blog | werkgroep caraïbische letteren

De Van Lierlezing 2016; een persoonlijk verslag

door Fred de Haas

Het is vrijdag 10 juni, vroeg in de avond. Studenten hangen landerig op de stenen banken voor de Universiteitsbibliotheek. Op de parkeermeter staat dat ik 2 euro per uur moet betalen. Ik loop tegen de helling van het bruggetje over de Witte Singel, op weg naar het Lipsiusgebouw van de Leidse Universiteit waar dr Leo Balai die avond zal spreken over ‘Roots and Reparations’. In het kader van de tweejaarlijkse Van Lier-lezing.

Balai Van Lier P1010293 (3)

Foto Rogier Meel

Ik ga naar binnen en loop door naar 019, de reeds halfgevulde theaterzaal. Met één blik zie ik dat het merendeel van het publiek Surinaams is. ‘Jammer’, denk ik, want slavernij en zo is niet beperkt tot Suriname.

Leo spreekt zacht en bedachtzaam, staat even stil bij zwarte Amerikaanse toeristen die in Ghana merken dat Ghanezen zich geen bal interesseren voor zwart-Amerikaanse roots en slavernij, maar wel blij zijn dat ze een centje kunnen verdienen aan die donkere, nostalgische toeristen die met een eerlijke brok in hun keel door het voormalig slavendepot São Jorge da Mina lopen.

Ik moet denken aan mijn goede vriend, de zwarte, ‘Groningse’ Surinamer Theo R., die ook eens op zoek naar zijn wortels naar Ghana toog. Hij was er maar even, maar zag dat de vorm van zijn kop (Theo’s woorden) precies leek op die van de meeste Ghanezen. Daar kwam ie dus vandaan, zei ie lachend. Voor de rest bleef hij natuurlijk gewoon Surinaamse Theo, woonde in Groningen en speelde daar schaak en viool. Wel met een Ghanese kop, natuurlijk. Die kan je niet afzetten.

 

ElMina_AtlasBlaeuvanderHem

Het fort Elmina voorde Ghanese kust. (Atlas van Blaeu)

Leo Balai zei dat ie niets had met een soort ‘Afrikaans Model’ waarmee je je als ‘nazaat van vrijgemaakte Afrikanen’ zou kunnen identificeren. Dat klonk me als muziek in de oren. Aimé Césaire, de voormalige zwarte burgemeester van het Frans-Caribische Martinique, had dat in de 30-er jaren van de vorige eeuw geprobeerd, maar dat was op niets uitgelopen. Van Césaire is de term ‘négritude’ afkomstig die inhoudt dat de zwarte mens het feit moet erkennen dat ‘we zwart zijn, dat we een zwarte bestemming hebben, dat we een eigen geschiedenis en cultuur hebben’.
Het heeft mooie literatuur opgeleverd, maar geen noemenswaardig succes gehad. De Caraïbische zwarte bevolking bleek niets met Afrika te hebben en Afrika bleek niets met de zwarte Caraïbische bevolking te hebben. Heel wijs dus van Leo Balai dat hij niets voor Afrika als model voelde. Hij voelde zich meer thuis in het Caraïbisch gebied, zei hij. Dat geloofde ik graag, hoewel Leo liever geen presidenten als Duvalier of Bouterse gehad had willen hebben, neem ik aan. En evenmin Maduro als buurman.

Leo zei verder dat hij het in verband met compensatie voor de slavernij liever had over ‘Reparations’ dan over ‘Herstelbetalingen’. Dat leek me terecht. Frank Martinus vroeg indertijd vier miljard vanwege de Curaçaose slavernij, maar dat maakte een nogal komische indruk. Onder ‘reparations’ vielen o.a. ook excuses van landen vanwege de door hen geestdriftig gevoerde slavenhandel. Daar was dus almaar niets van gekomen, zei Leo.
Hij eindigde met wat punten op te noemen waar men aan zou moeten voldoen om een echte, solidaire, Creoolse, Caribische samenleving te creëren. Wishful thinking, natuurlijk, want de mensen daar gunnen elkaar het licht in de ogen niet en discrimineren bij het leven, zoals we weten. Daarvan kan je het kolonialisme wel weer de schuld geven, maar de zaak zal blijven zoals ie is. Ik lees net in Caraïbisch Uitzicht het verslag dat Willem van Lit schreef over zijn reis en verblijf op Curaçao van 9 tot 28 april van dit jaar. Hij tekent het volgende op uit de mond van een ‘echte’ Curaçaoënaar: ‘Rassendiscriminatie is zo’n onbegrijpelijk iets. Hoe dat precies werkt, is stelselmatig irrationeel en niet te snappen. Mensen uit dezelfde kleurgroep discrimineren elkaar; de een is donkerder dan de ander. Dat zit diep. Als hier in de straat – waar voor het overgrote deel donker gekleurde mensen wonen – twee blanke jongens rondlopen, dan reageren mensen er niet op. Als er twee onbekende zwarte jongens de wijk binnen komen, dan bellen buren op om elkaar te waarschuwen’.
Als co-referent trad op John Schuster van de Amsterdamse VU. De welbespraakte en aangenaam sprekende John vond dat er maar liever niks aan herstelbetalingen gedaan moest worden (‘niet doen, Leo!’). Wel aan moreel herstel, natuurlijk. John hield ter adstructie een fraai antropologisch verhaal over dat we als mens andere mensen nodig hadden om ‘erkend’ en ‘herkend’ te worden. Daar had John natuurlijk groot gelijk in. Elk jaar wordt in Amsterdam de zwarte mens als ‘nazaat van de vrijgemaakte Afrikanen’ erkend en herkend door de dienstdoende politicus met de bekende obligate praatjes (N.B. bij de eerste ‘erkenning’ en herkenning’ mocht het gewone zwarte volk niet dichtbij komen. Later weer wel. Toen speelde zelfs het Metropole Orkest. Wat wil een mens nog meer?).

Eindelijk kwam de zaal aan het woord voor een discussie die natuurlijk, zoals gebruikelijk, geen discussie was, maar een kakofonische uiting van opgekropte gevoelens van frustratie waar John en Leo therapeutisch mee omsprongen. Ik zag dat de man vóór me vergeefs naar de man met de microfoon wenkte om zijn zegje te doen. Geen schijn van kans. Een Caribische vrouw, ook niet van kleur ontbloot, zei dat haar wereld wel iets groter was dan het Caribisch gebied. Toen iedereen uitgesproken was zei ik hardop dat ‘erkenning en herkenning’ allemaal wel mooi en aardig was, maar dat het eigenlijke probleem, de alomtegenwoordige discriminatie, hiermee niet was opgelost. En dat we wat dat betrof in één grote illusie leefden.

Discriminatie kleeft nu eenmaal de mens aan.

 

piet-emmer

Piet Emmer: de naam zorgt voor geloei

De zaal werd prettig opgewonden. Ik citeerde nog wat uit De Nederlandse slavenhandel 1500-1850 van Piet Emmer, voormalig hoogleraar aan de Leidse Universiteit, maar het citaat viel gedeeltelijk in het water omdat de naam ‘Emmer’ een verontwaardigd geloei uit de zaal veroorzaakte. Wie herinnert zich niet dat in de tachtiger jaren Piet ooit in de collegezaal op tafel moest klimmen om boven het verontwaardigde lawaai van zijn studenten uit te komen?

John vond mijn opmerking trouwens niet te pas komen. De heer Balai was gevraagd over ‘Roots and Reparations’ te spreken en niet over discriminatie en zo (dat laatste vul ik naar eigen oordeel in). Wat John zei (ongetwijfeld om Leo in bescherming te nemen, iets wat Leo helemaal niet nodig had) was niet waar, want Leo was zelf begonnen over Afrikaans model, Creoolse samenleving en excuses. Maar vooruit. Ik heb zo’n vermoeden dat beide heren het met me eens waren.

Peter Meel, de moderator, zei bestraffend dat ik al meer spreektijd in beslag had genomen dan de andere ‘vragenstellers’ (iets wat absoluut niet waar was, maar wie controleert dat?) en gaf gelegenheid tot een laatste vraag. Ik zag dat de man vóór me de microfoon eindelijk had bemachtigd maar kennelijk in zijn zenuwen aan het on/off knopje had gezeten waardoor er niets was te horen. Daarvan maakte een vrouw vóór hem dankbaar gebruik door een laatste vraag te stellen die geen vraag bleek te zijn.

‘Misschien moesten we hier maar eens een vervolg aan geven’, zei Peter.

Bij het verlaten van de zaal stond ik nog even te praten met de Curaçaose Joan de Windt die een alleraardigst boek heeft geschreven over ‘mentale slavernij’ en de manier om daar vanaf te komen (‘Weg met mental slavery’).
Ik zag nog net dat Michiel van Kempen (van het onvolprezen Caraïbisch Uitzicht) voor de gelegenheid een pet had opgezet. Michiel heeft duidelijk een hogere pet op van de Surinaamse literatuur dan Albert Helman, dacht ik.

 

Helman Tunis 1926

Albert Helman met pet in Tunis, 1926

Klik hier voor een foto-impressie van de Van Lier-lezing.

Klik hier door naar de lezing zoals opgenomen in Antilliaans Dagblad, 20 juni 2016: AD 20.06.2016 – Fred de Haas – Van Lier-lezing

6 comments to “De Van Lierlezing 2016; een persoonlijk verslag”

  • Beste Fred,

    Altijd aardig om te merken hoe verschillend dit soort bijeenkomsten worden beleefd. Ik vond de uiteenzettingen van Leo Balai en John Schuster toonbeelden van weloverwogenheid en nuance en tijdens de gedachtewisseling met de zaal viel er volgens mij geen onvertogen woord. Maar het is waar, een echte discussie werd het niet en ook ik vond dat jammer. Ik geloof dat ik meerdere keren mensen heb verzocht om geen monologen af te steken, maar vragen te stellen. En laten we niet flauw doen: jij verschilde weinig van de vorige sprekers, want jij maakte een statement over de alomtegenwoordige discriminatie die volgens jou in elk mens zit ingebakken en die nooit van z’n leven zal verdwijnen. Voor die stelling zocht je bevestiging en daarvoor nam je ruim de tijd. Maar ook dat is geen vraag stellen. Bovendien was de opmerking beside the point, want de avond was – John had gelijk – niet aan het thema discriminatie gewijd. Waarom niet ingehaakt op Leo’s kanttekeningen bij het reparations initiatief van de CARICOM? De ingrediënten voor een echt debat lagen voor het grijpen.

    Hopelijk geeft de week die voor ons ligt je minder aanleiding tot gemopper.

    Vriendelijke groeten,
    Peter

    • Dank voor je commentaar, Peter. De waarheid heeft vele facetten. Zo zie ik maar weer.
      Je schrijft: ‘je maakte een statement over de alomtegenwoordige discriminatie, die volgens jou in elk mens zit ingebakken en die nooit van z’n leven zal verdwijnen’.
      Vind jij dan van niet? Discrimineer jij (om maar iemand te noemen) nooit?
      Voor mij is ‘discriminatie’ het grote probleem. De rest is min of meer onzin en lapmiddel, inclusief de zwartepietendiscussie. Daarvan moeten we ons diep bewust worden.
      Nou heb je me toch weer stof tot gemopper gegeven!
      Nog een prettige week gewenst en oprecht bedankt voor de initiatieven van Caraïbisch Uitzicht.

      Fred de Haas

  • Beste Fred de Haas,

    Niet de waarheid heeft vele facetten maar de werkelijkheid.
    U schrijft:
    John vond mijn opmerking trouwens niet te pas komen. De heer Balai was gevraagd over ‘Roots and Reparations’ te spreken en niet over discriminatie en zo (dat laatste vul ik naar eigen oordeel in). Wat John zei (ongetwijfeld om Leo in bescherming te nemen, iets wat Leo helemaal niet nodig had) was niet waar, want Leo was zelf begonnen over Afrikaans model, Creoolse samenleving en excuses. Maar vooruit. Ik heb zo’n vermoeden dat beide heren het met me eens waren.

    Leo Balai heeft het zeker niet nodig om in bescherming te worden genomen. Ik reageerde op uw woorden, omdat ik merkte dat Leo geen zin had om u een tweede keer van repliek te dienen en ik niet wilde dat u zonder tegenspraak uw gang kon gaan.

    Uw vermoeden is dat beide heren het met u eens zouden zijn, is een mooi voorbeeld van uw waarheidsbegrip: u meende iets te hebben gezien en daarom zal datgene wat u meent te hebben gezien wel waar zijn.
    Uw vermoeden dat ik het met u eens was, is een vorm van wensdenken. En of uw vermoeden in het geval van Leo Balai klopt, weet ik niet. Hij reageert zelf wel, aangezien hij het niet nodig heeft dat ik voor hem spreek.

    John Schuster

  • Beste John

    Hartelijk dank voor uw commentaar.

    Volgens mij is de werkelijkheid de waarheid, maar ik wil graag van u aannemen dat dit niet het geval is.

    Ik schreef ik dat ik een vermoeden had dat ‘beide heren het met me eens waren’. Dat dit ‘wensdenken’ zou zijn is niet relevant.

    Dat u niet wilde dat ik zonder tegenspraak ‘mijn gang kon gaan’ (mag het een onsje minder?) is natuurlijk prima. Dan zou er toch nog een discussie zijn ontstaan als ook ik het woord nog had gekregen.

    Inmiddels ben ik benieuwd wat Leo ervan vindt. Dan hebben we de drie musketiers maar gehad.

    Met hartelijke groet en nogmaals dank voor uw commentaar

    Fred de Haas

  • Ik ben niet naar de Van Lier lezing geweest. Bewust niet maar dat is niet de reden van mijn reactie. Ik kan in grote lijnen meevoelen met de reactie van meneer Fred de Haas. Behalve zijn terzijde opmerking over de onthulling van het ter herdenking aan de slavernij monument in het Oosterpark in Amsterdam. Ik was daar destijds bij en heb genoten van de ceremonie die vanaf de schermen heel goed was te volgen. Een zeer goed verzorgd programma met mooie toespraken en prachtige liedjes. Ik zie nog altijd voor me hoe mooi Moeder Aarde werd geëerd. daar hoor je nooit meer iets over! Het was verschrikkelijk om mee te maken hoe daarna de emoties opliepen bij enkele nazaten die in plaats van eerbiedig het beeld te passeren zoals de meesten wel deden gingen relschoppen en daarbij anderen in gevaar brachten. Wat onder andere de woede opriep was dat er schermen waren geplaatst ter beveiliging van Hare Majesteit de Koningin. Die was ondanks dat haar man prins Claus zo ziek was toch gekomen naar de onthulling van het monument. De verscherpte beveiliging was begrijpelijk we hadden pas de moord op een Nederlandse politicus te verwerken gekregen. Het is zo jammer dat telkens weer die over- emotionele reacties die de sfeer toen hebben bedorven voor heel veel andere bezoekers, de meeste aandacht krijgen, in de nabeschouwing van deze gedenkwaardige middag en ook in de herinnering. Het is een tendens aan het worden in Nederland, het veroordelen van het koloniale verleden van Nederland, respectloos benaderen van de huidige generatie, genoegdoening eisen door rupsjes nooit genoeg en er geen oog voor willen hebben dat het om onze gezamenlijke geschiedenis gaat.

  • Mail ontvangen van de voormalige arts op Aruba Jacques Janssen:

    Jacques Janssen
    20:38 (13 uur geleden)

    aan F.W.de Haas

    Ik heb het artikel gelezen en herlezen en getoetst aan mijn ervaringen als havenarts in San Nicolas ( 1 jaar ..1956 als havenarts en 12 jaren als huisarts in Santa Cruz ,ook in Aruba ) en geregeld bezoek aan Suriname .

    Ik vond het artikel perfect ! Als de vanLierlezing er weer is verneem ik dit graag .

    Discrimineren en generaliseren is vaak een eigenschap van domme mensen en racisten !

    In Aruba is het mogelijk minder dan in Curacao !

    Ik heb vele vrienden gehad op de eilanden en in Suriname , die van Creoolse afkomst waren. Ik zag het niet meer.

    Ik herinner mij nog een geval op het spreekuur . Hij (een zeer donkere Creool) vertelde mij, dat zijn dochter ging trouwen . Ik zei proficiat , en toen begon hij te huilen en zei: ‘met een zwarte man’ .

    Ik was sprakeloos !

    Het slavernijmuseum in Willemstad , nieuw gebouwd door Nederlandse tandarts is wel adembenemend en ontroerend ! ( 1 jaar geleden bezocht )

Your response at John Schuster

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter