blog | werkgroep caraïbische letteren

In Nederland was hij amper bekend, maar de Surinaamse dichter Shrinivási schreef wel enkele van de allermooiste gedichten in het Nederlands.

door Michiel van Kempen

Toen realiseerde hij zich
dat de rivier
toch maar een oever had
waarop hij stond
en naar de verte keek
waarin een beeld
uit vroegere dagen
langzaam maar zeker
was opgelost
zodat er toekomst
noch verleden was
verlangen niet
en eindelijk geen verdriet.

In de nacht van 25 op 26 januari overleed de Surinaamse dichter Shrinivási, 92 jaar oud. Martinus Haridat Lutchman, zoals hij voor de burgerlijke stand heette, gaf de geest op het eiland waar hij in 1952 zijn debuut had gemaakt: Curaçao. Hij bracht er de laatste jaren van zijn leven door, maar had er ook al eerder gewoond, net als in Nederland. Misschien dat hij daarom ook zo nadrukkelijk in zijn gedicht ‘Suriname’ bevestigde: ‘Dit land/ heb ik gekozen’. Maar waarom zou je voor een land moeten kiezen als je daar gewoon thuis hoort? Het gedicht zegt veel over de politieke strubbelingen van een land dat in de jaren zeventig hele stromen mensen zag wegtrekken. ‘Suriname’ was in de jaren van de militaire dictatuur elke avond op de Surinaamse televisie te horen, maar het is de vraag of de dichter er wel zo blij mee was dat zijn poëzie gebruikt werd als vlag op de modderschuit van het legergroene nationalisme.

Lees hier verder in De Groene Amsterdammer, 20 februari 2019 – verschenen in nr. 8

Shrinivási. Fotoportret door Nicolaas Porter

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter