blog | werkgroep caraïbische letteren

Edgar Cairo – Dag militair, wij groeten u!

Dag militair, wij groeten u! Suriname-mensen groeten u! Dit laat me hoofd denken aan een oud versje. Daarin stond in plaats van militair, dat woordje gouverneur. Ma’ dan uitgesproken en uitgezongen als: koefeneur, met een wreedadig dikke K. (Dat was die letter, die arme achterbuurtmensen nie goed konden spreken. Ze zeiden ‘krote’ in plaats van ‘grote’. En dat woordje Suriname-mensen was vroeger kolonie-mensen. Daarmee bedoelde men het (als achterlijk te boek geschreven) district Coronie. Coronie ligt vlak naast Nickerie. Beide liggen in West-Suriname. Kolonie-mensen waren uiteraard ook: mensen van de kolonie Suriname (‘Dutch Guyana’, hahaha…!)

Ma’ nu dus zo, is ‘koefeneur’ een militair geworden. En kolonie-mensen is veranderd in Suriname-mensen. Mensen van deze Republiek. Ma’: wat is nu werkelijk echt veranderd?

Militair met z’n Uzi-geweer, is de nieuwe echte autoriteit. En al heeft meneertje Chin A Sen als premier verklaard dat ze alleen op zijn regeren zullen toezien… Ach, geen enkel mens met oog die dit leest, wil geloven met die hoofd van ‘em, dat die militairen werkelijk die macht uit handen zullen gaan geven. Ma’ dat ook, hoeft niet! (voorlopig)

La’ me beginnen met die eerste bedoeling die een burgermens kan hebben met dit eerste zinnetje hierboven. Hij kan mooi, mooimooi bloemetjes plukkend langs een weg, (in vrije tijd) de militair staan prijzen. Hij kan, vooral tegenwoordig, baja!, de militair tijdens zijn werk staan prijzen. In elk geval een demonstrasie geven van gevoel van dankbaarheid (oprecht ook!). Dak militair, wij kloeten U …

Is nu pas weten vele mensen hier, wat orde is. Is nu proeven ze wat werken heet. En wat stelen niemeer heet! Want in plaats van luiaard spelen de hele dag, langs uitstapplaats van soulbussen om te zakrollen, moet zo’n ‘loshang-figuur’ nu gaan werken. Onder die druk van de nieuwe orde, zie je plotseling een heleboel mensen iets zinnigs doen, hun hand werkt!

Dankbaarheid heerst no? Om die jongemannen, die eindelijk rond lopen met kralen, zelfgemaakte schemerlampen, en alle soort handwerkdinges. Ze moeten hun mars laten werken nu. En als hun particuliere arbeids-initaitief nie lukt, dan moeten ze de dichtgeslibde Sommelsdijkse kreek maar schoonmaken. En als ze het goed willen doen, is dat een werk fo honderd man fo honderd jaar! (Ija, lach maar! Werk was er altijd genoeg in dit fokking land hier. Je kon alleen nie snel je ticketgeld voor Holland d’rmee verdienen. Of de boetiekkleren, volgens kapitalistische opstokerij van eindeloze reklame. De jeugd hier opgestookt om te kopen, kopen, kopen! Zonder gevoel te kweken fo wat echt nodig is en wat dit land kan hebben.)

Blijheid dus, met die militairen. Wij kloeten u! Wij kloeten u!

Ma’ daarnaast, kan je ‘tzelfde lied ook staan zingen, op je twee benen met de draagkracht van je eigen lijf, onder gods zonnigste hemel, hier op Surinaamse aarde. Je kan dit liedje zingen, met gevoel van spot. Spot en grappernij, om die figuur van zo’n straatjongen met z’n geweer in handen. Hij heeft macht ontvangen, sins die staatsgreep, en hij laat je zien! En hij’s bereid, alles te doen, om die macht te houwen ook. Als het moet …uziet hij je neer, met zijn Uzi-geweer. ‘Dak militair…’

Ach, dit laatste liedje wordt gezongen door de haters van de werkelijke vrijheden. Ze spotten, ma’ met eigen onmacht, om hun ouwe levenspaden van verluiering, corruptie en verduistering te kunnen gaan. Ze spotten met die militair en ze krommen hun binnenste in allerlei bochten! Om te laten zien hoe loyaal ze zijn.

‘Dag militair, wij groeten u …!’ en sommigen zijn blij, geweldig blij! Sommigen?, zeg ik. Velen bedoel ik! Blijheid & rispect fo orde. Chm!

‘Dak militair, wij groeten u…!’ en weinigen zingen met spot hun groet uit. Verborgen spot. Ma’ ik zei dat ding wel goed!: weinigen. De wrakers! Tan? Wat had je gedacht!

‘Dag militair…!’ Ach! Het merendeel hoeft nie te groeten. Ze weten: dit land IS veranderd! Een nieuwe soort beweging heeft z’n anker uitgeworpen op die natie hier! Weg met die trek na’ Nederland! (Al moesten daarvoor paspoorten verkapt worden ingetrokken, of zelfs paspoorten veels te laat na reisdatum afgegeven.) Weg met die uitzichtloosheid! Net ofdat je tegen een woekerboom aankeek, die notabene behalve het belemmeren van je uitzicht in de vrije ruimte, ook je huis omver gooide. Want zulke bomen hebben wortels die onder de grond door, tot onder je vloer komen groeien. Dan terwijl je ledig zit, wordt je huis van z’n plaats gelicht, je muren scheuren, je dak gaat kapot, je dingen worden nat. Je verkrampt no m’moer!

 ‘Dag militair…!’ Velen, heel velen, hebben toch hun angst. Ze moeten deze situatie aan. Maar waar Ba Uzi voorop gaat, schiet hij vooruit! (Wij kloeten u! Neokolonialen kloeten u!)

Dus als het juist is, hoeft militair nie op de mensen die achter hem staan te schieten. Of niet dan? Groet hem dan maar van achteren!

Uit: Edgar Cairo, Als je hoofd is geboord. Krantecolumns 2. Uitgeverij In de Knipscheer bv. Haarlem, 1981. 

on 29.03.2020 at 14:29
Tags: /

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter