blog | werkgroep caraïbische letteren

Grijs slavernijverleden?

Over Grijs Slavernijverleden? van Jeroen Dewulf

door Michiel van Kempen

In Grijs slavernijverleden? Over Zwarte milities en redimoesoegedrag bekijkt Jeroen Dewulf, hoogleraar aan de University of California, Berkeley, de groep van de ‘redimoesoes’, de zogenoemde “zwarte overlopers” die collaboreerden met de koloniale macht in het 18de-eeuwse Suriname. Hij slaagt er met zijn studie in een vermenselijking en een nuancering van het beeld van deze soldaten van het Neger Vrijcorps of Korps Zwarte Jagers en hun tegenstanders, de marrons, te bewerkstelligen.

 

Het boek van Jeroen Dewulf is een dapper boek. Hij situeert zich met de historische problematiek van Zwarte Milities en Redimoesoegedrag in het hart van een belangrijke discussie: wat is de visie op onze koloniale geschiedenis? Wie is er goed en wie is er fout? Waar eindigt collaboratie, waar begint verzet? In hoeverre moeten we werken aan een correctie van bestaande beelden en mythes? Het debat over de Nederlandse koloniale geschiedenis is beladen, voor velen onwennig en dreigt gemakkelijk gemonopoliseerd te worden vanuit politiek-correct denkende mensen die hun visie presenteren als de enig-juiste, daarmee iedereen verketterend die iets wil afdoen aan hun visie.
Jeroen Dewulf is zich van alle gevoeligheden in dit debat zeer bewust, maar heeft de moed twee stappen afstand te nemen en fris te kijken naar de historische feiten. Zijn oorspronkelijke inbreng daarbij vertrekt vanuit twee invalshoeken: hij brengt een historische lijn aan vanuit de geschiedenis van het Ibero-Latijns-Amerikaanse vroege omgaan met slavernij, de migratie van zwarte mensen en de creatie van zwarte keurtroepen; daarnaast is hij niet bang om een vergelijking te trekken met wat er is gebeurd rond nazisme, Holocaust, Jodenvervolging en Joodse collaboratie – met andere woorden met de zenuwpees van een groot deel van de naoorlogse geschiedschrijving, die in zo sterke mate is bepaald door historici als Lou de Jong en Jacques Presser.

Uiteindelijk blijft het decor van de clash tussen redimoesoes en marrons – te weten het Nederlandse kolonialisme dat verantwoordelijk is voor een op racisme gebaseerde verdeel- en heerspolitiek – alleen maar nog scherpere contouren, in heel de afschuwelijkheid van een pervers systeem.

 

Uit John Gabriel Stedman, Narrative of a five years expedition. De titel van de oorspronkelijke Engelse gravure van William Blake is : “A Coromantijn Free Negro, or Ranger armed”. Om de overvallen van marrons te bestrijden, richtte gouverneur Nepveu in 1772 een Neger Vrijcorps op, bestaande uit zo’n driehonderd slaven, die na hun diensttijd de vrijheid en een kostgrondje zouden krijgen. Deze soldaten werden Zwarte Jagers genoemd of Redimoesoe (Rode Mutsen). Stedman prijst hun kracht, constitutie, activiteit en doorzettingsvermogen. Eén Redimoesoe prefereert hij boven zes Europeanen op de expedities in het Surinaamse bos. De afgebeelde militair is een toonbeeld van kracht en zelfverzekerheid. Hij is afkomstig van het plaatsje Coromantin aan de Westafrikaanse Goudkust.

Grijs Slavernijverleden? is een noodzakelijk boek, een verfrissende bijdrage aan een te zwaar verhypothekeerd debat. Het is vlot geschreven en breed gedocumenteerd. Helaas zijn de zwart-wit-illustraties beroerd gereproduceerd, zodat de zwarte vlakken helemaal dichtlopen. Dat is een gemiste kans, want er bestaan haarscherpe contemporaine gravures van de slavenstijd en ook van de redimoesoe. Met dank aan John Gabriel Stedman.

Jeroen Dewulf, Grijs Slavernijverleden? Over Zwarte milities en redimoesoegedrag  Amsterdam: AUP, 2018. 164 pp. € 22,99

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter