‘Doe de verlichting eens uit’
door Els Moor
De titel van deze bespreking is die van het vijfde hoofdstuk van De schaduw van de verlichting (2014), van de Belg Eddy van Tilt (1952). Het boek gaat over de vraag of de huidige rationele benadering van mens en maatschappij in vooral de westerse samenlevingen, gericht op materiële welvaart via neo-liberaal kapitalisme en daardoor erg individualistisch, nog welzijn en moraliteit kan waarborgen.
Eddy van Tilt – hij studeerde psychologie en criminologie – heeft vijfendertig jaar welzijnswerk begeleid en heeft daarover veel gepubliceerd. Een centraal thema in zijn recente boek is dat ‘ratio’ (de verstandelijke benadering) moet kunnen samengaan met ‘relatio’ (gericht zijn op en samenwerken met de medemens).
De schaduw van de verlichting is een lijvig boek met 404 pagina’s. Van Tilt graaft diep om verschillende kanten van de thematiek te laten zien. Steeds weer duikt hij in het werk van historici, filosofen, andere wetenschappers en literaire auteurs om de vele aspecten van en meningen over de thematiek naar boven te laten komen. Daardoor krijgt de lezer die het geduld heeft het hele boek te lezen een veelzijdig beeld, met ook positieve kanten van de maatschappelijke ontwikkeling van de westerse maatschappij in de schaduw van de verlichting. Vanuit zijn eigen vak en praktijk laat hij bijvoorbeeld zien hoe in de laatste tijd steeds meer vrijwilligers zich op een mensvriendelijke manier inzetten voor mensen die zorg nodig hebben.
In de nadagen van de middeleeuwen was het mens- en maatschappijbeeld niet meer zo beperkt als daarvoor, met godsdienstoorlogen, ontdekkingen van de wereld (Columbus) en ontdekkingen gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Duidelijke voorbeeldfiguren zijn kosmologen zoals Galileo Galilei en anderen die aantoonden dat de kosmos geordend is. Galilei bewees de theorie van Copernicus dat de zon in het midden van het zonnestelsel staat en niet de aarde. Hierdoor kreeg hij een conflict met de Roomse kerk die het omgekeerde verkondigde. De wetenschap is voortgegaan, heeft de wereld veranderd in de eeuwen die volgden tot de huidige tijd waarin op technisch niveau zowat alles mogelijk is geworden, de mens veel gemakkelijker leeft en veiliger ook (denk aan de medische wetenschap), maar ook opgeslorpt wordt door de economische overvloed die zich op alle mogelijke manieren (ook via media, reclame) opdringt.
‘Je pense, donc je suis’ (Ik denk, dus ik ben.) was de thematiek van filosoof en geleerde René Descartes (1596-1650), een ‘aansteker van de verlichting’! Hij baseerde zijn zekerheden op wiskundige exactheid. Temidden van oorlogen en botsende religieuze systemen zocht hij naar een alternatief via wiskundige analyses voor alle patstellingen die Europa verscheurden. Maar hij werd gedreven door zijn geloof en zijn loyaliteit aan de Roomse kerk. Het zou nog tot 1884 duren voordat ‘de filosoof met de hamer’, Friedrich Nietzsche (1844-1900) met zijn uitspraak ‘God is dood’ een nieuw tijdperk inzette. Daarna ging de ontchristelijking door in West-Europa, vooral sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. Nu God dood is, moet het paradijs op aarde gerealiseerd worden, op voornamelijk materialistische wijze dus. Veel mensen zijn door het verlies van het christelijk geloof ‘relatio’ verloren. Het beleven van het geloof was iets gemeenschappelijks, een band, die nu ontbreekt en waarvoor er lang niet altijd een alternatief is. Welvaart, maar wel gepaard gaande met eenzaamheid.
In een apart hoofdstuk noemt Van Tilt vier ‘pijnpunten van de huidige westerse maatschappij (alleen westerse? Hier ook herkenbaar? – EM).
Het eerste pijnpunt is het moeilijk aanvaarden van de realiteit van ons leven, onze beperktheid en tragiek. Altijd heeft de mens middelen gezocht om aan het noodlot te ontkomen en het leven draaglijk te maken. Nu laat de westerse mens zijn kwetsbaarheid niet graag zien en zoekt heil bij een therapeut of medicijnen, niet bij zijn omgeving. Eddy van Tilt geeft vaak leuke uitspraken of versjes, waardoor een probleem duidelijk wordt. ‘Troosten is uit, toosten is in!’ is er een die slaat op het eerste pijnpunt.
Het tweede pijnpunt noemt de auteur de ongeborgenheid van het bestaan; men is vaak niet meer ‘geborgen’ binnen een cultuur, religie of andere instanties waarin men zich geborgen voelde.
Nummer drie is de moeilijkheid met de zingeving van het bestaan, toegevoegde waarden en idealen waarvoor een mens wil leven en het vierde pijnpunt is dat men vaak moeilijkheden heeft met gemeenschappelijkheid en moraliteit.
Op deze punten gaat Van Tilt bijzonder diep in. Ik vind het hoofdstuk niet echt systematisch. Hij springt vaak van de hak op de tak, maar er staan veel passages in die tot denken aanzetten.
‘Doe de verlichting eens uit’, het vijfde hoofdstuk, is volgens mij het beste. Het sluit aan bij al het voorgaande en geeft vooral een beeld van de westerse mens met al zijn plus- en minpunten. Hij geeft ook aanbevelingen, zoals welke eigenschappen wel belangrijk zijn en welke niet: bescheidenheid bijvoorbeeld is essentieel, beleefdheid minder. Steeds maar, ‘dankuwel’ en ‘hoe gaat het?’ Het is een gewoonte die vaak weg-leidt van echte communicatie. Rationaliteit kan een ‘knauw‘ aan de levenskwaliteit geven. (Je pense, donc je suis!) Ervaringskennis is vaak veel belangrijker dan theoretische kennis. Eddy van Tilt staat dan ook nogal negatief tegenover de manier waarop vaak de wetenschap bedreven wordt. Theoretische kennis overheerst. Wetenschap speelt ook een grote rol bij de markteconomie en marktcultus. Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw is de wetenschap, puur rationeel, vaak gaan overheersen. Ook in vakken als de verzorging en zo is het goed dat er toch zoveel meelevende vrijwilligers zijn. Hoe kunnen mensen zichzelf worden? is een belangrijke vraag. Depressie en zelfs zelfdoding zijn enorm toegenomen, mede door vervreemding. We moeten af van het pijlsnelle denken in termen van oorzaak en gevolg dat uit de wetenschap komt en veel meer met betrokkenheid en creativiteit, gericht op de ander, problemen aanpakken.
Vanaf pagina 385 tot en met pagina 401 geeft Van Tilt aanwijzingen over hoe het leefklimaat onder invloed van kapitalisme en egocentrisme kan veranderen. Zijn laatste alinea is als volgt: ‘Hopen is legitiem en wordt veel gemakkelijker ook als een mens menselijke verwachtingen koestert. Onze kwetsbaarheid opnieuw leren aanvaarden en in het juiste perspectief zien is de eerste opstap naar hoop en geluk. Brené Brown noemt kwetsbaarheid “de kraamkamer van creativiteit, innovatie en verandering”. Maar nog meer lijkt kwetsbaarheid mij de kraamkamer van de betrokkenheid. Finaal is het de kwetsbaarheid die mensen verbonden houdt. Finaal is het niet de rationaliteit maar de onvermijdelijke “relationaliteit” die voor hoop en voor smaakbaarheid kan zorgen in het leven.’
De schaduw van de verlichting is een boek dat een actuele thematiek aankaart, vooral in West-Europa. Ook hier in Suriname? De verlichting is hier, net als het christendom, gekomen vanuit het West-Europese kapitalistische kolonialisme en we hebben hier in de stad nu ook alle facetten van de ‘moderne egocentrische, kapitalistische verlichting’, zoals grote bedrijven, veel reclame, digitale communicatie, kapitalistische goudwinning die de natuur in het binnenland schaadt, enzovoort. Misschien moeten we de verlichting in de stad af en toe uitzetten en kijken naar de meer zonnige gebieden binnen de rijke natuur. Dat is een positiever-isme. Een goed voorbeeld is al de ‘autovrije zondag’!
Eddy van Tilt: De schaduw van de verlichting. De westerse worsteling met welzijn. Kalmthout-België: uitgeverij Pelckmans, 2014. ISBN 978 90 289 6906 3






