blog | werkgroep caraïbische letteren

Een Surinaams recept tegen overspel

Dresi/kruiden in Suriname. Foto © J. van Leeuwaarde
 

door Marjolijn van Heemstra

De man van Ria heeft een probleem. Met monogamie. Ria heeft een oplossing die in het Surinaamse dorp waar ze woont heel gewoon is: een vaginaal stoombad.
Ria zit al zeker tien minuten met gespreide benen op de plank. Ze heeft me net gierend van het lachen voorgedaan hoe haar man Roy vanavond zal klaarkomen. Schreeuwend, met zijn ogen stijf dichtgeknepen. Nu staart ze peinzend naar de grond.

Ria heeft een probleem. Of eigenlijk heeft haar man een probleem. Met monogamie. En aangezien hij in de stad werkt en Ria hem alleen in het weekend ziet, als hij naar zijn dorp hier aan de rivier komt, is ze als de dood dat hij zijn heil bij andere vrouwen zoekt.

Ik kwam in dit dorp op weg naar de Voltzberg in Suriname, waar we opnames maken voor een volgende voorstelling. Toen ik vroeg of iemand hier nog een oplossing had wees iedereen naar de hut van Ria.

Want Ria heeft een oplossing gevonden voor haar probleem: een dagelijks vaginaal stoombad. Niks nieuws in dit Marrondorp. Wel nieuw is de combinatie van kruiden die Ria gebruikt. Nieuw en geheim. Ze heeft lang gezocht naar de juiste combinatie, die waarmee ze Roy bij zich kan houden. Ze probeerde van alles. Bijvoorbeeld de Paranamklem, die de man het gevoel geeft dat hij klem zit tijdens de seks. En ook de wasidoekoe (alsof je het met een handdoek doet). Niks hielp. Roy was er altijd na een dag alweer vandoor terwijl zijn weekend toch twee-enhalve dag duurt.

Tinde van Andel zoekt kruiden op de markt in Accra. Foto © C. van der Hoeven

Een oud vrouwtje gaf haar dit geheime recept. Kruiden mengen, kokend water eroverheen en dagelijks vijftien minuten stomen. De eerste keer dat ze het gebruikte bleef Roy het hele weekend en meldde hij zich maandag ziek. Nu wil iedereen van haar weten wat ze gebruikt. Ze vertelt het niet. Straks pikken ze Roy van haar af. Maar als ik het echt wil weten mag dat. Ik ben toch niet Roy’s type. Veel te wit en weinig vlees. Ze lacht zo hard dat ze bijna van de plank valt.

Ze steekt een mollige vinger met een lange paarse nagel in de lucht en begint op te sommen: “Grote pinya. Klein swietboontje. Papegaaiennagel. Hoor je me?”, vraagt ze streng.

Ik vraag of het niet handiger zou zijn als Roy het probleem zou oplossen door minder vreemd te gaan. Ze kijkt me stuurs aan vanaf haar plank. Dat vindt ze een typische opmerking voor een witte, zegt ze. “Voor jullie moet de oplossing altijd van een ander komen. Aanpassen dit, aanpassen dat. Waarom niet gewoon doen wat je kan? Zo is iedereen blij.”

Ze slaat haar grote ronde handen op de plank en even denk ik dat ze me de badkamer uit zal zetten. Maar ze laat haar stoombad niet door mij verpesten.

Ik kijk naar de geruite doek over haar schoot, naar haar treurige ronde gezicht. Ik wil zeggen dat Roy het niet waard is, dat een man die alleen maar bij je blijft als je elke dag met je benen wijd boven dampende kruiden hangt misschien wel geen leuke man is. Maar Ria wacht op Roy, niet op mijn adviezen.

Of het wel gezond is, durf ik snel te vragen. Ze schudt haar hoofd en klakt met haar tong. “Je bent net die witte dokter, een vrouw die hier was, die begon over scheuren en schimmels. Als je van hem houdt is hij een paar scheurtjes waard. Ik vroeg die dokter: hoe lang ben je van huis? Een maand, zei ze.”

Ria schudt meewarig haar hoofd.

“Eindstand heb ik haar een zakje meegegeven. Voor als ze haar man weer zou zien.”

Marjolijn van Heemstra is schrijver en theatermaker. Ze zoekt oplossingen voor prangende problemen.

[uit Trouw, 13/10/12]

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter