blog | werkgroep caraïbische letteren

Honderd jaar Arubaans toneel (20)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers.

Toneel in onderwijsverband

Na het schooltoneel aan het begin van de 20e eeuw werd er ook – veel – later schooltoneel gepresenteerd. Toneel in schoolverband kent een lange traditie. Het bewijst hoe toneel met allerlei vormen van sociabiliteit en educatie in het verleden verbonden was.

Archivo Nacional Aruba

Een volledige inventaris van het schooltoneel zou een lange opsomming opleveren van veelal incidentele voostellingen, die dank zij lokale nieuwsbladen, het Archivo Nacional Aruba en de Biblioteca Nacional Aruba – hoewel lang niet volledig – geraadpleegd kunnen worden. Zo’n zoektocht naar de lokale toneelgeschiedenis levert bovendien veel varianten op. Er zijn voorbeelden waar een opvoering bekend is door advertenties, aankondigingen en reacties in lokale bladen. We lezen over de spelers maar worden niet op de hoogte gebracht van inhoud en thematiek van de tekst zélf. Als het een vertaling betreft – wat vaak het geval is – kunnen we die inhoud dan soms nog uit het origineel achterhalen. Maar dat is surrogaat omdat we niet te weten komen in welke mate dit origineel geadapteerd is en overgezet naar lokale omstandigheden. In gunstige gevallen is er soms nog een tekst in manuscript of typoscript aanwezig. Daarnaast zijn er in bibliotheek en archief soms teksten aanwezig die dus wél bekend zijn  maar die nooit werden opgevoerd en dus niet tot de toneelgeschiedenis behoren: wat niet gepubliceerd of openbaar gemaakt is op podium of in druk bestaat immers niet. Wie weet hoeveel teksten er daarnaast in particuliere bureauladen verborgen zijn blijven liggen.

Buste van Hubert Lio Booi

Hubert Booi: Amor di Kibaima

Dat toneel – ook in schoolverband – bij hoogtijdagen hoorde, bleek met een uitvoering tijdens het tweede lustrum van Colegio Arubano in 1969, die een uitzonderlijk groot succes bleek. Bij die gelegenheid werd er teruggegrepen op de in de jaren vijftig zo populaire musical met zijn aan het ‘indianisme’ ontleende inhoud. De musical in vijf taferelen, Amor di Kibaima werd geschreven door Hubert Booi en Frans Meewis, en onder regie van Frans Meewis op 16 december 1969 opgevoerd en daarna in totaal nog vijftien keer, elf op Aruba en vier op Curaçao. Begin jaren zeventig zou Ernesto Rosenstand met Macuarima eveneens veel succes hebben. Het was de tijd van opkomend nationalisme op het eiland, mede veroorzaakt door de gebeurtenissen van de revolte op 30 mei 1969 in Curaçao.

Colegio Arubano

“In de tekst van deze musical heeft schrijver Hubert Booi zijn hart kunnen ophalen aan al hetgeen Aruba uit zijn oude tijd, gewoonten, mensen en plaatsen, te bieden heeft. Delen van de musical zijn tot het muzikaal-literaire erfgoed van het eiland bewaard gebleven, zoals Chanita, Riba un anochi di luna en Ora Ubao. Het heden en het verleden lopen door elkaar: zo kan men in het eerste tafereel indianen met toeristen samen zien. Het is een goed verhaal geworden, dat in de haven van Oranjestad begint, waarbij een toeristenboot binnenloopt en een Amerikaanse toerist van een lotjes-verkoopster haar eerste les in de landstaal krijgt.

Come my dear, just smile contento.
that’s the point, now scucha bon
I shall teach you Papiamento
Pone pues bon atencion.

Er zijn ook twee indianen, waarvan Kasike Makwarima zich grote zorgen maakt over zijn dochter Kibaima, die hij alleen thuis liet en nu belaagd wordt door de rivaal van zijn schoonzoon Basiruti. Deze tracht haar met de hulp van de bruha-man Bushiribana te ontvoeren. Het loopt gelukkig allemaal goed af en eindigt met een groot bruiloftsfeest. (Amigoe, 17 december 1969)

Opvering van Boois Amor di Kibaima (Amigoe, 17 december 1969)

Taalproblemen op Curaçao

Ook op Curaçao werd de musical enkele keren opgevoerd, kennelijk voor een overwegend Nederlandstalig publiek. Het leverde een interessant commentaar op in de krant, waarin een kennelijk verondersteld bezwaar werd gemeld dat het Papiamentse taalgebruik een Nederlandstalig publiek zou kunnen afschrikken. Om hieraan tegemoet te komen werd er een compleet tekstboekje in het Nederlands beschikbaar gesteld. Van de zijde van Centro Pro Arte wees men er op dat deze show voor iedereen heel gemakkelijk te volgen is:

(Amigoe, 20 februari 1970)

“Het hele verhaal, inclusief de zang, speelt zich af op Aruba  en de voertaal is het Papiamento. Het publiek krijgt echter een volledig in het Nederlands uitgewerkt tekstboek, zodat ook de niet Papiamento sprekenden het geheel zonder enige moeite kunnen volgen. Trouwens in een musical ligt alles vaak zo voor de hand dat de taal meestal geen probleem vormt.” (Amigoe, 20 februari 1970)

Gerben Hellinga: Lekker blijven liggen maffen

Gerben Hellinga

Ter gelegenheid van de lustrumviering van het Colegio Arubano stond op 17 december 1969 nóg een toneelgroep op het podium, namelijk de leraren-toneelgroep Colart, met een toneelstuk van auteur, dramaturg en acteur Gerben Hellinga, het jeugdtoneelstuk Lekker blijven liggen maffen (1968), waarvan Frans Meewis met assistentie van Joyce Pereira de regie voor hun rekening namen.

Docent Frans aan het Colegio Arubano, Harry Wieringa, schreef een uitgebreid verslag van het stuk, waaruit enkele fragmenten: Het thema doet sterk denken aan wat in de cinematografie wordt genoemd ‘twilight zone’, de schemertoestand op de grens van droom en werkelijkheid, waarin werkelijkheid en onwerkelijkheid onmerkbaar in elkaar overgaan en elkaar aanvullen, en waarin de wereld nog net niet helemaal op zijn kop staat. In die wereld leeft het paar Everhard en Elise.

Joyce Pereira na haar promotie aan de University of Curaçao

Vreemde situaties stapelen zich op, waarvan het effect nog wordt versterkt doordat we bij voortdurend open doek getuige kunnen zijn van een decorverandering en wat meer achter de schermen kunnen kijken. Ook de zaal wordt als plaats van handeling betrokken bij het spel. Wat is droom, wat werkelijkheid? Als aan het slot een speler verschrikt de vraag stelt: ‘Hoe laat is het? Ik moet opstaan!’, is de reactie van Elise en Everhard duidelijk: „Wij doen niet aan opstaan, wij willen lekker blijven liggen maffen“. Dat is hun droomwereld en daarom hun werkelijkheid. (Amigoe, 22 december 1969)

(Een versie van dit artikel verscheen eerder in het Antilliaans Dagblad op 9 juli 2020.)

Delen van deze reeks, klik hier: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8, deel 9, deel 10, deel 11, deel 12, deel 13, deel 14, deel 15, deel 16, deel 17, deel 18 en deel 19.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter