blog | werkgroep caraïbische letteren

Honderd jaar Arubaans toneel (11)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers.

De Trupialen (3)

Wie in een gezelschap het woord Trupialen laat vallen kan rekenen op enthousiaste reacties en tal van anekdotes met een hoog gehalte aan nostalgie, waarbij met name frère Alexius steeds als inspirator en centrale persoon met dankbaarheid en trots vermeld wordt. De Trupialen zijn als zang- en muziekgroep en met hun toneel een begrip op het eiland gedurende tientallen jaren geweest en gebleven, al is het aantal activiteiten vergeleken met de beginjaren sterk afgenomen omdat men zich nu tot het muzikale beperkt. Het toneel behoort al lange tijd tot het verleden, maar leeft in de herinnering voort met zijn volle zalen en gevarieerd repertoire.

Repertoire

Ter gelegenheid van het derde lustrum in 1968 gaf de Amigoe een opsomming van het tot dan toe gepresenteerde repertoire. De Trupialen kwamen in relatief korte tijd van vijftien jaar tot een imposante jaarlijkse productie. Achttien dikke plakboeken getuigden van de successen van De Trupialen en de titels en verslagen van de door de groep gepresenteerde voorstellingen van operette, toneel en gevarieerde bonte avonden met muziek, zang en toneel.

De Trupialen traden op bij de opening van het Aruba Caribbean Hotel (1959), de Lionsconventie en ASTA-conventie (1960), de Conventie van de Amerikaanse Kamer van Koophandel (1961), voor leden van de Koninklijke familie op 1 oktober 1965,  en ieder jaar weer tijdens de nachtmis in de Marinierskazerne. Ik maak een lijstje dat echter niet compleet viel te maken.

Hans en Grietje (1953)
Prins Aldemiro (1954)
E Perla di Caribe (1955)
Triunfo di un piscador (1956)
Melo-Sferico (1957)
Valentin en de draak (1958)
Peruchi (1959)
Buchi (1960)
Scapin (1960)
Tenten Berom (1961)
Melo-Comico (1962)
De gestolen kroon (1963)
De pruik van de koning (1964)
Jobida di alegria (1965)
Dobbel seis den cabez (1966)
Alegria di Fantasia (1967)  

De wagen waarmee het toneel naar de districten  werd  gebracht.

 

Veel van deze stukken werden meerdere keren opgevoerd, zodat er gedurende de jaren honderden voorstellingen werden gegeven, waarvan toneel vaak deel uitmaakte. Populaire stukken – en dat waren de meeste – werden ook vaak langdurig opgevoerd, soms zelfs maanden of zelfs jaren later. Het publiek kon er bij bepaalde stukken kennelijk geen genoeg van krijgen en iedere keer bleek weer het grote enthousiasme. Geen andere toneelgroep heeft in de lokale toneelgeschiedenis zo’n weerklank bij jong en oud gevonden als De Trupialen, met uitzondering van Mascaruba op haar hoogtepunt in de jaren zestig en zeventig.

Jaarlijks werd het Cecilia-feest gevierd,  waarop diploma’s en aan de beste Trupialen van het verenigingsjaar speciale onderscheidingen werden uitgereikt. Op deze avonden verzorgden de verschillende afdelingen muziek, zang en toneel. Bij jubilea als het twaalfenhalf of vijfentwintigjarig bestaan werd het katholieke karakter van de vereniging nog extra benadrukt door het bijwonen van een heilige mis in de St. Franciscuskerk te Oranjestad, een mis uit dankbaarheid.

De Sint Franciscuskerk in Oranjestad

De Trupialen speelden enerzijds nog in de traditie van het moraliserende parochietoneel, de groep werd immers ook nog door geestelijken geleid, maar vertoonde intussen ook kenmerken van het seculiere toneel dat in later tijd het alleenrecht leek te verwerven toen er steeds minder frères op het eiland achterbleven en leken de activiteiten overnamen. Het door De Trupialen gebrachte jongerenrepertoire sloot aan bij een traditie van sprookjes, mystieke elementen waarbij de duivel als grote verleider vaak niet ver weg was en moraliserende thema’s die aansloten bij de katholieke traditie.

Poppen uit Hans en Grietje (niet van Aruba)

Vanaf het begin was de groep productief. Al binnen vijf maanden na de officiële oprichtingsdatum gaf de club voor het eerst acte de présence in Sociedad Bolivariana met zang, declamatie en toneel. De eerste Gran Velada operette die op 9 mei 1953 in Oranjestad werd gebracht bewees dat voor de Trupialen veel en vruchtbaar werk in het verschiet lag. Een velada was traditioneel een voorstelling met een gevarieerd programma van muziek, zang, dans, toneel en ook vaak een tableau vivant. Ze kende op het eiland een lange traditie die tot het begin van de 20e eeuw terugging. Ik vond echter geen nadere gegevens over het stuk dat gespeeld werd. Waarschijnlijk was het de kinderoperette Hans en Grietje, zoals uit latere berichten bleek. De Trupialen brachten met de sprookjes en verhalen de landstaal nog dichter bij de Arubaanse jeugd. Aan het einde van het jaar 1953 voerde de club het kerstspel In het midden van de nacht op, ‘waarin G. Parsonnage en E. Mansur voor respectievelijk Maria en Jozef speelden’. Een engelenkoor zong, er waren koningen, herders en kinderen: “Met liefde werd dit door zijn kinderlijke eenvoud ontroerende spel gebracht.”

Poppentheater

Vanaf 16 september 1959 ontwikkelden een aantal leden een eigen poppentheater, onder leiding van frère Eduardo. Elke week repeteerden ze enkele uren met pratende, spelende, vechtende poppen, boze en vrolijke poppen, en leven zich helemaal in de rol van de pop die zij voorstellen. De première van het Poppentheater vond plaats op het Sint Cecilia-feest op 22 november 1959. Bij deze gelegenheid werd het Poppentheater ook officieel geopend door Herbert Faro, een van de Trupialen Junioren. De repetities na deze première gingen echter verder, want de Trupialen wilden een heel programma hebben. Op dinsdag 19 januari vonden de eerste publieke uitvoeringen plaats in het Clubgebouw van de Trupialen in de La Sallestraat naast het Sint Dominicuscollege.

La Salle College Aruba

Centrale persoon was Francisco Celaire, die al vanaf de oprichting van de club in 1953 actief lid was geworden. Hij vertelt dat er door meer spelers vanachter het geopende gordijn gespeeld werd met verschillende poppen, waaronder ook de bekende Jan Klaassen en Katrijn. De tekst werd soms aangeleverd door de frères maar men verzon ook eigen teksten, in sommige gevallen ook met een lokale sociaal-politieke lading waarin kritiek op bestuur en politici werd geuit. Zo’n spel bevatte ook vaak een moraal rond de tegenstellingen rond goed en kwaad, waarbij de duivel – zoals ook in andere toneelvormen – nogal eens optrad. De voorbereide teksten vormden het uitgangspunt van de voorstelling maar daarnaast werd er ook uitbundig geïmproviseerd. Zo was het poppentheater een bekende vorm die een lokale eigentijdse inhoud kreeg en daarom heel populair was, waarnaar jong en oud met plezier kwam kijken.

Met dit poppentheater trok men over het eiland om alle districten te bereiken maar het kwam vaak voor dat toeschouwers uit verschillende plaatsen de moeite namen te gaan kijken in een buurtdistrict. Ook dat zegt veel over de populariteit. (Bron: mededelingen van Francisco Celaire) 

Variatie

Het repertoire van de Trupialen kende een grote variatie. Naast het lokale toneel als dat van dramaturg Hubert Booi werd er ook uit de traditie van de Europese klassieken geput. Na het succes van E perla di Caribe (1955) was Scapin, como dokter milagroso, een vrije bewerking in Papiamentse vertaling van de Franse dramaturg Molière, Le malade imaginaire,  een tweede greep naar een repertoire dat boven het populaire uitstak. Uit de keuze van een dergelijk stuk blijkt wel dat de voorstellingen van De Trupialen hoger reikten dan wat van jongeren verwacht kon worden. Het stuk werd dan ook door de senioren gebracht en was daarmee in feite een voorstelling van toneel voor volwassenen.

Na een eerste voorstelling op 7 oktober 1960 in het Huis van Bewaring op Dakota, was onder regie van frère Alexius, op 8 oktober de officiële première van het blijspel. Er volgden voorstellingen in Noord (Annaschool), Santa Cruz (Club San Martin), Paradera, Oranjestad (De Veer-theater), Savaneta (openluchttheater) en San Nicolaas (Don Bosco Club), steeds voor volle zalen. Ook was er een voorstelling op Curaçao (Roxy).

Sta. Anaschool Noord

Alcides Quilotte als de zieke, Gregorio Marquez als de slimme Scapin, Rudolf Brete als de pleegzoon, Jossy Tromp als Sgaranelle en Jozef Helder als de professor waren de uitblinkers van de avond, die de aanwezigen keer op keer deden schateren van het lachen. Het stuk werd vlot en feilloos gebracht.

Papiaments

In de loop van ruim twintig jaar heeft club De Trupialen gemiddeld elk jaar een toneelstuk gebracht, maar het aantal opvoeringen was een veelvoud daarvan omdat de stukken op diverse plaatsen vertoond werden en er wegens succes tal van reprises gegeven werden.

Aanvankelijk was het repertoire nog Nederlands gericht, zowel qua inhoud met Europse sprookjes als het gebruik van de Nederlandse taal. Al snel merkte frère Alexius echter dat stukken in het Nederlands niet aansloegen en ging daarom al snel over op het Papiaments. Zo heeft club De Trupialen eveneens een grote stimulans voor de eigen taal betekend, met name voor de jongeren die op school leerden dat het Nederlands verre superieur zou zijn aan het Papiaments. Een bewustwordingsproces was het impliciete gevolg, toen bleek dat in het Papiaments ook alles gespeeld kon worden wat men plande. Met name de originele werken van Hubert Booi tilden daarbij de nationale taal op een hoger plan.

In tegenstelling tot het eerder besproken parochietoneel brachten de Trupialen en veel gevarieerder programma, waarin de traditioneel moraliserende missie nog wel degelijk een rol speelde zoals in serieuze kerstspelen, maar waar ook een grote ruimte werd gereserveerd voor andersoortig, meer seculier toneel, waar de duivel niet ontbrak, van de sprookjestraditie met draken tot het ‘hari barica yen’ soort. Dat de oorsprong van de groep in muziek en zang lag, blijkt duidelijk uit het samengaan van die twee kunstvormen met het toneel in velada en operette op wat ‘bonte avonden’ genoemd werd. Club De Trupialen beperkte zich overigens niet tot het lichte genre maar nam ook serieus werk ter hand, zoals het originele door Hubert Booi geschreven Triunfo di un piscador in een lokale setting te Malmok en een bewerking van de Franse blijspeldramaturg Molière in Scapin. Historie en fantasie gingen samen in het bekende E perla di Caribe met zijn ‘indianisme’ dat aandacht vroeg voor het Indiaanse verleden van het eiland. Ook politiek en kritiek werden niet geschuwd.

E perla di Caribe

Voor al die variatie werd er bovendien gezocht naar nieuwe presentatievormen, zoals het poppentheater, maar ook het spelen vanaf een trailer. Men zocht ook de nieuwe media van die tijd op, zoals de radio en televisie. Men beperkte zich niet tot de stad waar het ‘hoofdkwartier’ aan De La Sallestraat gevestigd was, maar er werd ook in de open lucht gespeeld bij gebrek aan geschikte lokaliteiten, men trok naar buurthuizen in de verschillende parochies en districten om zoveel mogelijk belangstellenden te bereiken. Ook bij officiële gelegenheid maakten de gemeenschap en de overheid graag gebruik van de creativiteit van de jongerengroep. Dat alles heeft ervoor gezorgd dat de Trupialen een hechte plaats in de sociaal-culturele gemeenschap gevormd hebben, waarbij de frères en met name frère Alexius, de touwtjes stevig in handen hadden. Onder hun leiding bloeide de club. Na het vertrek van frère Alexius werd en de toneelactiviteiten minder tot ze ophielden te bestaan. Maar als zang- en muziekgroep bleven de Trupialen voortbestaan – tot vandaag de dag.

Delen van deze reeks, klik hier: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8, deel 9 en deel 10.

(wordt vervolgd)

2 Trackbacks/Pings

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter