blog | werkgroep caraïbische letteren

Enkele sporen van Cola Debrot

door Rien Vissers
In 2005, in het eerste nummer van het kwartaalblad Fraters CMM, schreef ik een artikel ‘Fraters en schrijvers op Curaçao’. Antilliaanse schrijvers als Tip Marugg, Jules de Palm en Frank Martinus Arion kregen les van de fraters en daar verwijzen ze soms naar in hun boeken en in interviews. Het is bijvoorbeeld bekend dat Tip Marugg, van protestantse afkomst, met grote waardering sprak over het literatuuronderwijs van frater Franciscus van Dieten.

Kort geleden ontdekte ik in dit grote fraterarchief, ergens in een hoekje verscholen, een fraai houten kistje met daarin een verzilverde beker met inscriptie. Het kistje openend, kon ik in eerste instantie alleen lezen: Curaçao 1916 N. Debrot. Ik dacht meteen aan de bekende schrijver en diplomaat Cola Debrot, de grondlegger van de Antilliaans-Nederlandse literatuur. Vervolgens las ik de hele inscriptie:

Recuerdo à mi apreciable

maestro, fr. Herman

Curaçao 1916

N. Debrot

De Antilliaanse relatie fraters-schrijvers ging dus verder terug dan ik in 2005 wist! Cola Debrot (1902-1981) stamde uit een rijke Antilliaanse plantersfamilie. Zijn vaders familie had een protestants-Zwitserse achtergrond, die van zijn moeder een katholiek-Venezolaanse. Vader sprak overwegend Papiaments en moeder Spaans. Het gezin huldigde in godsdienstig opzicht vrijzinnige opvattingen. Maar men had goede redenen om de jonge Cola naar de fraters te sturen. Het St.-Thomascollege in Willemstad had een zeer goede reputatie, aldus J.J. Oversteegen in het eerste deel van zijn biografie In het schuim van grauwe wolken: het leven van Cola Debrot tot 1948 (de meeste gegevens ontleen ik aan dit in 1994 verschenen boek).

De laatste twee jaar op het St.-Thomascollege kreeg Debrot Nederlands van frater Herman Walboomers (1883-1967). Vanaf 1914, het jaar van zijn aankomst op Curaçao, tot 1916. Frater Herman bleef op het eiland tot 1919.Daarna was hij tientallen jaren leraar Nederlands op de Bisschoppelijke Kweekschool in Den Bosch.

Frater Herman gebruikte een strenge tucht en slaagde er in korte tijd in het Nederlands op school verder algemeen ingang te doen vinden (voor zijn komst werd het alleen in de hoogste klassen redelijk beheerst). Hij mengde zich vol vuur in het Antilliaans taaldebat. Zowel op de Antillen als in Suriname verdedigden de fraters het Nederlands onder andere omwille van de kansen op vervolgonderwijs voor hun leerlingen. De pastoors voelden meer voor de volkstaal ter plekke, omdat ze daarmee in de zielzorg dichter bij hun mensen konden staan.

Frater Herman, die in 1911 MO Nederlands haalde, had een passie voor poëzie, precies zoals later frater Franciscus van Dieten. Cola Debrot hield er een levenslange liefde voor Gezelle aan over. De uit de Antilliaanse bovenlaag afkomstige jongen heeft die jaren veel gepraat met de frater. Nadat hij in mei 1916 zijn examen had afgelegd, vertrok hij naar Nederland om in Nijmegen het gymnasium te volgen. Hij schonk frater Herman de mooie beker als herinnering. Het archief bewaart ook twee portretfoto’s die hij zijn oud-leraar gaf.

.

Op de klassefoto heeft Debrot zelf zijn naam geschreven. Frater Herman is te zien op de veranda. Oversteegen nam deze foto op in zijn biografie. En de frater bleef trots op zijn oud-leerling, vooral omdat die in de jaren daarna de beste van de klas bleef, ‘ook in Nederlands’.
Cola Debrot publiceerde in 1935 zijn beroemde debuut Mijn zuster de negerin. Een mooie, strak gecomponeerde novelle in de geest van zijn vriend E. du Perron en het tijdschrift Forum. Hij maakte naam als schrijver, werd arts en was een aantal jaren gouverneur van de Nederlandse Antillen.

Het blijft een beetje merkwaardig dat Cola Debrot, die zo goed Nederlands leerde van zijn frater, uit dankbaarheid een beker schonk met een Spaanse inscriptie. Of heeft zijn Venezolaanse moeder de beker laten graveren?

[overgenomen van Uit het archief van de Fraters van Tilburg]
.

on 27.02.2011 at 15:29
Tags: /

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter