blog | werkgroep caraïbische letteren

Ghanese kastelen (9 en slot)

door Gerard Boon

Zwarte Hollanders
Treurig is het verhaal van een jonge slaaf, acht jaar oud, die door de kapitein van een schip uit Zeeland aan een koopman werd geschonken en daarom Jacobus Capitein (afb. rechts) werd genoemd. Hij woonde een paar jaar op fort Nassau en werd in 1728 meegenomen naar Holland. Hij vergat zijn Afrikaanse naam en bleef 18 jaar in Nederland. Hij bezocht de middelbare school in Den Haag en studeerde voor dominee in Leiden. Zijn proefschrift bij zijn afstuderen baarde groot opzien en was een bestseller. Op grond van de bijbel verdedigde hij de slavernij. Hij vond dat een Christen geestelijke vrijheid bezit omdat hij Christen is. Maar dat betekende volgens dominee Capitein niet dat hij of zij ook lichamelijk vrij hoeft te zijn. Een witte ziel in een zwart slavenlichaam is heel goed mogelijk. Door deze opvattingen werd de 25ijarige Afrikaanse dominee in Holland beroemd.

Toen vertrok hij naar Elmina om het geloof te verbreiden. Maar dat werd helemaal geen succes. De strenge waarden en normen van de dominee vielen niet in vruchtbare aarde. De Europese bewoners van het kasteel waren niet erg kerks; het waren drankzuchtige vechtersbazen. Een deel van hen slikte het bovendien niet dat een zwarte de hoge rang van dominee bekleedde. Ze zaten hem voortdurend dwars. Ze pestten hem en scholden hem uit.

Het bekeren van Afrikanen liep ook van geen kant. Dominee Capitein raakte steeds meer teleurgesteld en in de war. Hij kwam voor het gerecht vanwege hoge schulden. Na een jaar of vijf stierf hij plotseling door een onbekend gebleven oorzaak. Vermoedelijk pleegde hij zelfmoord. Misschien wel omdat hij nu voor het eerst met eigen ogen zag welke ellende de slaven in de kerkers van het kasteel moesten ondergaan.

Na de afschaffing van de slavenhandel in 1817 ronselde Nederland tussen 1831 en 1872 ongeveer 3000 soldaten in Ghana voor het Nederlandse koloniale leger in Indonesië, toen Indië genoemd. We kochten ze. Engeland verweet ons dat we de slavernij in een andere vorm voortzetten. De militairen kregen een contract voor 15 jaar en betaalden uit hun soldij hun eigen aankoopprijs terug. Pas daarna waren ze vrij.
Het grootste deel van hen bleef op Java, in het dorp Purworedjo of in Semarang wonen. Ze werden “Zwarte Hollanders”, “Belanda Item”, genoemd. Hoewel ze meestal een Indonesische vrouw hadden, werden ze de stamvaders van een kleine, hechte Indo-Afrikaanse gemeenschap. Ze waren vaak ambtenaar of militair. Een deel van deze Ghanese Javanen woont nog in Indonesië, anderen gingen na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland.

Een ander deel van deze militairen keerde na hun dienst van vijftien jaar terug naar Ghana en vestigde zich in Elmina op Java Hill. Ze brachten de batiks mee, de zogenaamde Javaprints, die heel populair werden en onder de naam Dutch Wax Print nu nog in heel West-Afrika zeer geliefd zijn. Maar misschien waren het Nederlandse zakenlieden die de Javaanse batik naar Afrika brachten. In ieder geval is het bedrijf Vlisco, uit Helmond (afb. rechts), een van de grootse producenten van de batik.

Een onderdeel van een verdrag met de koning van de Ashanti in 1837 was de komst van twee Ashantiprinsjes, Kwasi en Kwame, naar Nederland. Ze werden in Delft als Hollanders opgevoed. Hun eigen taal en cultuur verloren ze daarbij. Gedoopt als Christen, behandeld als bezienswaardigheid, hadden ze omgang met de hoogste kringen. Kwasi probeerde zich zoveel mogelijk aan te passen. Hij studeerde voor mijnbouwingenieur en ging naar Indonesië maar kwam daar niet vooruit omdat hij zwart was. Hij eindigde teleurgesteld als koffieplanter. Zijn neef Kwame wilde zich niet aanpassen, ging terug naar Ghana maar werd gek op het kasteel van Elmina. Dit verhaal is beschreven door Arthur Japin in het boek: De zwarte met het witte hart.

Na 1872
In de loop van de 19e eeuw zakte de suikerproductie van het Caraïbisch gebied en Suriname in. De slavernij bracht geen winst meer en werd afgeschaft. Nederland was in 1863 een van de laatste landen die dat deed. Met het verdwijnen van de slavernij viel er aan de Goudkust veel minder te verdienen en gaandeweg zaten de Hollandse kooplieden met de forten in Ghana in hun maag. Na lange en moeizame onderhandelingen verkochten de Hollanders ze in 1872 aan de Engelsen. Dit was het einde van de Hollandse avonturen in Afrika.

 

De zaak had nog wel een staartje. Een onderdeel van de overeenkomst met Engeland was de afspraak dat Nederland in de Engelse kolonie India contractarbeiders mocht gaan werven. Nadat Nederland de slavernij had afgeschaft zat men met een ernstig tekort aan arbeiders op de plantages in Suriname. Dus werden in India contractarbeiders geronseld en zo is de grote bevolkingsgroep van de Hindoestanen naar Suriname gekomen.

Tot 1957 was Ghana een Engelse kolonie onder de naam Gold Coast. Ghana werd het eerste Afrikaanse land bezuiden de Sahara dat onafhankelijk werd. Er staan nog een stuk of 25 forten en kastelen. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw werden ze voor een deel gerestaureerd en ook daarna is er -soms met Nederlandse ontwikke- lingshulp- wel eens wat gerepareerd.

Fort Patience

Ze zijn vaak door de overheid gebruikt. In Accra was Christiansborg Castle bijna altijd de zetel van de regering; tegenwoordig woont de president er. Verschillende forten werden als politiekantoor en postkantoor gebruikt, Ussher Fort in Accra en Cape Coast Castle waren een tijd gevangenissen. Sommige zijn nu nog gerechtskantoren en in fort Oranje in Sekondi is al lang een vuurtoren gevestigd. Het kasteel van Elmina was tot 1983 poli-tiekantoor, daarna een school en nu een historisch museum. Ook Cape Coast Castle is als historisch museum in gebruik. Tenslotte zijn verschillende forten, de Goede Hoop, Leydsaemheyt, Gross Friedrichsburg en Dixcove bijvoorbeeld, nu in gebruik als guesthouse. Voor weinig geld kan men er slapen. Er is geen electrisch licht of stromend water maar men kan naar het strand, naar het dorp en naar de binnenlopende vissersboten kijken. Het lijkt dat het er nog net zo uitziet als 300 jaar geleden.

Je gaat dan wel nadenken over deze geschiedenis. Surinamers en Antil-lianen in Nederland vinden dat er meer bekendheid aan moet worden gegeven. Daarom is er onlangs in Amsterdam een monument voor de slavernij neergezet. Er zijn ook Afrikanen die vinden dat er schadevergoeding betaald moet worden voor het geweld dat hun volkeren in de loop van de geschiedenis is aangedaan. In de VS lopen hierover al rechtszaken en een Ghanese organisatie heeft uitgerekend dat een compensatie van 777 miljard dollar gerechtvaardigd zou zijn.

 

Het kan verkeren. Ghana exporteert nog steeds cacao naar Nederland en importeert uit Nederland veel tweedehands auto’s en kleren. Veel Ghanezen willen tegenwoordig naar Nederland komen, voor de verdiensten en voor het avontuur. Enkele tienduizenden zijn daarin geslaagd hoewel een deel illegaal is. Ze wonen vooral in Amsterdam in de Bijlmer en maken geld en goederen over naar hun familie in Ghana.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter