blog | werkgroep caraïbische letteren

Het ‘onvrolijke’ verhaal van Slory

door Iwan Brave

.

De documentaire-cd Aan de Waterkant met Michaël Slory, van Nederlandse radiomaakster Rogeria Burgers, opent met vrolijke dwarsfluitnoten van Ronald Snijders, uit ‘Ode aan Eddy Snijders’. Maar de ontboezemingen van Slory zijn verre van vrolijk. “Boos op de wereld, op het land en op al die vrouwen die maar niet met u willen zijn?”, vraagt de interviewster dan ook resumerend aan het einde van de dertig minuten. “Vooral in stamverband en groepsverband wordt er ontzettend gediscrimineerd door de Surinamers zelf”, zijn Slory’s openingswoorden. Daarmee is de toon gezet voor een verhaal over een leven vol afwijzingen en ondergewaardeerd voelen.

 

Michael Slory. Foto © Rogeria Burgers

 

Waarde

Slory wordt weliswaar geroemd om zijn ‘mooie liefdesgedichten’, maar wat voor waarde heeft het “als een man een vrouw nooit kan betasten, omhelzen of met haar kan slapen”? Hier in Suriname neemt het meisje een man “om haar kleur te verheffen”. Maar ook materialisme speelt een rol. Op een dag vond Slory als jonge onderwijzer een uitdraai van salarisstortingen op straat en zag dat Suralco-arbeiders driemaal meer verdienden dan hij. “Toen begreep ik pas waarom na de lesuren Suralco-arbeiders op de hoek stonden en die onderwijzeressen ’s avonds het hof maakten en de meisjes mij links lieten liggen.”

Het gesprek vindt plaats aan de Waterkant, op de vooravond van Srefidensi; de sfeer is hoorbaar. Onafhankelijkheid is een tweede rode draad. Slory deed in Nederland mee met de studentenbeweging Wie Eegi Sanie. Hij reciteert zijn gedicht over koloniale uitbuiting: “Sranan, den diki yu bobi nanga yu bere opo…” En het Spaanse gedicht ‘Dias gloriosos’, speciaal geschreven voor de overleden Henck Arron, die ons de onafhankelijkheid bracht. Er is ook lof voor de huidige president. “Ondanks alle kritiek op Bouterse schijnt het dat we eindelijk tot Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied gaan behoren.”

Zijn gedicht Koroni Kawina gebruikte de nationalistische PNR van Bruma om te tonen hoe ‘machtig’ het Sranantongo was. “Maar toen ze eenmaal de macht hadden, keken ze niet naar me om.” Slory had liever ook economie gestudeerd, maar kreeg hiervoor geen beurs. Dus werd het Spaans. “Men heeft mij een loer gedraaid. Ik wilde dit leven (van schrijven,… red) niet leiden, ik droomde er niet van.”

 

Tranen

De directeur van de Middelbare Handelsschool had hem nog zo verboden mensen te helpen met Sranantongo. “Ze gaan je mishandelen”, waarschuwde de directeur, die tien jaar geleden overleed. Slory: “Ik heb gehuild bij zijn graf als een kind: ‘Verdomme, je had gelijk!’ Ik heb over de hele begraafplaats geschreeuwd tot de Schietbaanweg en toen heb ik mijn tranen gedroogd.”

Ondanks het zelfbeklag blijft het boeiend om naar Slory te luisteren, vanwege zijn poëtische toon, de voordrachten en de muziekfragmenten van Snijders. Slory’s verstrooidheid ontroert en zorgt regelmatig voor een lach. Al met al een pijnlijk relaas van de dichter des vaderlands, wiens naam vele malen groter is dan de waardering die hij ervaart en die gewild had dat zijn liefdespoëzie meer praktijk was.

‘Aan de Waterkant’ Rogeria Burgers praat met Michaël Slory. Haarlem: uitgeverij In de Knipscheer

 

[uit de Ware Tijd, 24 december 2013]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter