blog | werkgroep caraïbische letteren

Honderd jaar Arubaans toneel (1)

In een serie afleveringen publiceert CU een geschiedenis van het Arubaanse toneel in de twintigste eeuw, geschreven door Wim Rutgers.

Een inleiding tot een toneelgeschiedenis van Aruba

De toneelgeschiedenis van Aruba, is – op enkele uitzonderingen na – er een van amateurs die in hun vrije tijd als liefhebbers, hun enthousiaste krachten gaven aan wat hun absolute hobby was: het toneel in al zijn facetten. Ze zetten er hun talent en hun vaak langjarige ervaring voor in. Dat gold en geldt voor zowel acteurs, regisseurs als dramaturgen.

Deze toneelgeschiedenis kent specifieke toneelverenigingen maar is daarnaast ook en vooral ingebed in een breder sociaal-cultureel gezelschapsleven, waarin een toneelafdeling voor ontspanning zorgde. Dat was zo in het begin van de toneelgeschiedenis vanaf de eerste decennia van de 20e eeuw, dat bleef zo tot in onze tegenwoordige tijd. Specifieke geïnstitutionaliseerde groepen en verenigingen die werden opgericht met het enige doel toneel te presenteren kwamen pas vanaf de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw tot stand. Maar omdat amateurisme gepaard ging met enthousiasme trokken toneelvoorstellingen volle zalen, die van grote publieke belangstelling voor toneel getuigden, niet alleen in de stad maar met nadruk ook en vooral in de districten.

Literatuurgeschiedschrijving

In de Arubaanse literatuurgeschiedschrijving heeft het toneel relatief weinig aandacht gekregen, terwijl het toch door de jaren heen de meest populaire en meest democratische vorm van literatuur is geweest. Toen Frederik Beaujon (1880-1920) begin 20e eeuw zijn eerste gedichten schreef – maar niet publiceerde – werd er in wat enkele jaren later de Julianaschool zou gaan heten al door de leerlingen toneel gespeeld. Toen H.E. Lampe  (1884-1953) begin jaren dertig zijn memoires Aruba voorheen en thans schreef en in Nederland publiceerde, speelde de toneelgroep Las Violetas al in Savaneta onder leiding van de soeurs. Toen Laura Wernet-Paskel (1911-1962) haar Ons eilandje Aruba in de jaren veertig schreef – maar niet publiceerde – was er op het eiland al sprake van een bloeiend, veelzijdig en viertalig toneelleven, dat vanaf de Tweede Wereldoorlog steeds weer honderden toeschouwers naar parochiezalen in de districten, naar Teatro Gloria, Teatro Rialto, De Veer Theater, Centro Bolivariano en in wat later tijd naar Cas di Cultura trok. Door middel van het toneel in vertaling of adaptatie brachten lokale toneelgezelschappen, vertalers, regisseurs en spelers als geen ander literair genre het Arubaanse publiek bovendien in aanraking met bekende auteurs en werken uit de literaire tradities van zowel Noord- als Zuid-Amerika en Europa. Het toe-eigenen van internationaal literair werk voor lokaal gebruik is weliswaar niet uniek maar wel een specifiek kenmerk voor het toneelrepertoire. Noch proza, noch poëzie kennen een zo sterke vertaaltraditie als het toneel. Hubert Booi was in de jaren vijftig de eerste dramaturg die voor een lokaal repertoire zorgde. Robert Henriquez en Ernesto Rosenstand zouden hem spoedig volgen en even later Burny Every en Denis Henriquez. Maar in vergelijking tot de talrijke vertalers zijn de lokale dramaturgen schaars. Toneel kwam van elders en werd door vertaling en adaptatie voor lokale consumptie geschikt gemaakt.

Laura Wernet-Paskel

Hoewel er wel geklaagd werd over het gebrek aan cultuur op het eiland, was toneel in feite een gebruikelijk fenomeen in het culturele leven van alle dag in het Aruba vanaf de jaren veertig, vervolgens na de Tweede Wereldoorlog en met de komst van de autonomie en het Statuut in de jaren vijftig en daarna. Zo blijken er uit allerlei berichten in de nieuwsbladen naast de presentaties door reguliere toneelgroepen die tot het brengen van toneel waren opgericht, tal van opvoeringen te zijn geweest door verenigingen die op hun bijeenkomsten, een gezellige avond vaak afsloten met een toneelstuk. De voorbeelden daarvan zijn talrijk, maar over inhoud en vorm is vaak maar weinig bekend.

Vette en magere jaren

De toneelgeschiedenis kende vette en magere perioden. Ze was er één van tal van initiatieven, tijdelijk succes en vervolgens vaak weer achteruitgang. Er traden veel incidentele groepen kortstondig op met slechts een geringe productie, maar er waren ook doorzetters die het lang en soms decennia lang hebben volgehouden door een constante productie te realiseren.

Ontwikkelingen op politiek gebied, zoals de naderende autonomie en het Statuut voor het Koninkrijk lijken ook op cultureel gebied invloed gehad te hebben. Was de toneelproductie begin jaren vijftig nog nauwelijks van betekenis, vanaf 1953 leefde de toneelactiviteit snel op.

Het toneelleven was dan wel populair en trok geregeld stampvolle zalen, maar de toneelliteratuur is tegelijkertijd meestal zeer gebrekkig gedocumenteerd en gearchiveerd. Dat brengt de orale aard van het toneelbedrijf ook wel met zich mee. Een toneelgroep schaft enkele exemplaren van de te spelen toneelteksten aan, die echter na de opvoering hun dienst gedaan hebben en verdwijnen – vaak definitief – wat met name de lokale toneelteksten betreft. Gelukkige uitzondering hiervan is het archief van Mascaruba. Het is daarnaast te danken aan de afdeling Arubiana / Caribiana van de Biblioteca Nacional Aruba en het ANA (Archivo Nacional di Aruba) dat we vandaag de dag niet helemaal met lege handen staan. Deze instanties beschikken gelukkig over heel wat materiaal.

Biblioteca Nacional Aruba. Foto © Michiel van Kempen

Vertaling en adaptatie

De buitenlandse toneelteksten, die in vertaling gebracht werden, zijn over het algemeen – in het buitenland – wel bewaard en zijn – dankzij internet – nu ook weer relatief gemakkelijk bereikbaar. Maar dan doet zich het probleem voor dat de meeste toneelgroepen geen archief hebben bijgehouden, waardoor het repertoire van gespeelde stukken vaak zelfs niet te achterhalen blijkt. Dat wordt dan zoeken via trial  and error, waar nooit de garantie van volledigheid is. Dit leidt tot een eigensoortige paradox. We weten door reacties achteraf, hoewel lang niet altijd, via verslagen in nieuwsbladen dát er gespeeld werd, door wíe er gespeeld werd, wát er gespeeld werd en vaak ook nog hóe er gespeeld werd, maar we beschikken niet meer over de gespeelde teksten zélf.

Een inventaris van alle opvoeringen met alle bijzonderheden blijkt een onmogelijke zaak en dus moeten we ons tevreden stellen met een aantal gegevens die tóch voldoende zijn om een beeld te krijgen van de aard van het vroegere toneel op het eiland: geen volledigheid maar voldoende representativiteit om conclusies te trekken over hun aard en functie, de opvattingen die er rond de toneelwereld bestonden.

Geen ander genre heeft zoveel welwillend kritische aandacht van de pers gehad als het toneel. Dat is een gelukkige bijkomstigheid. Opvoeringen werden vaak al van te voren aangekondigd via advertenties en inleidende artikelen. Na de voorstellingen volgden er verslagen waarin over de inhoud van het stuk en – meestal heel uitvoerig – het vertoonde spel en de spelers werd geoordeeld.

Johan Hartog: Journalistiek leven in Curaçao (1944)

Het Arubaanse toneel heeft door de jaren heen voortdurend in de schaduw van dat van Curaçao gestaan – dat is ook alleen al wegens het verschil in omvang begrijpelijk. Maar anderzijds zijn er ook voorbeelden te geven waar Aruba het voortouw nam en een belangrijke rol heeft gespeeld over de eilandelijke grenzen heen, zoals met het Festival Internacional di Teatro Arubano (FITA) in de jaren zeventig en later bijvoorbeeld.

‘Cada grupo ta un isla’ [Iedere toneelgroep is een eiland op zich] meldde Ernesto Rosenstand (Diario 3 februari 1992). Dat was in zekere zin waar, maar de toneelgeschiedenis werd ook gekenmerkt door organisatorische samenwerking van de toneelverenigingen, waarbij de verschillende schouwburgen waar gespeeld werd en de Stichting Teatro Arubano een centrale rol vervulden.

De toneelgeschiedenis begon  in het begin van de vorige eeuw, ontwikkelde zich sterk in de jaren na de Tweede Wereldoorlog tot eind jaren zeventig en kende vervolgens om diverse redenen van sociaal-economische aard een periode van achteruitgang. Waarschijnlijke oorzaken daarvan waren dat de aard van het toneel inhoudelijk veranderde van populaire komediestukken naar inhoudelijke ‘zwaarder’ repertoire, terwijl het publiek het ook steeds meer liet afweten in een tijd waarin de televisie en de opkomende video-cultuur andere vrijetijdsmogelijkheden bood. De ‘oudere garde’ van spelers kreeg te weinig opvolging, discipline en motivatie van jonge spelers werden minder en tenslotte was er een financiële reden toen Cas di Cultura steeds duurder werd, waarmee het risico van een financiële strop voor de toneelgroepen groter werd.

Een inleidend overzicht

De toneelgeschiedenis begon op Aruba een eeuw later dan op Curaçao. Waar Curaçao al in het begin van de 19e eeuw in joodse kringen zijn eerste toneelgroepen had, duurde het op Aruba tot het begin van de 20e eeuw eer er van enig toneelspel in georganiseerd verband sprake was. Het toneelleven begon op Aruba in het eerste decennium van de 20e eeuw in schoolverband toen de onderwijzers J.H.P. Schrils en E.A Goilo met hun leerlingen van de Openbare School toneel opvoerde. Hun initiatief zou al spoedig gevolgd worden in het Dominicus College, maar ook door een aantal Arubaanse ingezetenen die enkele keren een in die tijd op Curaçao zo populaire velada brachten. Van katholieke zijde zou pastoor Van de Pavert al snel volgen met een jongensgroep die toneel in Catiri bracht, zoals hij dat eerder op Curaçao gedaan had.

“Willemstad II. Jozefschool. Toneel De Nieuwe Huisknecht. Fr. Fidelius v.d. Mierden, fr. Joannes Nep. Jacobs.” Merk op dat van de zwarte acteurs geen enkele naam vermeld wordt. Foto Stadsmuseum Tilburg

Vanaf dat moment zou het in katholiek verband georganiseerde parochietoneel enkele decennia de overhand hebben. In de jaren dertig speelden Las Violetas in Savaneta, vanaf de jaren vijftig in Oranjestad de populaire jongensclub De Trupialen, in Santa Cruz De Grupo Artistico van de St. Jozefbond en het Centro Apostolico Arubano en in San Nicolas tenslotte de Sint Jans knapen.

Alle jongerengroepen brachten een religieus moraliserend en ontspannend repertoire, een succes waar jong en oud massaal naar kwamen kijken. De toneelgeschiedenis is niet zonder het jongerentoneel te beschrijven. Het katholieke verenigingsleven in missieverband groeide en bloeide. En daarmee het Papiaments in welke taal meestal gespeeld werd.

Seculiere toneelgroepen ontstonden als onderdeel van organisaties met een algemeen doel zoals de Spaanstalige Grupo Artistico Teatral van Sociedad Bolivariana en het koloniale Algemeen Nederlands Verbond waaraan al in 1941 een vaste  toneelgroep verbonden werd. Toneelgroepen die met het uitsluitende doel om toneel te brengen dateren van de jaren vijftig met de Nederlandstalige Amateur Toneelgroep Aruba van Pieter en Lien Würtz en Studio Comediantes dat echter slechts korte tijd bestaan heeft omdat het opging in het in 1961 opgerichte Mascaruba. Deze laatste toneelgroep zou zich in de praktijk tot nagenoeg alleen het Papiaments beperken en heeft decennia lang het toneelleven op het eiland in sterke mate bepaald. Daarbij hebben door de Sticusa uitgezonden Nederlandse regisseurs in de jaren vijftig tot zeventig een niet uit te wissen rol gespeeld.

Daarnaast ontstonden van tijd tot tijd incidentele toneelgroepen – al dan niet in kerkelijk of ander verenigingsverband of ook wel nationaliteit, zoals de Surinaamse vereniging JPF en de Engelstalige toneelgroep van de Lago olieraffinaderij.

Ernesto Rosenstand

Met de de toneelvereniging van de POVA (Politie Ontspannings Vereniging Aruba), de afdeling Toneelgroep van de R.K. Onderwijsbond, de groep Alpha van Frans Meewis, de Grupo Teatral Aruba van Burny Every en Grupo Experimental van Ernesto Rosenstand kreeg het toneelleven meer een karakter van diversiteit.

De onbetwiste bloeitijd van het Arubaanse toneel lag in de jaren zeventig van de vorige eeuw, waarna door diverse oorzaken het toneelleven steeds meer wegkwijnde door andere repertoirekeuze, toenemende kosten en andere middelen van vrijetijdsbesteding, zoals film en video.

In zekere zin valt te constateren dat het toneelleven een cirkelgang doorlopen heeft omdat de laatste decennia het vormingstoneel en toneelactiviteiten als onderdeel van het onderwijscurriculum het initiatief hebben overgenomen. Het toneel begon begin 20e eeuw in schoolverband en vindt daar momenteel opnieuw een onderkomen door de lessen AKV / ACV.

Zo wordt de geschiedenis van het Arubaanse toneel gekenmerkt door een langzame en relatief late start, aanvankelijk absoluut gedomineerd door de missie, vervolgens een relatief snelle opgang van het seculiere toneelleven en tenslotte een neergang waarvan het zich tot vandaag de dag nog niet hersteld heeft.

Bronnen

Hoewel er nog steeds geen naar volledigheid strevende studie van de Arubaanse toneelgeschiedenis bestaat,  werd er in het verleden in diverse werken wel aandacht aan toneel.

– De Encyclopedie van de Nederlandse Antillen gaf in 1968 en 1985 een globaal overzicht van het toneelleven, waaronder dat van Aruba.

– In 1982 gaf Ernesto Rosenstand een overzicht bij de opening van de nieuwe Openbare Leeszaal en Bibliotheek aan de George Madurostraat, een overzicht dat in Skol y Komunidat (jrg. XIV-1, januari-februari, p. 13-14) in druk verscheen. In 1989 verscheen zijn ‘Bida teatral na Aruba’ in Homenahe na Raül Römer, p. 110-116.

– Felix de Rooy publiceerde ‘De ontwikkeling van theater en film op de Nederlandse Antillen’ in een Studium Generale uitgave van de Erasmus Universiteit van Rotterdam, (1989, p. 81-93), in De Gids herdrukt in jaargang CLIII-7-8, juli-augustus 1990, p. 647-656.

Igma van Putte–de Windt: ‘Forms of Dramatic Expression in the Leeward islands’ in A History of literature in the Caribbean, Vol. 2, 2001, p. 597-614.

– Via het Vice Versa project van Theater in Nederland (TIN) verschenen er diverse lemmata op het internet.

– Voor de studie van de toneelontwikkeling is het van enorme steun dat de Amigoe vanaf de beginjaren tot en met 1995 compleet doorzoekbaar te vinden is via de zoekmachine  www.delpher.nl

– De Arubaanse Courant (1948-1967) is ook beperkt digitaal beschikbaar.

– Daarnaast zijn er veel gegevens te vinden in de Collectie Ito Tromp en auteurs-mappen in de afdeling Arubiana / Caribiana van de BNA aan de Bachstraat, het archief van de toneelgroep Mascaruba, het Archivo Nacional di Aruba (ANA) en persoonlijke archieven van dramaturgen, vertalers, spelers en regisseurs.

[Een versie van dit artikel verscheen eerder in Kristòf, Sociaal-cultureel tijdschrift, Vol. 19 – 4, 2018, p. 6–14.]


Vice Versa: de gemeenschappelijke theatergeschiedenis van Suriname, Aruba, Curaçao en Nederland Onder de naam “Vice Versa” vond in 2012 een onderzoek plaats naar de gemeenschappelijke theatergeschiedenis van Suriname, Aruba, Curaçao en Nederland. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Theater Instituut Nederland en resulteerde onder andere in biografieën van personen, beschrijvingen van locaties en gezelschappen, en videoportretten op de Theaterencyclopedie.  
Prof. dr Wim Rutgers. Foto © Michiel van Kempen

Vervolg (deel 2), klik hier

5 Trackbacks/Pings

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter