blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Het dilemma van de tolerantie (6)

door Willem van Lit

De gesloten samenleving
Ik kom nu bij Karl Popper: “Het is onze plicht mensen te helpen die onze hulp nodig hebben, maar het kan nooit onze plicht zijn anderen gelukkig te maken, omdat dit niet van ons afhangt en omdat het maar al te vaak impliceert dat wij inbreuk maken op de privacy van hen die we zo vaak willen bijstaan”. Pogingen om met liefde te regeren of de hemel op aarde te willen creëren, leiden onvermijdelijk tot de hel.

Dat loopt uit op probeersels anderen “op onze eigen schaal hogere waarden op te leggen”en hen te willen redden. Dat is valse romantiek of utopie. Het leidt onveranderlijk tot het inferno. (Karl Popper, De open samenleving en haar vijanden, Lemniscaat, 2009, pag. 485 – 486). En dat is exact wat er gebeurt bij het fanatisme van het monopoliseren van de waarheid omwille van het zielenheil van anderen. Het is de basis van onverdraagzaamheid. Als het gaat om – vooral – het zielenheil van die ander, dan zit er onvermijdelijk de liefde voor een derde achter, een vertegenwoordiger van een hogere macht of een bezieler van ‘hogere waarden’, in wiens naam die redding tot stand moet komen. En je kan nooit genoeg gered zijn. Die liefde is dan nooit onbaatzuchtig, maar moet geofferd worden aan wat of wie dan ook. In die zin is er sprake van een driehoeksverhouding. Hierbij wordt de werking van de wet van dienst en wederdienst ook weer geblokkeerd. Juist doordat die verhouding niet wederzijds kan zijn in zo’n geval en doordat die steeds via een omweg van het ‘goddelijk’ beginsel moet verlopen, moeten we liefhebben in naam van een onbestemde hogere autoriteit. Die weg is dwingend omdat deze de claim en pretentie heeft dé waarheid te zijn. Pogingen dus om te regeren vanuit het beginsel van liefde zijn daarom nooit vrijblijvend, altijd gebonden in een samenleving waarin voortdurend de neiging bestaat zichzelf af te sluiten tegenover de ‘ongelovigen’ buiten; het is de neiging van de gesloten samenleving. Deze ‘liefde’ kan ook wel van fascistische of communistische aard zijn. En dat is ook de aard van de sharia, een leefstelsel dat een gesloten samenleving beoogt op basis van een dwingende overgave aan een goddelijk beginsel.

 
Het inlossen van de belofte om de dingen die je gedwongen bent ‘onbaatzuchtig’ te doen, is een uitgestelde belofte. Je zal beloond worden in het hiernamaals. Het is geen faire ruil. De ruil is nooit direct, terwijl men wel van je verwacht – in het uiterste geval – jezelf op te offeren als martelaar. En hierna hoop je dan maar dat die uitgestelde belofte wordt ingelost. Het is een talio, gebaseerd op de ongewisheid van wankele hoop, dwingend in zichzelf besloten, gebonden, steeds bevangen door angst en onvrijheid. Hier ontbreekt het belangrijkste element – vrijheid van de redelijkheid. De ratio ontbreekt doordat men de waarheid omtrent het inlossen van de belofte met geen mogelijkheid kan weten en dat is in zichzelf al een irrationele opvatting. Het een beschaming die de mens ten diepste kan ondergaan en deze beschaming wordt omgezet in de gratuite eer van het martelaarschap, de titel van het fundamenteel radicalisme. Beschaming eist wraak. Dat is de vergelding op basis van de wet van de talio. Maar ook daar hebben de monopolisten van het ware wel wat op gevonden: de uiterste wraak berust bij God. Daarvoor krijg je echter nooit bewijs en ook die belofte is ongewis.

 

Popper noemt de gesloten samenleving ook wel collectivistisch: “Een gesloten samenleving in haar beste vorm kan met recht worden vergeleken met een organisme. De zogenaamde organische of biologische staatstheorie is op die samenleving in ruime mate van toepassing. Een gesloten samenleving lijkt op een kudde of een stam omdat zij een semi-organische eenheid vormt waarvan de leden door semi-biologische banden bijeen worden gehouden – familiebanden, samenwonen, gezamenlijke inspanningen, gemeenschappelijke gevaren, gemeenschappelijke vreugde en gemeenschappelijke ellende. Het is nog steeds de concrete groep van concrete individuen, die niet door abstracte sociale relaties zoals arbeidsdeling en uitwisseling van goederen met elkaar verbonden zijn, maar door concrete fysieke relaties zoals aanraken, ruiken of zien. En hoewel zo’n samenleving op slavernij gebaseerd kan zijn, hoeft de aanwezigheid van slaven geen probleem te veroorzaken dat fundamenteel anders is dan het probleem van huisdieren.” En voorts zijn de instellingen van een gesloten samenleving “met inbegrip van haar kasten, sacrosanct-taboe” (Popper, pag. 205 – 206).

 
De samenleving vergelijken met een organisme wil zeggen dat – net als delen van een lichaam – alles een vaste plaats heeft: de organen, de leden, het hoofd enz. Elk deel heeft ook een specifieke functie die niet uitwisselbaar is. Als je zo naar de samenleving kijkt, dan is het bijvoorbeeld ook niet moeilijk om slavernij een vaste functie te geven. En zo heeft het bestuur van het organisme een niet in te wisselen functie: dat is het best geschikt voor dat doel, dus niet te veranderen. In een kudde of stamverband zijn de onderlinge verhoudingen ook vastgelegd in een semi-biologisch verband. Ze zijn op deze manier geordend en de onderlinge functies blijven ook zo vast op hun plek. Dit zien we ook in een feodale standenmaatschappij. Wijziging aanbrengen hierin is een taboe; zij werken altijd ontwrichtend op het functioneren van het geheel. Er ontstaan spanningen die kunnen leiden tot de ondergang van de groep of clan; het voorbestaan staat op het spel bij veranderingen. Behoud is het enige wat telt. Dit is dan ook de aard van het conservatisme, zoals wij dat ook nog wel kennen.
Verfoeilijk decadent
De instellingen van een gesloten samenleving – en de sharia is er zo een – leggen alle gebruiken, gewoonten en normen op een ‘heilige’ manier vast. Ze zijn sacrosanct van aard zoals Popper zegt: ‘heilig’ met het risico dat je onmiddellijk en onherroepelijk gestraft wordt bij overtreding. Deze leefregels of instellingen leggen met name beperkingen van vrijheden op én de onwrikbare vaste samenstelling van de samenleving. Daar zit geen rek meer in. Binnen een samenleving die gevormd is naar richtlijnen uit een boek uit de zevende eeuw, dat geschreven is in een woestijn en waarvan men niet mág afwijken, daarin zijn de functies organisch vastgelegd. Dat is de onwrikbare grondwet. Dat is ook de reden dat slavernij in dergelijke gemeenschappen nog een plek kan hebben en dat het acceptabel is. Zo is ook de gender-Apartheid (geslachts-Apartheid) een vastgesteld functioneel element. Discussie daarover is een taboe. Het is niet acceptabel en het tast het eergevoel direct aan. Dit is de reden dat men kritiek op deze gebruiken als een belediging beschouwt. Vandaar de soms furieuze reacties op kritiek over dergelijke onderwerpen.
De sharia beschouwt elke maatschappelijke verandering als een teloorgang, een afwijking van de oorspronkelijke waarheid en zuiverheid van geloof; immers het oorspronkelijke organisme raakt dan in de war. Een democratische staatsvorm, waarbij de samenleving voortdurend in beweging is, heeft in een collectivistische omgeving geen kans. Die zal men daarom ook steeds afwijzen én bestrijden. Het is de reden van het faliekant mislukken van de zogenaamde Arabische lente. Dit streven wordt in bloed gesmoord. Het is onverdraaglijk. Dit is de reden dat de westerse leefstijl, de voortdurende veranderingen die onder invloed van vrijheid en gelijkwaardigheid plaatsvinden, wordt gezien als decadent en verfoeilijk. Verdorvenheid wordt hier letterlijk genomen. Elke verandering in maatschappelijk verband brengt hen verder af van het oermodel, de oerorde. Decadentie; dat is het verwijt en dat vatten wij op als beschaming. Het idee van verdorvenheid heeft dus rechtstreeks te maken met vrijheid en gelijkwaardigheid. Decadentie treft ons des te meer als verwijt omdat wij ons kennelijk moeten schamen voor de welvaart en het welzijn die we ontwikkeld hebben onder invloed van onze ideeën. Vrijheid en gelijkwaardigheid zijn dé basis geweest voor onze ontwikkeling. Sommigen willen ons duidelijk maken dat wij westerlingen dat bereikt hebben over de ruggen van anderen, onder andere via de slavernij. Het gekke is dat onder islam de slavernij nog meer gebloeid heeft en dat daar kennelijk niks mee is gebeurd. Het merkwaardige is dat de prinsen en vorsten in de oliestaten allerminst het onbehagen van de onbesuisde rijkdom ervaren; sterker nog, men toont het in alle uitbundigheid en met trotse overtuiging. Dáár is immense rijkdom het middel tot bestendiging van de vaste orde en niet iets om je over te schamen. Het is dan ook geen motief om aan medemenselijkheid te doen. Wij schamen ons zelfs plaatsvervangend voor een dergelijke houding en zoeken excuses voor onze schaamte om hén een plek te geven. Het is constant de omgedraaide wereld. Zij hebben de heilige uitleg van een boek.

carnaval foto Nataly Linzey

Al het westerse is decadent. Foto © Nataly Linzey

Rechtvaardigheid in een gesloten samenleving
Op basis van de orde zoals hiervoor beschreven heeft men in een gesloten samenleving een ander idee over rechtvaardigheid en gerechtigheid. Rechtvaardigheid is datgene wat de bestaande orde bevestigt en als daar ongelijkwaardigheid een plaats heeft, dan acht men het rechtvaardig dat die ongelijkwaardigheid bevestigd wordt. In de rechtspraak weerspiegelt men de vaste orde en de consequenties daarvan. Vrouwen hebben minder rechten en slaven geen. Ook ‘ongelovigen’ komen op een andere plek. Een andere orde is decadentie.
In een open samenleving, zoals de ons hanteren we de zogeheten verdelende rechtvaardigheid. Popper legt uit wat ons type rechtvaardigheid, dat op democratische wijze tot stand gekomen is, dan is. Hij zegt dat de meesten van ons, – “en vooral degenen die er in het algemeen humanistische opvattingen op na houden – (als het gaat over rechtvaardigheid – WvL) iets bedoelen in de trant van het volgende: (a) een gelijke verdeling van de last van het burgerschap, dat wil zeggen van de beperkingen van de vrijheid die in de samenleving noodzakelijk zijn, (b) gelijke behandeling van burgers voor de wet, mits uiteraard (c) de wetten de individuele burgers, groepen of klassen niet bevoordelen of benadelen; (d) een onpartijdige rechtspraak; en een gelijke verdeling van de voordelen (en niet alleen de last) die het lidmaatschap van de staat aan zijn burgers kan bieden”. (Popper pag. 120).
Iemand die nog twijfelt aan het idee dat de zogeheten islamitische samenleving als gesloten of collectivistisch kunnen worden gezien, raad ik aan het boek Nomade van Ayaan Hirsi Ali te lezen. Daar springt de benauwenis je naar de keel.

 

hirsi ali

 

[vervolg, deel 7, klik hier]

1 Trackback/Ping

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter