blog | werkgroep caraïbische letteren

Ed Hart – Het kweekje (II)

Een  Zwitserse kunstschilder die vanaf Curaçao met me was meegereisd en op een ander adres in de buurt logeerde, was weer op pad gegaan naar de stad om er schetsen te maken voor z’n verzameling die hij in Willemstad was begonnen.

Hij was zo in z’n nopjes met Paramaribo dat hij er wilde blijven wonen. Als de bus te lang wegbleef begon hij gewoon van Zorg en Hoop te voeteren naar het centrum!  In z’n eentje, want mij kreeg hij niet mee in die brandende zon! Zelfs toen Zorg en Hoop als volkswoningcomplex pas uit de grond was gestampt nam men de bus of verplaatste men zich fietsend.
Voor mij waren heel andere dingen aan de orde om te herontdekken. Vruchtensmaken, visgerechten, lekkernijen, bloemsoorten en verre plaatsen. Wat deze bakadina moro switi maakte waren de briesjes die de gordijnen lichtjes lieten bewegen en het gebladerte vluchtig lieten wuiven en zachtjes ruisen.
Hun langsstrijken herinnerde me aan al die middagen vóór ik naar Nederland vertrok. Middagen (en avonden) doorgebracht op m’n geboorteplek in de stad en later aan de rand van de stad. Namiddagen in het binnenland, genietend van zonsondergangen aan de oever van grote rivieren. Muzikale klanken die de stilte invloeiden verbonden mij met het veraffe en verlevendigden het decor. Middagen van een stralende helderheid zoals ik deze opnieuw meemaakte.
Zo verstreken de uurtjes en op het gewoonlijke tijdstip keerde hospita terug van haar werk. Van het meiske had ik niks meer gezien of gehoord. Ik was haar aanwezigheid bijna vergeten. Hospita was bezig in de keuken en na nog een kwartiertje op het balkon ging ik trap op om te douchen. Pas daarna zag ik Elsie weer die een beetje verlegen naar me glimlachte.
 De televisie werd aangezet en met kamergenootje die al een tijdje weer thuis was keek ze naar het kinderprogramma tot ongeveer kwart voor acht. Dat was ongeveer hun bedtijd. Beiden wensten ons een goedenacht en Zoontje wenste als eerste goedenacht en ging naar hun kamer. Elsie stond iets later op, wenste ook goedenacht en kreeg een knuffeltje van haar kweekmoeder.
Kort daarna wenkte hospita me om even naar de keuken te komen. Ze wilde me iets zeggen. Aan de eettafel gezeten begon ze op gedempte toon : “Ik was nauwelijks binnen, stond bij het aanrecht toen Elsie in tranen de trap kwam afhollen,  lijkbleek en met verstikt stemmetje er wanhopig uitbracht: “Mama, mama, ik ga dood…!”
Ik schrok me rot en vroeg angstig:  “Wat is er meisje?”
“Mama kijk, kijk..” Ze  tilt snikkend, met trillende handjes haar rokje op. Ze had gebloed…. Toen ik door had wat er aan de hand was voelde ik me zo opgelucht.”
Vol spanning wachtte ik op de rest van het verhaal.
[wordt vervolgd]
on 04.02.2013 at 13:15
Tags: /

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter