blog | werkgroep caraïbische letteren

Het links Surinaams activisme van de jaren zeventig en tachtig in Nederland

De jaren zeventig en tachtig van de voorbije eeuw, waren jaren van grote activiteit binnen de linkse Surinaamse beweging. Een schets met bijzondere aandacht voor Nadia Tilon.

door Annelore van Gool

Een profielschets van Nadia Tilon

In haar studententijd raakte Nadia Tilon (Paramaribo, 18 april 1953) betrokken bij de Landelijke Organisatie van Surinaamse Organisaties in Nederland (LOSON), de latere Surinaamse Arbeiders en Werkers Organisatie (SAWO).[1] De beweging was het resultaat van een landelijke bundeling van diverse activistische Surinaamse studentengroepen.

Rechtsvoor Nadia Tilon, aan haar linkerzijde jazz-zangeres Denise Jannah. Bij een bijeenkomst in Den Haag (1976).

De studenten hielden zich bezig met de onafhankelijkheidsstrijd en linkse initiatieven in Suriname; het welzijn van de Surinaamse diaspora en andere gemarginaliseerde groepen in Nederland en internationale solidariteit voor socialistische bewegingen wereldwijd. Nadia Tilon maakte onderdeel uit van de theaterafdeling van LOSON en acteerde en zong in diverse activistische voorstellingen en muziekgroepen tijdens demonstraties en bijeenkomsten. In 1978 werkte ze mee aan Oema foe Sranan (Vrouwen van Suriname), een anti-koloniale film met een socialistische inslag, gemaakt door Cineclub Vrijheidsfilms in samenwerking met LOSON.

Tilons activisme en haar latere activiteiten in theater en journalistiek illustreren een breder verhaal van politiek bevlogen Surinaamse studenten die in Nederland studeerden in de periode rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Deze generatie jonge Surinaamse-Nederlanders, beïnvloed door de tijdsgeest van de jaren zeventig, uitte haar engagement in activisme en creatief werk dat inherent maatschappijkritisch was.

Vasthouden aan Suriname

De eerste drie jaren van haar leven woonde Nadia Tilon samen met haar moeder bij haar kleinbehuisde grootouders van moederskant in Paramaribo, waar ook haar tante met haar kinderen gehuisvest waren. Haar grootouders vormden een arm, eenvoudig, Afro-Chinees gezin. Tilons grootmoeder was was- en strijkvrouw bij verschillende gegoede families en stamde af van slaafgemaakten. Haar grootvader werkte als losse kracht in verschillende bakkerijen binnen en buiten de stad. Hij was als baby van Chinese contractarbeiders vanuit Indonesië naar Suriname gebracht. Omdat zijn ouders de overtocht niet overleefd hadden, was hij opgevoed door Javaanse contractarbeiders op Mariënburg.

Na de MULO – tot de Tweede Wereldoorlog het hoogste niveau middelbare school in Suriname – en een juridische cursus had haar moeder een kantoorbaan bij de overheid weten te bemachtigen.[2] Ook haar vader was geboren in een arm en eenvoudig gezin en stamde af van slaafgemaakte voorouders. Hij was in het onderwijs terecht gekomen na een opleiding bij de katholieke kerk en werd uiteindelijk econometrist. Nadia Tilon is als peuter erkend door haar stiefvader.

Al voordat ze kon lezen, speelde Tilon met de schoolboeken van haar neefjes en deed alsof ze begreep wat er op papier stond. Ze groeide op als een serieus kind dat graag op zichzelf was en erg van leren genoot. Toen ze net een paar maanden aan de MULO was begonnen, vertrokken moeder en kinderen in 1966 naar Nederland. Het was een ingrijpende gebeurtenis voor de jonge Nadia, die als beginnende tiener allesbehalve weg wilde uit Suriname. De aankomst ervoer ze als een koud bad.

Eenmaal in Amsterdam, bleef ze georiënteerd op haar vaderland. Ze volgde steevast de berichten over Suriname op tv en liet aardrijkskunde- en geschiedenisboeken uit Suriname posten om niet vervreemd te raken. Het waren de Surinaamse lp’s die de zon tijdelijk konden doen wederkeren in de woonkamer, als niemand anders thuis was. Op het Pius-X Lyceum in Amsterdam-West las ze voor Nederlands het liefst Multatuli en de – beperkt aanwezige – Surinaamse literatuur.[3] De brieven naar familie besloot ze uitsluitend in Sranantongo te schrijven, terwijl ze nooit geleerd had hoe dat moest. De briefontvangers smeekten dan ook om brieven in een leesbaarder variant in het Nederlands.[4]

Het contrast tussen de Nederlandse rijkdom en de armoede die ze kende van haar geboortestad, maakte dat ze zich als jong meisje voornam ooit terug te keren om haar land vooruit te helpen. Op haar zestiende raakte Tilon betrokken bij een Surinaamse praatgroep van studenten in de Amsterdamse Bijlmer, waar het gezin inmiddels naartoe verhuisd was. Een lid van de groep had haar benaderd nadat hij haar bij de bushalte had zien staan met onder haar arm Wij slaven van Suriname van Anton de Kom. Het boek was in de jaren zestig door linkse Surinaamse studenten aan de universiteit Leiden gekopieerd en verspreid en kwam zo uit de vergetelheid.[5]

Praten ontwikkelde zich tot handelen op het moment dat ze als tiener gevraagd werd om het Surinaamse socialistische maandblad, De Rode Surinamer in Nederland in eigen kring te verspreiden. Na het behalen van haar gymnasiumdiploma begon Tilon de studie Sociale Pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. De Bijlmergroep raadde haar aan zich in Utrecht aan te sluiten bij de Surinaamse studentengroep daar. Zo geschiedde. De studentenvereniging ging een aantal maanden later op in de LOSON.

Activisme bij de LOSON/SAWO

Begin jaren 70 studeerden steeds meer Surinaamse studenten aan Nederlandse universiteiten. Ze zochten elkaar op en kwamen samen in lokale verenigingen. In Utrecht organiseerde de Surinaamse Studenten Vereniging (SSV) praat- en discussiegroepen die aansloten bij marxistisch-leninistisch, anti-imperialistisch, en anti-kolonialistisch gedachtegoed.[6] Leden klampten andere Surinaamse studenten aan in de gangen om hun interesse te wekken voor deelname.[7]

In 1973 besloten diverse studentengroepen over het hele land de handen ineen te slaan als de LOSON. Deze verenigde het Surinaams Aktiekomitee Rotterdam, de Socialistische Beweging van Surinamers in Amsterdam, de Surinaamse studentenvereniging Wageningen, de Socialistische beweging van Surinamers Utrecht, de Werkgroep Surinamers Groningen en de Werkgroep Leiden.[8] Al vrij snel na haar oprichting bestond de LOSON niet meer uitsluitend uit studenten maar werd de organisatie een brede Surinaamse organisatie in Nederland. De leden besloten een landelijke samenwerking in gang te zetten omdat ze actief wilden bijdragen aan het toenemende linkse geluid in Suriname, waar maatschappelijke onvrede over de werk- en leefomstandigheden van veel Surinamers en verzet tegen corruptie en antidemocratische maatregelen met de jaren was gegroeid.

In 1969 had de onrust en ontevredenheid met het kabinet, zowel binnen de politiek als daarbuiten op straat, geleid tot de val van premier Johan Adolf Pengel.[9] Ook na de kabinetsperiode Pengel, bleef het onrustig. Boosheid over bestuurlijk wanbeleid en corruptie had stakingen, vernielingen en brandstichting tot gevolg gehad.[10] Tijdens grote stakingsacties op 26 en 27 februari 1973 in Paramaribo was de Aukaanse vakbondsleider Ronald Abaisa, van de Bond van Arbeiders van de Geologisch-Mijnbouwkundige Dienst (GMD) omgekomen door politiekogels.[11] Daarnaast waren zestien journalisten en vakbondsmensen opgepakt.[12] De gebeurtenis en de algemene situatie hadden ervoor gezorgd dat socialistisch, anti-imperialistisch en communistisch georiënteerde ideeën aan populariteit wonnen.

Links Suriname was in de jaren voorafgaand aan 1973 gegroeid en afgesplitst in allerlei groeperingen met eigen drukwerk.[13] De leden van de LOSON voelden zich solidair met verschillende van deze bewegingen in Suriname. Ze herkenden zich in doelstellingen als het vergroten van het politieke bewustzijn en het streven naar een klassenstrijd tegen het imperialisme. In hun ogen gedroeg de Surinaamse overheid zich als een schoothondje van Nederland, niet in staat te voorkomen dat grondstoffen in buitenlandse handen vielen, zoals die van het Nederlandse bedrijfsleven.[14]

De LOSON besloot bij de oprichting vanuit Nederland de Organisatie van Surinaamse Kommunisten (OSKOM), met Edward Naarendorp en Frank Ranada als belangrijke organisatoren, en het Marxistisch-Leninistisch Centrum Suriname (MLCS) van Bram Behr en Humphrey Keerveld in Suriname te steunen met geldinzamelingsacties.[15] Later werd vooral gefocust op het ondersteunen van de MLCS, dat ook het ‘socialisties volksblad’ de Rode Surinamer uitbracht.[16] Uit het MLCS ontstond na verloop van tijd de Kommunistische Partij Suriname (KPS). Binnen de KPS gingen activisten Keerveld en Behr in 1978 ieder hun eigen weg. Zo publiceerden Behr en anderen vanaf 1979 het blad Mokro (Moker), dat ook werd ondersteund door de LOSON.[17] De organisatie was bovendien lid van het Demokratisch Volks Front (DVF) vanaf 1975.[18] Daarnaast steunde de organisatie de Federatie van Arme Landbouwers (FAL) dat tot haar zelfstandigheid in 1978 behoorde tot de DVF.

In 1974 sprak premier Henck Arron de belofte uit dat Suriname niet later dan 1975 soeverein zou zijn.[19] Uiteindelijk stemden de Staten pas kort voor de afgesproken datum in met de onafhankelijkheid. Het was een parlementslid van de Hindoestaanse VHP die op het laatst overstapte, waardoor een meerderheid bewerkstelligd werd.[20] De leden van de LOSON noemden de Surinaamse soevereiniteit van 1975 een ‘staatkundige onafhankelijkheid’. Werkelijk vrij zou Suriname volgens hen pas zijn als het land en de bevolking ook zeggenschap zouden hebben over de economie en er sprake zou zijn van een goedwerkende democratie en goede leefomstandigheden.[21]

De leden van de LOSON wilden vanaf het begin een non-etnische koers varen en een organisatie zijn voor Surinamers uit alle bevolkingsgroepen. Ze zetten zich principieel af tegen de etnische politiek in Suriname, dat zij zagen als een koloniaal verdeel- en heersmiddel om de onderdrukking en uitbuiting van het Surinaamse volk te handhaven.[22] De solidariteit voor de sociale strijd van de linkse organisaties in hun thuisland en de onafhankelijkheidsstrijd vormden voor de LOSON-leden van het eerste uur belangrijke kernpunten van de beweging, ook omdat de studenten veelal het idee hadden zelf terug te keren naar Suriname.

Daarnaast was er vanaf het begin aandacht voor de leefsituatie van de Surinaamse diaspora.[23] Veel Surinamers weken in de periode voorafgaande aan de onafhankelijkheid uit naar Nederland. In 1972 waren dit rond de 9000 Surinamers. Het aantal nam toe tot 40.000 in 1975.[24] De activistische organisatie wilde zich voor de groeiende Surinaamse gemeenschap in Nederland inzetten, omdat deze zowel op dagelijks als politiek niveau weerzin, racisme, geweld en discriminatie te verduren kreeg. Dit gebeurde bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, in contact met de politie, in de onderwijs- en woonsector en in het uitgaansleven.[25]

De LOSON was financieel zelfvoorzienend door het verkopen van haar publicaties, kranten en brochures; het verstrekken van abonnementen en het verkrijgen van contributies en giften. De leden werkten vrijwillig zonder vergoeding. Kranten werden gemaakt op de redactie, de kelder van een kraakpand aan de Herengracht te Amsterdam of thuis.[26] De culturele groepen als het LOSON-koor en de muziekband Paloeloe van LOSON traden onbetaald op en droegen zo financieel bij aan het reilen en zeilen van de organisatie, haar acties, activiteiten in Nederland en de beweging in Suriname.

De activisten gingen een aantal keren per week wijken in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag in om contact te leggen met Surinamers. Ze stonden wekelijks op diverse markten en belden aan bij huizen met Surinaams klinkende achternamen op de naamplaatjes. Dit om met zoveel mogelijk mensen te praten over de situatie in Nederland en in Suriname; hun linkse standpunten en visies over de oorzaken met hen te delen, hen te motiveren op te komen voor hun rechten en maatschappelijke verandering en hen te bemoedigen zich aan te sluiten bij de organisatie of deel te nemen aan bijeenkomsten en acties. Daarnaast organiseerde de beweging kinderactiviteiten, sociale ontmoetingen met sport en spel en familiedagen.[27]

De LOSON hield zich ook met andere kwesties bezig. Tilon en andere studenten waren groot geworden met beelden van de Vietnam-oorlog en militaire dictaturen in het nieuws.[28] De organisatie sprak zich uit tegen onder meer het Apartheid-regime in Zuid-Afrika, dictatoriale overheden in Latijns-Amerika en het Israël-beleid aangaande Palestina. LOSON-delegaties waren aanwezig bij congressen en protesten over dit soort thema’s, georganiseerd door diverse linkse bewegingen.[29] De LOSON-leden voelden zich verwant aan andere gemarginaliseerde groepen in Nederland zoals de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, de Molukkers en andere Nederlanders die te kampen hadden met werkeloosheid en slechte huisvesting of woningnood.[30] Naast acties voor een gelijkwaardige behandeling van Surinamers in Nederland, werd ook met activisten afkomstig uit andere migrantenorganisaties en Nederlandse organisaties samengewerkt bijvoorbeeld tegen de Vreemdelingenwet van 1980.[31]

Na de Sergeantencoup van Desi Bouterse in 1980, vertrokken meer Surinamers, onder wie zij die onderdeel waren geweest van linkse bewegingen, naar Nederland. De democratie kwam onder druk te staan en het geweld tegen (politieke) tegenstanders van het regime escaleerde, met als dieptepunt de Decembermoorden van 1982, waarbij Bram Behr met veertien anderen vermoord werd. In Nederland organiseerde de LOSON meteen na de moorden herdenkings- en protestbijeenkomsten.[32] De organisatie sprak zich uit tegen het dictatoriale regime, met vervolging en bestraffing van de decembermoorden als speerpunt. De terreur in Suriname en intimidaties in Nederland zorgden voor angst en terughoudendheid bij de Surinaamse gemeenschap. Voor de leden van de LOSON werd het daardoor lastiger om acties te voeren, maar dat betekende niet dat ze zich lieten tegenhouden.[33] Bij petities, fakkeloptochten, demonstraties en bijeenkomsten werd steeds meer de samenwerking met andere democratische krachten en nabestaanden opgezocht.[34] De activisten ontfermden zich over de opvang van ontkomen politieke activisten van met name de organisatie van Bram Behr.[35] Daarnaast werd het blad Mokro een aantal jaren ook in Nederland uitgebracht.[36]

In 1987 veranderde de naam LOSON in de Surinaamse Arbeiders en Werkers Organisatie (SAWO). De organisatie ontleende de naam aan de Surinaamse Arbeiders en Werklozen Organisatie (SAWO) uit 1932. Deze beweging voor werklozen was opgericht door de Surinaamse vakbondsleider Louis Doedel, die correspondeerde met De Kom.[37] De organisatie was verboden in 1933, hetzelfde jaar dat De Kom naar Nederland was verbannen. De LOSON besloot dat deze nieuwe naam de richting van de beweging beter tot uitdrukking gaf en wilde de SAWO in ere te herstellen.[38]

In de daaropvolgende jaren bleef de SAWO zich inzetten voor de belangen van Surinamers in Nederland. De organisatie hield zich verder bezig met de herinnering aan Anton de Kom en hielp mee aan een petitie voor diens eerherstel.[39] Toen zich in 7 juni 1989 een grote vliegtuigramp in Suriname voltrok, organiseerde de SAWO het Solidariteitscomité Nabestaanden 7 juni.[40] In samenwerking met de Stichting Dravercomité en met behulp van donaties werd op 7 juni 1991 een monument onthuld in Amsterdam ter herinnering aan de 178 omgekomenen, voornamelijk Surinamers wonende in Nederland.[41]De Surinaamse kunstenaar Guillaume Lo A Njoe maakte het monument. De SAWO werd rond de eeuwwisseling opgeheven.  

Theater en muziek

Op uiteenlopende wijze heeft Nadia Tilon zich ingezet voor de LOSON/SAWO, waaronder voor de culturele arm van de organisatie. Ze speelde vanaf het begin een belangrijke rol in het inhoudelijk vormgeven van de theaterafdeling van de beweging. De organisatie zag het als een onderdeel van haar doelen om bij te dragen aan het behoud en de ontwikkeling van de Surinaamse culturele identiteit door bewust uiting te geven aan trots en respect voor de Surinaamse cultuur. Daarnaast meenden de leden dat cultuur als wapen ingezet kon worden om maatschappelijke bewustwording en verandering te stimuleren. Poëzie, klederdrachtenshow, dans, theatersketches, muziek, zang en gebruik van Surinaamse talen voegden zo een extra dimensie toe aan manifestaties, bijeenkomsten, demonstraties, straatfestivals en andere acties.[42] Verschillende keren was er een LOSON-delegatie aanwezig bij activistische zomerkampen waar internationale linkse bewegingen samenkwamen. Ook hier maakten de leden theater om hun strijd en cultuur (kulturu) uit te dragen.[43]

Nadia Tilon begon met een acteerrol in het eerste toneelstuk van de LOSON en breidde dit vervolgens uit naar het schrijven van sketches, het verzorgen van de regie, aankleding en organisatie van optredens. Maatschappelijke actuele thema’s zoals de vreemdelingenwet, huisvesting van Surinamers in Nederland, de positie van kleine landbouwers of vrouwen in Suriname en later het dictatoriale Bouterse-regime werden vertaald naar kritische korte sketches of langere stukken. In de eerste periode vormde het LOSON-theater voor Nadia Tilon vooral een middel om de politieke boodschap uit te dragen. Geleidelijk ontwikkelde ze echter meer aandacht voor de artistieke kant van toneel: het politieke verhaal moest versterkt worden met een persoonlijk verhaal, een karakterontwikkeling en een goede vorm.[44] Tilon zong in diezelfde jaren in het LOSON-koor en in het Bijlmerkrakerskoor. Er werd gezongen tijdens demonstraties en in 1975 respectievelijk zijn een EP en single met strijdliederen uitgebracht, waaraan Tilon heeft meegewerkt. [45]

In 1976 vertrok Tilon voor een stage naar Suriname. Ze participeerde daar in activiteiten van het Demokratisch Volks Front en maakte deel uit van het OPO-collectief, de muziekgroep van DVF. OPO had, ondersteund door de LOSON, vlak voor de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 een single uitgebracht die door alle radiostations gedraaid werd.[46] Djai Djai Sarnaam (Leve Suriname) stond wekenlang op de 1e plek in de hitlijsten en komt nog altijd af en toe langs op de radio.[47] Ook het nummer Fri joe n’e kisi, fri j’e teki (Vrijheid krijg je niet, vrijheid neem je) werd een hit.
Vanwege het succes stelde OPO na de onafhankelijkheid een LP samen die in 1976, wederom ondersteund door de LOSON, werd uitgebracht. Nadia Tilon zorgde samen met bandleider en componist Henk Mac Donald voor de vervaardiging van de single en LP in Nederland.[48] De liederen van het OPO-collectief vormden een vast onderdeel van het repertoire van het LOSON-koor.[49]

Tijdens haar stageperiode in Suriname speelde Tilon ook in de avondvullende theaterproductie Wan njoeng libi. Het politiek geëngageerde stuk van het OPO-theater is destijds in Theater Thalia opgevoerd. De toneeltekst was van auteur Rita Rahman. Regie en vormgeving werd gedaan door beeldend en grafisch kunstenaar René Tosari.[50] Na afloop vroeg regisseur Henk Tjon, die de voorstelling had gezien, Nadia Tilon bij zijn gezelschap te komen. In de jaren zeventig had Tjon met het eerste professionele theatergezelschap in Suriname, het Doe-theater, van zang, muziek, spel en sketches totaaltheater gepraktiseerd eveneens met een maatschappijkritische inslag.[51] Tilon moest echter terug naar Nederland om haar studie af te ronden.

Eind 1978 richtte ze mede Toneelwerkgroep Makandra op. Met deze toneelgroep bleef ze bijeenkomsten van LOSON/SAWO ondersteunen tot het einde van de beweging.[52]

Geïnspireerd geraakt door de ervaring bij het OPO-theater en het gesprek met Henk Tjon, begon ze ook aan de deeltijdstudie van Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht. In 1984 volgde ze een regieworkshop van Tjon en theatermaker Rufus Collins bij de Stichting Interculturele Projecten op Theatergebied.[53

Affiche van Mkinga (mijn dorp) van de Stichting Toneelwerkgroep Proloog (okt 1981).

In 1981 speelde Tilon in de voorstelling Mkinga (mijn dorp) van de Stichting Toneelwerkgroep Proloog.[54] Mkinga was bedoeld voor een ‘vrouwenpubliek en solidariteitsavonden over de Derde Wereldproblematiek’.[55] Proloog maakte stukken voor ‘die groepen, die aan de basis van de maatschappij in beweging komen om hun eigen situatie en de maatschappij die die situatie bepaalt, aan te pakken (vrouwen, werkende en werkloze jongeren, de aktieve basis van de [vak-]bonden, de oppositie binnen het onderwijs, aktiegroepen tegen kernwapens en kernenergie, anti-imperialismegroepen, het verzet tegen racisme …).’[56] In 2004 stond Tilon in de theaterbewerking van de debuutroman van Clark Accord, Koningin van Paramaribo, door het toneelgezelschap Stichting de Inrichting.[57] Haar laatste theaterrol speelde zij in 2009 in een afstudeerproject van de Academie voor Theater en Dans van de Amsterdamse Hoge School voor de Kunsten.

Oema foe Sranan (Vrouwen van Suriname)

In 1978 bracht Cineclub Vrijheidsfilms in een gezamenlijk project met LOSON de film Oema foe Sranan (Vrouwen van Suriname) uit, gemaakt in de context van de Surinaamse onafhankelijkheid van 1975. Filmmaker At van Praag had met het door hem opgerichte Cineclub Vrijheidsfilms inmiddels 135 politiek-geëngageerde films van diverse internationale activistische bewegingen vertaald en gedistribueerd naar Nederland.[58] Met Vrouwen van Suriname portretteerden Van Praag en Henk Lalji het leven van Sonja Boekstaaf, Sylvie Fernant, Somai Harpal en Jetty Meursing. Met hun verhalen wilden de filmmakers het Nederlandse neo-kolonialisme in Suriname, de armoede van veel Surinamers en discriminatie vanuit overheidsbeleid aankaarten.[59]

Affiche van de vertoning van Oema foe Sranan (1978) in het Amsterdamse filmtheater Kriterion (17 september 2021).

Het scenario schreef At van Praag samen met Henk Laji. Bram Behr adviseerde bij het scenario en productie. Cineclub Vrijheidsfilms vroeg Nadia Tilon mee te werken aan de montage van de film. Ze verzorgde de muziekselectie, de commentaarteksten in Sranan Tongo, voice-over en ondertiteling. Oema foe Sranan staat bekend als de eerste film in Sranan.[60] Het netwerk van LOSON maakte dat de verspreiding van de film in de Surinaamse gemeenschap vergemakkelijkt werd. Juanita Lalji distribueerde de film en begeleidde screenings op scholen en buurthuizen in buurten met veel Surinaamse-Nederlanders.[61]

Journalistiek werk

Voor het periodiek van de LOSON/SAWO, eerst Wrokoman geheten en later Kon na Wan, kwam Nadia Tilon te werken als redactioneel medewerker van onder meer nieuwsberichten uit Suriname en de cultuurpagina. Artikelen verschenen nooit onder de individuele naam van de auteur. De beweging wilde uitstralen dat ze als collectief opereerde.[62]

Fragment uit Oema foe Sranan (1978). Een activist van de LOSON verkoopt de tiende uitgave van het blad Wrokoman aan hoofdpersoon Sonja op de Albert Cuyp.

Van 1990-1995 voldeed ze eenzelfde functie voor het blad Mutyama, Surinaams tijdschrift voor cultuur en geschiedenis, dat na opheffing van de SAWO werd uitgegeven door de activisten. Er verschenen vijf jaarlijkse edities van het blad. Mutyama had een literaire inslag en verschillende auteurs als Jos de Roo, Cees Nooteboom en Wim Rutgers droegen bij. Vanaf 1988 werkte Tilon als redacteur van de actualiteitenrubriek IKON-Kenmerk en als freelance-journalist voor onder andere Migranten Televisie Amsterdam, Radio Noord-Holland en Inter Press Service.[63] Ze presenteerde van 1992 tot 1993 het radioprogramma ‘Anders Gezegd’ naast huidig burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb.

In haar verdere loopbaan richtte Nadia Tilon zich op haar academische achtergrond als sociaal pedagoge en werd Human Resources-adviseur bij Thuiszorg Amsterdam en later aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar verleden als activiste en theatermaakster is haar echter nog altijd zeer dierbaar. Ze is nog op onregelmatige basis betrokken bij projecten op het gebied van Surinaams erfgoed, Sranantongo en dans.

De LOSON staat inmiddels onder hernieuwde aandacht. Zo maakte Wendelien van Oldenborgh in 2017 voor de 57e editie van de Biënnale te Venetië de installatie Cinema Olanda. Dit ging onder andere over de Bijlmerkraakacties waar LOSON bij betrokken was. Daarnaast is de beweging ook The Black Archives onder ogen gekomen en betrok historicus Karwan Fatah-Black de activisten bij zijn studie naar de herinnering aan Anton de Kom.[64] Tenslotte wordt de 16mm archiefprint van Oema foe Sranan, afkomstig uit het Cineclub archief in het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis, momenteel gerestaureerd en gedigitaliseerd door EYE. De film zal binnenkort opnieuw verschijnen met als toevoeging een korte documentaire over de makers en de hedendaagse relevantie van de film. Deze inleidende film is gemaakt door Luna Hupperetz, Ananta Khemradj en Kiki Ho. De oude makers Juanita Lalji, Nadia Tilon, Ditter Blom en Henk Lalji worden hiervoor geïnterviewd. De opnames vinden plaats in Filmtheater Kriterion.

Bronnen

Dit artikel is gebaseerd op een interview met Nadia Tilon (afgenomen door Annelore van Gool op 14 april 2021) en de verhalen van andere oud-leden van de LOSON. Daarnaast is gebruik gemaakt van een aantal verifieerbare websites, archiefstukken, krantenartikelen en wetenschappelijke literatuur:

Websites

‘Kenmerk’, Beeld en Geluidwiki, via: https://wiki.beeldengeluid.nl/index.php/Kenmerk (geraadpleegd 7 mei 2021)

‘Mkinga (mijn dorp) – Proloog – 1981-02-17’, via: https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Mkinga (geraadpleegd 4 juni 2021).

‘Projecten’ via: https://de-inrichting.nl/category/projecten/ (geraadpleegd 4 juni 2021).

‘Proloog’, via: https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Proloog (geraadpleegd 4 juni 2021).

‘Rufus Collins’, Theaterencyclopedie, via: https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Rufus_Collins (geraadpleegd 7 mei 2021).

‘Vrouwen van Suriname’, Letterboxd, via: https://letterboxd.com/film/women-of-suriname/ (geraadpleegd 7 mei 2021).

‘Vrouwen van Suriname (1978, 16mm) | Cineclub Vrijheidsfilms’ via: https://www.kriterion.nl/films/vrouwen-van-suriname (geraadpleegd 4 juni 2021).

Archiefstukken

Foto van de redactie op de Herengracht (uit het persoonlijk archief van Nadia Tilon, datum onvermeld).

‘OPO theater presenteert Wan Njoen Libi’ (programmaboekje van de voorstelling uit het persoonlijk archief van Nadia Tilon, 1977).

Mkinga, Mijn Dorp (publicatie van het script uit het persoonlijk archief van Nadia Tilon, februari 1981).

Internationaal Instituut Sociale Geschiedenis

  1. Archief LOSON (Utrecht) (ARCH03174)
  2. inv.nr.8, Stukken betreffende de voorlopers van de LOSON, juli 1970-januari 1973.
  3. inv.nr. 109-111, Correspondentie, verslagen, notities, etc. betreffende de deelname van LOSON/SAWO/CPS-jongeren aan de internationale anti-imperialistische en anti-fascistische jeugdkampen in verschillende landen in de 1980s, 1980-1987 [3 mappen].
  4. inv.nr.132-133, Verslagen, notities en andere stukken betreffende Surinaamse Studenten Vereniging (SSV) in Utrecht, een van de organisaties die zich eind 1973 aaneensloten tot de LOSON, 1970-1973.
  5.  inv.nr. 141-142, Correspondentie met en toespraken, papers en andere stukken van het Democratisch Volks Front (DVF) in Suriname o.l.v. Humphrey Keerveld en de verkiezingscoalitie Derde Blok Kombinatie in 1977, 1974-1978 [2 mappen].
  6.  inv.nr. 169-172, Correspondentie, verslagen, notities, promotiemateriaal en andere stukken betreffende het CPS-blad Mokro (Dekati), 1983-1994 [4 mappen].
  • Fotocollectie LOSON (Utrecht) (COLL00565)
  • inv.nr. 48. Acties tegen de uitzetting van illegalen en de vreemdelingenpolitie, ongedateerd [foto’s].
  • inv.nr. 49, Protestactie tegen de arrestatie van drie onderofficieren in Suriname, 19-2-1980; meeting in de Bijlmer na de militaire coup van Bouterse c.s., 29-2-1980 [foto’s].
  • inv.nr. 51, Herdenking van Bram Behr in Marcanti, Amsterdam, 13-12-1982; fakkeloptocht in Den Haag tegen de decembermoorden in Suriname, 24-12-1982; diverse andere protesten tegen de moord op Bram Behr en Lesley Rahman, van LOSON en sympathisanten van de CPS in Nederland, zowel bij de ambassade als verschillende bijeenkomsten (Bram Behr vermoord omdat je streed voor de bevrijding van je volk), december 1982, 1983 [26 foto’s].
  • inv.nr. 53, Lancering van Mokro Dekati – blad van de Communistische Partij Suriname (CPS), SWSU-gebouw, Utrecht, november 1983 [foto’s].
  • inv.nr. 70, Anton de Kom Jaar 1988 (2): de handtekeningenactie t.b.v. de petitie voor Eerherstel voor Anton de Kom en de demonstratieve aanbieding van de petitie op het Binnenhof, Den Haag, 10 mei 1988, voorjaar-mei 1988. [29 foto’s].
  • inv.nr. 75, Activiteiten van het Solidariteitscomité Nabestaanden 7 juni (opgericht door SAWO n.a.v. de SLM vliegramp), incl. de opening van het ‘Solidariteitshuis 7 juni’ in Amsterdam, 17-9-1989, een “Dag van de Nabestaanden” op 24-12-1989 en de herdenking in juni 1990, juni 1989-juni 1990. [55 foto’s].
  • inv.nr. 78. Deelname van LOSON/SAWO aan anti-racisme/fascisme activiteiten in Nederland (1), oktober 1974-juni 1975. [54 foto’s].
  • inv.nr. 81, Deelname van LOSON-activisten aan demonstraties voor Cambodja, Chili en Vietnam, 1973-1974 [29 foto’s]
  • inv.nr. 82, Acties tegen de onderdrukking in Turkije en in solidariteit met de Koerden, 1980-1982, ongedateerd [21 foto’s].
  • inv.nr. 112, Sport: door LOSON e.a. georganiseerd sporttoernooi Eerst vriendschap, dan competitie (1984) en andere sportactiviteiten en (Surinaamse) sporters, o.a. karate-kampioen John Reeberg (1979), 1979, 1984, ongedateerd [35 foto’s].
  • Audiocollectie LOSON/SAWO (IISG BG PK1/944), Surinaamse strijdliederen van het LOSON-Theater, 1975 [grammofoonplaat].

Krantenartikelen

‘Buitenlanders als zondebok’ Wrokoman 1:1(1973).

‘Dales: Ramp dompelde ook Nederland in rouw’ Trouw (08-06-1991).

‘Een nieuwe dimensie in het toneel. Wan Njoen Libie.’ Vrije Stem (9 september 1977).

‘Kommunistische partij Suriname geproklameerd’ Vrije Stem: onafhankelijk weekblad voor Suriname (13 juni 1973).

‘Muziekgroep OPO: muziek in dienst van het volk’ Wrokoman 3:4 (1976).

‘Opo theater bracht: Wan njoeng libi/Hadil’ De Ware Tijd (27 augustus 1977).

‘Zondag protestmeeting van LOSON’ De Waarheid (8 november 1980).

Karel Bagijn, ‘Juanita Lalji (25) leidt acties van Surinamers in Gliphoeve. “Werken met één doel: bevrijding Suriname”’ Het Parool (6 september 1975).

Literatuur

‘Jai Jai Sarnaam’ Werkgroep Caraïbische Letteren (21 februari 2019), via: https://werkgroepcaraibischeletteren.nl/jai-jai-sarnaam/ (geraadpleegd 4 juni 2021).

Bakker, Wim, ‘De tranen van Desire Delano’ Werkgroep Caraïbische Letteren (7 december 2016) via: https://werkgroepcaraibischeletteren.nl/de-tranen-van-desire-delano/ (geraadpleegd 7 mei 2021).

Choenni, Chan en Carel Harmsen, Geboorteplaats en etnische samenstelling van Surinamers in Nederland. Bevolkingstrends 1e kwartaal 2007 (Publicatie Centraal Bureau voor de Statistiek 2007).

Essed-Fruin, Eva D.,‘The changing status of Sranan’ in: Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken eds, De talen van Suriname (Muiderberg 1983), via: dbnl.org (geraadpleegd 7 mei 2021).

Fatah-Black, Karwan, ‘Rode deletie. De verstomde herinnering aan het communisme van Anton de Kom’ Tijdschrift voor Geschiedenis 130:3 (2017), 467–483.

Galen, van, John Jansen, Kapotte Plantage. Een Hollander in Suriname (Amsterdam 1995).

Hupperetz, Luna, ‘Cineclub Vrijheidsfilms: Restoring a Militant Film Network’ Non-Fiction. A Journal from Open City Documentary Festival 02 (2020) 77-81.

Hupperetz, Luna, ‘Fragility within and around the archive’ (21 februari 2021) Outline, via:https://outline.jetzt/ams-real/?ams=11-fragility-within-and-around-the-archive#ams11-fn2 (geraadpleegd 7 mei 2021).

Jules, Sedney, De toekomst van ons verleden; Democratie, etniciteit en politieke machtsvorming in Suriname (Paramaribo 1997).

Kastelein, Eric, Oog in oog met Paramaribo. Verhalen over het herinneringserfgoed (Volendam 2020).

Kempen, van, Michiel, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. (Amsterdam 2003), 222, via: dbnl.org (geraadpleegd 7 mei 2021).

Keyser, Gawie, ‘Verhalen van toen, en straks’, De Groene Amsterdammer 141:19, bijlage Cinema Olanda (9 mei 2017).

Meel, Peter, ‘Dimensies van onafhankelijkheid: de Surinaamse ervaring’ BMGN 113 117:2, 185-203.

Oostindie, Gert en Inge Klinkers, Decolonising the Caribbean. Dutch Policies in a Comparative Perspective (Amsterdam 2003).

Paalman, Floris, ‘Film and History: Towards a General Ontology’, Research in Film and History 3 (2021), via: https://film-history.org/issues/text/film-and-history-towards-general-ontology (geraadpleegd op 7 mei 2021).


[1] Er zijn verschillende versies van de volledige naam van LOSON en de SAWO terug te vinden. Hiergenoemde namen zijn overgenomen van het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis en The Black Archives.

[2] Peter Meel, ‘Dimensies van onafhankelijkheid: de Surinaamse ervaring’ BMGN 113 117:2, 185-203, aldaar 187.

[3] Michiel van Kempen, ‘Een banaan afpellen, een bloedende banaan. Een nieuwe generatie in de Nederlands-Caraïbische literatuur’ in: Idem eds., Het andere postkoloniale oog. Onbekende kanten van de Nederlandse (post)koloniale cultuur en literatuur (Hilversum 2020), 291.

[4] Het zou nog lang duren eer de onofficiële status van het Sranan als geschreven taal zou veranderen. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw werd Sranantongo vaker geschreven en ontstond de behoefte aan spellingregels. Pas in 1986 is een standaardspelling vastgelegd. Nog altijd zijn de verzoeken om Sranan als keuzevak in het onderwijs aan te bieden, niet ingewilligd. Zie: Eva D. Essed-Fruin, ‘The changing status of Sranan’ in: Eddy Charry, Geert Koefoed en Pieter Muysken eds, De talen van Suriname (Muiderberg 1983), via: dbnl.org (geraadpleegd 7 mei 2021); L. Gobardhan-Rambocus, ‘Taalpolitiek in een veranderde samenleving. Suriname na 1975’, Neerlandica Wratislaviensia 22 (2013), 55-64.

[5] In 1971, 36 jaar na de eerste druk, kwam de eerste herdruk van Wij slaven van Suriname (bij uitgeverij Contact. Daarna is het boek met regelmaat herdrukt. Zie: Karwan Fatah-Black, ‘Rode deletie. De verstomde herinnering aan het communisme van Anton de Kom’ Tijdschrift voor Geschiedenis 130:3 (2017), 467–483, aldaar 472.

[6] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr.132-133, Verslagen, notities en andere stukken betreffende Surinaamse Studenten Vereniging (SSV) in Utrecht, één van de organisaties die zich eind 1973 aaneensloten tot de LOSON, 1970-1973.

[7] Interview Nadia Tilon ter voorbereiding van dit artikel, door Annelore van Gool, 14 april 2021.

[8] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr.8, Stukken betreffende de voorlopers van de LOSON, juli 1970-januari 1973.

[9] Sedney, Jules, De toekomst van ons verleden; Democratie, etniciteit en politieke machtsvorming in Suriname (Paramaribo 1997), 72-79.

[10] Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (Amsterdam 2003), via: dbnl.org (geraadpleegd 7 mei 2021), 223.

[11] Eric Kastelein, Oog in oog met Paramaribo. Verhalen over het herinneringserfgoed (Volendam 2020), 218-219.

[12] Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, 223.

[13] Ibid, 222.

[14] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021. Dit komt overeen met de verhalen van andere leden van de LOSON.

[15] Aangaande informatie over de hiergenoemde Surinaamse linkse organisaties, zie: Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, 222-223.

[16] ‘Kommunistische partij Suriname geproklameerd’ Vrije Stem: onafhankelijk weekblad voor Suriname (13 juni 1973); Wim Bakker, ‘De tranen van Desire Delano’ Werkgroep Caraïbische Letteren (7 december 2016) via: https://werkgroepcaraibischeletteren.nl/de-tranen-van-desire-delano/ (geraadpleegd 7 mei 2021); John Jansen van Galen, Kapotte Plantage. Een Hollander in Suriname (Amsterdam 1995), 207; Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, 222.

[17] Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, 223.

[18] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr. 141-142,

Correspondentie met en toespraken, papers en andere stukken van het Democratisch Volks Front (DVF) in Suriname o.l.v. Humphrey Keerveld en de verkiezingscoalitie Derde Blok Kombinatie in 1977, 1974-1978 [2 mappen].

[19] Gert Oostindie en Inge Klinkers, Decolonising the Caribbean. Dutch Policies in a Comparative Perspective (Amsterdam 2003), 103.

[20] Meel, ‘Dimensies van onafhankelijkheid: de Surinaamse ervaring’, 196.

[21] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021. Het komt ook terug in de liedtekst van het OPO-liedje Fri joe n’e kisi,fri j’e teki: ‘Vrijheid betekent niet alleen een eigen vlag, eigen grondwet, eigen volkslied of eigen regering’.

[22] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021. Andere leden van de LOSON beamen dit. De radiodocumentaire Met Rita Rahman terug naar Suriname – Het Spoor Terug van VPRO Radio 1 kunt u beluisteren als u meer wilt weten over dit onderwerp, via: https://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_384606~met-rita-rahman-terug-naar-suriname-2-het-spoor-terug~.html.

[23] Al in de eerste editie van Wrokoman was er aandacht voor racisme en politiegeweld: ‘Buitenlanders als zondebok’ Wrokoman 1:1(1973).

[24] Chan Choenni en Carel Harmsen, Geboorteplaats en etnische samenstelling van Surinamers in Nederland. Bevolkingstrends 1e kwartaal 2007 (Publicatie Centraal Bureau voor de Statistiek 2007).

[25] LOSON publiceerde manifesten als: LOSON, Wat schuilt achter de visumplicht van van Agt-Wiegel-Haars? : reaktie van de LOSON op de eenzijdige, overvallerige en arrogante invoer van de visumplicht voor Surinamers per 1 september (Utrecht 1980); LOSON, De werkelijkheid achter de mooie woorden : Surinamers en gemeentebeleid in Amsterdam (Utrecht 1984); LOSON, Buitenlanders zijn geen probleemmakers! : rampnota minderheden gemeente Utrecht in de prullebak (Utrecht 1981).

[26] Foto van de redactie op de Herengracht (uit het persoonlijk archief van Nadia Tilon, datum onvermeld).

[27] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON-SAWO, inv.nr. 112, Sport: door LOSON e.a. georganiseerd sporttoernooi Eerst vriendschap, dan competitie (1984) en andere sportactiviteiten en (Surinaamse) sporters, o.a. karate-kampioen John Reeberg (1979), 1979, 1984, ongedateerd [35 foto’s].

[28] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021.

[29] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON-SAWO, inv.nr. 81, Deelname van LOSON-activisten aan demonstraties voor Cambodja, Chili en Vietnam, 1973-1974 [29 foto’s]; Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON-SAWO (COLL00565), inv.nr. 82, Acties tegen de onderdrukking in Turkije en in solidariteit met de Koerden, 1980-1982, ongedateerd [21 foto’s].

[30] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON-SAWO, inv.nr. 48. Acties tegen de uitzetting van illegalen en de vreemdelingenpolitie, ongedateerd [foto’s].

[31] Zo was er een solidariteitsdemonstratie bij de Bijlmerkraakactie, acties tegen het visum-beleid en diverse anti-racisme manifestaties en protesten tegen politiegeweld: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON/SAWO, inv.nr. 78. Deelname van LOSON/SAWO aan anti-racisme/fascisme activiteiten in Nederland (1), oktober 1974-juni 1975. [54 foto’s].

[32] Een grote bijeenkomst werd gehouden in in Marcanti Plaza in Amsterdam en bij de Surinaamse ambassade in Den Haag tegen de Decembermoorden: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON/SAWO, inv.nr. 49, Protestactie tegen de arrestatie van drie onderofficieren in Suriname, 19-2-1980; meeting in de Bijlmer na de militaire coup van Bouterse c.s., 29-2-1980 [foto’s].

[33] Een manifestatie tegen de coup in de Ganzenhoef in Amsterdam-Zuidoost was vroegtijdig afgebroken vanwege dreiging van aanhangers van het Bouterse-regime: Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021.

[34] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON/SAWO, inv.nr. 51, Herdenking van Bram Behr in Marcanti, Amsterdam, 13-12-1982; fakkeloptocht in Den Haag tegen de decembermoorden in Suriname, 24-12-1982; diverse andere protesten tegen de moord op Bram Behr en Lesley Rahman, van LOSON en sympathisanten van de CPS in Nederland, zowel bij de ambassade als verschillende bijeenkomsten (Bram Behr vermoord omdat je streed voor de bevrijding van je volk), december 1982, 1983 [26 foto’s].

[35] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021.

[36] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr. 169-172, Correspondentie, verslagen, notities, promotiemateriaal en andere stukken betreffende het CPS-blad Mokro (Dekati), 1983-1994 [4 mappen]; Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON-SAWO, inv.nr. 53, Lancering van Mokro Dekati – blad van de Communistische Partij Suriname (CPS), SWSU-gebouw, Utrecht, november 1983 [foto’s].                                                                                        

[37] Van Galen, Kapotte Plantage, 88.

[38] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021.

[39] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON/SAWO, inv.nr. 70,

Anton de Kom Jaar 1988 (2): de handtekeningenactie t.b.v. de petitie voor Eerherstel voor Anton de Kom en de demonstratieve aanbieding van de petitie op het Binnenhof, Den Haag, 10 mei 1988, voorjaar-mei 1988. [29 foto’s].

[40] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Fotocollectie LOSON/SAWO, inv.nr. 75, Activiteiten van het Solidariteitscomité Nabestaanden 7 juni (opgericht door SAWO n.a.v. de SLM vliegramp), incl. de opening van het ‘Solidariteitshuis 7 juni’ in Amsterdam, 17-9-1989, een “Dag van de Nabestaanden” op 24-12-1989 en de herdenking in juni 1990, juni 1989-juni 1990. [55 foto’s].

[41] ‘Dales: Ramp dompelde ook Nederland in rouw’ Trouw (08-06-1991).

[42] Interview Nadia Tilon, 14 april 2021.

[43] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Archief LOSON (Utrecht), inv.nr. 109-111, Correspondentie, verslagen, notities, etc. betreffende de deelname van LOSON/SAWO/CPS-jongeren aan de internationale anti-imperialistische en anti-fascistische jeugdkampen in verschillende landen in de 1980s, 1980-1987 [3 mappen].

[44] Interview Nadia Tilon, 14 april 2021.

[45] Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, Audiocollectie LOSON/SAWO (IISG BG PK1/944), Surinaamse strijdliederen van het LOSON-Theater, 1975 [grammofoonplaat].

[46] ‘Muziekgroep OPO: muziek in dienst van het volk’ Wrokoman 3:4 (1976).

[47] ‘Jai Jai Sarnaam’ Werkgroep Caraïbische Letteren (21 februari 2019), via: https://werkgroepcaraibischeletteren.nl/jai-jai-sarnaam/ (geraadpleegd 4 juni 2021).

[48] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021.

[49] Interview met Nadia Tilon, 14 april 2021.

[50] ‘Opo theater bracht: Wan njoeng libi/Hadil’ De Ware Tijd (27 augustus 1977); ‘OPO theater presenteert Wan Njoen Libi’ (programmaboekje van de voorstelling uit het persoonlijk archief van Nadia Tilon, 1977); ‘Een nieuwe dimensie in het toneel. Wan Njoen Libie.’ Vrije Stem (9 september 1977).

[51] Van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, 301.

[52] ‘Zondag protestmeeting van LOSON’ De Waarheid (8 november 1980).

[53] ‘Rufus Collins’, Theaterencyclopedie, via: https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Rufus_Collins (geraadpleegd 7 mei 2021).

[54] ‘Mkinga (mijn dorp) – Proloog – 1981-02-17’, via: https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Mkinga (geraadpleegd 4 juni 2021); Mkinga, Mijn Dorp (publicatie van het script uit het persoonlijk archief van Nadia Tilon, februari 1981).

[55] ‘Mkinga (mijn dorp) – 1981-02-17’, via: http://toneelwerkgroepproloog.nl (geraadpleegd 4 juni 2021).

[56] ‘Proloog’, via: https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Proloog (geraadpleegd 4 juni 2021).

[57] ‘Projecten’ via: https://de-inrichting.nl/category/projecten/ (geraadpleegd 4 juni 2021).

[58] Luna Hupperetz, ‘Cineclub Vrijheidsfilms: Restoring a Militant Film Network’ Non-Fiction. A Journal from Open City Documentary Festival 02 (2020) 77-81.

[59] ‘Vrouwen van Suriname (1978, 16mm) | Cineclub Vrijheidsfilms’ via: https://www.kriterion.nl/films/vrouwen-van-suriname (geraadpleegd 4 juni 2021).

[60] Luna Hupperetz, ‘Cineclub Vrijheidsfilms: Restoring a Militant Film Network’ Non-Fiction. A Journal from Open City Documentary Festival 02 (2020) 77-81.

[61] Floris Paalman, Film and History: Towards a General Ontology, Research in Film and History 3 (2021), via: https://film-history.org/issues/text/film-and-history-towards-general-ontology (geraadpleegd op 7 mei 2021).

[62] Karel Bagijn, ‘Juanita Lalji (25) leidt acties van Surinamers in Gliphoeve. “Werken met één doel: bevrijding Suriname”’ Het Parool (6 september 1975).

[63] zie ook: https://wiki.beeldengeluid.nl/index.php/Kenmerk.

[64] Karwan Fatah-Black, ‘Rode deletie. De verstomde herinnering aan het communisme van Anton de Kom’ Tijdschrift voor Geschiedenis 130:3 (2017), 467–483.


Annelore van Gool is student Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en werkzaam in Filmtheater Kriterion.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter