blog | werkgroep caraïbische letteren

Over een incomplete geschiedschrijving van het slavernijverleden

door Lieneke Glas

De slavernij en het koloniale verleden zijn gevoelige onderwerpen in Nederland. Dit is alleen al zichtbaar aan de jaarlijks terugkerende Zwarte Piet-discussie, maar het onderwerp an sich is tijden niet eens bespreekbaar geweest (Coenders & Chauvin 2017). Daar proberen diverse groeperingen en organisaties nu verandering in te brengen. Zo kwam in augustus 2017 het boek Roofstaat Compact uit, waarin de andere kant van het Nederlandse verleden wordt belicht (Mulder 2017).

 

Tekening van Veronica Nahmias voor Dolf Verroens Slaaf kindje, slaaf

De weerstand waar sommige van deze organisaties op stuiten getuigt van de ernst van de zaak. Anti-Zwarte Piet demonstranten werden bijvoorbeeld hardhandig aangehouden door de politie, waarop zij vervolgens een jaar later bericht krijgen dat ze niet worden vervolgd (NOS 2017). Het lijkt erop alsof men liever niet wil dat de zwarte bladzijdes uit de geschiedenis op worden geraapt, om vervolgens een plek te krijgen. Het is makkelijker te verbergen dat er vreselijke dingen zijn gebeurd; men wil de confrontatie niet aan gaan (Trouillot 1995). Er is sprake van een ‘history of silence’; een stille geschiedenis (Vink 2003). Hoe is dit zo ontstaan? Aan de hand van diverse voorbeelden wordt deze vraag beantwoord in dit paper.

Slavernij in Oost-Azië
Een voorbeeld van een stuk ‘onbekende’ geschiedenis is de slavernij in Oost-Azië gedurende de 17e en de 18e eeuw. De Atlantische slavenhandel is bekender doordat daar meer onderzoek naar is gedaan, in tegenstelling tot slavernij in het gebied van de Indische Oceaan (Vink 2003). Het is om verschillende redenen moeilijker om daar gedegen onderzoek naar te doen. Eén ervan is de wijdverspreide en gefragmenteerde administratie van het slavernijsysteem van het Indische Oceaan-gebied (Vink 2003). Het compleet onderzoek doen naar de archieven is een onmogelijke taak. Een andere reden is dat Europeanen in Oost-Azië al bestaande vormen van slavernij aantroffen, en, in tegenstelling tot de Atlantische slavenhandel, een nieuw systeem van slavernij invoerden. Hoewel er voor de komst van Europeanen al sprake was van bepaalde vormen van slavernij in Oost-Azië, werden andere ideeën geïmporteerd. Deze vorm van slavernij werd echter gezien als ‘minder erg’ dan de Atlantische slavenhandel, onder meer omdat het geen plantagekolonie was, maar een handelskolonie (Vink 2003). Slaven werkten vooral rondom het huis en in de bedrijven.
Een andere reden voor de onwetendheid omtrent slavernij in het Oosten is dat de slavernij alleen plaatsvond in de nederzettingen, het was dus voor de lokale Nederlandse bevolking moeilijker zichtbaar. De Nederlandse ‘bovenlaag’ ging ervanuit dat het niet zo ernstig was. Door de afwezigheid van een’pressure-group’ werd die ‘bovenlaag’ niet uitgedaagd de eigen aannames bij te stellen. Wanneer er geen confronterende vragen worden gesteld of bewijs wordt aangedragen voor praktijken van slavernij, hebben mensen de neiging te zaken omtrent slavernij en slavenhandel te vergeten. 1) Nu dit vandaag de dag wel gebeurt, stuiten wetenschappers op weerstand; men lijkt het koloniale verleden liever te vergeten en het tijdperk van de handel (VOC) te willen herinneren als een victorieuze periode (Oostindie 2008).

 

Materiële cultuur
De afwezigheid van slavernij in de geschiedschrijving is nog steeds zichtbaar, zo ook in de materiële cultuur. Als er in Nederland tentoonstellingen worden gehouden over de slavernij, dragen deze vaak de betekenis dat de slavernij intussen ‘afgelopen’ is. Die exposities zijn bovendien slechts tijdelijk van aard. De terughoudendheid ten opzichte van een inclusieve geschiedenis wordt gekenmerkt door ‘a silencing of the past’ (Trouillot 1995). Er is pas aan het eind van de twintigste eeuw aandacht besteed aan herdenkingsmogelijkheden voor de slavernij in Nederland, toen de regering in 1999 officieel toezegde om steun te verlenen voor een herderkingsmonument (Oostindie 2008). Er wordt wel steeds meer gepleit voor een doorlopende tentoonstelling over diverse aspecten en gevolgen van slavernij, waarbij ook de invloed daarvan op het heden wordt meegenomen. Een voorbeeld daarvan is de tentoonstelling Heden van het slavernijverleden in het Tropenmuseum, waarbij er gestreefd wordt maar een open discussie met de bezoeker over het onderwerp.
Visuele representaties van het slavernijverleden zijn pijnlijk, voor beide partijen. Maia Carroll vertelt het volgende over het maken van een beeld van een tot slaaf gemaakte vrouw die aan handen voeten vastgebonden is: “(…) I put her until last because every time I thought about her story it just broke me down inside” (Wood 2008: 162). Het verhaal achter deze vrouw is er één van vele. Het schrijven van geschiedenis is vaak gebaseerd op feiten en getallen, waarbij het argument wordt aangedragen dat iets minder ‘erg’ is wanneer het minder mensen betreft. Feit blijft echter dat – voor hoeveel mensen ook – de betekenis van die geschiedenis voor de tot slaaf gemaakten hetzelfde blijft. Hier verwijs ik graag naar Wayne Modest die zegt dat we moeten investeren in een ‘archive of imagination’ waarbij er aandacht is voor de betekenis van de slavernij voor de tot slaaf gemaakten, en niet alleen in een ‘archive of facts’. 2) Daarbij pleit hij voor een archivering van de dromen en wensen van de tot slaaf gemaakten, opdat zij niet alleen als passief slachtoffer worden gezien. Een voorbeeld hiervan is het belang van dans, mede doordat het gezien werd als een middel van weerstand (Maurer 1991).

De opening van de tentoonstelling Heden van het slavernijverleden, KIT. Foto © Kirsten van Santen

 

Een post-raciaal tijdperk?
Omdat er niet veel bekend is over het slavernij- en koloniale verleden van Nederland, zijn er nog steeds historische gebeurtenissen of ideeën waar een vertekend beeld van bestaat. Tegenwoordig leeft bijvoorbeeld het idee dat de apartheid is afgeschaft, net zoals dat de slavernij evenals het kolonialisme afgelopen is en dat het geen gevolgen meer heeft, mede omdat het ‘zo lang’ geleden is. We zouden in een post-koloniale of zelfs post-raciale wereld leven, met dank aan acties zoals die van de Civil Rights Movement. Het concept van een post-raciale wereld houdt in dat we in de huidige liberale democratieën ‘de logica van ras en racisme hebben overstegen’ (Valluvan 2016: 2241). Het raciale ongelijk is daarbinnen niets meer dan een ‘ongelukkige echo’ van het verleden, dat binnen korte tijd achter ons zal liggen (Valluvan 2016: 2241). Racisme is iets dat – als het nog bestaat – ergens anders gebeurt, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten of Zuid-Afrika (Wekker 2016). Maar de wereld is niet echt post-raciaal, een heleboel rondom het koloniale tijdperk wordt het liefst vergeten, terwijl de gevolgen van de tijd van de slavernij juist nog zichtbaar zijn (Small 2012). Hoe kan dit?
Het vergeten van delen van het verleden komt voor een groot deel door de geschiedenislessen in het onderwijs. Coenders & Chauvin (2017) beschrijven dat basisschoolboeken in Nederland het kolonialisme amper benoemen. Dit komt mede door het idee dat Nederland intussen post-raciaal is; er is sprake van een zelfversterkend effect. Kan die onwetendheid van de mens tegenwoordig nog kwalijk worden genomen? Met de wereldwijd beschikbare kennis door de komst van het internet, zou iedereen technisch gezien alles kunnen opzoeken. Het punt is echter dat onwetendheid ook betekent dat men niet weet wat men niet weet. Daarom is het in mijn opinie belangrijk om bewustzijn te creëren. Bewustzijn over de gevolgen van dat koloniale tijdperk, dat deze voor mensen ‘echt’ zijn, en dat geschiedenis wordt geschreven door overwinnaars waarbij de ‘verliezers’ geen stem krijgen. Laten we hen ook een stem geven, dat is een begin.

Conclusie
Er is sprake van een ‘stille’ geschiedenis omtrent het slavernij- en koloniale verleden van Nederland, dit komt door een combinatie van factoren. Zo is er nog niet veel bekend over die periode, mede doordat men zaken niet aan de oppervlakte wil brengen, maar ook doordat bewijzen soms moeilijk te vinden zijn in archieven, niet gearchiveerd zijn, of ontkend worden (Vink 2003). Dit zijn onder andere factoren die meespelen in het lang onder water blijven van de slavernij- en koloniale geschiedenis van Nederland. Tijdens het vak ‘The Side Wings of Slavery and Colonialism’ zijn een aantal kernpunten naar voren gekomen. Eén van die kernpunten is uitdrukkelijk behandeld in dit paper, namelijk het feit dat er nog veel onbekende geschiedenis is omtrent het slavernij- en koloniale verleden, en dat individuen en organisaties hard bezig zijn om verborgen verhalen naar het heden te brengen. Een ander kernpunt is dat door het niet erkennen van – of het ontkennen van – dit deel van het verleden, de invloed daarvan op de toekomst ook niet (h)erkend wordt. Vervolgens is er weinig begrip voor mensen die – voor hen – de gevolgen met zich meedragen. Het is belangrijk om naast feiten en cijfers in de geschiedenis ook naar beleving en ervaringen te kijken. Pas dan kan er tot een geïntegreerd begrip van de geschiedenis en de gevolgen van het verleden voor het heden worden gekomen.

Voetnoten

1. Dit werd aangehaald door Reggie Baay onder ‘possible causes of not knowing about slavery in the East’ tijdens zijn college over ‘Slavery in the East’ op 16 november 2017.
2. Wayne Modest benoemde dit tijdens zijn college over ‘Slavery and material culture’ op 7 december 2017.

Bibliografie
Coenders, Y., & Chauvin, S. (2017). Race and the Pitfalls of Emotional Democracy: Primary Schools and the Critique of Black Pete in the Netherlands. Antipode, 1244-162.
Maurer, B. (1991). Carribean dance: resistance, colonial discourse, and subjugated knowledges. New West Indian Guide, 1-26.
Mulder, V. (2017, september 12). Lees dit boek voor de zwarte kanten van de Nederlandse geschiedenis. Opgehaald van de Correspondent: https://decorrespondent.nl/7302/lees-dit-boek-voor-de-zwarte-kanten-van-de-nederlandse-geschiedenis/299440416-de52f530
NOS. (2017, januari 11). Tegenstanders Zwarte Piet bij intocht 2016 niet vervolgd. Opgehaald van NOS: https://nos.nl/artikel/2211512-tegenstanders-zwarte-piet-bij-intocht-2016-niet-vervolgd.html
Oostindie, G. (2008). The slippery paths of commemoration and Heritage tourism: the Netherlands, Ghana, and the rediscovery of Atlantic slavery. New West Indian Guide, 55-77.
Small, S. (2012). Slavery, Colonialism and their Legacy in the Eurocentric University: The Case of Britain and the Netherlands. Human Architecture: Journal of the Sociology of Self-Knowledge, 69-80.
Trouillot, M.-R. (1995). Silencing the Past: Power and the Production of History. Beacon Press.
Valluvan, S. (2016). What is ‘post-race’ and what does it reveal about contemporary racisms? Ethnic and racial studies, 2241-2251.
Vink, M. (2003). “The World’s Oldest Trade”: Dutch Slavery and Slave Trade in the Indian Ocean in the Seventeenth Century. Journal of World History, 131-177.
Wekker, G. (2016). The House that Race Built. In G. Wekker, White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race (pp. 50-80). Duke University Press.
Wood, M. (2008). Atlantic Slavery and Traumatic Representation. Slavery & Abolition, 151-171.

 

[Dit is deel 3 in de reeks papers Side Wings of Slavery & Colonialism; zie ook deel 1 en 2 en 4, 5, 6, 7 en 8.]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter