Een terugblik op het Caraibisch Passiespel van Albert Helman
door Els Moor
Vandaag is het ‘paaszaterdag’, de dag voor pasen, het feest van de verrijzenis uit de dood aan het kruis van Jezus Christus. Gisteren, ‘goede vrijdag’, werden zijn lijden en dood herdacht. ‘Passie’, zo noemen we de lijdensgeschiedenis van Jezus. Zo lang het christendom bestaat zijn er passiespelen, en wordt het lijden van Jezus en wat ermee samenhangt uitgebeeld voor publiek. Wereldberoemd onder al deze passiespelen is de Matthäus Passion van Johan Sebastian Bach (1685-1750), het passieverhaal in muzikale vorm dat nog altijd in de paastijd overal te horen is.
De Surinaamse en Nederlandse auteur Albert Helman, pseudoniem van Lou Lichtveld (1903-1996) was sterk geïnspireerd door dit werk van Bach, toen hij zijn Caraibisch Passiespel maakte dat in 1960 werd opgevoerd en uitgegeven door uitgeverij N.V. Varekamp & Co.
De opdracht voor dit spel kreeg Helman van het CCS dat al in 1954 bezig was met de voorbereidingen van dit evenement. Er was een passiespelcommissie onder voorzitterschap van Johan Ferrier. Een groots project, waarvoor zelfs een openluchttheater werd gebouwd aan de Anton Dragtenweg. De eerste voorstelling vond plaats op 10 september 1960, waarna er nog twaalf volgden met veel publiek. Daarna is het niet meer herhaald. In Suriname is er geen passiespeltraditie gekomen, zoals bijvoorbeeld in Nederland in Tegelen (Limburg) en in het Duitse Oberammergau. Het theater werd verwaarloosd en verdween al snel (net zoals de plantage in Helmans roman De stille plantage). Er waren verschillende regisseurs en Manuel van Gonter had de rol van Jezus. Meerdere koren werkten eraan mee, en veel figuranten. In totaal participeerden vierhonderd personen! Groots dus!
Het passiespel van Albert Helman in vijf acten met een proloog en een epiloog, is zeer boeiend. De grootste uitdaging lag voor Helman in het Caraïbisch karakter van het spel. Helman vroeg zich af wat in de heterogene Caraïbische samenleving het werkelijkheidsgehalte was van het christendom, hoe men reageerde op Jezus’ leer na een paar eeuwen missie en zending. Volgens Helman is het contact van het beginnend en meersoortig christendom met de veelsoortige tradities van inheemsen, van uit Afrika afkomstigen en van de Aziatische religies in een samenleving waarin ook Joden een belangrijke rol speelden, van diep ingrijpende invloed geweest op alle blijvers in de Caraïbische gemeenschappen.
In zijn passiespel heeft Albert Helman vorm gegeven aan deze visie. Het stuk speelt zich af in de eerste helft van de eerste eeuw in Jeruzalem, maar ook in een willekeurige Caraïbische stad (bijvoorbeeld Paramaribo). Dit werd mogelijk gemaakt door de constructie van het toneel dat uit twee niveaus bestond. Niveau A, de begane grond, is een marktplein waarop zich mensen van die tijd (ook nog van onze tijd) bewegen. Niveau B is een bovenbouw met verschillende plaatsen waar het oorspronkelijke passieverhaal zich afspeelt, dus de zaal van het avondmaal, de Hof van Olijven, de paleizen van Pilatus en Herodes, enzovoort. De spelers van het beneden- en bovenniveau, blijven op hun eigen niveau; alleen bij de kruisdraging is er een kortstondige vermenging. Proloog en epiloog spelen zich op het benedenniveau af. Tijdens de vijf bedrijven is er echter een voortdurende wisselwerking tussen beneden en boven. Deze gelijktijdigheid geeft aan het spel een heel eigen karakter dat de samenvloeiing van het christendom met de Caraïbische eigenheid weergeeft. De taal uit de evangeliën is door Helman zo eenvoudig mogelijk weergegeven, komt dicht bij de taal van de straat, doorspekt met Surinaamse woorden en uitdrukkingen. Dat was in 1960, in de periode van ontluikend nationalisme iets nieuws! Denk ook aan ‘Wie Eegie Sanie’.
Behalve de traditionele figuren – Jezus, zijn apostelen en zijn moeder, Joodse hogepriesters en Romeinse gezagsdragers – heeft Helman figuren uit de Caraïbische wereld ingevoerd. Zo hebben de evangelisten alledaagse functies gekregen: Marcus is een handelsreiziger, Lucas een dokter, compleet met stethoscoop, Mattheus een belastingambtenaar en Johannes een jonge student met een prachtig hemd en een portable schrijfmachine (nu zou hij een laptop bij zich hebben en telefoneren met zijn mobiel). Verder zijn er marktvrouwen, gewone volksvrouwen met een bak groenten op het hoofd, of een mand met kippen aan de arm en er is een deftige houthandelaar, Simon Kokobe, die de balken voor het kruis van Jezus levert. Baas Kodjo is een oude, sluwe obiaman, die op het eind toegeeft dat Jezus van liefde getuigde. ‘Al ben ik geen gelovige, ik kan het niet ontkennen.’ Verder zijn er op het benedentoneel tal van herkenbare figuren uit de samenleving, zoals ‘jobbers’, dames van lichte zeden, gauwdieven, knuppelpriesters in dienst van de hogepriester en ga zo maar door.

Titelpagina van het gestencilde Surinaamse passiepel (let op de andere titel!) zoals het gebruikt werd bij de opvoering. (Collectie Michiel van Kempen.)
De acteurs kwamen uit alle Surinaamse bevolkingsgroepen. Het hele bonte volksleven op een Caraïbische markt wordt in scène gezet. De verschillende hoofddelen van het spel zijn (zoals bij Bach door de koren) aan elkaar verbonden door toepasselijke spirituals en door dichterlijke en muzikale uitingen van creoolse vroomheid. Dit alles maakt dat het spel een prachtige integratie vertoont van traditioneel christendom en Caraïbisch volksleven.
Het zou mooi zijn als dit initiatief van CCS dat door Albert Helman gerealiseerd werd, weer opgepakt zou worden, bijvoorbeeld door een theaterschool. De tekst zou aangepast kunnen worden aan onze tijd, hoewel het meeste nog herkenbaar is en de muziek kan ook van nu zijn. Een passiespel in het Jeruzalem van Jezus’ tijd en in het Paramaribo van de eenentwintigste eeuw, zou toch boeiend zijn?
Bronnen: Albert Helman: Caraibisch passiespel. Paramaribo: N.V. Varekamp & Co, 1960; Hugo Pos: Reizen en stilstaan. Amsterdam: In de Knipscheer, 1988; Michiel van Kempen: Kijk vreesloos in de spiegel, Albert Helman 1903-1996. Notities, nota’s, noteringen. Haarlem: In de Knipscheer, 1998



In 1975 verscheen de LP La Passion selon Judas van de Surinaamse componiste Majoie Hajary in samenwerking met de Franse trompettist Roger Guerin. De laatste werkte o.a. werkte met Django Reinhardt, Duke Ellington en Quincy Jones. De teksten van dit stuk zijn in het Sranantongo en de muziek is een soort experimentele jazz. Deze LP is niet voor niets een gewild collectors item.
Een “mash-up” van het werk van Helman en Hajary kan vast en zeker een sensationele theaterervaring opleveren.
Mooi artikel!