokken thema’s.

Er waren stukken die veel aandacht kregen, maar ook voorbeelden van minder populair en bekend werk. In de loop van 1959 kwam Club De Trupialen met een novum: een zelf gebouwd mobiel toneel waarop een show kon worden gegeven die overal op het eiland kon worden gebracht: “Tot dusver bleken tal van zalen te klein. Dat vormt nu geen probleem meer. Bovendien kunnen de jongens van frère Alexius nu tot in elke hoek van het eiland komen om op te treden.” Omdat de groep naar steeds nieuwe vormen van theater zocht, ontstond einde 1959 een groep met een poppentheater, waarvan de première werd gehouden op het Ceciliafeest op 21 november 1959.

La Salle College Aruba

Club De Trupialen trad over het hele eiland op. Ze ging vaak op eilandelijk toernee om toeschouwers en belangstellenden in alle districten te bereiken. Men trad op in een geschikt gebouw of in de open lucht. In Oranjestad werd gespeeld in het De Veer theater, de Parochielub St. Franciscus, Sociedad Bolivariana en later in Cas di Cultura. Maar men ging ook naar Savaneta, Santa Cruz, Paradera, Noord en andere districten. Met de eigen trailer kon men het hele eiland bezoeken, maar kennelijk is dat bij een experiment van korte duur gebleven, want ik las er later nergens meer over.

Het – beoogde – publiek bestond uit kinderen, maar ook volwassenen kwamen graag naar speciaal voor hen georganiseerde voorstellingen. Club De Trupialen trok steeds volle zalen. Een voorbeeld: “Onder de aanwezigen bevonden zich de wnd. Gezaghebber, de heer F.P. Wever en echtgenote, Eilandsecretaris L.C.M. Kerstens en gedeputeerde Th. Figaroa, beide heren vergezeld door hun echtgenoten, schoolopziener G. Kok, vele paters, zusters en frères, leerkrachten en ouders van de jeugdige debutanten.

Toneel, waartoe ik me beperk, was voor de club De Trupialen van groot, maar niet overheersend  belang. De berichtgeving in de Arubaanse Courant en de Amigoe over de Trupialen was frekwent, waarbij veel ruimte beschikbaar was voor uitvoerige verslagen van de talrijke presentaties en de hoogtijdagen van de club, waarbij de theateropvoeringen slechts een relatief deel vormden: vijftig op een totaal van meer dan zeshonderd artikelen. Maar vijftig theaterproducties is natuurlijk niet niks. Over een halve eeuw gerekend betekende dat de frequentie van een voorstelling per jaar. Het is bovendien waarschijnlijk dat niet elke voorstelling de krant haalde.

Zo waren er in de jaren vijftig van de in totaal ruim honderdtwintig artikelen zestien aankondigingen en verslagen over toneelvoorstellingen, in de jaren zestig vierentwinig artikelen over toneel op een totaal van ruim tweehonderd en tenslotte  in de jaren zeventig nog tien toneelverslagen op een totaal van ruim honderdzeventig. Het is opvallend dat er in de decennia daarna nog wel enkele tientallen verslagen over De Trupialen in het algemeen en hun diverse activiteiten verschenen maar geen meer over toneel. Het (b)lijkt dat het toneel aan het einde van de jaren zeventig was opgedroogd, zonder dat ik daar direct een logische verklaring voor kon vinden, of het zou de algemene achteruitgang van de toneelactiviteiten en toneelopvoeringen vanaf de jaren tachtig moeten zijn.

Op 28 september 1991 herdacht frère Alexius in Nederland zijn vijftigjarige jubileum met een plechtige Eucharistieviering in het kerkje van Asselt, een feestdiner en receptie in De Duup in Assenray. In het gezelschap van confraters, familie, oud-collega’s en bekenden. (Amigoe, 17 september 1991)

Frère Alexius

De centrale persoon die zeventien jaar de artistieke leiding over de Trupialen had was frère Alexius. Hij kwam in 1952 voor een onderwijsfunctie naar Aruba.

“Al lange tijd liep ik met het plan rond een jongenskoor op te richten, met de bedoeling om in de kerk met deze jongens te zingen”, zo begint het knipselboek van frère Alexius. Het vertelt dan van de gesprekken, die de jeugdige frère, die thans hoofd van de La Salleschool is, had met anderen, als de frère directeur, frère pro-directeur Vincentius, frère Adrianus, frère Henneus en vele anderen. Allen zijn enthousiast, maar een woord van velen is ‘beginnen is niets, maar volhouden’, ‘de jongens zullen spoedig niet meer geregeld op de repetities komen’, ‘het zal na verloop van tijd taai en saai worden’. Samen met frère Antonius wordt dan toch maar gestart. Op 13 januari 1953 ging de eerste brief  naar de ouders van een vijftigtal jongens van het St. Dominicuscollege en de La Salleschool.

Ondanks de bedenkingen van velen oogstte de club vanaf het begin veel succes, dank zij de werkkracht van frère Alexius die zijn vrije tijd opofferde voor de club. Toen hij in 1966 zijn zilveren kloosterfeest vierde was hij inmiddels koninklijk onderscheiden met de huisorde van Oranje, ter gelegenheid van een koninklijk bezoek aan het eiland.

Centro Educativo Cristian / Universiteit van Aruba

De krant meldt zijn talrijke activiteiten. Toen frère Alexius in 1969 na zeventien jaar het eiland verliet betekende dat een gevoelige aderlating voor de toneelgroep van De Trupialen. Het werd stil rond de groep en avondvullende toneelstukken (b)leken tot het verleden te gaan behoren. Waar de jaren zeventig juist een bloeitijd voor het Arubaanse toneel vormden, werd het stil rond de toneelactiviteiten van De Trupialen.  

In de jaren daarna keerde frère Alexius nog enkele keren naar Aruba terug, waar hij opnieuw, kortstondig, in het onderwijs werkzaam was, maar hij was als ere-voorzitter niet meer actief bij de activiteiten van Club De Trupialen betrokken. Frère Alexis overleed in 1911.

(Een versie van dit artikel verscheen eerder in het Antilliaans Dagblad op 11juli 2019)

Delen van deze reeks, klik hier: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7 en deel 8.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter