blog | werkgroep caraïbische letteren

Honderd jaar Arubaans toneel (22)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers.

Festival Internacional di Teatro di Aruba (FITA) (1974-2000)

‘Teatro ta nos motibo
Union ta nos lema
Mundo henter ta bon bini
 Na Aruba su festival’

In de jaren zeventig kende Aruba een bloeiend toneelleven met diverse toneelgroepen zoals Mascaruba, Grupo Teatral en Teatro Experimental. Het was ook de periode waarin op het eiland niet alleen het Aruba International Drama / Theatre Festival zou ontstaan (1974-1996), maar ook het Festival di Teatro Interinsular (1979) en het Festival di Teatro Juvenil (1979- 1985).

De initiatiefnemer en grote motor achter het ‘Aruba International Theatre Festi­val’ – later Fita (Festival Internacional di Teatro Arubano – was CCA-voorzitter Jan Beaujon. Hij plande in overleg met de door Sticusa uitgezonden toneel-regisseurs Elly en Pieter Kamerman al in 1959 een eerste ‘Festival di Comedia’, vrijwel direct dus na de opening van Cas di Cultura  eind 1958. Het zou een multilin­guaal interinsulair toneelfesti­val moeten worden dat bijvoorbeeld om de drie jaar op een van de eilanden kon worden gehouden. Maar wegens een totaal gebrek aan belangstelling ging het niet door. De tijd was er kennelijk nog niet rijp voor.

Toen in 1968 de opnieuw door Sticusa uitgezonden toneel-regisseurs Elly en Piet Kamerman weer op het eiland waren, werd de tijd rijp geacht om het aanvankelijke interinsulaire festival te laten uitgroeien tot een Caribisch festival, dat in samenwerking met landen als Venezuela, Suriname, Trinidad en Jamaica gerealiseerd zou kunnen worden. Een dergelijk festival zou de culturele samenwerking in het gehele Caribische gebied ten goede komen en om via de culturele uitwisseling tot een beter begrip van elkaar te komen. Maar de plannen bleven nog vaag en zouden natuurlijk veel geld gaan kosten, terwijl er bovendien bij belangrijke instellingen de interesse ervoor nog gewekt zou moeten worden, aldus de Amigoe van 7 februari 1968, 18 december 1968 en 26 september 1992 in een terugblik. Het ging weer niet door.

Curaçao

Curaçao kende na de oprichting van de toneelgroep Thalia in 1967 al een kleine traditie van toneelfestivals. De in 1967 gehou­den ‘Culturele week’ van het V.G.K.S., waaraan het Cu­raçaose Thalia met drie eenak­ters meedeed, betekende de eerste aarzelende aan­loop. In 1969 volgde het eerste eenakterfestival van het CCC, waaraan Tha­lia opnieuw met succes deelnam. In 1973 won Thalia het eenakterfestival van Cu­raçao echter door default, wat aangaf dat het nog geen gevestigde traditie had. Bij toeval werd een jaar later evenwel een ‘Internationaal Toneel­festival op Curaçao’ gehouden. Omdat de schouwburg van de Caracas Theatre Club in de Venezolaanse hoofdstad in 1974 verbouwd werd, week het jaarlijkse daar georganiseerde ‘Daily Journal International Drama Festival’ naar Curaçao uit.

CCC  op Curaçao en Mascaruba van Aruba grepen de gelegenheid aan om mee te doen. Andere landen die deelnamen waren Peru, Trinidad en Venezuela zelf. Mascaruba presenteerde Conrad Seiler: Why I am a Bachelor onder regie van Oslin Boekhoudt. De acteurs waren Alcides Valentino Quilotte, Marlene Hansen, Rita Thomas, Iraida Gómez en Ida May.  

Op Aruba ontstonden nieuwe plannen in 1974, toen het CCA zijn vijfde lus­trum vierde. Toen duidelijk werd dat het jaarlijkse in Caracas georganiseerde ‘Daily Journal Festival’ geen doorgang meer zou vinden, kwam Aruba (lees Jan Beaujon) opnieuw met de oude plannen op de proppen en deze keer zou het wel luk­ken.

De opzet was een culturele uitwisse­ling van landen in en rond de Cari­bische Zee. Het toneelfestival moest proberen om betere contacten te bewerkstelligen tussen de geïsoleerde regionale amateur­gezel­schappen. Het Aruba International Drama (later Theater) Festi­val oftewel het Festival Internacional di Teatro Aruba (FITA) werd voortaan tweejaarlijks gehouden en bleef specifiek voor ama­teurs bedoeld. Na alle vroegere oriëntatie op Europa door de bestaande toneelgroepen ontstond een regionaal referentiekader: Venezuela en Colombia waren steeds present, in een later stadium ook Peru en andere Latijns-Amerikaanse landen. Van de Antilliaanse eilanden deden in het begin alleen Curaçao en (uiteraard) Aruba mee, pas in een later stadium partici­peerden Bonaire en de Bovenwindse eilanden. Het deelnemen aan dit Arubaanse festi­val is zeker een stimulans voor deze eilan­den geweest om zich actiever op toneelgebied te gaan bewegen. Geleidelijk breidde de actieradius van het festival zich uit tot Jamaica, de V.S., Canada en zelfs Japan, maar ook Europese landen als Neder­land, België, Duits­land, en zelfs Ierland en Finland participeerden de laatste jaren.


Mascaruba speelde Emlyn Williams: Night must fall
 
 

Zo werd het Aruba International Theater Festival een festival dat op een stevige traditie kon bogen. Het was een ontmoetingscentrum van internationale to­neelcul­tuur. Spelers, regisseurs en toeschouwers maakten er kennis met velerlei opvattingen omtrent decorbouw, spel, regie en thema­tiek. Door middel van workshops werden ervaringen en ideeën uitgewisseld. Er werden steeds weer zowel stukken uit de wereld­literatuur als originele stukken van eigen toneelau­teurs gebracht in drie talen, in volgorde van belangrijkheid Spaan­s, Papiamento en Engels – maar ook andere talen zoals Nederlands en zelfs een keer Japans. Iedere keer werd er een jury benoemd die niet alleen een aantal prijzen te vergeven had, maar vooral ook haar visie op toneelliteratuur en -spel kon geven, waarmee de amateurs dan weer hun voordeel konden doen.

Toch was het (kostba­re) festi­val niet zonder problemen. In het kleine Aruba viel de publieke belang­stel­ling ervoor nogal eens tegen, omdat men sommige stukken te moeilijk of ingewikkeld vond, iets wat het publiek niet gewend was vanuit een traditie van voornamelijk lichte komedies. De algemene achter­uit­gang van het to­neelle­ven na jaren­lange bloei trof ook dit festival. De videocon­currentie deed de Antilliaan­se vereni­gingen kwijnen, wat een beletsel werd om mee te doen: de laatste jaren lieten de kleine eilan­den het al een beetje afweten. Bonaire liet ver­stek gaan en zelfs Curaçao was niet meer zo zwaar vertegen­woordigd als in het begin. Van de Bovenwinden, die steeds present waren omdat het hun de gelegen­heid bood tot contact met de Benedenwinden, en ook tot de ontmoeting van Engels en Papia­mento, was in 1990 alleen Sint-Eustati­us nog met een oud stuk vertegenwoordigd, in 1992 Sint-Maarten. Dat het Antilliaanse toneelleven over zijn grootste bloei heen was had ook consequenties voor het festivalleven dat op Aruba uiteindelijk in 1996 een stille dood stierf.

Jean Paul Sartre, gespeeld door Mascaruba

Aan het tweejaarlijkse Aruba International Theatre festival (1976-1996) deden diverse groepen van Aruba zélf mee, zoals Mascaruba (8x), Teatro Experimenta (3x), Grupo Teatral (2x), Extenshon ’87 (2x), Farpa (1x), Grupo Tenaz: Maruja Forrero Manrique (1x) , de jongerengroep Grupo Teatral Pikante (1x), en de toneelgroep Bash’Abao (1x). Daarmee is wel bewezen dat dit festival een belangrijke stimulans is geweest voor het lokale toneelleven en met name de door het festival ontstane internationale contacten. Mascaruba werd diverse keren uitgenodigd voor congressen en festivals, in Venezuela (Caracas, Coro en Baranquilla), Mexico, Peru, de Verenigde Staten en Canada om enkele landen te noemen.

Het festival werd uiteindelijk meer een feest voor de spelers dan het publiek, dat het nogal liet afweten door geringe opkomst, zodat de grote zaal van Cas di Cultura vaak akelig leeg bleef. In verslagen van de lokale bladen lezen we meerdere  keren klachten over een gering opgekomen publiek, zodat de kansen om bijzondere voorstellingen die normaal op Aruba niet gegeven werden, aan het algemene publiek grotendeels zijn voorbijgegaan. De pers daarentegen was wel heel actief in de verslaggeving.

Terugblik

Ruim twintig jaar festivalleven bracht een lange lijst van lokale toneelvoorstellingen. Dat heeft ook kwalitatief een en ander opgeleverd. Amateurspelers en -regisseurs hebben door kennis te nemen van een grote diversiteit aan internationale presentaties met veel nieuwe elementen kennis kunnen maken. Ook de workshops zullen daarbij geholpen hebben. FITA bood de toneelwereld unieke kansen tot professionalisering. De opzet om met jury’s te werken, die in hun verslagen en beoordelingen aanwijzingen gaven betekende potentiële verhoging van het niveau.

De lokale toneelgroepen hebben bovendien kennis genomen van elkaars presentaties, zowel qua inhoud en thematiek als speelwijze. Dat betekent grote winst. Ze hebben zich in eigen presentaties kunnen spiegelen aan allerlei andere groepen, uit de regio maar ook van ver daarbuiten. Dat heeft tot een groter variatie in presentatievormen geleid.

Een festival met deelname van soms een groot aantal groepen die allemaal binnen een week aan de beurt moeten komen, betekent een sterke beperking van de keuzemogelijkheden van geschikte toneelstukken. In de praktijk komt dat neer op het kiezen van eenakters. De lokale groepen hebben over het algemeen bekende en populaire werken uit de internationale toneelliteratuur gebracht, al dan niet in geadapteerde vorm. Het waren zeker niet de minste namen die gekozen werden. Door lokale gezelschappen gekozen stukken waren geschreven door dramaturgen uit landen als Duitsland en Spanje, maar ook en vooral regionaal uit Costa Rica, Venezuela, Mexico en de Dominicaanse Republiek. Van deze auteurs werden er over het algemeen de meest bekende en beroemde werken gekozen. Dat heeft de blik die historisch gezien zo sterk op Europees toneel was gevestigd, wel gericht op landen met groter culturele verwantschap. Eigen toneelliteratuur heeft het festival echter nauwelijks opgeleverd, met een uitzondering van de dramaturg Ernesto Rosenstand die zich consequent heeft beijverd eigen werk te brengen. Die eer komt hem als pionier zeker toe.

Het FITA bood het eiland twintig jaar lang een unieke kans om het lokale toneelgebeuren in internationaal perspectief te plaatsen. Dat alleen al was zonder meer winst.

Op het in 1989 in Monaco gehouden wereldcongres werd Aruba  als lid aangenomen van de International Amateur Theatre Association (lATA). Op het wereldcongres, dat om de vier jaar wordt gehouden, was Aruba vertegenwoordigd door Oslin (Chin) Boekhoudt, namens het Cultureel Centrum Aruba, en Leo Tromp, namens het Instituto di Cultura.

Aruba zette zich met het festival twintig jaar op de kaart van het amateurtoneel. Dat gaf het eiland grote bekendheid in de internationale toneelwereld en zorgde er ook voor dat de lokale groepen, zoals Mascaruba maar ook andere, werden uitgenodigd op festivals in andere landen en zelfs continenten. Dat vertalingen, adaptatie en origineel lokaal werk veelal in het Papiaments gebracht werd kan als grote winst worden beschouwd voor de status van de nationale taal en als een aanzienlijke uitbreiding van het corpus. Wel moet geconstateerd worden dat de meeste teksten, als ze al bewaard werden, nauwelijks enige verspreiding in de gemeenschap hebben betekend. Ze zijn niet gedrukt, gepubliceerd en verspreid onder het lokale publiek via boekhandel of bibliotheek en zijn dus na het festival niet meer beschikbaar.

Het festival heeft ook discussie losgemaakt over aard en functie van het toneel. In juryverslagen, verslagen en algemene reacties werd verschillende keren gepleit voor meer diversiteit van het aanbod. Maar het toneelleven kent ook een financiële kant, want opvoeringe eisen zware investeringen, ook materieel. Het gevolg is dat gekozen werd en wordt voor blijspel en komedie die de toneelgroepen verzekeren van een aanzienlijk groter publiek dan ‘moeilijker’  of ‘zwaarder’ toneel van mer serieuze aard. Het FITA bood het eiland twintig jaar lang een unieke kans om het lokale toneelgebeuren in internationaal perspectief te plaatsen. Dat alleen al was zonder meer winst.


Habri Telon di nos curazon laga nos tur hunto comparti sin distingui nos gran amor pa teatro   Teatro ta nos vida Union ta nos lema Mundo henter ta bonbini na Aruba su festivalOpen het doek leg bloot ons aller hart laat ons samen delen deze mooie tijd zonder onderscheid onze grote liefde voor ’t toneel Refr.Abre telon de nuestro corazon comportamos juntos bellos momentos sin distincion nuestro gran amor para el teatro Refr.Open wide curtain of our heart let’s together share these happy moments without distinction our great love for theatre   Refr.    

Delen van deze reeks, klik hier: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8, deel 9, deel 10, deel 11, deel 12, deel 13, deel 14, deel 15, deel 16, deel 17, deel 18, deel 19, deel 20 en deel 21.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter