blog | werkgroep caraïbische letteren

door Sandra Smit

Deryck Ferrier, M.Sc. werd op 20 juli 1933 te Paramaribo geboren als oudste zoon van dr. Johan Ferrier, oud-gouverneur en eerste president van Suriname. Het gezin bestond uit zes kinderen, onder wie ook de schrijfster Cynthia Mc Leod en uit een tweede huwelijk heeft Johan Ferrier nog twee dochters gekregen. Deryck Ferrier is socioloog en landbouwkundige en in het dagelijks leven directeur van het Centrum voor Economisch en Sociaalwetenschappelijk Onderzoek (CESWO) in Paramaribo. Hij is vooral bekend in zijn hoedanigheid van sociaalwetenschappelijk onderzoeker van de Surinaamse samenleving en heeft een lange staat van dienst als coördinator en manager van diverse wetenschappelijke activiteiten.

Deryck Ferrier

Op 8 mei 2019 heeft Deryck Ferrier een eredoctoraat verkregen van de Anton de Kom Universiteit. Het heeft overigens maar een haartje gescheeld of het betrof geen eredoctoraat, want al in 1971 lag zijn dissertatie De Verstedelijking van Suriname klaar om op te promoveren. Omdat hij geen concessies wilde doen voor de uitgave, werd het financieel geen haalbare kaart. Hierover later meer. Bij zijn erepromotie is slechts een kant van hem voor het voetlicht gebracht, maar er is nog een andere kant. Eén die op de literaire pagina thuishoort en daarom laten wij u hier nader kennismaken met Deryck Ferrier.

In de familie Ferrier heeft literatuur altijd een belangrijke plaats ingenomen. Zelfs in de slaapkamer van de kleine Deryck waren er boekenplanken vol boeken over van-alles-en-nog-wat. Later kon hij niet snel genoeg zijn huiswerk afmaken om te kunnen gaan lezen. Boeken uit de huisbibliotheek, maar ook boeken die hij bij Loge Concordia ging halen. Tot de dag van vandaag leest hij elke dag voor het slapen, zowel ter ontspanning als ter lering en meestal uit drie of vier boeken tegelijk. Daaronder vaak een al eerder gelezen boek om weer iets na te trekken of gewoon om een oud genot op te halen. Tot zijn favorieten behoren boeken van Hans Helmut Kirst over Duitse jongens in W.O. II en over de wederopbouw van Duitsland na W.O.II. Maar ook de boeken van James Baldwin behoren tot zijn favorieten. Momenteel wacht hij op een boek over energiegebruik in de toekomst, dat hij in Amerika heeft besteld. Een andere passie is muziek. Hij luistert graag naar Barokmuziek (1600–1750) en operettes en zelf heeft hij viool en klarinet gespeeld.

Deryck Ferrier – de auteur

Een auteur (van het Latijnse auctor, schrijver) is de oorspronkelijke geestelijke eigenaar van een creatief werk. Meestal wordt er in het dagelijks spraakgebruik de schepper van een boek, bundel of artikel op het gebied van letterkunde mee bedoeld (Wikipedia, 2018). Deryck Ferrier is een auteur!

Reeds op de HBS in Utrecht schreef Deryck Ferrier verhalen over zijn eigen belevenissen. Bij de zomerkampen en congressen van de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudies) werd hem altijd gevraagd een voordracht te houden over de belevenissen van de afgelopen dag en hij schreef dan bijvoorbeeld een stuk over de Bonte Specht om daar ‘s avonds over te vertellen. Vanaf die tijd verzamelde hij ‘dingen die hem raken’. Dat wil zeggen dat hij het opschreef en in mappen bewaarde. Vaak gaf hij zijn aantekeningen weg, zodat een ander daarop kon voortborduren, zoals aan een studente Sociale geografie die daarmee haar scriptie over de plantagetijd 1915-1940 kon schrijven. Zijn motto is: ‘Wetenschappelijke bevindingen zijn van de gemeenschap, niet van jezelf.’

In 2003 is hij begonnen met het schrijven van In de ban van de bosgeest, ontmoetingen met Panaike. Het is het – met zeer veel details geschreven – verhaal van zijn belevenissen met zijn eerste werknemers van CESWO, het bedrijf dat hij in 1971 oprichtte nadat hij was weggegaan bij L.V.V. en waarvan hij nog steeds directeur is. Deze medewerkers werden zijn vrienden en nadat hij de een na de ander had verloren rond de onafhankelijkheid van 1975 en in de Binnenlandse Oorlog, heeft hij dit boek geschreven om het verlies een plek te kunnen geven. Het boek werd in tienvoud gedrukt en de mensen die hij het liet lezen, waren onder de indruk. Toch is het nog niet echt uitgegeven, omdat hij geen compromissen wil sluiten. Dat zit zo. Reeds tijdens zijn studie aan de Universiteit van Wisconsin-Madison werd hem door zijn docenten bijgebracht aan welke uiterlijke eisen een gedrukt werk moet voldoen: de marges van de kantlijnen, het lettertype, de kwaliteit en dikte van het papier (‘een boek van 600 pagina’s vereist een lichtere papiersoort dan een boek van 300 pagina’s’). Met deze kennis hielp hij anderen wanneer nodig; het is nu voor hem dan niet mogelijk om omwille van de kosten de eisen los te laten. Liever laat hij zijn eigen werk op de plank liggen tot… tot betere tijden?

Een ander boek van zijn hand is Bij ons op plantage, driedelig, waaraan hij al 20 jaar werkt en dat nu bijna af is. Het boek gaat over Suriname 1900-1950, de nadagen van het plantagetijdperk en is gebaseerd op onderzoek en vertellingen van plantagepersoneel, zoals opzichters en keukenpersoneel. Deel 1 gaat over de leerlingenperiode tot opzichter, in deel 2 worden de belevenissen van een opzichter verteld en deel 3 gaat over de periode van de sluiting van de plantages. ‘Ontraadseling van enigma’s van Amazonia en de Wilde Kust’ zal in drie delen en tevens in het Spaans en het Engels verschijnen. Dit 670 pagina’s tellende boek gaat over het verklaren van de indiaanse taal, waarbij deel 1 de wetenschappelijke kant omvat, deel 2 de proposities (het afleiden van de betekenissen van woorden) en deel 3 de postulaten (verklarende uiteenzetting op grond van proposities).

Op de rand van echt is een bundel korte verhalen over zijn eigen belevenissen, waaronder ‘De Menseneter’, ‘Het Spook van Lina’s rust’, ‘Te veel Toeval’. Het laatste verhaal gaat over een wandeling die Ferrier in 1992 door de straten van Amsterdam maakte en een ontmoeting met bekenden-uit-het-verleden. Ook hier valt het scherpe oog van de auteur op; hij neemt zijn omgeving zeer gedetailleerd op en schrijft dat net zo gedetailleerd neer. Zou dat iets te maken kunnen hebben met zijn fotografisch geheugen? Een Nederlandse uitgever wil dit verhaal graag opnemen in een boek, over Surinamers in Amsterdam, dat hij zal uitgeven, maar voor de gehele bundel moet nog een uitgever worden gevonden. Tevens werkt hij nu aan het wetenschappelijk werk ‘Het Ontstaan en de evolutie van de vrije Surinaamse samenleving’ en aan een leesversie van zijn lezing ‘Moderne uitdagingen voor de evolutie van welvaart en welzijn in de vrije Surinaamse samenleving’, die hij op 8 mei heeft gehouden (hier te lezen). Deze is over ongeveer twee weken bij de AdeK-universiteit te verkrijgen.

Zijn werkuren op kantoor heeft hij een paar jaar geleden teruggebracht van de kleine nachtelijke uurtjes tot de beschaafde tijd van 15.30 uur. Maar hij heeft nog zoveel plannen, nog zoveel te doen. Zijn grote geluk is dat hij altijd heeft kunnen doen wat hij leuk vindt én dat hij over een geweldig geheugen beschikt, waardoor hij zich hele teksten – en kaarten – kan visualiseren, maar met het onthouden van gezichten heeft hij wel meer moeite. Hoewel hij blij en verrast is met zijn eredoctoraat omdat dat toch wel een erkenning voor zijn werk is, zal het niet veel voor hem veranderen. Het liefst gaat hij direct weer over tot de orde van de dag, want er valt nog zoveel te onderzoeken, nog zoveel te schrijven.

Deryck Ferrier verkrijgt zijn eredoctoraat van de Anton de Kom universiteit van Suriname. Foto: Stefano Tull

[

Genieten

Er zijn veel geneugten in het leven, als je er oog voor hebt. Deze uitdrukking geeft al de meest populaire aan: visueel genieten. Je kunt genot ervaren bij het kijken naar een schilderij, naar de bloemenweelde in eigen tuin, naar een zonsondergang, naar een mooi mens en ga zo maar door. Ook auditief genot kent een ieder, de meeste mensen worden wel warm van ‘muziek-waar-zij-van-houden’. Je sluit je ogen en laat de melodie tot je komen of je gaat er juist lekker op bewegen.

Genieten kan natuurlijk ook via onze drie andere zintuigen… een streling (voelen), de geur van een jasmijnbloemetje (ruiken), een langzaam smeltend chocolaatje op je tong (proeven).

Maar er is nog een soort genieten, een dat niet direct via onze zintuigen plaatsvindt, een dat niet ongevraagd tot je kan komen, zoals dat wel kan bij het genieten via je zintuigen. Visueel genot: die bougainvillestruik op je wandeling, auditief: het gefluit van een vogel of het mooie nummer dat uit de radio van de buurman galmt, tast: dat zachte handje van een baby op je gezicht, smaak: dat verplichte bordje eten dat zo lekker smaakt, reuk: de wierookgeur als je dat kleine winkeltje binnenstapt. Allemaal onverwachts, allemaal ongevraagd.

Het genot waar ik het over wil hebben, is een die je niet onverwachts kan overvallen; het is een waarbij je zelf initiatief moet nemen. Het heet literatuur.

Literatuur is simpel gezegd ‘het geheel aan teksten’, maar literatuur is niet hetzelfde als lectuur. Het verschil tussen beide is te vergelijken met het verschil tussen het schilderij waar je uren naar kunt kijken en het schilderij waarop één oogopslag al meer dan genoeg is, met het verschil tussen een zoete pom waar je van houdt en een zure pom die niet echt jouw smaak is, met een subtiele parfum en een die je je adem onaangenaam beneemt. Zo is het verschil tussen literatuur en lectuur. Schrijvers van lectuur willen de lezer slechts ontspanning geven, terwijl literatuurschrijvers juist pogen hun gevoelens op een artistieke manier naar de lezer te vertolken. Het is vaak ware kunst. Als je literatuur in jouw genre tot je neemt, zal je genieten! Niet alleen van het verhaal, maar vooral van de vorm waarin het verhaal gegoten is. Je zult wel zelf initiatief moeten nemen, je komt het niet zomaar ergens tegen. Je zult ervoor moeten kiezen deze pagina te lezen, je zult dat bepaalde boek moeten gaan zoeken (het vinden wat je zocht, is op zich al een genot) en je moet jezelf de tijd geven om de vele lagen waaruit literatuur bestaat, te achterhalen. Of om met onze zintuigen te spreken, je moet er oog voor en oor naar hebben.

Een Rainbowpocket

Genieten van literatuur is echter meer dan het genieten van teksten. Het is bijvoorbeeld ook het in groepsverband bespreken van een bepaalde tekst. Hoe zien anderen het? Wat heb jij gemist? Wat was voor iedereen het grootste genot in die tekst? Of wat denk je van het verzamelen van teksten/boeken, een eigen bibliotheek inrichten. Een waar je op ooghoogte je lievelingsboeken zet, de klassiekers en biografieën helemaal boven, beneden alleen Caraïbische literatuur en daarboven de Engelse literatuur, ik noem maar wat. Om de zoveel tijd veranderen, planken met te-herlezen, nog-te-lezen, voor-het-dierenasiel. Of op kleur omdat je zoveel ‘Regenboog pockets’ hebt, die zo mooi bij je gele bank passen. Of die speciale boeken uitlenen, omdat je de ander deelgenoot wil maken van jouw ervaren genot.

In de komende tijd hoop ik samen met jou op vele manieren van literatuur te  genieten.

[Eerder verschenen in De Ware Tijd Literair, 25 mei 2019]

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter